Geografisch thema

Lovenjoel

ID
13581
URI
https://id.erfgoed.net/themas/13581

Beschrijving

Situering

Lovenjoel is sedert 1 januari 1977 een deelgemeente van Bierbeek; ze ligt noordoostelijk ten opzichte van de hoofdgemeente en heeft tot vandaag een landelijk karakter, hoewel ze van west naar oost doorsneden wordt door de drukke Tiensesteenweg en de spoorlijn Leuven-Tienen. Het grondgebied beslaat een oppervlakte van 568 ha. Opmerkelijk is de ligging van het centrum als het ware geklemd tussen twee historische kasteelparken.

Bodemgesteldheid

Lovenjoel is gelegen in het overgangsgebied tussen Haspengouw en het Hageland; de ondergrond bestaat er uit zand en klei. Het reliëf is licht heuvelachtig en varieert in hoogte tussen de 37,5 en 77,5 m boven de zeespiegel. Landschappelijk gezien wordt het dorp bepaald door de vallei van de Molenbeek en de kleine zijtakken die haar voeden.

Historiek

De oudst gevonden sporen van menselijk aanwezigheid dateren uit het neolithicum; het betreft silexstukken en een stenen bijl die werden gevonden aan de Steenstraat. Diverse vondsten verwijzen echter wel naar het belang van Lovenjoel in de Romeinse periode. Lovenjoel lag immers aan een belangrijke Romeinse verbindingsweg die Tienen en Leuven via Elewijt verbond met de kust en een aftakking was van de heirbaan Keulen-Bavai; het tracé van de oude heirbaan liep vermoedelijk over de huidige Bieststraat, de Keizerstraat doorheen het Groot Park, de Stationsstraat tot aan het voormalige station, de Bruulstraat en de Weterbeekstraat.

Ten zuiden van het Bruulbos werden in 1860 Gallo-Romeinse urnen en scherven gevonden. Op het perceel Bieststraat 64 werd in 1878 een graf gevonden uit de Romeinse periode, dat door A. Van Doorselaar gedateerd werd in de eerste helft van de tweede eeuw. Ook in de omgeving van de Varenberg, nabij de grens met Pellenberg werd Romeins oppervlaktemateriaal gevonden.

De naam Lovinion, vermoedelijk het romaanse woord voor 'Klein Leuven' wordt voor het eerst aangetroffen in documenten kort voor 980. In 1106 komt Lovenjoel, voorheen deel uitmakend van het graafschap Brunengeruz, in handen van de hertog van Brabant.

In de 12de en de 14de eeuw is er in de archieven sprake van een 'heerlijke' familie die de naam van het dorp draagt. Na tijdelijk verpand te zijn geweest aan de familie van Croy in het begin van de 16de eeuw, geeft de hertog van Brabant de heerlijkheid in pand aan Cornelius van Grave (of van Graeve) in 1559; het leenverhef gebeurde in 1562. In 1648 (officiële verkoopakte) - 1649 (aanvullende definitieve akte) kon Ferdinand de Spoelberch (1596-1675) de heerlijkheid die hij in 1630 van de familie van Grave in pand had gekregen definitief aankopen. In deze periode maakte Lovenjoel deel uit van de meierij Lubbeek en van het kwartier van Leuven. De schepenbank van Lovenjoel had bestuurlijke en rechterlijke bevoegdheid en was onderworpen aan de meier van Lubbeek. Hoger beroep kon aangetekend worden bij de schepenbank van Leuven en bij de Staten van Brabant.

Op 16 februari 1770 verkocht de toenmalige heer van Lovenjoel Karel de Spoelberch de heerlijkheid met het kasteel en alle bijhorigheden aan Frans Filip Jozef van Bemmel, algemeen ontvanger van de Staten van Brabant. Al op 9 maart 1770 wordt de heerlijkheid met het kasteel opnieuw eigendom van Maximiliaan Antoon Jan Karel de Spoelberch, de oudste zoon van een jongere tak de Spoelberch, die zich baseerde op de 'naasting', een voorrecht hem toegekend door het feodale recht.

Tot het einde van het ancien régime, bleef de heerlijkheid in het bezit van het geslacht de Spoelberch. Het is deze familie die bepalend zal zijn voor het uitzicht van het huidige Lovenjoel door de aanleg van twee parken in het dorpscentrum met de kerk als middelpunt en dit vanaf circa 1835.

