Dagje aan zee. Beschermd kusterfgoed

woensdag 22 juni 2016

Westerstaketsel

In deze laatste week vóór de lancering van de nieuwe beschermingsdatabank zoeken we de mentale verfrissing op van een dagje aan zee.

Na de berichtjes over grenzen, klein erfgoed, transporterfgoed en oorlogserfgoed volgt hier nog een laatste voorproefje met als thema 'kusterfgoed'. We starten onze wandeling zonder zand tussen de tenen, maar bovenop het Westerstaketsel in de voetsporen van Koning Leopold II.

De favoriete wandeling van de koning

Al in de 19de eeuw werd de Belgische kust opgezocht door de koninklijke familie omwille van de unieke vrijetijdsbeleving. Het Westerstaketsel vormde de favoriete wandeling van Koning Leopold II. Vanaf 1834 werden verschillende staketsels aanzienlijk verbreed en voorzien van een wandelweg. Als gevolg van een gewijzigde mentaliteit ten opzichte van het strand en de zee ging een deel van de haveninfrastructuur deel uitmaken van het toerisme aan de kust. De wandelpier is bijgevolg een uitstekend voorbeeld van de spanning tussen de eeuwenoude maritieme en strategische functies en de nieuw opkomende vrijetijdsbeleving.

Crangon

De Crangon, een Oostendse garnaalvisser

In de middeleeuwen groeiden onder meer Nieuwpoort, Duinkerke en Damme uit tot belangrijke vissersplaatsen. Als gevolg van technische innovaties in de vismethodes en vaartuigen ontwikkelde zich een ware vishandel. Een aantal bewaard gebleven vissersboten gelden als hoogtepunten van een innovatieve en vakkundige scheepsbouw.

De Crangon, een Oostendse garnaalvisser uit 1964, geldt als één van de laatste houten vissersvaartuigen in België. Het schip werd geconstrueerd op de scheepswerf De Graeve in Zeebrugge. Omwille van het bewaard gebleven originele vistuig (winch-systeem, kookketel en cilinder voor het bereiden van garnaal) heeft het beschermd schip een belangrijke wetenschappelijke en industrieel-archeologische waarde. In het kader van een project waarbij kansarmen werden opgeleid tot scheepsbouwer en –hersteller werd de garnaalvisser in oude glorie hersteld. Sinds 2001 kunnen toeristen op een interactieve manier kennismaken met de ambachtelijke scheepsbouw en de traditionele plankvisserij op garnaal.

Woning Majutte en de pekelput

Slechts een klein deel van het beschermde kusterfgoed wordt gevormd door de vroeger zo talrijke vissershuisjes. Terwijl in 1900 in de Breydelstraat in Blankenberge voornamelijk vissers woonden, blijven vandaag slechts twee huisjes bewaard, die beide beschermd zijn als monument. Eén daarvan, de visserswoning Majutte, werd gedurende vele generaties bewoond door de vissersfamilie Debruyne (bijnaam Pe Majutte). In het huis bevindt zich nog een gemetselde pekelput voor de bewaring van voedsel met zout.

Vuurtoren

Vuurtorens

Het Nationaal Monument van de Zeelieden herinnert aan het belang van de visserij- en zeeliedenbevolking en is bovendien beschermd als monument, onder meer omdat het zich op de plaats van de eerste vuurtoren in Oostende bevindt uit 1771.

De meeste vuurtorens die er vandaag nog staan, werden gebouwd in de 20ste eeuw, bijvoorbeeld de vuurtoren van Oostende die in beide Wereldoorlogen werd verwoest en heropgebouwd. In Nieuwpoort bevindt zich echter nog een uniek restant van de eerste bakstenen vuurtoren (de grote Vierboete) aan de Europese kust, daterend van eind van de 13de of begin 14de eeuw.

Zeemanshuis Godtschalck

Ook het meer recent kusterfgoed getuigt van het belang van de vissers- en zeeliedenbevolking, meer bepaald door bijzondere types van gebouwen zoals het rusthuis voor zeelieden in Oostende: Zeemanshuis Godtschalck. De inplanting van het gebouw in het duinengebied sluit aan bij de leefwereld van de bewoners, die steeds in contact met de zee hebben geleefd. Een andere opmerkelijke typologie is deze van het laatste Belgisch schoolschip, de Mercator, waarop tot 1960 een opleiding in de Belgische Marine werd voorzien.

