Geografisch thema

Winkelsestraat

ID
13161
URI
https://id.erfgoed.net/themas/13161

Beschrijving

Lange steenweg met licht gebogen tracé die van het Dorpsplein naar Sint-Eloois-Winkel loopt en daar wordt verdergezet onder de naam "Lendeleedsestraat". De oudste benaming voor de straat komt voor het eerst voor in 1517 als "Rattepaelstraete". In 1727 wordt de weg omschreven als "straete leedende van Lendele platse naer Wynckel Cappelle", in 1771 als "chemin (...) vers la place de Lendelede" en in 1784 als "Straete commende van Hulste langst de kercke van Lendelede naer Wynckel Sainte Eloy". In de 19de eeuw komt "Wynckel-Sint-Elooistraat" en "Chemin de Winkel St. Eloy à Lendelede" (Popp-kaart, 1840-1850) voor. In 1959 wordt dat "Sint-Eloois-Winkelstraat", vanaf 1978 afgekort tot "Winkelsestraat".

In 1764-1765 worden langs de Winkelsestraat en de andere belangrijke invalswegen naar het dorp (de Izegemsestraat en de Heulsestraat) nieuwe abelen aangeplant. De straat wordt in 1822 vanaf het Dorpsplein tot de Langemunte gekasseid. In 1865-1867 wordt de steenweg naar Sint-Eloois-Winkel aangelegd, daarvoor wordt de bestaande weg op enkele plaatsen rechtgetrokken. In 1896 worden de bomen langs de Winkelsestraat geveld en verkocht. De kasseien bestrating wordt in 1961-1962 vervangen door beton of asfalt.
Op het kruispunt met de Kortrijksestraat wordt kort voor 1698 een "nieuwe herberghe" opgericht, in 1720 voor het eerst "den Ondanck" genoemd en heropgericht in 1779. Het huis wordt in 1984 afgebroken. Andere herbergen uit het verleden zijn o.m. "Prins Albert" en "'t Haantje" op de wijk Langemunte. De herberg "De Sneppen" wordt in 1988-1990 afgebroken voor de bouw van een nieuwe verkaveling. "Café Detroit" brandt in 1969 af na een ongeval met een vrachtwagen. Omstreeks 1803 wordt t.h.v. nr. 40 een "Stenen Molen", een stellingmolen in gebruik als koren- en oliemolen, gebouwd in opdracht van Jacobus Wallays. Tijdens de Eerste Wereldoorlog doet de molen dienst als uitkijkpost. Op dat moment heeft de molen reeds zijn wieken verloren. De molen wordt afgebroken in 1920.
Achter nr. 125 verschijnt rond 1815-1818 een snuifmolen, een kleine staakmolen die gebruikt wordt om tabak te malen voor de productie van snuif, in de volksmond "het Snuifkot" genoemd. De molen kende een korte geschiedenis en werd al in 1852 afgebroken.
Tot in de jaren 1970 bestond het begin van de Winkelsestraat uit een smalle trechtervormige doorgang vanaf het Dorpsplein. De weg wordt er in de de jaren 1970 verbreed en er wordt een parking aangelegd ten zuiden van de Winkelsestraat, op de hoek met het Dorpsplein en de Heulsestraat. Voor deze veranderingswerken worden in 1975-1976 ook enkele gebouwen in de Winkelsestraat afgebroken, o.m. herberg " 't Brouwershof" (op de hoek met de Heulsestraat) en de ommuurde dorpshoeve Foulon. De parking wordt in 1988 vernieuwd en omgedoopt tot Burgemeester R. Vandemaeleplein.

