Beschermd klein erfgoed onder de loep

dinsdag 31 mei 2016


"Klein erfgoed is alle erfgoed van beperkte afmetingen dat doorgaans op het publieke domein te vinden is, of voor het publiek bereikbaar, en dat weinig economische meerwaarde heeft."

Door de grote verscheidenheid binnen het 'klein erfgoed' is het echter moeilijk deze erfgoedvorm te dekken met één definitie. Een algemeen kenmerk voor klein erfgoed zou kunnen zijn dat het, deels omwille van zijn afmetingen, aan ons voorbij gaat in het reilen en zeilen van onze doorsnee dag. Of is die subtiele aanwezigheid net de grote charme?

Klein erfgoed omvat een veelheid aan vormen waartussen moeilijk een lijn te trekken valt. Na het lezen van dit artikel zal de eerste gedachte bij klein erfgoed zich niet langer beperken tot grote en kleine kapelletjes langs de kant van veldwegen, bevestigd aan bomen op kruispunten of verwerkt in de gevel van grootmoeders hoeve. We willen de aandacht vestigen op enkele vormen van beschermd klein erfgoed die haast lijken op te gaan in het stedelijk weefsel of het agrarische landschap. Erfgoedzorg heeft oog voor dit klein erfgoed waarachter een even grote geschiedenis kan schuilen.

Klein erfgoed beschermd

Wanneer gekeken wordt naar het klein erfgoed in de onroerenderfgoeddatabank, valt op dat dit op zichzelf kan staan en zo ook beschermd kan worden, maar dat het ook deel kan uitmaken van een beschermde site of een beschermd stads- of dorpsgezicht. Soms vormt dit klein erfgoed zelfs de aanleiding tot de bescherming van de ruimere omgeving van het relict.

Bloemenuurwerk

Zo vormde onder andere de architectuurhistorische waarde van het Bloemenuurwerk in het Leopoldpark te Oostende, de aanleiding tot het beschermen van het hele park als monument. Het bloemenuurwerk lijkt één te worden met de parkvegetatie, maar wijst een opmerkelijke voorbijganger op het uur. Het bloemenuurwerk dateert van 1933 en is één van de zes bloemenuurwerken die België ooit rijk was en waarvan er nu nog slechts drie resten. Reeds van bij de aanleg vormde het bloemenuurwerk een ware curiositeit.

De aanleg van bloemenuurwerken kadert in een traditie die ontstond in de 19de eeuw, nadat de Zweedse natuurkundige Carl von Linné ontdekte dat bloemen zich altijd op hetzelfde tijdstip openen of sluiten, wat hem ertoe aanzette bloemenuurwerken te maken.

Putten

Erfgoed met een beperkte economische of functionele meerwaarde, reikt andere waarden aan. Vaak gaat het om erfgoed dat in nauwe verbinding staat met het volksgeloof. Hoewel dit in Vlaanderen steeds meer lijkt te verdwijnen, zijn de subtiele getuigen uit het verleden nog steeds aanwezig in ons straatbeeld.

Schuttersput

Een mooi voorbeeld is de Sint-Willibrordusput, een waterput verborgen in de Sint-Harlindis en Relindiskapel in Maaseik. De kapel werd gebouwd in 1680 ter ere van de heiligen Harlindis, Relindis en Antonius. In en rond de kapel ontwikkelden zich talrijke uitingen van volksdevotie. Tegen het koor van de kapel bevindt zich de Sint-Willibrordusput: een oude doopput, mogelijk van heidense oorsprong. De put maakt deel uit van een eeuwenoude traditie waarbij het hemdje van een zieke baby in de put werd gegooid: zonk het hemdje, dan werd dat beschouwd als een teken dat het kind zou sterven. Zowel de kapel als de put werden in 2000 als monument en als dorpsgezicht beschermd omwille van hun volkskundige waarde.