Vanuit kerkelijk oogpunt behoorde Lovenjoel van oudsher tot het prinsbisdom Luik dat was ingedeeld in 8 aartsdiakonaten waarvan Brabant er één was en op zijn beurt was ingedeeld in vier dekenijen; Lovenjoel maakte deel uit van de dekenij Leuven. In het Vita Landiberti wordt al circa 1053-1054 melding gemaakt van een kleine kerk toegewijd aan Sint-Lambertus, de heilige Luikse bisschop, die uitgegroeid was tot een pelgrimsoord. Op dat ogenblik werd de kerk vergroot om plaats te bieden aan het toenemende aantal pelgrims. De parochie Lovenjoel wordt op 10 juli 1338 door bisschop Adolf van Luik overgedragen aan het kapittel van Sint-Hadelin van Celles, dat ook tiendheffer werd. Dit kapittel was net overgebracht naar Visé. In de 15de eeuw was de kerk opnieuw te klein geworden en werd ze vervangen door een gotische kerk. Wanneer het decanaat Leuven bij de oprichting van het nieuwe bisdom Mechelen in 1559 heringericht wordt, gaat Lovenjoel over naar het pas opgerichte bisdom, hoewel het patronaat in handen blijft van het kapittel van Visé en dit vermoedelijk tot het einde van het ancien régime. In 1853 wordt de oude kerk afgebroken, enkel de toren bleef bewaard. Ze werd ontworpen door de Leuvense architect Alex Van Arenberg en op 29 mei 1854 ingezegend.

Doorheen de eeuwen had Lovenjoel meermaals te lijden onder oorlogen en plunderingen: zo brandden de legers van Willem van Oranje in de periode 1571-1594 praktisch heel het dorp plat: van de 37 huizen die er waren in 1575 stonden er nog 16 overeind in 1594; de vier pachthoven en twee afspanningen waren verdwenen; de molen was totaal verwoest. Ook de Duitsers lieten een spoor van vernieling na toen ze op 30 september 1914 ten gevolge van een sabotagedaad aan de spoorweg vele gebouwen in brand staken: niet alleen werden een hele reeks huizen en hoeven vernield, maar ook de pastorie, de pas gebouwde gemeentelijke jongensschool met onderwijzerswoning en het gemeentehuis met de meisjesschool.

Tot de aanleg van de huidige Tiensesteenweg in 1710 was het dorpscentrum gelegen aan de 'Oude weg van Leuven naer Thienen', een belangrijke verbindingsweg waardoor veel reizigers het centrum aandeden: deze weg kwam Lovenjoel binnen langs de Weidebempt aan het Zoötechnisch centrum, nam vervolgens een haakse bocht ter hoogte van de Langestraat 1, liep dan recht naar de huidige Heerbaan en vervolgens rechtdoor langs het domein Ave Regina (Kerselaarlaan) naar de Tiensesteenweg die gekruist werd ter hoogte van de huidige Latstraat, waarvan het eerste deel ook deel uitmaakte van de oude weg om vervolgens via de velden verder te lopen naar Boutersem. Achter de huizen Tiensesteenweg nummers 294 en volgende is het tracé van de oude baan nog zichtbaar in de percellering.

Lovenjoel onderging dus een eerste belangrijke uitzichtwijziging door de aanleg van de Tiensesteenweg in 1710; deze baan doorkruist tot op heden de gemeente van west naar oost; het dorpscentrum werd toen echter min of meer geïsoleerd doordat de oude weg geleidelijk in onbruik raakte ten voordele van de nieuwe weg. Het belang van het centrum nam af: oude afspanningen en herbergen verdwenen en langs de nieuwe weg kwamen nieuwe afspanningen tevoorschijn. In 1837 werd de gemeente een tweede maal doorsneden door de aanleg van de spoorlijn of 'den ijzeren weg' van Leuven naar Tienen; nu werd het gehucht Bruul van het centrum afgesneden.

Halverwege de 19de eeuw was Lovenjoel nog schaars bebouwd; voortgaande op de Poppkaart van omstreeks 1860 waren er een drietal woonconcentraties, in het centrum, op de Biest en aan de huidige Bruulstraat. Geleidelijk zal de bebouwing in de tweede helft van de 19de en vooral in de 20ste eeuw verdichten. De inplanting van de psychiatrische instelling Salve Mater in de jaren 1920 zal niet alleen bijdragen tot een grondige uitzichtwijziging van het centrum maar betekent van bij de oorsprong ook een belangrijke tewerkstellingspool.

Huidig uitzicht

Vandaag wordt Lovenjoel als het ware in drie stroken verdeeld door de Tiensesteenweg en de spoorlijn Leuven-Tienen die de gemeente doorkruisen van west naar oost. De meest noordelijke strook heeft tot vandaag een landelijk karakter met open akkerland en is met uitzondering van de Bieststraat schaars bebouwd; aan de noordzijde wordt deze strook begrensd door de Diestiaanse Hagelandse heuvel van Pellenberg.

