Herinventarisatie Dilbeek – de Poort van het Pajottenland - afgerond

dinsdag 13 augustus 2013

Herberg In De Ster

Bijna 40 jaar na de publicatie van de eerste inventaris (Bouwen door de eeuwen heen 2N, 1975), werd recent het bouwkundig erfgoed in Dilbeek opnieuw in kaart gebracht. Dilbeek is gelegen in de Vlaamse Rand rond Brussel en bestaat uit de deelgemeenten Dilbeek, Groot-Bijgaarden, Itterbeek, Schepdaal, Sint-Martens-Bodegem en Sint-Ulriks-Kapelle. Bij deze nieuwe inventarisronde werden in totaal 256 relicten, 71 straatbeschrijvingen en 10 plaatsbeschrijvingen opgenomen in de inventaris.

Dilbeek wordt, hoewel het een residentiële woongemeente is, in toeristische publicaties ook vaak de "Poort van het Pajottenland" genoemd. Het is dan ook niet te verwonderen dat het landelijke karakter sterk naar voren komt bij de herinventarisatie.

Tot in de 20ste eeuw domineerden agrarische activiteiten de gemeente. Dit vinden we weerspiegeld in een aantal gesloten of semi-gesloten hoeves die kenmerkend zijn voor de streek ten westen van Brussel. Hof te Zierbeek, Hof te Elgem, Neerhof en Hof ter Smissen zijn slechts enkele voorbeelden van grote hoeves met een lange ontwikkelingsgeschiedenis, maar ook kleine, vaak langgerekte hoeves bleven bewaard, waaronder een paar in vakwerkbouw.

Landelijke en beeldbepalende gehuchten voor Dilbeek zijn Sint-Anna-Pede en Sint-Gertrudis-Pede, allebei gelegen in de Pedevallei. Sint-Anna-Pede is voornamelijk bekend omwille van het in oorsprong romaanse Sint-Annakerkje dat afgebeeld staat op het schilderij de "Parabel van de blinden" van Pieter Bruegel de Oude (circa 1525-1569). Centraal in de dorpskern ligt de Sint-Annakerk met hierrond nog resten van de historische bebouwing zoals de voormalige herberg In de Ster opgebouwd uit vakwerkbouw. In Sint-Gertrudis-Pede is het vooral de watermolen die bijdraagt tot het pittoreske karakter van dit gehucht.

Eind 19de, begin 20ste eeuw schakelde men ten westen van Brussel over van voornamelijk akkerbouw en veeteelt naar tuinbouw zoals aardbeienteelt. Grote hoeves uit het verleden werden dan ook vaak aangepast aan hun nieuwe functie, waarbij men de grote bergruimtes zoals schuren niet meer nodig had. Tot het begin van de 20ste eeuw zullen Dilbeek en de streek rond Asse ook bekend zijn voor de hopteelt. Hiervan getuigen nog enkele restanten van hopasten en een voormalige hopboerderij met bewaarde hopasten en –magazijn: het Hof ter Brugghen, ook gekend als hopboerderij Van Droogenbroeck. De streek van de Zennevallei en het Pajottenland is ook bekend omwille van zijn lambiekbieren. De gemeente Dilbeek kent vandaag nog twee actieve brouwerijen: Timmermans en Girardin.

Beeldbepalend voor de gemeente zijn ook de vele landhuizen met park waarvan er enkele aan de Ninoofsesteenweg gelegen zijn. De meest bekende landhuizen of kastelen zijn: het kasteel Nieuwermolen op de grens met Asse, het 18de-eeuwse classicistische kasteel La Motte naar ontwerp van Laurent-Benoît Dewez, het neoclassicistische Sint-Annakasteel gelegen in een waardevol park in landschappelijke stijl, het 19de-eeuwse eclectische kasteel de Viron, vandaag gemeentehuis, naar ontwerp van architect Jean-Pierre Cluysenaar en het kasteel van Groot-Bijgaarden.

Na de eerste wereldoorlog kende Dilbeek een grote bevolkingsuitbreiding waarvan onder andere de Kaudenaardewijk het resultaat is. Deze wijk omvat nog een groot aantal interbellumvilla's. Maar vooral na de Tweede Wereldoorlog zullen de gemeenten in de rand rond Brussel een verstedelijking ondergaan onder meer door de aanleg van nieuwe (sociale) woonwijken. De gemeente zal zich in deze periode ook sociaal-cultureel profileren door de bouw van het Ontmoetingscentrum Westrand (1968) naar ontwerp van architecten Alfons Hoppenbrouwers en Rudy Somers.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.