Langgestrekt, imposant stationsgebouw in neo-Vlaamsrenaissance-stijl van twaalf traveeën en van één tot twee bouwlagen onder afgewolfde zadeldaken en afgeknot tentdak (nok parallel aan de straat, leien) met dakkappelletjes.
In 1855 opening van de spoorlijn Turnhout-Herentals-Lier; vermoedelijk in 1856 bouw van een eerste station (zie oude pentekening); vanuit Herentals verdere verbindingen mogelijk onder meer vanaf 1863 naar Leuven; tegen 1867 grensoverschrijdend treinverkeer in noordelijke richting tot Tilburg, het zogenaamde "Bels lijntje". In 1896 bouw van het huidig station naar ontwerp van De Ruddere, zie gevelplaat rechts van inkom; het personenvervoer op de lijn naar Tilburg reeds stopgezet op 7 oktober 1934, het goederenvervoer op 1 juni 1973; van 1959-1971 personenverkeer van spoorlijn Turnhout-Herentals-Lier stopgezet; heden opnieuw (onrechtstreekse) verbindingen naar Antwerpen en Poperingen.
Oorspronkelijk beschikte het station over een grote, overdekte spoorhal van staal en glas, overgehaald van het station Antwerpen-Oost (heden Antwerpen-Centraal) en in 1950 afgebroken.
Bakstenen lijstgevel met verwerking van zandsteen onder meer in muurbanden, omlijstingen, decoratie,... en arduin onder meer in plint, kordonvormende lijsten en lekdrempels, deuromlijstingen, decoratieve elementen,...; houten kroonlijst boven brede fries met noppen en hoekblokjes. Monumentaal middenrisaliet met hoofdinkom onder tentdak, uitgewerkt met dakvenster onder rondbogig fronton en met bekronende -oorspronkelijke- uurwerktoren onder torenhelm met uivormig spitsje; gevelbeëindiging met zware, gedecoreerde fries, geflankeerd door arkels.
Zijvleugels verticaal gemarkeerd door lisenen met diamantpuntdecoratie en boogvormig frontonnetje; risalietvormende puntgevels onder aandak; drie traveeën ten zuiden van hoofdinkom, eertijds telegrafie met afzonderlijke inkom. Twee uiterst zuidelijke traveeën van twee bouwlagen, eertijds woonhuis van de stationschef met burelen; kordons; trapgeveltje in zijgevel; aanpalende muurpartij met op hoek vierkante, massieve uitkijktoren met kantelen en ronde bovenbouw onder kegelvormige spits, laatstgenoemde oorspronkelijk tevens aan het noordelijke uiteinde van het station.
Gecementeerde en beschilderde perrongevel met schijnvoegen, gemarkeerd door rechthoekige spaarvelden waarin telkens de muuropeningen. Rechthoekige en rondboogvormige muuropeningen: in puntgevels onder blind boogveld met geblokte omlijsting op consoles; dakvenster van middenrisaliet met gekoppelde rondboogvensters; deuren van inkom, telegrafie en wachtzalen (perronzijde) in arduinen omlijsting met entablement op (langgerekte) consoles met blad- en diamantpuntmotief, in hoofdinkom samen met zijvensters en bovenlicht gevat in een rondboogvormige geblokte plattebandomlijsting met decoratieve waterlijst.
Bepleisterde en beschilderde inkomhal onder koepelgewelf; classicistisch genspireerde wand- en plafondbekleding; loketten (links) en oorspronkelijke toegang tot wachtzalen eerste-tweede en derde klas (rechts); inmiddels aanpassingen en verbouwingen.
Ten noorden losstaand bijgebouw van twee traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (nokrichting loodrecht op de straat, leien) met tuitgevel en aandak, eertijds opberg- en verwarmingshuis, geflankeerd door rondboogvormige doorgangen, ten zuiden de reizigersuitgang, eertijds afgezet met decoratieve ijzeren overkapping en hekwerk, ten noorden de goederenuitgang, oorspronkelijk gevat in een muurpartij eindigend op een tweede uitkijktoren. Het geheel werd in 1995-1996 gerestaureerd.
Nabijgelegen (noord) voormalig goederenstation, van vierentwintig traveeën en één bouwlaag onder overkragend zadeldak (nok parallel aan de straat) op metalen, opengewerkte kraagstukken, opklimmend tot het eerste kwart van de 20ste eeuw; bestaande uit onderkelderde burelen (drie uiterst zuidelijke traveeën) en goederenloods met verhoogd perron voor lossen en laden. Bakstenen lijstgevel met gecementeerde onderdelen; segmentboogvormige muuropeningen, in loods poorten met metalen bovenlichten.
Interieur: ijzeren, enkelvoudige Polonceau-spanten. Uitbreidingen, zie onder meer metselwerk, gevarieerde kraagstukken; aanpassings- en veranderingswerken onder meer in 1925, in 1953, zie gedichte segmentboog in zuidelijk zijgevel wat duidt op het oorspronkelijk binnenrijden van de treinen,....
Bron: DE SADELEER S. & PLOMTEUX G. 1997: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Turnhout, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16n1, Brussel - Turnhout.
Auteurs: Plomteux, Greet; De Sadeleer, Sibylle
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Plomteux G. & De Sadeleer S. 1997: Station Turnhout [online], https://id.erfgoed.net/teksten/12265 (geraadpleegd op ).