De Zeedijk en drie trappen

Onder invloed van de mondaine badcultuur vóór de Eerste Wereldoorlog werd de publieke ruimte ingericht om de beleving van de Belgische Kust te optimaliseren. De dijken die eerst in Oostende (1820) en later in Blankenberge (1840) werden aangelegd, getuigen van de evolutie van vissersdorp naar vooraanstaande badplaats. De toegang tot de dijk werd voorzien door opritten (de huidige hellingen), rampen of trappen. Drie luxueus uitgewerkte exemplaren zijn terug te vinden in Blankenberge, waar de Leeuwentrap, Bakkerstraattrap en Weststraattrap sinds 1987 beschermd zijn als monument. Ook de tramwachthuisjes en overdekte James Ensorgalerij in Oostende stammen uit deze periode.

Paravant

Een paravant uit 1908

In Blankenberge staat een uniek windscherm, ook wel de paravant genaamd. Dit windscherm uit 1908 is opvallend kleurrijk afgewerkt met daktegels, pinakels en rozetten. Het scherm geeft uit op de jachthaven en biedt een mooi zicht op het Leopoldspark. Tegenwoordig wordt het windscherm in de kijker geplaatst tijdens de jaarlijkse Paravent-feesten.

Vakantiehome des Enfants du Hainaut

In de periode van het interbellum en vooral na de Tweede Wereldoorlog zet de ontwikkeling van het toerisme aan de Kust zich verder op steeds grotere schaal. Uit het interbellum bleven een aantal mooie voorbeelden bewaard zoals een modernistisch getint appartementsgebouw uit 1936 en een voormalige vakantiehome voor kinderen, 'Le home des Enfants du Hainaut'.

Sinds de tweede helft van de 19de eeuw werden vakantiehomes opgericht aan de Kust als reactie op de slechte leefomstandigheden in de steden en de gevolgen van de industrialisatie. Deze vorm van sociaal toerisme aan de kust piekte in het interbellum. Het home des Enfants du Hainaut werd gebouwd in 1923 op initiatief van de provincie Henegouwen. Architect Jean-Jules Eggerickx, een groot aanhanger van de tuinwijkgedachte, stond in voor het ontwerp. Het gebruik van een betonskelet, betonspanten, glasbeton en zenitale verlichting maken samen met de doordachte inplanting van het gebouw en de opbouw met lage paviljoens een maximale verlichting en verluchting mogelijk.

Haddock

Een intieme vakantiewoning in de duinen

In de loop van de 20ste eeuw zal men zich steeds meer richten op de natuurlijke eigenschappen van het duinengebied en pogingen doen dit te integreren in het architecturaal concept. De wooncultuur en sfeer van de zomerse vakantieganger worden mooi weerspiegeld in de beschermde villa The Haddock uit de jaren 1960. Deze kleinschalige vakantiewoning sluit in zijn ontwerp mooi aan bij de pittoreske, landschappelijke aanleg van Duinbergen door architect Joseph Stübben (1845 – 1936).

Duinpaviljoen

La Pavillon Elisabeth van Wenduine tot Japan

De groeiende belangstelling voor het ongerepte duinenlandschap wordt misschien nog het meest duidelijk in de talrijke duinpaviljoentjes. Een iconisch exemplaar is Le Pavillon Elisabeth te Wenduine. Het paviljoentje werd ingezet als promotiebeeld bij uitstek van de Belgische Kust op de wereldtentoonstelling in Osaka (Japan) in 1970. Het weerspiegelt mooi de diverse en contrastrijke erfgoedwaarden die hierboven werden aangehaald, als gebouwtje dat zich situeert op een strategische uitkijkpost bovenop een hoge duintop. In de 18de eeuw werd hier een Corps de garde gevestigd, waarna achtereenvolgens een signaal- (1795) en semafoormast (1806), een douanewachthuis (19de eeuw), een versterkte observatiepost (Eerste Wereldoorlog) en een radarpost (Tweede Wereldoorlog) werden opgericht.

Beschermingsdatabank

Met dit zomerse berichtje sluiten we deze reeks af. Hopelijk konden we je wat inspiratie geven om op zoek te gaan naar je favoriete thema’s in de nieuwe beschermingsdatabank. Vanaf volgende week kan je zelf aan de slag. Het team van de beschermingsdatabank wenst je alvast veel plezier!

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.