Grote Duitse bunker bij een hoeve aan het Middelkerkegeleed op 850 meter ten zuidwesten van de kerk van Wilskerke, op 1400 meter ten zuidoosten van de kustlijn bij Middelkerke.
Duitse bunker die fungeerde als commandopost voor de bevelhebbers van een regiment met observatietoren op het dak. De bunker is in de zomer van 1917 opgetrokken bij een hoeve, die op Belgische militaire stafkaarten stond aangeduid als 'Pigeonnier' (duiventil). Op dat moment lag Wilskerke in het gebied van de Derde Marinedivisie.
Deze bunker zou zijn opgetrokken door opgeëiste arbeiders, aldus de bewoner. De constructie was goed gecamoufleerd: op het dak was een vals zadeldak gecreëerd, waarop hetzelfde type dakpannen lag als op het dak van de nabijgelegen schuur, aldus een Duitse foto waarop ook de houten buitenbekleding van de bunker goed te zien is. De openingen in de koepel waren bedoeld als observatie-openingen. Opvallend zijn de bewaarde betonnen luiken in de zijmuren.
Tegen de noordoostelijke hoek van de bunker was een aanbouw gerealiseerd. In de onmiddellijke omgeving was nog heel wat militaire infrastructuur ingericht, waaronder barakken. Er liepen verschillende telefoonverbindingen naar deze hoeve. Op een luchtfoto van 2 juni 1918 is te zien hoe verzorgd de site erbij lag, met aangelegde tuin net vóór (ten zuidwesten van) de bunker en tussen de twee dwarsschuren.
De bunker werd volgens de bewoner tijdens de Tweede Wereldoorlog opnieuw gebruikt. Er werd toen onder meer een bakstenen gaarkeuken toegevoegd, die ten dele bewaard is. In 1961 zou een enorme voorraad aan munitie uit de Tweede Wereldoorlog teruggevonden zijn onder een valse bodem.
Min of meer rechthoekige betonnen militaire constructie van grosso modo 23 op 12 meter, met iets smaller noordoostelijke gedeelte. Het beton is gegoten tegen een houten bekisting. Het dak is minimum twee meter dik en bevat ijzers aan de dakrand voor de bevestiging van camouflage (vals dak).
Op het gelijkvloerse niveau, in de zuidoostelijke hoek (onder de betonnen koepel) zitten drie openingen, die naar buiten toe verbreden, net zoals in de betonnen koepel zelf. In de noordoostelijke hoek zit nog een bijkomende schietopening.
Doorheen, in de lengte van de bunker loopt een gang, die de bunker in twee verdeelt, met aan de twee uiteinden van de gang telkens een chicane-vormige toegang, die beiden beschermd worden door het iets breder westelijke deel van de bunker. Het oostelijke deel bestaat uit drie ruimtes. Aan de zijkanten zitten telkens twee grote openingen, die naar buiten toe verbreden. Bij enkele openingen zijn betonnen luiken, bevestigd aan ijzers, bewaard gebleven.
De betonnen koepel op het dak van de bunker kan bereikt worden via klimijzers aan de oostelijke zijde. Deze koepel bevat een toegang aan oostelijke zijde en drie openingen aan westelijke zijde, die vermoedelijk dienden voor observatie. Het dak van deze koepel verhoogt naar het oosten toe. Hierop stonden oorspronkelijk twee schouwtjes, waarvan er één ter plaatse is gebleven.
De bakstenen restanten dateren vermoedelijk uit de Tweede Wereldoorlog.
Auteurs: Decoodt, Hannelore
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Decoodt H. 2014: Duitse regimentscommandopost [online], https://id.erfgoed.net/teksten/164589 (geraadpleegd op ).