Straat met vnl. woonfunctie en enige verspreide agrarische en commerciële activiteit. Vrij dicht bebouwd tot aan het kruispunt met de Kortrijksestraat, vanaf waar een meer verspreide bebouwing voorkomt. Cluster van bebouwing ter hoogte van "de Sneppen" bij het kruispunt met de Sneppestraat en van "Sint-Arnoldus" nabij de grens met Sint-Eloois-Winkel. Brandweerkazerne op nr. 15.
In de jaren '70 van de 18de eeuw wordt de straat gekenmerkt door de schaarse bebouwing van enkele hoeves, woningen en herbergen en een kleine gebouwencluster vlakbij het Dorpsplein, cf. Ferrariskaart (1770-1778), o.m. nrs. 46-48, diepergelegen eenlaagse tweewoonst, in 1738 opgericht en ca. 1872 opgesplitst. Vernieuwd parement, onder zadeldak in zwartgeglazuurde mechanische pannen, rechthoekige muuropeningen waarin bewaard schrijnwerk bij nr. 46. Oostelijke zijgevel gekenmerkt door vlechtingen, westelijke zijgevel gecementeerd en voorzien van voegwerkimitatie. Op nr. 46 bevond zich voorheen herberg "'t Hoog Eynde".
Ook de eenlaagse tweewoonst (zadeldak in mechanische pannen, nok schuin op de straat) met nrs. 210-212 klimt wellicht op tot de tweede helft van de 18de eeuw (onduidelijke weergave op Ferrariskaart), rechthoekige muuropeningen, nr. 212 witgekalkt, nr. 210 met vernieuwd parement en nieuwe dakkapel.
De Winkelsestraat had van oudsher een agrarisch karakter. Daarvan getuigen nog meerdere hoeves, waarvan vele echter sterk verbouwd, o.m. nr. 152, gekend als "Hof ter Linden", reeds aangeduid op een 18de-eeuwse kaart van de heerlijkheid Meulewalle, gelegen naast een landwegel die naar de Bergmolen leidde. Vroegere tabaksast thans verdwenen.
Nr. 93, "Hoenakkerhof". Eenlaags boerenhuis onder zadeldak in mechanische pannen, rechthoekige muuropeningen onder betonlateien, bewaard schrijnwerk (schuiframen met gedeeld bovenlicht op klossen). Oostelijke zijgevel met mijtervormige kapelnis onder gemetseld kruis. Haaks op het woonhuis gesitueerde 20ste-eeuwse schuur met muuropeningen onder betonlateien en schuifpoort.
Nr. 192, "Sint-Blasiushof", haaks op de straat gebouwde donkerrode bakstenen schuur onder zadeldak in mechanische pannen, deuren en venster onder metalen lateien, hoge schuifpoort, kapel Sint-Blasius in de zuidelijke zijgevel. Schuin op de straat ingeplant woonhuis onder zadeldak met vernieuwd parement.
Nr. 236 gekend als "Hof ter Woestyne", wordt op de Ferrariskaart (1770-1778) afgebeeld als vier volumes rondom een erf, toegankelijk via een lange erfoprit vanaf de Winkelsestraat. De Atlas der Buurtwegen (1847) laat een hoeve met drie volumes zien, waarvan twee in L-constellatie gebouwd en een derde in de noordoostelijke hoek van het perceel, omringd door een gr.m. vierkante, thans gedempte, walgracht.

