Parochiekerk Sint-Veerle

Tekst van Ex situ heropgebouwde parochiekerk Sint-Veerle (https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/78454)

Parochiekerk toegewijd aan Sint-Pharaildis (Sint-Veerle). Niet georiënteerd bedehuis in 1922-1923 heropgebouwd ten westen van het nieuwe Sint-Veerleplein. Langs het Sint-Veerleplein afgezoomd door deels recent bakstenen muurtje en overige zijden door middel van lage haag.

Geschiedenis

Circa 1180: afstammelingen van Volcraven, heer van Lampernisse laten een kapel bouwen op zo'n drie km ten oosten van de kerk van Lampernisse. Deze kapel vormt de basis voor de latere parochie "Volcravenkinderkerk". Circa 1244: "Volcravenkinderkerke", het latere Oostkerke wordt een zelfstandige parochie. Het kapittel van Sint-Omaars (Noord-Frankrijk) verkrijgt het patronaatsrecht van de kerk. 15de eeuw: de vooroorlogse kerk was een gotische éénbeukige kerk, vermoedelijk uit de 15de eeuw, met ingebouwde westtoren. Op een niet nader te bepalen tijdstip wordt de kerk aan de noordzijde uitgebreid met een Onze-Lieve-Vrouwkoor en een sacristie in het verlengde van het hoofdkoor.

Circa 1843: op de Atlas der Buurtwegen is de plattegrond van de éénbeukige kerk met het Onze-Lieve-Vrouwkoor aan de noordoostelijke zijde en de aangebouwde sacristie duidelijk weergegeven. Vóór de Eerste Wereldoorlog: éénbeukige gotische bakstenen kerk onder leien zadeldak met ingebouwde westtoren van drie geledingen met ingesnoerde naaldspits. Ten noordoosten, Onze-Lieve-Vrouwkoor van drie traveeën onder leien zadeldak met aangebouwde sacristie en aan de westzijde een calvarie. 1914-1918: door de ligging dicht bij de gestabiliseerde frontlinie wordt de kerk samen met de volledige dorpskern tijdens de Eerste Wereldoorlog in puin geschoten. Een aantal kunstvoorwerpen worden echter in veiligheid gebracht in het hospitaal van Dr. Depage in De Panne. Zowel tijdens als na de oorlog doet de kerkruïne dienst als groeve voor bouwmateriaal.

1922-1925: de verwoesting van het dorp is dermate groot dat na de Eerste Wereldoorlog beslist wordt om Oostkerke her op te bouwen ten noorden van de voormalige dorpskern. De parochiekerk wordt heropgebouwd naar een nieuw ontwerp van de architecten F. De Montigny en L. Somers (Antwerpen) met inslag van de regionale baksteengotiek. 17 september 1923: Mgr. Waffelaert wijdt de kerk in. 21 september 1924: de kerk wordt onder de bescherming geplaatst van het Heilig Hart. Bij deze gelegenheid wordt een Heilig Hartbeeld boven het portaal geplaatst.

Beschrijving

De plattegrond ontvouwt: voorgeplaatste vierkante oosttoren, driebeukige hallenkerk van vier en een halve travee, zijkoren met rechte koorsluiting en hoofdkoor van één travee met driezijdige koorsluiting. In het verlengde van het zuidkoor: sacristie van twee traveeën op rechthoekige plattegrond onder leien zadeldak en bergruimte onder leien schilddak haaks achter het noordkoor ingeplant. Omlopend druippad in baksteen. Gele baksteenbouw en afdekking door middel van leien zadeldaken. Aansluitend bij de regionale baksteengotiek. Slanke voorgeplaatste oosttoren van drie geledingen gemarkeerd door zware versneden hoeksteunberen en leien torenspits met windvaan. Onderste geleding: geprofileerd bakstenen spitsboogportaal onder dito druiplijst met erboven geprofileerde oculus. Tussen beide, later toegevoegd natuurstenen Heilig Hartbeeld onder dito baldakijn met op de sokkel het opschrift "OOSTKERKE AAN 'T H. HERTE". Tweede geleding met grote geprofileerde rondboognis op afzaat met rechthoekig torenluik en oculus. Derde geleding met licht afgeschuinde hoeken, geprofileerd spitsboogvenster met ingeschreven rondboogvormige galmgaten en borstwering. Zijbeuken en koren: veralgemeende toepassing van geprofileerde spitsboogramen (drielichten) op afzaten en tuitgevels op schouderstukken met aandaken en muurvlechtingen. Zijgevels geritmeerd door versneden steunberen en dito spitsboogramen. Sacristie en bergruimte: bolkozijnen met natuurstenen onderdorpel, middenstijl en latei.

