Bovengrondse betonnen militaire constructie op akker ten zuiden van de Ledestraat, ten zuiden van Ledestraat 60, net ten oosten van de grens Kaprijke-Assenede. In de onmiddellijke omgeving zijn nog vele bunkers te zien.
Deze bunker is opgericht als onderdeel van de 'Hollandstellung', een verdedigingsstelling die de Duitse bezetter vanaf 1916 langs de Nederlandse grens liet aanleggen uit vrees voor een geallieerde aanval vanuit het neutrale Nederland. Tussen de zee en Strobrugge (Maldegem) werd deze linie aangelegd door het 'Marinekorps Flandern'. Vanaf Strobrugge tot aan de aansluiting met de 'Stellung Antwerpen' in Vrasene werd de linie uitgebouwd door de Duitse landmacht.
De 'Hollandstellung' was het sterkst uitgebouwd tussen Strobrugge en het Kanaal Gent-Terneuzen. Vanaf Strobrugge splitste de 'Hollandstellung' in een 'Vorstellung' langs het Leopoldkanaal, een 'vorgeschobene Linie' met de zogenaamde voorpostenbunkers en tenslotte de 'Hauptkampflinie' of 'Haupt Hollandstellung'. Tussen de voorpostenlijn en hoofdverdedigingslijn was er een dubbele prikkeldraadversperring aangelegd.
Deze bunker maakte deel uit van de hoofdverdedigingsstelling, die anderhalf à twee kilometer achter de voorpostenlijn was uitgebouwd. Deze stelling liep iets ten zuiden van Balgerhoeke, langs de voormalige spoorlijn 58 ten westen van Eeklo richting Oostveldstraat en Antwerpse Heirweg tot Heide ten zuiden van Lembeke en Oosteeklo, via Tervenen tot Kluizen en Doornzele bij het Kanaal Gent-Terneuzen.
De hoofdverdedigingslijn tussen Strobrugge en het Kanaal Gent-Terneuzen kent een grote densiteit aan bunkers, in bepaalde zones zoals ter hoogte van Heide (grondgebied Oosteeklo en Lembeke) op nauwelijks enkele tientallen meters van elkaar gepositioneerd. De bunkers wisselen af qua typologie. Ze zijn duidelijk opgetrokken aan de hand van bepaalde standaardontwerpen, maar kunnen niettemin variëren in hun uitvoering. De landmacht maakte gebruik van geprefabriceerde betonstenen die, verankerd met ijzers, dienden als gietkoffer waartussen beton gestort werd. Het plafond is meestal gegoten op ijzeren profielen waartussen houten planken waren aangebracht.
De opening in de noordelijke muur zou bedoeld zijn als observatie-opening.
Betonnen militaire constructie met nagenoeg rechthoekig grondplan van 8,2 op 7 meter, met een bijkomende uitsprong aan noordelijke zijde en een betonnen trap aan zuidelijke zijde om het dak te bereiken. Rondom rond de bunker ligt een betonnen pad. De constructie is opgetrokken aan de hand van betonstenen. De randen van het dak zijn afgerond. Het plafond is verstevigd met stalen profielen, die deels uitgebroken zijn, waardoor de stalen bewapening in het betonnen dak zichtbaar zijn.
Twee toegangen aan zuidelijke en westelijke zijde vormen de uiteinden van een meter brede geknikte gang met nis en ijzers voor de bevestiging van bedrading. Via deze gang wordt toegang verschaft tot de rechthoekige ruimte van 3 op 2,85 meter, met een bijkomende uitsprong aan noordelijke zijde van 1 op 0,8 meter. In deze kleine ruimte zit een opening in de twee meter dikke voormuur, die naar het midden toe versmalt, zoals een zandloper. Aan de buitenzijde meet deze vierkante opening 0,6 op 0,6 meter. Ter hoogte van deze opening zit er een kleine vierkante opening doorheen het plafond. In de binnenmuren zijn nissen uitgewerkt, door het weglaten van betonstenen.
Auteurs: Decoodt, Hannelore
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: DECOODT H. 2015: Duitse bunker [online], https://id.erfgoed.net/teksten/176208 (geraadpleegd op ).