Blikstraat Wijnegem

Tekst van Blikstraat (https://id.erfgoed.net/waarnemingen/988643)

Rond de 6de eeuw ontstaat er een Merovingische bewoningsplaats ter hoogte van de noordwestelijke hoek van het project gebied. Hiervan werd vermoedelijk alleen maar de periferie opgegraven: bewoningssporen bestaan uit een waterput, een waterkuil, een langwerpige kuil, drie greppels en minstens twee gebouwplattegronden.

Deze nederzettingssporen bevonden zich op de matig droge lemig zandbodems die in de noordelijke richting begrensd werden door de vallei van het Klein Schijn waar natte lemig zandbodems aanwezig waren. Dit valleigebied was bedekt door een elzenbos, terwijl het projectgebied op de rand lag van een droog bos in combinatie met open gronden. Deze open gronden waren meer dan waarschijnlijk bedekt door grasland. In de vroegmiddeleeuwse archeologische structuren werden weinig sporen van rogge teruggevonden. Ofwel wijzen deze resultaten erop dat de focus toen lag op het telen van andere gewassen, ofwel toont het net aan dat er in de nabije omgeving van het projectgebied geen akkers aanwezig waren. Hoe we deze vroegmiddeleeuwse site vervolgens mogen interpreteren blijft dus onduidelijk. Bovendien is nog onzeker of de aangetroffen structuren, hoewel zij voorlopig een vroegmiddeleeuwse datering kregen, allen gelijktijdig functioneerden.

Uit natuurwetenschappelijk onderzoek blijkt dat de ontginning van het bosgebied in de middeleeuwse periode werd doorgezet. Zo vond er een verschuiving plaats van een bosrandsituatie naar een open tot halfopen landschap. Verscheidene structuren kunnen met deze ontginningsperiode in verband worden gebracht.

Ten slotte zijn er nog aanwijzingen voor de aanwezigheid van een postmiddeleeuwse weg, opgebouwd uit twee parallelle greppels.


Auteurs:  Jacobs, Bart
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Provincie Antwerpen (Prov Antw)


Je kan deze tekst citeren als: JACOBS B. 2023: Blikstraat Wijnegem [online], https://id.erfgoed.net/teksten/426872 (geraadpleegd op ).