Geografisch thema

Dorpsplein

ID
13112
URI
https://id.erfgoed.net/themas/13112

Beschrijving

Centraal dorpsplein gelegen op het kruispunt van de twee hoofdtracés die het dorp doorkruisen. Voor een groot stuk ingenomen door de parochiekerk Sint-Blasius, de hoofdwegen worden omgeleid ten oosten en zuiden van de kerk, een kleinere verbindingsweg loopt langsheen de huizen van de westkant en ten noorden van de kerk. Ten oosten aansluiting met de Kasteelstraat. Voor het overige wordt het dorpsplein ingenomen door parkeerplaatsen, ten noorden en zuiden van de kerk, langsheen de straat en aan de noordzijde van het Sint-Vincentiusinstituut.

Van oudsher de "Plaats" of "Plaetse" genoemd. Tijdens de eerste helft van de 12de eeuw wordt op deze plek een stenen kerk gebouwd, vermoedelijk ter vervanging van een ouder houten kerkje. In het begin van de 16de eeuw wordt de romaanse kerk deels afgebroken en omgebouwd tot laatgotische driebeukige hallenkerk. Wegens grote bevolkingstoename in de tweede helft van de 18de eeuw wordt de kerk in 1777 aanzienlijk vergroot. Op de kaart bij het renteboek van Steurenambacht (1784) wordt de kerk weergegeven als een driebeukige hallenkerk van vier traveeën met middentoren.

Tijdens de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) worden in 1705 door Hollandse soldaten enkele hoeves en huizen rond het dorpsplein in brand gestoken, onder meer de herberg "Drie Koningen" met schuur en de kosterij. Op de Ferrariskaart (1770-1778) wordt reeds een dicht bebouwde dorpskern weergegeven, met centraal de kerk met omringend kerkhof afgesloten door de kerkhofmuur, met de vorming van een klein plein ten zuiden daarvan. Zowel ten noorden, westen, zuiden als oosten van de kerk bevindt zich bebouwing. Tussen het kerkhof en de huizenrij aan de westzijde van het Dorpsplein bevindt zich in de 18de eeuw een kaatsbaan, in diverse bronnen van 1727 tot 1783 wordt regelmatig "het Catsspel" of de "bolletra" vernoemd.

Tijdens het ancien régime liggen een vijftal herbergen rond het dorpsplein. "Den Handboog", eertijds de "Capitein" genoemd, wordt voor het eerst vermeld in 1544 als "hofstede, wesende een brauwerie", in de Twintigste Penningcohieren van 1571 vermeld als "huus ende scuere [...] ende es een taverne". In de 17de en 18de eeuw fungeert de herberg als wethuis. In 1787 wordt voor het eerst de handbooggilde vermeld, met lokaal in het "Handbogenhof". In 1788 wordt de herberg volledig afgebroken en herbouwd. In 1993 wordt de oude herberg, gelegen op de hoek met de Stationsstraat, gesloopt en vervangen door een nieuw appartementsgebouw. De brouwerij bevindt zich langsheen de Kasteelstraat (nummer 2), de brouwer had recht van uitweg achter de huizen langs het dorpsplein. Herberg "De Drie Koningen" (nummer 3) klimt op tot de 16de eeuw, in 1705 wordt het huis in brand gestoken door Hollanders en terug heropgebouwd. In 1717 komt voor het eerst de naam "de drye coninghen" voor. In de 18de eeuw is de "Gilde der Bosseniers" gevestigd in de herberg "De drye Coninghen", in 1748 wordt er een "schutterije" vermeld. In het begin van de 19de eeuw is het lokaal overgebracht naar herberg "het Bossenhof" (Winkelsestraat). De bijhorende brouwerij bevond zich noordelijker en is verdwenen in 1911.

Herberg "Den Beer" wordt voor het eerst vermeld in 1694 als "maison et cabaret appelé L'Ours", toebehorend aan dorpsheer Boudewijn Bridoul en voorheen aan de familie de Beer. De herberg gaat eveneens in 1705 in vlammen op. In de 19de eeuw is er opnieuw een herberg gevestigd, "den Grooten Bak" of "Hof van Commerce" genoemd. In 1986 wordt het eenlagige pand, gelegen ten noorden van de kerk, gesloopt. Aan de noordzijde van het Dorpsplein (hoek met Izegemsestraat) wordt in 1758 een nieuwe herberg opgericht die gedurende de 19de en 20ste eeuw tot 1966 zal dienst doen als gemeentehuis. In 1977 wordt deze afgebroken om plaats te maken voor een appartementsgebouw. Ook op de hoek met de Kasteelstraat bevindt zich tijdens de 18de eeuw een herberg.

