Te land, ter zee en in de lucht: de beschermde overblijfselen van de transportrevolutie

donderdag 19 mei 2016

De evolutie van het transport doorheen de geschiedenis is vooral een verhaal van innovatie. Telkens trachtte men bestaande technieken en materialen te optimaliseren. De bewaarde en beschermde getuigen van deze evolutie in Vlaanderen zijn bijzonder talrijk. Hieronder een greep uit de onroerenderfgoeddatabank.

Vervoer over land

Heirweg

Elke dag verplaatsen we ons over het dichte wegennetwerk van Vlaanderen. Weinigen staan er bij stil, maar er zijn wegen beschermd omwille van hun erfgoedwaarden. Sommige zijn al eeuwenoud en vormen daardoor getuigen van ons transportverleden over land.

Kasseiwegen zijn de bekendste en meest voorkomende wegen met erfgoedwaarden. Zij getuigen van een uiterst belangrijke en langdurige fase in de evolutie van infrastructuurwerken, namelijk de wegenbouw. Het plaveien van wegen is een techniek die de Romeinen al toepasten bij de aanleg van heirbanen. De Antwerpse Heirweg die in de middeleeuwen Antwerpen met Brugge verbond, is een voorbeeld. De zeldzaam wordende kasseiwegen zijn zeer karakteristiek en geven aan het landschap een echt en onvervalst karakter. Wandelaars, wielertoeristen, wielrenners en andere sportliefhebbers zoeken de kasseiwegen op. Vooral in Oost-Vlaanderen zijn veel kasseiwegen beschermd: we kennen ze allemaal van hun rol in de Ronde van Vlaanderen.

Wegwijzer

Onze voorouders beschikten nog lang niet over een GPS, zelfs een landkaart was vaak niet voorhanden. Kruispuntbomen zorgden voor een goede oriëntatie. Later namen de kilometerpalen en wegwijzers deze taak over.

Met paard en kar

Tot in het midden van de 20ste eeuw blijft het paard als trekdier essentieel in het dagelijkse leven. Men ontwikkelde nieuwe vervoersmiddelen die getrokken konden worden door paarden. In de steden ontstond de paardentram, de voorloper van het openbaar vervoer dat we vandaag de dag massaal gebruiken.

Vandaag vind je hier in het straatbeeld nog overblijfselen van. Denk maar aan de vele herenhuizen met hun brede koetspoort die toegang biedt naar de achterliggende paardenstallen of koetshuizen in de tuin.

Afspanning

Ook afspanningen en herbergen getuigen van het gebruik van paarden als vervoersmiddel. In een afspanning konden reizigers hun tocht even onderbreken, hun paarden water geven of wisselen van paard zodat ze hun tocht konden verderzetten met een uitgerust paard.

Pas halverwege de 20ste eeuw, wanneer het gemotoriseerde vervoer overal ingeburgerd raakt, verdwijnen paard en kar uit het straatbeeld.

Vervoer over, op en onder water

Naast paard en kar, bood de scheepvaart veel transportmogelijkheden. In Vlaanderen zijn ongeveer 25 vaartuigen beschermd als varend erfgoed.

Een buitenbeentje bij deze beschermde vaartuigen is het kerkschip in Antwerpen. Het schip is met zijn 95,85 meter één van de grootste nog bestaande vaartuigen in gewapend beton. Het is een materiële getuige van de militaire en strategische ontwikkelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog waarbij permanent gezocht werd naar verbeteringen en nieuwe technieken om de infrastructuren en transportmiddelen aan te passen. De inzet van het schip vanaf 1952 voor het apostolaat der schippers, geeft het schip een sociaal-culturele waarde.

Kerkschip

De infrastructuur rond het water moderniseerde mee. Eén van de oudste, zo niet de oudste nog volledig bewaarde Vlaamse scheepswerf met droogdokken, werkhuizen, burelen, loodsen en werktuigen is de scheepswerf Van Praet-Dansaert, die samen met de scheepswerf Van Damme werd beschermd. De bewaarde droogdokken voor houten schepen dateren uit de 19de eeuw. In 1988 werd de scheepsbouwonderneming stopgezet. De provincie Oost-Vlaanderen kocht de werf en bouwde de site uit tot een erfgoedcentrum voor het varend erfgoed in Vlaanderen. Het woonhuis van scheepsbouwer Van Damme werd ingericht als scheepvaartmuseum.

