Monumentaal modernistisch wooncomplex met 205 sociale wooneenheden en elf winkels, in 1938-1939 gebouwd door de huisvestingsmaatschappij Onze Woning naar ontwerp van Gustaaf Fierens.
Het complex is gelegen in het centrum van de stad Antwerpen en bestaat uit enerzijds een hoofdblok op nagenoeg vierkante plattegrond met binnenkoer, omgrensd door Nationalestraat, Kronenburgstraat, Van Craesbeeckstraat en Willem Lepelstraat, en anderzijds een achterliggend lager blok aan de Van Craesbeeckstraat.
De omvang van de gebouwen is opmerkelijk: het is het grootste sociale woningbouwcomplex uit het interbellum in de Antwerpse binnenstad. De appartementen aan de Nationalestraat kijken uit over het Tropisch Instituut, eveneens een groot modernistische complex uit het interbellum,
Het hoofdblok aan de Nationalestraat bestaat uit vier hoge vleugels onder platte daken, geschikt omheen een groot centraal binnenplein, dat toegankelijk is via twee hoge rondboogpoorten in de Van Craesbeeckstraat. Op de hoek Nationalestraat/Kronenburgstraat onderbreekt één lager, ouder pand het complex. De vleugel aan de Nationalestraat telt zeven bouwlagen en is daarmee één bouwlaag lager dan de rest van het complex.
Alle vleugels bevatten wooneenheden, met aan de Nationale- en Kronenburgstraat op de benedenverdieping winkels. Aan de Van Craesbeeck- en de Willem Lepelstraat scheidt een groenstrook met verzorgde lage afsluitingen met buisvormig ijzerwerk, de woningen van de straat af.
Het bouwblok is opgetrokken in betonbouw met gevelparementen van gele baksteen met verzorgd voegwerk. Aan de Nationale- en de Kronenburgstraat vormen de twee onderste bouwlagen een monumentale, met donkerbruine keramische tegels beklede sokkel voor de hoger gelegen, grotendeels uitkragende woonverdiepingen. Daarbij is de tweede sokkelverdieping uitgewerkt als een mezzanino met lagere raampartijen, bedoeld als woonverdieping voor de uitbaters van de onderliggende winkels. De gevels aan de binnentuinzijde zijn afgewerkt met rode baksteen en zichtbare beton voor de balkons.
De horizontaliserende vensterpartijen aan de buitengevels van het bouwblok bepalen het algemene beeld van het exterieur van het complex. In de Willem Lepelstraat zorgen de twee met donkere tegels omlijste smalle deur- en traptraveeën voor verticale accenten. De gevel in de Van Craesbeekstraat is de meest expressieve, met de twee hoge rondboogpoortdoorgangen en de uitspringende balkons die de hoeken accentueren. Architect G. Fierens gaf het eenvormige programma een opmerkelijke afwisseling in de afwerking van elke voorgevel. Geen enkele façade is identiek aan de andere, al worden ze harmonisch met elkaar verbonden door een sterk gelijkende volumewerking met uitkragende zones, die samen met het metselwerk met typische diepliggende voegen de nodige dynamiek verleent.
Terwijl in de straatgevels het horizontaliserende domineert, werden de gevels aan de binnentuin verticaliserend opgevat, met trappenhallen die van onder tot boven verlicht worden door een brede lichtstraat van glas, gevat in een metalen frame en boven elkaar liggende uitspringende betonnen dubbele balkonstroken.
Wat opvalt in dit complex is het verzorgde materiaalgebruik en de verfijnde bouwpolychromie, met een lichte en een warmer getinte gele baksteen, blauwe hardsteen en bruine tegels, die de opbouw van de gevels ritmeert. De detaillering is doordacht en wordt volgehouden in alle exterieur- en interieuronderdelen: het schrijn- en sluitwerk van de deuren, de omlijstingen van de toegangen in blauwe hardsteen met de brievenbussen, huisnummers, voetenschrapers, parlofoons; de afgeronde tegels die als omlijsting van de ramen fungeren, de winkelvitrines met telkens een grote en kleinere etalage, de cementtegels met kleurig art-decomotief in onder meer de gemeenschappelijke gangen, de monumentale poortvleugels aan de Van Craesbeeckstraat met art deco smeedwerk, de binnenafwerking van gangen. Opvallend zijn de identificatietegeltjes op de hoek van elke gevel met de tekst "G. FIERENS ARCHITEKT K.M.B.A." (de afkorting staat voor Koninklijke Maatschappij der Bouwmeesters van Antwerpen). Deze en andere elementen zijn goed bewaard. Hetzelfde kan evenwel niet gezegd van het vrij eenvoudige schrijnwerk van de ramen, dat grotendeels vervangen is.
Alle wooneenheden lopen door van de straat- tot de binnentuinzijde, zodat ze aan voor- en achterkant worden verlicht. De individuele wooneenheden zijn voorzien van balkonnetjes, die zich bij de vleugel aan de Van Craesbeeckstraat aan de straatzijde bevinden; terwijl die van de andere drie vleugels uitgeven op het binnenplein.
De appartementsblokken zijn zowel aan straat- als aan tuinzijde toegankelijk via een rechthoekige, (aan straatzijde met hardsteen omlijste) deur, verbonden door een gang met liftkoker en trappenhuis. Boven de woonverdiepingen zijn gemeenschappelijke droogzolders ingericht. Onderaan elke balkontravee is een rood geschilderd luikje zichtbaar, uitgespaard in de gemeenschappelijke balkonmuur. Dit verwijst naar een systeem van individuele vuilschuiven
De ruime binnentuin van het hoofdbouwblok wordt omringd door de hoge, donkere en verticaliserende gevels van het complex. De met betontegels verharde koer is centraal voorzien van een groenperkje, naar verluidt oorspronkelijk geflankeerd door fonteinen. De boorden van de vijvers zijn bewaard en worden momenteel gebruikt als bloemenperken. Centraal, een bronzen beeldje van een jongen, gesigneerd "G. Peters". Het beeldje staat op een granito sokkel waarrond zitbanken zijn uitgewerkt (anno 2015 niet meer bewaard in situ).
Het lagere, tweede blok van het complex, gelegen aan de overzijde van de Van Craesbeeckstraat, bestaat uit vijf tot vijf en een halve bouwlagen onder platte bedaking. De gevels zijn afgewerkt met een geel baksteenparement op rood bakstenen sokkel. Elementen herkenbaar van de tuingevels van het hoofdblok, worden hier in de straatfaçade hernomen, namelijk de dubbele verticale balkonrijen en de trappenhuizen die door een groot verticaal vensterregister worden verlicht. Dit zorgt voor een meer kubistisch effect. De luiken van het vuilschuivensysteem zijn in de sokkel zichtbaar. Dit complex bestaat maar uit één vleugel en bevat geen binnenkoer.
Auteurs: Grieten, Stefaan; Hooft, Elise
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: GRIETEN S. & HOOFT E. 2009: Modernistisch wooncomplex [online], https://id.erfgoed.net/teksten/192734 (geraadpleegd op ).