In 1811 wordt onder impuls van pastoor De Beir ten zuiden van het dorpsplein een klooster opgericht, met de bedoeling een armenschool te starten. Daarvoor worden enkele huizen in het begin van de Stationsstraat aangekocht, onder meer de "Maegdenhuizekes". De schoolgebouwen worden in 1835 uitgebreid. In 1837 laat pastoor De Beir op zijn kosten de kapel bouwen.

In 1820 wordt een stuk van het dorpsplein gekasseid. Op de Atlas der Buurtwegen (1847) wordt duidelijk dat het plein ten zuiden van de kerk drastisch verkleind is, dit vermoedelijk door de vestiging en uitbreiding van de kloosterschool (zie Heulsestraat).

In 1890 wordt de Izegemsestraat heraangelegd als steenweg. Daarbij wordt ook het gedeelte van de weg ten oosten van de kerk, aansluitend op de Kasteelstraat en de Stationsstraat, heraangelegd.

In 1883 wordt het kerkhof, dat rondom de kerk op het Dorpsplein gelegen was, verplaatst naar de Ingelmunstersestraat. De kerkhofmuur is in 1888 al gedeeltelijk ingestort en wordt in 1891 volledig afgebroken. In 1892 wordt een nieuwe afsluiting dichter bij de kerk geplaatst, een ijzeren hekken op arduinen voet, wat opnieuw zorgt voor een verruiming van het Dorpsplein.

Ten noorden van de kerk stond vanouds een huizenrij die de noordkant van het dorpsplein afsloot, onder meer met de 18de-eeuwse baljuwswoning van Joannes Wallays, die is afgebroken na de bouw van het landhuis Dassonville circa 1910-1914, om plaats te maken voor een uitrit van het landgoed. De overige woningen in de huizenrij, onder meer de 18de-eeuwse herberg "Hof van Commerce", worden afgebroken in 1986 (nog voorkomend op oude prentkaart begin 20ste eeuw als huisjes van één en anderhalve bouwlaag).

Op de plaats van het huidige nummer 8 (thans OCMW) staat eertijds de brouwerij die hoorde bij de herberg "De Drie Koningen". Achter de brouwerij stonden een viertal kleine woningen, gekend als "het Klein Begijnhof". Omstreeks het midden van de 19de eeuw wordt er een grote woning gebouwd, die in de tweede helft van de 20ste eeuw werd afgebroken voor de oprichting van een nieuw bankkantoor.

In 1914 wordt in het klooster een veldhospitaal ondergebracht, eerst het "Veldlazareth der Saxen nr. 22", later het "Veldlazareth nr. 12 der Pruisen". De Ortskommandantur vestigt zich boven de herberg "De Drie Koningen" (Dorpsplein nummer 3/ Winkelsestraat). Op het parkeerterrein, voor het toenmalige klooster en kostschool, wordt een bunker gebouwd. In 1915 wordt het Dorpsplein en de belendende straten voorzien van elektrische verlichting, uitgevoerd op bevel van de Ortskommandantur door gebroeders Theys uit Gullegem. Vanaf de waterput van de firma Neirynck-Holvoet (Stationsstraat) worden waterleidingen gelegd tot het Dorpsplein en het klooster. Barakken worden opgetrokken als badplaats en als paardenstallen. Ook de brouwerij Nevejan (Dorpsplein) diende een tijdlang als badhuis. Ook na de bevrijding worden in het klooster "veldambulancies" ondergebracht.

Kort na de Eerste Wereldoorlog wordt ten zuiden van de kerk een kiosk opgericht, waar bij gelegenheid concerten konden worden gegeven voor het publiek. De ruimte onder de kiosk doet dienst als brandweerarsenaal. In de periode 1957-1958 wordt de kiosk afgebroken.

In 1955 staat het klooster grond af aan de gemeente waardoor het Dorpsplein kan worden verruimd. In 1963 worden de ijzeren hekkens rond de kerk afgebroken. Op de hoek met de Stationsstraat is een bestaande woning afgebroken om in 1964-1966 vervangen te worden door een nieuw gemeentehuis, naar ontwerp van architect Emiel Allewaert uit Izegem. Ook een stuk van de herberg "De Drie Koningen" verdwijnt, door aanpassing van de rooilijn bij de verbreding van de verbinding met de Winkelsestraat. In 1962-1963 wordt de kasseien bestrating vervangen door asfalt. In de jaren 1997-1998 wordt het gemeentehuis gerenoveerd onder leiding van studiebureau Lannoo-Snoeck.

