Orgelinventaris van het arrondissement Roeselare on-line

vrijdag 17 december 2010

Orgel Sint-Amanduskerk in Ingelmunster

Na de orgels van de arrondissementen Diksmuide, Ieper en Veurne zijn nu ook deze van het arrondissement Roeselare on-line gedocumenteerd. De vier vermelde arrondissementen vormen een gebied dat zwaar te lijden heeft gehad van de Eerste Wereldoorlog. De vermelding "kerk (en orgel) vernield in 1914-1918" die in vele inventarisfiches voorkomt, vormt zowat een treurige rode draad doorheen deze "Westhoek"-inventaris.

Gelukkig is de streek van Roeselare, net als die van Veurne, gedeeltelijk ontsnapt aan de totale catastrofe: Veurne omdat het iets verder van het front lag, Roeselare omdat het preventief en op bevel van de Duitsers geëvacueerd werd met het oog op het door hen verhoopte eindoffensief. Zo werden bijvoorbeeld de orgels van de stad Roeselare per schip naar Gent vervoerd en daar opgeslagen tot na de oorlog.

De balans van orgels die verloren gingen is aldus minder dramatisch dan in de streek van Diksmuide en Ieper, maar niettemin hebben we weet van instrumenten met historische waarde die verloren gingen in Dadizele, Moorslede, Slijpskapelle, Lichtervelde, Roeselare Klein Seminarie, Oostnieuwkerke, Staden en Westrozebeke. Het orgel in Beveren verloor al zijn pijpwerk toen de Duitse bezetter alle metaal opeiste. In Slijpskapelle anderzijds gaf het debacle aanleiding tot de aanschaf van een waardevol tweedehandsorgel in 1933: een fraai Berger-orgel uit 1760, oorspronkelijk gemaakt voor de oude Katelijnekerk in Brugge, vond aldus, na een heuse zwerftocht, een zinvolle bestemming.

Het moet gezegd zijn dat de oogst aan 18de-eeuwse instrumenten in het arrondissement Roeselare eerder mager was: het enigszins gewijzigde Van Peteghem-orgel (1780) in Oekene en het hard gerenoveerde Berger-orgel (1777) in Emelgem vormen de uitzonderingen.

De orgelbouw in Vlaanderen is na de Eerste Wereldoorlog, mede door economische beperkingen in het Interbellum, op een absoluut dieptepunt geraakt. Het overige areaal aan orgels dat een omwegje waard blijkt is dus te zoeken in de 19de en vroege 20ste eeuw. Hier kunnen eervol vermeld worden: Het Merklin-orgel (1857) in het Instituut de Pelichy in Izegem, het Forrest-orgel (1882) in de Roeselaarse Onze-Lieve-Vrouwekerk, een tweedehands Hooghuys-orgel (1884) in Rumbeke-Beitem, het Schyven-orgel (1905) in Ingelmunster, het intacte Kerkhoff-orgel (1910) bij de Capucijnen in Izegem. In een zeldzaam begenadigd moment leverde Jules Anneessens in 1922 een nog enigszins appreciabel instrument in Ledegem (in de orgelkast van ca. 1830).

Een bescheiden aanwinst in het Vlaams orgellandschap is het Conacher-orgel (ca.1900), afkomstig uit Huddersfield (UK), en als occasie geplaatst in de Sint-Godelievekerk in Roeselare in 2009.

Een attractief tussendoortje is het orgel van de Protestantse kerk in Roeselare: het bestaat volledig uit labiaalpijpen waarvan het merendeel uit grote bamboestengels gemaakt is. Gebouwd in 1995, is dit instrument uiteraard nog te recent om enige erfgoedwaarde toegekend te krijgen. Niettemin worden dergelijke instrumenten ook in de inventaris opgenomen - weliswaar in een beknoptere beschrijving.

Tot slot kunnen we er de gebruiker op attenderen dat steeds uiterste zorg besteed werd aan de exhaustieve hoofdstukken Archivalia en Bibliografie. Hierbij kon onder meer geput worden uit het bedrijfsarchief van wijlen orgelbouwer Jules Anneessens (ter beschikking gesteld door huidig zaakvoerder Paul Andriessen), en de collectie inwijdingsprogramma's van orgeldeskundige Gabriël Loncke.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.