Op visite bij de elite: het "Quartier Léopold" in Antwerpen in 660 fiches

dinsdag 9 augustus 2016

Burgerhuis Hamaide

In 2015 voerde het agentschap Onroerend Erfgoed een grondig architectuurhistorisch onderzoek uit in de ruime omgeving van de Leopoldwijk in Antwerpen. Het onderzoek leverde ruim 660 fiches op voor de inventaris van het bouwkundig erfgoed.

De Leopoldwijk

De drukke laan die we vandaag kennen als de Belgiëlei, heette tot 1919 Leopoldlei of 'boulevard Léopold'. Het brede lommerrijke tracé werd tussen 1858 en 1861 aangelegd tussen de spoorwegberm van de 'Middenstatie' en de Warande, het huidige Koning Albertpark. Zo verbond de 'koninklijke' boulevard in één rechte lijn twee belangrijke polen van het mondaine en culturele leven in de metropool: de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde met de Koninklijke Maatschappij de Harmonie. Via de Charlottalei ter hoogte van het 'Rond Punt', sloot de Leopoldlei aan op de Stadspark dat in dezelfde periode tot stand kwam.

De aanleg betekende de start van de verkaveling van de zogenaamde 6de Wijk of Leopoldwijk, de stadsuitbreiding aan de oostzijde van de oude stad. Kort daarna maakten de Spaanse vesten plaats voor een monumentale wandelboulevard naar het model van de Weense Ringstraβe, het waarmerk van de moderne stad.

Beeld Stadspark

Verdubbeling van de inventaris

In 2015 voerde het agentschap Onroerend erfgoed een grondig architectuurhistorisch onderzoek uit in de ruime omgeving van de Leopoldwijk.

Dit kerngebied van de 19de-eeuwse gordel omvat een vijftigtal straten, ten noorden begrensd door het Stadspark en de Plantin en Moretuslei, ten oosten door de spoorwegberm van het Centraal Station, ten zuiden de Boomgaardstraat en de Kardinaal Mercierlei in het district Berchem, en ten westen door de Koningin Elisabethlei en de Mechelsesteenweg. Het project maakt deel uit van de lopende herinventarisatie van Antwerpen, en krijgt in de loop van 2016-2017 een verlengstuk in het gebied gelegen tussen de Mechelsesteenweg, de Jan Van Rijswijcklaan, de Ring en de al eerder aangepakte wijk Zuid.

Bij vroegere inventarisatiecampagnes in de jaren 1980, waren voor dit gebied in totaal 332 individuele of gegroepeerde panden weerhouden. De fiches waren echter nauwelijks gedocumenteerd. Om de grootste lacunes te verhelpen lag de focus van de huidige herinventarisatie op de 20ste eeuw. De lopende digitaliseringsoperatie van de bouwdossiers in het Stadsarchief van Antwerpen, liet echter toe ook de periode 1880-1900 gedetailleerd in het onderzoek te betrekken.

Op basis van veldwerk gevolgd door systematisch onderzoek van de bouwdossiers werden in totaal 333 nieuwe relicten toegevoegd, of een verdubbeling van het toch al rijke bouwkundig erfgoed in de wijk. Van de vroeger geïnventariseerde relicten, kregen er 255 bovendien een volledig nieuwe, uitgebreide beschrijving met aanvullende gegevens over bouwjaar, ontwerpers en opdrachtgevers.

Het oeuvre van belangrijke tenoren van de Antwerpse architectuur kon zo gevoelig worden uitgebreid. Joseph Hertogs, huisarchitect van de elite, kreeg niet minder dan zestien nieuwe realisaties toegeschreven, Louis Hamaide veertien, Jules Hofman dertien, Ferdinand Hompus zes, en Jos. Bascourt vijf waaronder een zeldzaam pakhuis.

Op typologisch vlak ging bijzondere aandacht naar het appartementsgebouw van hoge standing uit het interbellum, waarvan er niet minder dan 35 werden toegevoegd of uitgebreid herschreven.

Binnen de twee grote, beschermde stadgezichten in het gebied, de Plantin en Moretuslei tussen spoorweg en Provinciestraat, en het geheel van Kardinaal Mercierlei, De Merodelei en Legrellelei, nam het aantal geïnventariseerde panden exponentieel toe. Ook alle standbeelden en kunstwerken die staan opgesteld in het Stadspark en het Koning Albertpark, maken vanaf nu deel uit van de inventaris.

