Maalderij van Orshoven: woonhuis en opslagplaats versie 1 - 25.06.2013

Tekst van Maalderij van Orshoven: woon- en pakhuis (https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/393)

Het pand Vaartkom nummer 30-32 vormt een uitzonderlijk voorbeeld van een gecombineerd woon- en pakhuis en is het enige overgebleven 18de-eeuwse pre-industrieel relict in de zone van de Vaartkom. Het werd opgetrokken tijdens het laatste kwart van de 18de eeuw als onderdeel van de urbanisatie die door de stad in 1754 werd opgestart rondom de nieuwe Leuvense binnenhaven na het graven van het kanaal Leuven-Mechelen.

Historiek

In oorsprong was het woon- en pakhuis een onderdeel van de urbanisatie die de Stad Leuven vanaf 1754 doorvoerde in het gebied rondom de Vaartkom, na het graven van het kanaal Leuven-Mechelen of de zogenaamde Leuvense Vaart.

Binnen deze geplande aanleg kwam eerst de zone ten noorden van de kom aan de beurt. Op de Ferrariskaart van Leuven, gegraveerd tussen 1771-1778, staan de bebouwingsblokken van die zone reeds opgetekend, terwijl het gebied van de zuidelijke Vaartkomzijde tot aan de Stapelhuisstraat nog als een blanco open ruimte wordt weergegeven. Dit wordt overigens bevestigd door archiefdocumenten nder meer door een figuratieve kaart van 1775, waarop de respectievelijke terreinen worden aangeduid en omschreven in functie van de percelenaankoop.

Indien mag worden voortgegaan op L. Van Buyten en G. Vandegoor, dan wordt einde 18de eeuw dit pand omschreven als een "huis, stal en magazijn", bewoond door een zekere Anthonius Van Dormael, vermoedelijk te vereenzelvigen met één van de voornaamste graanhandelaars te Leuven. Volgens de lijsten van straten/bewoners/eigenaars en bevolkingsregisters in het stadsarchief Leuven, staat het pand vanaf de jaren 1860 omschreven als woonhuis/molen, bewoond door de familie Van Orshoven, vanaf de jaren 1930 door de familie Van Doren die sinds circa 1927 de hoofdaandeelhouders werden van de zogenaamde 'Molens Van Orshoven' in de Stapelhuisstraat 13-15.

Beschrijving

In opstand vormt het woon- en pakhuis Vaartkom 30-32 een quasi vrijstaand rechthoekig volume, ingeplant met voorgevel aan de Vaartkom en achterin gelegen kleine tuin met lagere annexe en muurafsluiting aan de Stapelhuisstraat. Van het type breedhuis, afgedekt door een zadeldak (pannen/leien), telt het drie bouwlagen en in het totaal elf traveeën, tussen begrenzende zijpuntgevels. Verankerde baksteenbouw werd gebruikt met verwerking van zandsteen voor de plint, de omlijstingen, de gedichte steigergaten en de vierkantmotieven (voormalige openingen?) tussen de twee bovenste bouwlagen. Verder ook voor de rechter hoekbelijning in kettingverband (zie de zijgevel die van oudsher fungeerde als eindgevel aan de vroegere Lijntrekkersstraat).

De voorgevel vertoont een sobere en regelmatige ordonnantie, met dubbelhuisopstand en bijkomende rechtertoegang voor het woongedeelte en een brede poort in de laatste travee van het pakhuis. De rechthoekige vensters met hardstenen onderdorpels waren blijkbaar volgens oude afbeeldingen voorheen op alle bouwlagen gevat in een vlakke band- (of geschilderde) omlijsting, maar ten tijde van de bescherming enkel op de begane grond en beschilderd. In het woonhuis is er vernieuwd raamwerk; de vensters van het pakhuis zijn sporadisch volledig maar overwegend deels gedicht en voorzien van ramen met kleine roedenverdeling. De toegangsdeuren zijn gevat in een vrij brede geriemde zandstenen omlijsting met neuten en oren met drop en voorzien van een trapeziumvormige sluitsteen. De derde travee omvat een steektrap en bewaarde houten paneeldeur met uitgehold spiegelmotief, onder een tandlijst en een bovenlicht met waaiervormige roedenverdeling. Het brede pakhuispoort is gevat in een vernieuwde hardstenen schouderboogvormige omlijsting, te dateren tweede helft van de 19de eeuw. De houten kroonlijst heeft modillons als gevelbeëindiging.

De zijgevels hebben aandaken en muurvlechtingen. De oostgevel diende oorspronkelijk als een scheidingsgevel met het ernaast liggende pand - geteisterd tijdens de Tweede Wereldoorlog - en blijkbaar naderhand doorbroken met openingen (zie sporen en ontlastingsbogen), die ten tijde van de bescherming blind zijn. De westgevel heeft een kenmerkend uitzicht van pakhuisstructuur: een centrale opeenstapeling van laadvensters, voorzien van houten luiken en nog deels van hekwerk, in de top met overluifeld hijssysteem; de kleinere openingen aan weerszij werden naderhand gedicht.

