Verdedigingswerk, bestaande uit twee betonnen posten aan weerszijden van de Dijkstraat, die door middel van een gang in de dijk met elkaar in verbinding staan. Gelegen net ten zuidoosten van de hoeve op adres Dijkstraat 33. Net ten westen van deze dubbele constructie is nog een bijna volledig ondergrondse betonnen post bewaard.
Duitse bunkers opgericht als onderdeel van de 'Hollandstellung', een verdedigingsstelling die de Duitse bezetter vanaf 1916 liet aanleggen uit vrees voor een geallieerde aanval vanuit het neutrale Nederland. Tussen de zee en Strobrugge (Maldegem) werd deze linie aangelegd door de Duitse marine, vanaf Strobrugge tot Vrasene door de Duitse landmacht. De zone tussen Leestjesbrugge en Strobrugge lijkt een overgangsgebied tussen beiden te vormen.
Ter hoogte van het Leopoldkanaal en Schipdonkkanaal zouden er oorspronkelijk langs beide zijden in totaal 14 bunkers opgetrokken zijn, volgens een min of meer alternerend ritme. De bunkers aan het Leopoldkanaal zijn opgetrokken aan de hand van gewapend beton, dat gegoten is tussen een houten bekisting. Deze bouwwijze en de gehanteerde types zijn kenmerkend voor de Duitse marine. De constructies ten zuiden van het Schipdonkkanaal zijn voornamelijk opgetrokken met betonblokken, een bouwwijze die vooral door de Duitse landmacht werd toegepast. Zij hanteerden ook andere bouwplannen. Of deze constructies aan het Schipdonkkanaal dan ook effectief door de landmacht zijn opgetrokken, is niet zeker.
Het betreft hier een flankerende geschutspost tegen de zuidelijke berm van de dijk, die in verbinding zou staan met de dubbele betonnen post aan de noordelijke zijde van de dijk. Samen met de nabijgelegen manschappenbunker vormden ze een steunpunt, die aan noordelijke zijde met prikkeldraad was omgeven.
Oorspronkelijk waren er drie dergelijke geschutsposten opgetrokken langs het Leopoldskanaal op een afstand van 1300 meter. De geschutspost langs de Waaktdijk is afgebroken. De geschutsposten waren vermoedelijk bedoeld voor een kanon dat gemonteerd moest worden op een plaataffuit. Ze hebben een flankerend schootsveld zowel in westelijke als in oostelijke richting, langs het tracé van het kanaal.
Deze geschutspost zou in verbinding staan met de betonnen post aan de overzijde van de dijk. Het zou gaan om een type bunker, die meermaals is opgetrokken door de Duitse marine. Opvallend bij dit type is de opening in het dak, die bereikt kon worden via klimijzers. In dit type zijn vaak ijzeren elementen bewaard, waaronder een stoeltje en een in het beton verankerde stalen steun met haak voor het bevestigen van een zoeklicht of schaarverrekijker. Anderen menen dat hierop een mitrailleur kon bevestigd worden, die zodoende als luchtafweer kon gebruikt worden. Dit type was aan vijandelijke zijde eveneens voorzien van een schietopening, die vermoedelijk met een stalen luik kon afgesloten worden (cf. de bewaarde ijzeren elementen).
De geschutsbunker werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt, onder meer door Duitse militairen in het najaar van 1944.
Grote betonnen militaire constructie tegen de zuidelijke berm van de dijk ten noorden van het Leopoldkanaal opgetrokken. Deze constructie staat in verbinding met een kleinere betonnen post aan de noordzijde van de dijk. Beide constructies zijn vervaardigd uit beton, dat in een houten bekisting gegoten is. Het dak van beide constructies is met gras begroeid. De muuropeningen zijn dichtgemaakt en de bunker is bijkomend aangeaard in functie van de inrichting als vleermuizenschuilplaats.
De constructie tegen de zuidelijke berm van de dijk heeft een rechthoekig grondplan van 15 x 8 meter. Toegangen aan noordelijke zijde (Dijkstraat) die via een geknikte gang toegang verschaffen tot vier ruimtes. Aan de westelijke en oostelijke zijkant zit telkens een min of meer vierkante opening die naar buiten toe verbreedt van 50 tot 100 centimeter. Aan de buitenzijde worden deze openingen telkens geflankeerd door drie kleine uitsparingen. In het plafond boven de vier ruimtes zouden één of twee verluchtingsopeningen zitten.
De westelijke toegang van de bunker sluit aan op een overdekte betonnen loopgraaf, die onder de weg door in verbinding staat met de dubbele betonnen post aan de andere zijde van de dijk. Deze constructie zou uit twee ruimtes bestaan, met telkens een (schiet)opening aan noordelijke zijde. Aan de buitenzijde van de schietgaten zijn ijzers te zien. De bunker zou twee openingen in het dak hebben, die men via klimijzers zou kunnen bereiken.
Auteurs: Decoodt, Hannelore
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: DECOODT H. 2015: Duitse geschutspost met bijhorende militaire post [online], https://id.erfgoed.net/teksten/175688 (geraadpleegd op ).