Op de Kleine Markt in Antwerpen staat de ’s Gorters- of Schuttersput uit de 14de eeuw waarop vier eeuwen later een openbare pomp werd geplaatst. De pomp, bestaande uit een hoge zuil van natuursteen, wordt gesierd door een zittende Onze-Lieve-Vrouw met kind op schoot. Aan de pijler werd een smeedijzeren lichtarm met lantaarn opgehangen.

Punten

Een ander voorbeeld waarbij heiligenverering werd gekoppeld aan een functioneel relict, is het Christusbeeld De Verkeerde Lieve Heer. Dit Christusbeeld waarvan het hoofd naar links in plaats van naar rechts neigt, werd in 1847 langs de “Bergeykse Dijk” in Neerpelt geplaatst. Het beeld kreeg er een plaats in de context van de aanleg van de wateringen aan de Bergeykerdijk. Het fungeerde als meetpunt, om bijvoorbeeld het terrein in kaart te brengen. Tegelijkertijd diende het als rustpunt voor bedevaarders uit de omgeving.

Een meer functioneel uitgewerkt referentiepunt is het geodetisch punt in het polderlandschap van Oostende, in Zandvoorde. Deze opvallende gietijzeren paal uit 1853 diende als vast punt bij het meten van afstanden en het in kaart brengen van de streek. Onder meer Philippe Vandermaelen (1795-1869), een Belgisch cartograaf, maakte gebruik van dit systeem voor het opstellen van zijn gekende Vandermaelenkaarten van België, een nuttige cartografische bron voor het onderzoek naar onroerend erfgoed. De wetenschappelijke waarde van het geodetisch punt, als één van de weinige bewaarde punten van het geodetisch net in Vlaanderen, motiveerde de bescherming als monument in 2005.

Paviljoenen

Eendenhuisje

Tuinpaviljoenen getuigen van de trots en de fantasie waarmee eigenaars hun tuin- of parkdomein aanlegden.

Het belvedèretorentje of de gloriette dat zich in het publieke deel van het park van Kasteel Ten Poele bevindt, werd beschermd in 2004. Vermoedelijk werd het gebouwd kort voor de Eerste Wereldoorlog, naar verluidt om de eigenaars van het domein toe te laten hun domein te overschouwen.

Het domein van het Kasteel van Uitbergen (Berlare) werd aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw voorzien van een park in landschappelijke stijl. Het park herbergt enkele kleine elementen van tuinarchitectuur waaronder een achthoekig eendenhuisje in vakwerkbouw onder een tentdak op het eiland.

Palen

Verschillende vormen van klein erfgoed gaan eeuwen terug in de tijd en werden door tal van generaties in behoorlijke conditie overgeleverd, al dan niet met tijdsgebonden aanpassingen en functiewijzigingen. Dit kan verwonderen gezien het dikwijls publieke karakter en de kwetsbare omstandigheden waarin dit erfgoed zich bevindt. Bepalend voor de overlevering was de status van het object en bijgevolg de hieraan verbonden maatschappelijke waardering.

Een vorm van eeuwenoud klein erfgoed dat onderhevig was aan wijzigingen is de schandpaal. Schandpalen vind je in de meeste gevallen in de dorpskern, bijvoorbeeld op een centrale marktplaats. Zo kunnen ze vervat zijn binnen de bescherming van een dorpsgezicht.

Een hardstenen pelderijn, "staecke", "pilori" of schandpaal bleef bewaard op het plein voor het voormalige stadhuis van Sint-Kruis, Brugge. Deze werd opgericht door de heerlijkheid van Male die in het Ancien Régime over een eigen rechtspraak beschikte. In het midden van de 16de eeuw bestond de schandpaal uit een eikenstam, voorzien van een zonnewijzer om het begin en einde van de straf aan te geven. Voortgaande op stijlkenmerken kan de komst van een schandpaal in blauwe hardsteen gesitueerd worden tussen 1750 en 1787. Na de Franse Revolutie verloor de schandpaal zijn functie en werden de aanwezige wapenschilden weggekapt. In de 19de eeuw werd de paal versierd door de bewoners om een goede tabaksoogst af te dwingen? tot de paal in 1874 werd afgebroken. In 1897 werd de schandpaal weer opgebouwd. Pas in 1985 kwam het relict weer op zijn historische plaats terecht waar het zich ook vandaag nog bevindt.

