Naar aanleiding van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een woonverkaveling vond binnen het plangebied een archeologisch vooronderzoek plaats in de vorm van een landschappelijk booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek.
In totaal werden 13 landschappelijke boringen uitgevoerd. Over het grootste deel van het plangebied werd eenzelfde bodemsequentie vastgesteld. De boringen vertonen een A(p)-C sequentie waarbij in enkele gevallen 2 A(p)- horizonten vastgesteld werden. Langs de oostelijke grens waren onder de A(p)-horizont verscheidene licht tot donkergrijze lagen aanwezig die waarschijnlijk een restant zijn van de nabijgelegen perceelsgracht en de lager gelegen natte gronden ten oosten van het plangebied. Op de noordwestelijke hoek van perceel 727P werden de boringen gestaakt vanwege de aanwezigheid van puin.
In het westelijk deel bevond de C-horizont zich op ca. +3,8 m TAW, om te stijgen naar het centrale deel tot ca. +4,6m TAW en opnieuw te dalen richting het oosten tot ca. +3,4 m TAW. Het maaiveldniveau volgt grotendeels dit verloop, doch minder uitgesproken wat vermoedelijk het gevolg is van decennialange landbouwpraktijken.
De bodemkundige waarnemingen uit het proefsleuvenonderzoek sluiten aan bij de waarnemingen uit het landschappelijk booronderzoek. Zo werd over het grootste deel van het terrein een Ap-C bodemsequentie waargenomen. In het centrale deel bestond de teelaarde slechts uit één A(p)-horizont, meer naar het oosten en westen toe uit 2 A(p)-horizonten. Langs de oostelijke grens werden onder de teelaarde een donkerbruingrijze laag met een dikte van ca. 30 cm waargenomen die gerelateerd kan worden aan de nabijgelegen perceelsgrens en de lager gelegen nattere gronden ten oosten van het plangebied. Het noordelijk deel bleek tot een diepte van ca. 2m ten opzichte van het maaiveld verstoord te zijn.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden 34 archeologische sporen aangetroffen. De meeste sporen zijn geconcentreerd in het westelijk deel van het plangebied, langs de Konijnenstraat. Ze maken deel uit van een rurale site die in het oosten begrensd wordt door een gracht. Tijdens het
onderzoek werd minstens 1, mogelijk 2 structuren herkend. Vondstmateriaal uit de gracht dateert de gracht (en de site) ruim in de volle middeleeuwen, 10de -13de eeuw. Daarnaast werden in de uiterst noordoostelijke hoek enkele paalsporen met onbepaalde datering aangetroffen die mogelijk deel uit maken van een vierpalige spieker. Vanwege de afwezigheid van andere sporen gaat het hier waarschijnlijk eerder om een solitaire structuur.
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Acke & Bracke bvba
Je kan deze tekst citeren als: S.N. 2022: Loutersveld [online], https://id.erfgoed.net/teksten/370637 (geraadpleegd op ).