Woon- en handelsfunctie. Door de brede bestrating en de overvloedige parkeerplaatsen heeft het Dorpsplein zijn aanblik en functie van centraal dorpsplein verloren. Asfaltbestrating, trottoirbetegeling en plantsoentjes, waarrond heterogene en grotendeels aaneengesloten 19de- en 20ste-eeuwse bebouwing van twee bouwlagen onder zadeldaken. Oudste bebouwing bestaande uit 19de-eeuwse woningen van twee bouwlagen, vaak met nieuwe winkelpui en/of verbouwde begane grond of verbouwing van een ouder eenlaags volume. Nummer 6, smal enkelhuis onder mansardedak in Vlaamse en mechanische pannen, winkelpui uit de tweede helft van de 20ste eeuw, tweede bouwlaag in imitatievoegwerk en verdiepte gevelvlakken tussen de rechthoekige vensteropeningen met houten T-ramen (kalf met klossen, geprofileerde middenstijl); doorlopende cordonlijst. Nummer 5, voormalige herberg De Nieuwe Klokke, 20ste-eeuwse verbouwing van een eenlaagswoning die doorheen zijn geschiedenis fungeerde als bakkerij, beenhouwerij en herberg. Nummer 28, thans café De Club, plaats waar zich de eerste gemeenteschool van Lendelede bevond, ontsproten in 1845 uit de privéschool van onderwijzer Amand Hoornaert. Vier traveeën onder zadeldak in mechanische pannen, geprofileerde houten kroonlijst, rechthoekige muuropeningen en cordonlijst op de tweede bouwlaag. Nummer 3 aan de hoek van Winkelsestraat, herberg 3 Koningen met nieuw schrijnwerk in getoogde muuropeningen en gecementeerde voorgevel. Achtergevel met talrijke bouwsporen, in kern mogelijk 18de-eeuws. Het volume is verbouwd en ingekort bij de verbreding van de doorgang tot de Winkelsestraat in de jaren 1960.

Aan de zuidoostzijde van het Dorpsplein springt het gemeentehuis (nummer 1) in het oog, aangebouwd aan de schoolgebouwen van het Sint-Vincentiusinstituut, met voorliggende parking op de plaats waar zich eertijds de ommuurde speelplaats van de kloosterschool bevond. Het gemeentehuis is gebouwd in 1964-1966, gerenoveerd en verbouwd in 1997-1998. Vierkant volume onder platte bedaking met parement in rode baksteen, grote glaspartijen en aluminium schrijnwerk. Vooruitspringende inkompartij. Arduinen plaat ingewerkt in de zijgevel aan de Stationsstraat, bestaande uit vier delen met een afbeelding van het wapenschild van Lendelede.

  • Archief Roger Vandewalle.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen, 207: Mutatieschetsen, Lendelede, 1881/32, 1926/20.
  • Rijksarchief Brugge, Provinciekaarten, nr. 1147: Ontwerp aanleg steenweg Lendelede-Izegem, door de wegopzichter van het arrondissement Kortrijk, C. Decuypere, 1876.
  • DELAERE J., 200 jaar Den Handboog, in Lethae, nr. 10, 1988, p. 18-21.
  • DELAERE J., 75 Lendeleedse straatnamen, in Lethae, nr. 14, 1995, p. 19.
  • DELAERE J., Geschiedenis van Lendelede tot 2000, Kortrijk, 2000, p. 186, 265-266, 300-305, 326, 349-351, 355, 383, 421, 438-442.
  • DELAERE J., Gesloopt in 1986, in Lethae, nr. 8, 1986, p. 41-42.
  • DELAERE J., Herberg "Den Handboog" gesloopt, in Lethae, nr. 13, 1993, p. 35-36.
  • DELAERE J., VANDEWALLE R., Het dorpsplein en zijn bewoners, in Lethae, nr. 15, 2002, p. 3-26.
  • Lendelede heden en verleden. Kijkboek 1996, Lendelede, 1996.

Bron     : Santy P. & Devooght K. 2008: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Lendelede, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL41, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Devooght, Kristien, Santy, Pieter
Datum  : 2008


Relaties

  • Omvat
    Fontein met sculptuur Hond met kind en zogend hondje

  • Omvat
    Herberg 't Nieuw Paradijs, hoekhuis met opslagplaats

  • Omvat
    Herberg 't Paradijs

  • Omvat
    Herberg De Kroone

  • Omvat
    Modernistisch woonwinkelpand

  • Omvat
    Neoclassicistisch burgerhuis

  • Omvat
    Neoclassicistisch burgerhuis

  • Omvat
    Onderwijsgebouw Sint-Vincentiusinstituut

  • Omvat
    Oorlogsmonument met Heilig Hartbeeld

  • Omvat
    Parochiekerk Sint-Blasius

  • Is deel van
    Lendelede


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Dorpsplein [online] https://id.erfgoed.net/themas/13112 (Geraadpleegd op 18-06-2021)