Kot en perron

Klein erfgoed gerelateerd aan de lokale machtsinstellingen zijn ook vandaag nog zichtbaar in het straatbeeld. Het Kot, beschermd in 1962, bevindt zich tegenover de kerk van Schellebelle. Het is een roephuisje met roeptribune waar lokale verordeningen werden afgeroepen. Mogelijks bezat het Kot ook een functie gekoppeld aan het plein als marktplaats en als cel voor kortstondige opsluitingen.

Het Kot

Eind jaren 1970 stootten enkele stadswerklieden uit Maaseik bij het aanleggen van een siertuin langs de parochiekerk van Sint-Catharina op een vierkante, massieve en gesculpteerde steen. Het bleek te gaan om een onderdeel van het oude ‘perron’ van Maaseik. Oorspronkelijk was een perron een gerechtelijk instrument: op de trappen werd het vonnis geveld, terwijl de zuil als schandpaal fungeerde, waaraan men de veroordeelde vastbond. Tijdens de 17de en 18de eeuw werd het perron het symbool van het gezag in het algemeen: iedere gezagsdrager liet hier zijn besluiten bekend maken.

Kruisen

Een laatste vorm van klein erfgoed die hier belicht wordt zijn de wegkruisen, meer bepaald de moordkruisen of de ongelukskruisen. Dit zijn kruisen, gesitueerd langs de kant van de weg, verdoken in de berm en hierdoor heel subtiel aanwezig. Ondanks dat deze kruisen honderden jaren oud zijn, bevinden ze zich soms nog op hun historische plaats, wat ze extra waardevol maakt. Het gaat om kruisen die de plaats aanduiden waar iemand werd vermoord of op een andere ongelukkige manier om het leven kwam. Ook vandaag plaatsen wij nog een kruis ter herinnering aan de plaats waar iemand om het leven kwam bij een auto-ongeval.

Het kalkstenen kruis in de Hooilingenstraat te Hoeselt herdenkt de dood van Ghysbrecht Pauwels de Jonge, die hier vermoord of onvrijwillig gedood werd in het voorjaar van 1567 door Ghielis van Heeze. Tegenover dit kruis bevond zich een tweede, kleiner ongelukskruis van 1592, het Palmartskruis, dat in november 1976 werd gestolen. Beide kruisen gaven aan de plaats de naam ‘De Twee Kruisen’ en zijn reeds aangeduid op de Ferrariskaart (1771-1777).

Hoeselt

In ’s Gravenvoeren bevindt zich eveneens een ongelukskruis ter nagedachtenis van Hendrick Lynot, hier op 24 juni 1598 neergeschoten. Vlak naast dit kruis staan nog twee andere kruisen: een natuurstenen kruis en een smeedijzeren kruis. Het natuurstenen kruis draagt het opschrift "IHS/ Hier is subiet gestorven/ Jacobus Cerfontaine/ 28 december 1835/ Bid god voor zyne ziel/ gerest 2002". Zulke kruisen worden beschermd omwille van hun volkskundige waarde. Zij vormen een uiting van streekgebonden volksdevotie.

Meer weten over klein erfgoed?

Klein erfgoed omvat echter nog veel meer dan de hier aangehaalde voorbeelden. Ook meer alledaagse objecten behoren tot het klein erfgoed: wegwijzers, lantaarns, fonteinen...

Voor dit artikel deden we een greep uit het uitgebreide repertoire van het beschermde erfgoed in Vlaanderen. We werken volop aan een nieuwe databank voor beschermd erfgoed die eind juni 2016 zal gelanceerd worden. Binnenkort kan je dus zelf meer voorbeelden gaan zoeken.

Links

Meer lezen over beschermd erfgoed in al zijn vormen:

Van koning tot minister. Een reeks over beschermingen van de jaren 1930 tot nu:

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.