De straat kende tegen het midden van de 19de eeuw (Atlas der Buurtwegen, 1847; Popp-kaart 1840-1850) een lichte toename van diverse types bebouwing, zowel van woningen met één als met twee bouwlagen en van hoeves, o.m. nr. 232, hoeve "ter Wulfdambeke". Op de Atlas der Buurtwegen (1847) afgebeeld als twee haaks op elkaar geplaatste volumes, thans uitgebreid tot vijf.
Enkele eenlaagwoningen, zoals nr. 10, vml. winkel en herberg "Het Bossenhof", gelegen op de hoek met de Alfons Dassonvillelaan. Opgericht in 1785 door Jan Andries Loncke die er een winkel van o.m. "laekens, stoffen" en "kousen" liet in onderbrengen. Tegen 1815 bood het gebouw ook onderdak aan herberg "Het Bossenhof", genoemd naar de "Gilde der Bosseniers" die er vanaf het begin van de 19de eeuw een lokaal had (voorheen gevestigd in herberg "De drye Coninghen" op het Dorpsplein). De dubbele functie van het "Bossenhof", als winkel en als café, bleef minimaal tot het midden van de 20ste eeuw behouden (nog zeker winkel tot in 1970). Camille Depuydt had er in het begin van de 20ste eeuw een schrijnwerkerij. Mogelijk werd daartoe in 1903 een achterliggend werkhuis opgericht. Van 1941 tot 1944 en van 1947 tot 1955 deed de herberg eveneens dienst als ACW-lokaal. Na de oorlog wordt achter de herberg een bescheiden lokaal opgetrokken, in gebruik tot 1955. Eenlaagse woning van vijf traveeën onder zadeldak (Vlaamse pannen, nok evenwijdig met de straat), getoogde muuropeningen. Thans ingrijpend gerenoveerd, o.m. door verwijderen cementlaag, het bouwen van een nieuwe dakkapel en het aanbrengen van nieuwe dorpels en een nieuwe plint. Behoud van de 18de-eeuwse voordeuromlijsting in kleine gesmoorde baksteentjes.
Naast nr. 10 werd in de 20ste eeuw een haaks op de straat gelegen eenlaagswoning, reeds afgebeeld op de Atlas der Buurtwegen (1847), en gekenmerkt door aandak en vlechtingen, afgebroken voor de aanleg van de Alfons Dassonvillelaan in 1967.
Nr. 120, verankerde eenlaagse woning onder zadeldak (mechanische pannen, nok evenwijdig met de straat), in 1838 gebouwd door gareelmaker Emmanuel Laga. Gewijzigde muuropeningen onder betonlatei en bewaard schrijnwerk. Westelijke zijgevel gecementeerd, voorzien van imitatievoegen en roodgeschilderd opschrift " 't Haantje" binnen dito omlijsting. Nrs. 188-190: eenlaags volume onder zadeldak in mechanische pannen (nok evenwijdig met de straat). Nieuwe parementen en gewijzigde muuropeningen.
Aan noordzijde van de straat, tussen het Dorpsplein en de Kortrijksestraat, had zich tegen het midden van de 19de eeuw een nieuwe bewoningskern ontwikkeld, de wijk "Langemunte", genoemd naar het gelijknamige café op nr. 104. Nrs. 94-120 gaan terug op deze cluster woningen. Nrs. 102, 104 en 116, baksteenbouw van twee bouwlagen onder pannen dak (nrs. 102 en 104: zadeldak, nok evenwijdig met de straat; nr. 116: schilddak, nok loodrecht op de straat; nr. 102: mechanische pannen, nrs. 104, 116: Vlaamse pannen), nrs. 102 en 104 met verankerde straatgevel. Alle hebben een bepleisterde straatgevel voorzien van voegwerkimitatie en (gedeeltelijk) gewijzigde muuropeningen. Bij nrs. 102 en 116 muuropeningen (getoogd bij nr. 102 en rechthoekig en verlaagd bij nr. 116) in geriemde omlijsting. Nr. 116 met natuurstenen dorpels op consoles en nieuwe natuurstenen plint. Nrs. 102 en 104 worden reeds afgebeeld op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1847). Nr. 116 werd in 1871 door koopman August Vrommant opgetrokken op de plaats van oudere bebouwing.
Nr. 14, woning van twee bouwlagen en vier traveeën onder zadeldak in mechanische pannen (nok evenwijdig met de straat), reeds afgebeeld op de Atlas der Buurtwegen (1847). Bepleisterde verankerde gevel voorzien van voegwerkimitatie, met verlaagde rechthoekige muuropeningen waarin vernieuwd schrijnwerk.