De achtergevel met pakhuistraveeën gaat verscholen achter de monumentale recente silo's van de voormalige Molens van Orshoven en de Artoisbrouwerij. Voorts hebben ze een meer eenvoudige uitwerking en nagenoeg dezelfde ordonnantie, behalve op de begane grond conform wijziging in brede gekoppelde venster-deurtravee, ook aangegeven door het ontlastingssysteem en de bouwnaden. De rechthoekige deur is gevat in een vlakke arduinen omlijsting, deels gedichte openingen in de bovenbouw en houten luiken in de laatste vier traveeën van de bovenste bouwlaag. Uiterst links bevindt zich een later toegevoegde kleine aanbouw.

Interieur

Intern heeft het gebouw zijn originele ruimte-indeling met woonhuis-/pakhuisgedeelte tot op heden weten te behouden.
Het woonhuis vertoont op de begane grond een traditionele planschikking met salons en smallere kamers aan weerszijde van een gang, waar haaks het trappenhuis op aansluit; het belendende gedeelte met vroegere eetkamer fungeerde vermoedelijk in oorsprong als kantoor- of handelsruimten, toegankelijk vanuit de Vaartkom via een aparte smalle gang.
Van de originele 18de-eeuwse inrichting getuigen nog de elegante eikenhouten bordestrap in rococostijl, met sierlijk rocaillevormig uitgewerkte trappaal, vrij slanke balusters en behouden lambrisering onder de trapboom, verder ook houten deuren en de stucplafonds met sober lijstwerk. In de loop van de tweede helft van de 19de eeuw kreeg het interieur ook een eclectische aankleding, onder meer in de salons in enfilade met een predominante neoclassicistisch getint decor in de stucplafonds en de lambriseringen met sierlijke reliëfs. Bleven verder nog bewaard: een supraporte met geschilderde puttivoorstelling, schouwen in neobarokke en neoclassicistische stijl en een houten parketvloer met visgraatmotief. Veeleer soberder van uitvoering zijn de kamers met eclectische marmeren schouwen op de bovenverdieping, terwijl de gelijkvloerse vroegere eetkamer een eerder rustieke inrichting kreeg met imposante neobarokke schouw. De bovenste verdieping fungeerde eertijds blijkbaar als pakzolder (zie luiken).

Het pakhuis behield nog volledig zijn traditionele houten structuur en functionele indeling met stapelplateaus. Het betreft hier een typerende houten skeletbouw met ruw afgewerkte smalle kolommen voorzien van schoorbalken als schraging van de balklagen en de bevloeringen. Het gebouw bevat over zijn totale lengte nog de oorspronkelijke doorlopende houten kapconstructie met sporenkappen, in het pakhuis met volledig open dakstoel.

Bibliografie

  • Archief Onroerend Erfgoed: Vaartkomsite, beschermingsdossiers Vaartkomsite deel I en deel II (13.11.2002).
  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief: dossier 123184A; Kaarten en Plannen, C6084, C3904; Fotocollecties: Vaart en Vaartkom.
  • CRAB J., e.a., Leuven, een stad die groeit. Een gemeenschap bouwt aan haar milieu, tentoonstellingscatalogus, Leuven, 1975, p. 74-96.
  • CRESENS A. 1997: De Leuvense Vaart en de stapelhuizen, IWE, 3, 12-15.
  • MONDELAERS, L. & VERLOOVE C i.s.m. VAN ROY D., VAN DAMME M. & MEULEMANS K. 2009. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie Vlaams-Brabant. Leuven binnenstad. Herinventarisatie. Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. VLB2 (onuitgegeven werkdocument).
  • VAN BUYTEN L. 1985: De Leuvense stadsfinanciën onder het Oostenrijks Regiem (1713-1794), deel 1, Arca Lovaniensis. Jaarboek 11, Leuven.
  • VAN BUYTEN L. 1987: De Leuvense stadsfinanciën onder het Oostenrijks Regiem (1713-1794), deel 2, Arca Lovaniensis. Jaarboek 14, Leuven.
  • VAN BUYTEN L. 1989: Leuven anno 1789, Winksele (tentoonstelling 10 maart-4 april 1989, Leuven).
  • VANDEGOOR G. 1998: Het kanaal Leuven-Mechelen in heden en verleden (1750-2000), Winksele.


Bron: Beschermingsdossier DB002179, Maalderij Van Orshoven: woonhuis en opslagplaats (digitaal dossier)
Auteurs:  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum: 2002

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed: Maalderij van Orshoven: woon- en pakhuis [online], https://id.erfgoed.net/teksten/146828 (geraadpleegd op 05-12-2020)