In de middenstrook ligt het dorpscentrum als het ware geprangd tussen de twee voormalige kasteeldomeinen het Groot Park en het Klein Park, die het karakter en uitzicht van de gemeente sterk bepalen. In het Groot Park werd halverwege de jaren 1920 de psychiatrische kliniek Salve Mater ingeplant; tot vandaag bleef dit neotraditionele complex zij het niet meer in zijn oorspronkelijke functie bewaard. Overeenkomstig een masterplan ontwikkeld door de vastgoedontwikkelaar NV ViRiX en de K.U.Leuven zal het domein in de toekomst ingericht worden in een woonzone, een dienstenzone en een kantoorzone. Het Klein Park wordt vandaag gedomineerd door de imposante gebouwen van het Medisch Pedagogisch Instituut Ave Regina, gelegen tussen het Hof ten Poele, later Felixhof, en de dorpskerk. Net voor de Tweede Wereldoorlog werd gestart met de bouw ervan, maar door de oorlogsgebeurtenissen werd het pas in 1949 in gebruik genomen. De instelling is vandaag uitgegroeid tot een zorg- en begeleidingscentrum voor jongeren en volwassenen. Verder is er ook het Bruulbos dat het zuidoostelijke deel van Lovenjoel inneemt; het is een valleibos als rest van en groter bos- en natuurcomplex in de vallei van de Molenbeek en gelegen op de oostelijke rand van het Dijlebekken. Het wordt in het noorden begrensd door de Tiensesteenweg en de verkaveling aan de Parklaan, ten westen door het Klein Park, ten zuiden door akkers en de spoorweg Leuven-Tienen en ten oosten door het domein Zielenberg, dat als een ware een enclave vormt in het bos. Het bos wordt doorsneden door de Bruulbeek, een uitloper van de Molenbeek en hierin uitloopt in het Klein Park. Ongeveer 18 ha van het Bruulbos werd op 15 juli 1975 door de gemeente aangekocht 'voor het nut van het algemeen' om te worden ingericht als openbaar park, bestemd als openbare groene ruimte voor passieve recreatie. Ongeveer 15 ha is eigendom van het OCMW Leuven. In de middenstrook die ook de meeste bebouwing telt zijn er een aantal recente verkavelingen: de verkaveling aan de Parklaan, gelegen tussen het Bruulbos en de Tiensesteenweg dateert van 1974-1975, de eerste bebouwing is er van 1976, verder is er verkaveling Pakeshof (1997) ten zuiden van het centrum, tussen de Heerbaan en de spoorweg en de verkaveling Wonewei (2003) als noordelijke begrenzing van het Klein Park tussen Dreef en Stationsstraat.

Tot slot is er de zuidelijke strook, ten zuiden van de spoorlijn; ook dit deel heeft een landelijk karakter met akkerland aan de westzijde terwijl de bewoning zich concentreert in het oosten, meer bepaald in de driehoek gevormd tussen Bruulstraat en Groenstraat; het binnengebied is ingenomen door de verkaveling 'Bruul', waarvan de eerste fase werd vergund in 1982 en fase 2 in 1993.

  • DE CLERCK M. 1987: Bierbeek 30 cm dieper, Archeologische inventaris van 15 jaar prospectie en opgravingen. Gemeentebestuur Bierbeek.
  • DEWINTER J. 1995: 1000 jaar kerk- en parochiegeschiedenis te Lovenjoel, onuitgegeven bijdrage, Lovenjoel.
  • DEWINTER J. 1998: Boerenleven vroeger in Lovenjoel, onuitgegeven bijdrage, Lovenjoel.
  • DEWINTER J. (redactie) 2000: Ermelindis van Meldert, Huldeboek naar aanleiding van de zesde erkenning van de relieken van de H. Ermelindis te Meldert op 3 september 2000, Werkgroep Meldert 2000, 13-14.
  • DEWINTER J. e.a. 2002: Bruulbos, een bijdrage tot de kennis van de wetenschappelijke waarde van het Bruulbos te Bierbeek, Leuven, 7, 11, 25-26.
  • DEWINTER J. 2007: Leven en werken van Burggraaf Karel de Spoelberch de Lovenjoul, Oost-Brabant, Heemkundig Tijdschrift voor het Hageland en Omgeving, 44, 4, 194-198.
  • DEWINTER J., VANDERWEGEN C., PIRON J. 1984: De Eerste Wereldoorlog te Bierbeek, Korbeek-Lo, Lovenjoel en Opvelp, Heemkring Bierbeek.

Bron     : -
Auteurs :  Dewinter, Jos, Kennes, Hilde
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Lovenjoel [online] https://id.erfgoed.net/themas/13581 (Geraadpleegd op )