In de tweede helft van de 19de en het begin van de 20ste eeuw neemt de bebouwing verder toe, vnl. met enkele eenlaagspanden, zoals nr. 44, hoekvolume onder mansardedak in mechanische pannen, nieuwe muuropeningen en recente bepleistering. Bewaarde kroonlijst. Biedt thans onderdak aan Argenta-kantoor. Nr. 166, "De Koekoek", gebouwd ca. 1899 door de gebroeders Rosseel, brouwers uit Izegem (tevens eigenaars van herberg aan de Stationsstraat nr. 93). Hoekpand onder half schilddak in Vlaamse pannen (nok evenwijdig met de straat), afgeschuinde hoek onder afsnuiting, gewijzigde muuropeningen onder betonlateien, deels vernieuwd metselwerk.
Nrs. 87 en 117, verankerde donkerrode baksteenbouw van respectievelijk een en anderhalve bouwlaag onder zadeldak in mechanische pannen, beide met een getrapte fries onder de gootlijst en getoogde muuropeningen. Nr. 87 heeft een gedichte muuropening en vernieuwde ramen. Nr. 117 bevat nog deels bewaard houtwerk en wordt gekenmerkt door een nieuwe, markante deurpartij van de geïncorporeerde bedrijfsruimte. Nr. 87 is gekend als de "Snephoeve", werd in 1909 opgetrokken door landbouwer Constant Hanson-Degraeve uit Hooglede en een jaar later door hem uitgebreid met een zwingelarij ten zuiden. Nr. 117, historiserend volume uit 1929.
In de eerste decennia van de 20ste eeuw worden enkele nieuwbouwwoningen opgetrokken of oudere woningen verbouwd, o.m. de cluster interbellumwoningen nabij het kruispunt met de Beiaardstraat en de Sint-Arnoldusstraat. Nr. 8, woning, later gebruikt als onderpastorie, vanaf 1996 als OCMW-kantoor. Ca. 1929 gebouwd door de winkeliersfamilie Vandommele. Geelbakstenen dubbelhuis van twee bouwlagen en drie traveeën onder zadeldak in zwarte mechanische pannen (nok evenwijdig met de straat). Middenrisaliet onder puntgevel en haakse bedaking gekenmerkt door driezijdige erker in de tweede bouwlaag. Venstertraveeën binnen spaarveld waarin vensters onder betonlatei, afgeschuinde hoeken in de tweede bouwlaag. Expressief metselwerk. Mijtervormige kapelnis waarin beeld van H. Hart. Nieuw schrijnwerk en deur, gewijzigde erker en gevelpunt.
Nr. 57: woning gebouwd in 1933 door plakkersgast Gustave Couckhuyt, twee bouwlagen en twee traveeën onder zadeldak in mechanische pannen (nok evenwijdig met de straat), gevel voorzien van siercementering, muuropeningen onder afgeschuinde hoeken waarin deels bewaard houtwerk, nieuwe kroonlijst.
Nr. 22: enkelhuis van twee bouwlagen en twee traveeën onder zadeldak in mechanische pannen (nok evenwijdig met de straat). Verankerde roodbakstenen gevel met gebruik van witte bakstenen voor de banden en een deel van de strekken boven de getoogde muuropeningen. Nieuw schrijnwerk.
Nrs. 21, 50, 168, 170 en 208, roodbakstenen woningen van twee bouwlagen onder zadeldak in mechanische pannen (nok evenwijdig met de straat). Korfboogvormige muuropeningen met gebruik van natuursteen voor de aanzetstenen bij nrs. 21, 50, 170 en 208. Nr. 50 eveneens met rondboogvormige muuropeningen, natuurstenen sluitstenen en omlopende band in witgeglazuurde bakstenen, vernieuwd schrijnwerk, nieuwe kroonlijst. Nr. 21 met aflijnende meervoudige fries en bijkomend gebruik van natuursteen voor de diamantkopvormige sluitstenen, de banden tussen de muuropeningen en de natuurstenen plint voorzien van imitatievoegen. Nr. 208 met getrapte fries onder de vernieuwde kroonlijst. Nr. 168 met verlaagde vensteropeningen in de tweede bouwlaag en gedichte kapelnis, gecementeerde plint. Aanpalend eenlaags stalvolume met een getoogde en gewijzigde rechthoekige muuropeningen.
Nrs. 85, 154, 172, roodbakstenen woningen van twee bouwlagen onder zadeldak in mechanische pannen (nok evenwijdig met de straat), rechthoekige muuropeningen onder betonlatei. Nr. 85 met driezijdige erkeruitbouw in de linkertravee, natuurstenen plint, banden en lateien, vernieuwd schrijnwerk en nieuwe goot, aanbouw ten westen onder halve trapgevel. Nr. 154 (gebouwd in 1936) met bewaard schrijnwerk (T- en schuiframen). Nr. 172 met tandlijst onder de vernieuwde kroonlijst.
Nr. 36, volgens kadaster gebouwd in 1932 door Hector Maes-Vanooteghem en in 1992 grondig aangepast. Robuust volume van twee bouwlagen en drie traveeën onder zadeldak, gekenmerkt door rechthoekige muuropeningen tussen lisenen voorzien van siermetselwerk, verdiepte inkom en dito terras in de middelste travee, nieuwe zijgevel. Nr. 60, woning uit 1926, ingrijpend verbouwd in 1943 door vlashandelaar Albert Wylein-Gheysens. Geelbakstenen lijstgevel van twee bouwlagen onder zadeldak in mechanische pannen (nok evenwijdig met de straat). Afgeronde erkeruitbouw van twee bouwlagen in de linkertravee. Ronde motieven eveneens gebruikt voor de verdiepte inkom met beglaasde rondboogdeur voorzien van geometrisch hekwerk, en voor het patrijspoortraam boven de inkom. De vensters worden verticaal verdeeld door opgemetselde lisenen.
Nrs. 122-128: eenheidsbebouwing van roodbakstenen gevels onder platte bedaking met kapiteelmotief, waarvan sommige met vernieuwd parement. Rechthoekige muuropeningen.
De straat was in de loop van de tweede helft van de 20ste eeuw nog het voorwerp van talrijke bouw- en verbouwactiviteiten. Nabij het Dorpsplein wordt de straat voor een groot deel getypeerd door rijbebouwing uit het derde kwart van de 20ste eeuw. Verderop komt ook een groot aantal vrijstaande woningen in tuin uit het derde en vierde kwart van de 20ste eeuw voor.

