Geografisch thema

Vaartdijk-Noord (Stalhille)

ID: 12232   URI: https://id.erfgoed.net/themas/12232

Beschrijving

Het kanaal Brugge-Oostende vormt de natuurlijke zuidelijke grens van Stalhille met Jabbeke. Het kanaal gaat terug op een eeuwoude waterweg de Ieperleet, die het overtollige water uit de moerassige gebieden rond Jabbeke afvoerde. De Ieperleet werd in 1166 gekanaliseerd en bevaarbaar gemaakt, maar zorgde door talrijke overstromingen voor problemen: de overtocht met het ponton naar de kerk van Jabbeke kon niet altijd verzekerd worden. De kronieken hebben het immers over overstromingen in 1240, zodat de bisschop van Doornik, Walter van Marvis, gehoor gaf aan de klachten van de inwoners van Stalhille. Met een oorkonde van de bisschop werd een kerk gesticht in Stalhille in 1249. Pas in de jaren 1336-1339 is er sprake van dijken waardoor de overstromingen achterwege bleven. Als enige verbinding tussen Ieper en Brugge was de Yperleet voor de scheepvaart al vroeg van groot economisch belang. Als gevolg van de toenemende wolhandel tussen Brugge en Engeland werd de Yperleet uitgediept tijdens de jaren 1357 tot 1387. Ca. 1413-1415 volgde een nieuwe verbreding en verdieping. In 1618 werd besloten een kanaal van Gent, via Brugge tot Oostende te trekken, dat tussen Brugge en Plassendale (Oudenburg) gegraven werd in de kronkelende bedding van de Ieperleet. De beide oevers bestonden uit hoog opgeworpen dijken aangelegd boven de zompige moerassige omgeving. Op het einde van de 16de eeuw was ten noordwesten van de strategisch gelegen Stalhillebrug een militaire versterking aanwezig. In 1641 werd de waterweg nogmaals verbreed en verdiept. In 1664 werd de Oostendse Vaart opnieuw verbreed en toegankelijk gemaakt voor oorlogsschepen tot 400 ton.
Tijdens de Oostenrijkse periode werd onder landvoogd markgraaf van Prié in Oostende de Oost-Indische Compagnie opgericht. Men wilde vanuit Oostende de vaart op Indië inzetten, aangezien de Schelde was afgesloten door de Hollanders en de haven van Antwerpen een onbruikbare haven was. Niettegenstaande de Oost-Indische Compagnie in 1727 ontbonden werd, laat Karel van Lorreinen vanaf 1754 belangrijke bagger- en verbredingswerken uitvoeren in de Ieperleet. De nieuwe uitgebaggerde waterweg wordt door de landvoogd in 1768 ingewijd onder de benaming "Nieuwe Reviere".

De Stalhillebrug was steeds een belangrijk knooppunt, waarrond een cluster woningen ontstond. Op de kaart van Pourbus uit 1571 is op de kruising van de Stalhilleweg met het kanaal wel een brug te zien. Of ze draaibaar was of opgehaald kon worden is niet te onderscheiden. Op het einde van de 16de eeuw was op de kruising een militaire versterking gebouwd. Bij het verbreden van de Yperleet in 1618 is er een nieuwe brug gebouwd, die ook de Wynckelbrug genoemd werd. De bevolking mocht geen gebruik maken van de brug, maar moest met een schuit de rivier oversteken. In 1689-1690 wilde het Franse leger zich van deze strategische plaats meester maken. Het Franse bestuur had plannen gemaakt voor de bouw van een nieuwe brug. Door de nederlaag bij Waterloo vielen deze plannen in het water. Pas onder het Nederlandse bewind bouwde men in 1822 een dubbele draaibrug. Deze werd op het eind van de 19de eeuw door een duwdraaibrug vervangen, echter vernield tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ter vervanging werd een ophaalbrug geworpen. In 1928 begon de firma Walraeve uit Gent met het plaatsen van een ijzeren draaibrug die, nauwelijks afgewerkt, weer werd vernield tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tot 1947 gebeurde de verbinding door een dwars geplaatst scheepswrak. Daarna bouwde de Oostendse firma Lauwers een nieuwe houten ophaalbrug, die in 1977 werd gesloopt na de aanleg van de snelweg N377 Jabbeke-De Haan. Het verkeer werd vanaf dan omgeleid via de nieuwe brug in Jabbeke, die maar een kilometer oostwaarts gebouwd was. Onder druk van de bevolking liet Bruggen en Wegen een voetgangersbrug van het Baileytype optrekken voor fietsers en voetgangers (1978). Ondertussen komt er een volautomatische ophaalbrug voor voetgangers en fietsers op de plaats van deze voetgangersbrug; in 2008 zal die in gebruik genomen worden.

Weinig bebouwing langs de weg ten noorden van het kanaal. Aan de nieuwe voetgangersbrug, de nrs. 10-11-12, een rij woningen die op dijk zijn gebouwd, waardoor de achtergevels beduidend lager liggen. Verder enkele 19de-eeuwse hoeves, bv. nr. 16, klein witgekalkt boerenhuis met aansluitende kleine stal, en nr. 15, met een mooi geel bakstenen woonhuis dat in 1897 werd gebouwd ten zuiden van het oudere, witgekalkte langgestrekte woonstalvolume. Nr. 9 is een hoeve met 19de- en 20ste-eeuwse losse bakstenen bestanddelen, waarvan het oudste het langgestrekte, witgekalkte volume van woonhuis en stal is. Nabij deze hoeve, een modern waterzuiveringsstation en pompgemaal.

MONTEYNE G., Stalhille, parel van het Noorden, Jabbeke, 2000, p. 155-159.
VAN EENOO A., Jabbeke. Histories en legenden, deel II, Jabbeke, s.d., p. 240-251.


Bron     : Hooft E. met medewerking van Boone B., Callaert G., De Bodt V. & Santy P. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Jabbeke, Deelgemeenten Snellegem, Stalhille, Varsenare en Zerkegem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL35, (onuitgegeven werkdocumenten).                                                                   
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed


Relaties