Interieur. Oosttoren met houten balkenzoldering op witte natuurstenen consoles. Witbepleisterde hallenkerk. Geprofileerde spitsboogarcade op bakstenen zuilen met achtzijdige kapitelen in blauwe hardsteen en dito basementen op bakstenen sokkels. Overwelving van schip en koren door middel van met gouden sterren beschilderd houten spitstongewelven op houten kroonlijst en verzorgde metalen trekstangen. Afdekking hoofdkoor door middel van beschilderd houten straalgewelf met de voorstelling van Christus geflankeerd door een wijze en een domme maagd met banderollen met het opschrift "DEZE IS EEN WIJZE MAAGD - EEN VAN 'T GETAL DER VOORSICHTIGEN " en "KOM O BRUID VAN CHRISTUS - ONTVANG DE KROON U VOORBEREID". Dit iconografische programma van de maagden werd ook in het schip verder gezet, maar is nu overschilderd.

Mobilair. Arduinen 17de-eeuwse grafsteen met het opschrift "Sepulture van Cornelis Willems F. Frachois die overleet den VII meye 1631 ende van Ianneken F. Lodewyck Pranghe den voor Cornelis Huysvr. die over. XVI". Twee vroeg 18de-eeuwse schilderijen, respectievelijk 'Heilige Mattheus' en 'Heilige Lucas', olie op doek, toegeschreven aan de Vlaamse school en in 1716 geschonken door pastoor de Mulder (zie opschrift) als onderdeel van een reeks van vier. Voorts voornamelijk mobilair met neogotische inslag van de jaren 1920: verzorgd natuurstenen hoofdaltaar met basreliëf, zuiltjes met knoppenkapitelen en houten retabel met medaillons van de vier evangelisten. Dito, maar soberdere zijaltaren, talrijke polychrome heiligenbeelden van 1925 naar ontwerp van beeldhouwer J.F. Lelan-Declerck (Kortrijk), neogotische preekstoel, biechtstoel, communiebanken en arduinen doopvont met smeedijzeren hekwerk. Verzorgde neogotische glasramen naar ontwerp van Camille Wybo (Doornik): in het schip de voorstelling van de 10 geboden; in de oostelijke gevel twee oculi met enerzijds de allegorie van "Geloof - Hoop - Liefde" en "Dood - Oordeel - Hel - Hemel" anderzijds; boven de altaren respectievelijk "Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart" en "De dood van Sint-Jozef"; in het hoofdkoor: achtereenvolgens "Kersttafereel", "Jezus sterft aan het kruis", de "Verrijzenis" en in de venstertraceringen bovenaan taferelen van het Oude Testament.

  • CARNIER M., Bidplaatsen, sine loco, 1999, 169.
  • DELPUTTE P., Oostkerke, wetenswaard bij het ontstaan van Oostkerke, in Rond den Beverinck, jaargang 1, nummer 1, 2001, 21-23.
  • DEMOEN H., Het Diksmuidse van toen, Een verzameling beknopte historische gegevens, aangevuld met historische foto's en prentbriefkaarten, Brugge, 1984, 110-115.
  • ROOSE B., Repertorium van bronnen voor kunst- en cultuurgeschiedenis in het archief van de provincie West-Vlaanderen (3de afdeling) 1817-1879, Brussel, 2001, p. 300.
  • ROOSE-MEIER B. & VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische Bedehuizen. Provincie West-Vlaanderen. Kanton Nieuwpoort, Brussel, 1975, 22.
  • S.N., Oostkerke, parel aan de Diksmuidse kroon, in Curiosa, 2000, jaargang 38, nummer 379, 26-30.
  • VANDEWALLE C., Oostkerke, Onuitgegeven tekst, Diksmuide, 2002, 1-2.
  • VINDEVOGEL P., Oostkerke, blik op een polderdorp..., Koekelare, 2003, 10-271.

Bron: Missiaen H. & Vanneste P. met medewerking van Gherardts F. & Scheir O. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Diksmuide, Deel I: Deelgemeenten Diksmuide, Beerst, Esen, Kaaskerke, Keiem en Lampernisse, Deel II: Deelgemeenten Leke, Nieuwkapelle, Oostkerke, Oudekapelle, Pervijze, Sint-Jacobskapelle, Stuivekenskerke, Vladslo en Woumen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL18, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs:  Missiaen, Halewijn, Vanneste, Pol
Datum:


Je kan deze pagina citeren als: Missiaen, Halewijn; Vanneste, Pol: Ex situ heropgebouwde parochiekerk Sint-Veerle [online], https://id.erfgoed.net/teksten/78454 (geraadpleegd op )