De straat bewaart eveneens enkele getuigen van kleinschalige industriële activiteit. Aanwezigheid van enkele woningen met aanpalende of geïncorporeerde vlasschuur, o.m. nr. 158, volgens kadaster gebouwd in 1928. Roodbakstenen enkelhuis van twee bouwlagen en twee traveeën met schuur onder dezelfde nok. Woonhuis met getoogde muuropeningen onder strek. Deur- en poortopening van de schuur onder betonlatei, vernieuwde poort. Aangebouwde vlasschuur waarin twee recente poorten en mijtervormige kapelnis met beeld O.-L.-Vrouw. Meerbeukige vlasschuur ten westen van nr. 117, gebouwd ca. 1946, met gedichte poort waarboven vierkante kapelnis. Nr. 23, verbouwde vlasschuur met behouden kapelnis in de gevel.
Nr. 118, roodbakstenen fabriekspandje onder meerbeukige bedaking. Afgeknotte trapgevel met poort onder betonlatei en gevelkapel voorzien van Christusbeeld. In 1947 door smid Marcel Naessens gebouwd op plaats van voormalige dokterswoning. In 1951 laat hij de aanpalende woning optrekken.

ARCHIEF ROGER VANDEWALLE.
KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Lendelede, 1838/2, 1852/24, 1871/2, 1872/6, 1909/16, 1909/50, 1911/17, 1926/7, 1928/11, 1929/6, 1929/41, 1932/3, 1933/16, 1936/7, 1943/1, 1946/29, 1947/3, 1951/15.
RIJKSARCHIEF KORTRIJK, Kerkarchief Harelbeke, nr. 1540 b: 3 kaarten heerlijkheid Meulewalle, ten noorden van de weg van Lendelede naar St.-Eloois-Winkel, 18de eeuw.
DELAERE J., 75 Lendeleedse straatnamen, in Lethae, nr. 14, 1995, p. 28.
DELAERE J., Geschiedenis van Lendelede tot 2000, Kortrijk, 2000, p. 183, 266, 308, 326, 383, 485, 493.
DELAERE J., Herberg het Bossenhof, in Lethae, nr. 15, p. 2002, p. 39-40.
DELAERE J., Lendeleedse herbergen in 1779, in Lethae, nr. 13, 1993, p. 17-18.
DELAERE J., Verdwenen molens te Lendelede, in Lethae, nr. 4, 1982, p. 1-17.
Lendelede heden en verleden. Kijkboek 1996, Lendelede, 1996, p. 186.
PWB, Dichtbundel over het Lendelede van vroeger, in Het Nieuwsblad, 20/09/1995.
VANDEWALLE R., Geschiedenis van het ACW Lendelede. Het lokalenbeleid van het Paradijs naar de Lindelei, Lendelede, 1997, p. 4-5.


Bron     : onbekend
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed


Relaties

  • Omvat
    Alleenstaande dorpswoning

  • Omvat
    Boerenwoning van 1879 en aanpalende suikerijdrogerij

  • Omvat
    Dorpswoning met atelier

  • Omvat
    Halfvrijstaand burgerhuis

  • Omvat
    Halfvrijstaand burgerhuis van 1926

  • Omvat
    Hoeve de Ravenest

  • Omvat
    Hoeve Populierenhof

  • Omvat
    Hoeve Ravennesthof

  • Omvat
    Neoclassicistisch burgerhuis

  • Omvat
    Samenstel van twee dorpswoningen van 1923

  • Omvat
    Twee dorpswoningen

  • Omvat
    Twee werkmanswoningen

  • Omvat
    Verbouwde vlasfabriek

  • Omvat
    Villa

  • Omvat
    Villa den Ast


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Winkelsestraat [online] https://id.erfgoed.net/themas/13161 (Geraadpleegd op 14-06-2021)