Bruggen om over rivieren, grachten en kanalen te geraken: de voorbeelden zijn talrijk en vaak heel oud. Tijdens de wereldoorlogen vormden bruggen strategische elementen die soldaten in enkele uren tijd moesten kunnen opbouwen, demonteren, transporteren en opnieuw opbouwen. Een voorbeeld is de Lievebrug over het Leopoldkanaal. Het is een Baileybrug, een militaire vakwerkbrug die de Engelse ingenieur Sir Donald Coleman Bailey (1901-1985) in 1940 ontwikkelde. Met dit bruggentype uit geprefabriceerde stalen onderdelen, gekoppeld door moerbouten en pinnen, was men in staat op een korte tijdspanne bruggen van uiteenlopende overspanning samen te stellen. De betreffende brug is één van de laatste resterende Baileybruggen uit de Tweede Wereldoorlog.

Voetgangerstunnel

In Antwerpen bedachten ingenieurs een andere oplossing voor de voetgangers die van de rechter- naar linkeroever wilden geraken en omgekeerd. Een brug over de Schelde was niet haalbaar waardoor men in de jaren 1930 koos voor de voetgangerstunnel Sint-Anna. De tunnel is een uniek voorbeeld van een met liften en roltrappen uitgeruste voetgangerstunnel.

Vervoer over spoorwegen

De eerste spoorlijnen in België dateren van de eerste helft van de 19de eeuw. Zowel voor vracht- als personenvervoer betekende dit een enorme innovatie. Aan het begin van de 20ste eeuw komen daar de tramlijnen bij wat de ontsluiting betekende van platteland en voorstad.

In Vlaanderen zijn een 70-tal stationsgebouwen en ongeveer 15 tramstations beschermd. Een mooi voorbeeld is de tramsite van Schepdaal, die in beheer is van Herita en wordt gebruikt als museum over de buurtspoorwegen. Het is het laatste in zijn oorspronkelijke staat bewaarde tramstation uit de beginperiode van de buurtspoorwegen. Reeds op het einde van de 19de eeuw vormden de buurtspoorwegen met hun fijnmazig verkeersnet op hoog technologisch niveau een karakteristiek Belgisch fenomeen.

Vervoer door de lucht

De eerste ballonvlucht vond al plaats aan het einde van de 18de eeuw; de bouw van zweefvliegtuigen volgde niet veel later. Toch was er pas aan het begin van de 20ste eeuw sprake van de eerste gemotoriseerde vliegtuigen.

Vliegveld Grimbergen

Innovatie ligt nooit ver om de hoek. Op het vliegveld van Grimbergen bouwde Alfred Hardy in 1947 twee ronde betonnen vliegtuighangars. Ze zijn zelfs op internationaal vlak uniek omdat ze revolutionair waren op zowel materiaal-technisch als typologisch vlak.

De betonnen paddenstoelconstructies met ver overkragend, zelfdragend dak, afgesloten door aluminium schuifpoorten en centraal verlicht door een aluminium lantaarn zijn te beschouwen als een spectaculair startpunt van een naoorlogse evolutie in de betonarchitectuur. Het samenvallen van vorm, constructie en bestemming, de minimale afwerking, en de inwendige beleving van een boeiende confrontatie tussen de ogenschijnlijke zware betonstructuur en de lichte metalen schuifwanden, maken van de vliegtuighangars in Grimbergen één van de hoogtepunten in de 20ste-eeuwse betonarchitectuur in België.

Een continu verhaal van innovatie

Vandaag reizen we met de TGV op amper twee uur tijd van Brussel naar Londen, vliegen we van Antwerpen voor geen geld naar Berlijn, zijn zelfrijdende auto’s een feit en zweven zakenmannen op hun segway van het station naar hun kantoor… De transportevolutie gaat verder. Wij zijn nu al benieuwd welke innovatie binnenkort als waardevol erfgoed zal worden beschermd.

Meer weten?

Voor dit artikel deden we een greep uit het uitgebreide repertoire van het beschermde erfgoed in Vlaanderen. We werken volop aan een nieuwe databank voor beschermd erfgoed die eind juni 2016 zal gelanceerd worden. Binnenkort kan je dus zelf meer voorbeelden gaan zoeken.

Links

Meer lezen over beschermd erfgoed in al zijn vormen:

Van koning tot minister. Een reeks over beschermingen van de jaren 1930 tot nu:

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.