Militair Hospitaal

Evolutie van een stadsbeeld

Het gebied dat samenvalt met de wijken Klein-Antwerpen, Haringrode en delen van Oud-Berchem, wordt begrensd of doorsneden door enkele belangrijke invals- en doorgangswegen: de prestigieuze Belgiëlei en Mechelsesteenweg, de Lange Leemstraat en de Lamorinièrestraat. De verkaveling van de bouwblokken tussen deze hoofdassen kwam tot stand vanaf de tweede helft van de 19de eeuw, veelal op privé-initiatief van grondeigenaars. Uit de vroege 20ste eeuw dateren de aanleg van de Van Den Nestlei in het verlengde van de Belgiëlei, van Helenalei en Marialei nabij het recent tot “Groen Kwartier” ontwikkelde Militair Hospitaal, en van Cuperusstraat en Stanleystraat langs de spoorwegberm.

Belgiëlei, Charlottalei en Mechelsesteenweg, de lanen rond het Koning Albertpark en bij uitbreiding het sluitstuk van de Lamorinièrestraat, behoorden tijdens de 'belle-epoque' tot de meest exclusieve adressen van Antwerpen. De grote Antwerpse mercantiele families gevolgd door de Duitse en Engelse expats, lieten hier luisterrijke hotels optrekken. In hun kielzog streken uit Frankrijk verdreven kloosterorden in de wijk neer, die de opvoeding van 'les demoiselles de bonne famille' ter harte namen. Ook het stedelijk onderwijsnet liet zich niet onbetuigd, met de bouw van schoolcomplexen, vooral voor 'betalend' of middelbaar onderwijs.

Appartementsgebouw in art deco

Waar de elite zich dankzij een uitgebreide staf huispersoneel tot aan de Eerste Wereldoorlog in zijn residenties wist te handhaven, bracht de opkomst van het appartementsgebouw vanaf begin jaren 1920 een omwenteling op gang, die vooral zijn beslag zou krijgen tijdens de jaren 1950 en 1960. De uitgestrekte, diepe percelen van de herenwoningen met koetshuizen, de brede beboomde lanen en de nabijheid van parken met uitzicht op groen, boden de ideale condities voor lucratieve vastgoedprojecten. Met name tal van joodse diamantairsfamilies investeerden hun kapitaal in de bouw van standingvolle flatgebouwen, vanaf de jaren 1920 in statige beaux-artsstijl of expressieve art deco, naar het einde van het interbellum toe in het koele modernisme van de 'International Style'. Zo werd het 'petit-hotel à l’étage' waar een inwonende meid de dienst uitmaakte en een conciërge de goede orde bewaakte, geleidelijk de nieuwe norm.

Aanvankelijk beperkte de introductie van het flatgebouw zich tot de meest beeldbepalende hoekpercelen. Een monumentaal karakter werd vaak als excuus aangevoerd voor de onvermijdelijke overschrijding van de toegestane bouwhoogte. Daarmee was de toon gezet en ging tijdens de naoorlogse decennia voor bouwpromotoren en speculanten het hek van de dam. De eens zo luisterrijke 'Boulevard Léopold', waar de componist Franz Liszt meermaals logeerde in het verdwenen hotel Lynen-Köneman, burgemeester Leopold De Wael zijn privé-residentie had, en de industrieel Lieven Gevaert côtoyeerde met de bankier Edouard Thijs, transformeerde onherroepelijk tot de huidige, acht etages hoge canyon van flatgebouwen.

Dat de gehavende straten van Klein Antwerpen en Haringrode ondanks kaalslag en verrommeling nog een rijkdom aan erfgoed te bieden hebben, bewijzen de meer dan 660 gebouwen en ensembles die dit herinventarisatieproject aan het licht bracht. In een rijk gamma aan gebouwtypes en bouwstijlen vertegenwoordigen zij ruim een eeuw Antwerpse architectuurgeschiedenis op het hoogste niveau. Aandacht voor de bouwheren, hun herkomst, beroep of levensloop, leverde een schat aan persoonlijke verhalen op, die het gelaat van de stad helpen verklaren.

Deze fotomozaïek vat het voor je samen in zestien beelden.

politiecommissariaat

Helleputte herenhuis

Seldenslach winkel

Stordiau herenhuis

Blomme café

Thielens H. woningbouw

margarinefabriek

kunstenaarswoning

Winders burgerhuizen

architectenwoning Dens

Moed appartement

hoogbouwflat Dries

Montigny Somers

Wellner Freudman

Stynen appartement

Van Reeth Vandenhove

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.