Geografisch thema

Veurne

ID: 13967   URI: https://id.erfgoed.net/themas/13967

Beschrijving

Gemeente van 11.263 inwoners (1975) en 1.977 ha. Gelegen in de Zeepolders, Veurne-Ambacht en de Westhoek; aan de spoorlijn Adinkerke-Gent; aan de kanalen Nieuwpoort-Duinkerke, Veurne - Sint-Winoksbergen, Veurne-Lo; aan de nieuwe westelijke ring-expresweg en in de toekomst aan de A 18 en A 19. Verkeersknooppunt voor het westelijk gedeelte van de provincie West-Vlaanderen. Arrondissementshoofdplaats.

Verzorgend centrum op het vlak van handel, gerecht, onderwijs en gezondheidszorg dat zich vooral uitstrekt over de agrarische gemeenten van het achterland. Leunt aan bij de toeristisch uitgebouwde Westkust met voornamelijk dagtoerisme. Industrieterrein met onder meer suikerfabriek ten zuidoosten van de stad tussen kanaal Veurne-Lo en spoorlijn Adinkerke-Gent, en ten noordoosten tussen Pannestraat en Sint-Idesbaldusstraat. Landbouwbedrijven met gemiddelde bedrijfsgrootte van 11,4 ha.

Voor het eerst vermeld in 877 als Furnu van Furnum, nederzettingsnaam bij hydroniem Furg. Ontstond vermoedelijk rond een burcht kaderend in de reeks versterkingen gebouwd eind 9de eeuw tegen de dreigende invallen van de Noormannen langs de Vlaamse en de Zeeuwse kust. De stadsplattegrond vertoont een grosso modo cirkelvormig grondplan gevormd door het tracé van Noord-, Panne-, Zwarte Nonnen-, Vleeshouwersstraat en Grote Markt; vindt zijn oorsprong in de na verwoesting door de Noormannen (10de eeuw) uitgebreide versterkingen rondom de burcht van Boudewijn I ter hoogte van huidig Sint-Walburgapark, zie alhier bewaarde terp. Oprichting van kapel toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw nabij de grafelijke burcht; overbrenging van de relieken van Sint-Walburga en haar broers circa 870, stichting van kapittel in de 11de eeuw, en schenking van Heilig Kruisrelikwie door Robrecht van Jeruzalem circa 1100.

In 1060, eerste vermelding van handelsnederzetting ten oosten van de burcht.

Goederen aanvoer langs de Calonnegracht of gedeelte van het kanaal Veurne-Sint-Winoksbergen ten zuidoosten van de prestedelijke kern; huidige oost-west-as van Houtmarkt, Appelmarkt, Nieuwstraat, Oude Beestenmarkt; gedempt in 1685-1709.

Vlakbij de kaai ter hoogte van huidige Appelmarkt, oprichting van de Sint-Niklaaskerk met oudste vermelding van 1120. Ook stadsuitbreiding in zuidwestelijke richting, zie ontstaan in de 12de eeuw van Sint-Denijsparochie met kerk. In de 14de eeuw, aanleg van stadsversterkingen volgens het huidig tracé van Oude Vestingstraat, Astridlaan, Daniël De Haenelaan, Peter Benoitlaan, Lindendreef en Karel Coggelaan; volgens 16de-eeuws stadsplan van Jacob van Deventer met gracht, muur met halfronde torens, vier stadspoorten (noord, west, zuid, oost) met hun respectievelijk bruggen, en ten oosten extra muros, de Sint-Niklaasabdij ook zogenaamd "Butenburch" gesticht in 1120 door Jan van Waasten, bisschop van Terwaan.

Vanaf de 11de eeuw: Veurne hoofdplaats van Veurne-Ambacht, één der kasseirijen waarin het graafschap Vlaanderen in het tweede kwart van de 11de eeuw verdeeld. Gebied rondom Veurne behoorde voorheen tot de gouw Terwaan. In 1060, eerste burggraaf van Veurne waarvan het ambtsgebied zich uitstrekte tussen IJzer en Noordzee. In 1095 en het tweede kwart van de 12de eeuw, respectievelijk oprichting van schepenbank en rechtscollege met keurheren speciaal belast met criminele rechtspraak; beide verenigd in één rechtscollege in 1240.

Hoofdbestuur gevormd door twee landhouders. In 1586, unie van stad en kasselrij Veurne onder een gemeenschappelijk magistraat.

Tijdens de middeleeuwen was Veurne de meest versterkte stad van het graafschap Vlaanderen. Tevens periode van economische bloei tengevolge van de lakenindustrie; reeds eind 13de eeuw, terugloop wegens de crisis in de Engels-Vlaamse betrekkingen. 15de-16de eeuw: mislukte pogingen om saainijverheid alhier over te brengen, in concurrentie met nabijgelegen Hondschote waar deze nijverheid eind 16de eeuw haar hoogste bloei kende. Vanaf eind 13de eeuw, geleidelijke stadsontvolking; vestiging van stadsbewoners in de kasselrij waar ze zich op de landbouw toeleggen.

In 1566 en 1578, verwoesting van kerken, kloosters en verschillende kunstschatten door de beeldenstormers. Circa 1621, aanleg van de nieuwe Sint-Niklaasabdij binnen de stadsmuren op de plaats van het refugium, door abt Robert du Flocq; zuidoostelijk stadsgedeelte grosso modo tussen huidige Appel-, Houtmarkt, Karel Coggelaan, Klaver- en Boterweegschaalstraat.

De unie van stad en kasselrij in 1586 begunstigde eerst genoemde; wederopbloei tengevolge economische voorspoed van platteland of kasselrij ten tijde van Albrecht en Isabella. Belangrijke periode voor het stadsbeeld: aanleg uit commerciële noodzaak van Grote Markt als eigenlijke marktruimte met nieuw Stadhuis, Landhuis met Belfort, Vleeshal en zogenaamd "Hoge Wacht" (eerste helft van de 17de eeuw). Vanaf circa 1644, beëindiging van de voorspoed door oorlogen en ziekten.

In de loop van 15de eeuw-eerste helft 17de eeuw, verbetering en uitbreiding van de middeleeuwse stadsversterkingen onder meer met ravelijnen, zie plan van Sanderus (1644).

17de eeuw: ontstaan van de Boetprocessie als kruisweg onder impuls van de Sodaliteit van de Gekruisigde Zaligmaker met als bezieler Jacobus Clou, norbertijnermonnik van de Sint-Niklaasabdij (Heilig Kruisrelikwie, zie supra).

1668-1713: Veurne onder Franse bezetting.

1673-1692: afbraak van de verbeterde middeleeuwse stadsversterkingen.

Circa 1706, aanleg van nieuwe bredere ring van versterkingen rondom de middeleeuwse stad door maarschalk Vauban; vestingswal met bastions en ravelijnen volgens Ferrariskaart (1771-1778); ontmanteld door Jozef II (eind 18de eeuw).

Tweede helft van de 18de eeuw: tweede periode van economische wederopbloei van het platteland onder de regering van Maria Theresia waardoor de stad aan administratieve belangrijkheid wint; weerspiegelt zich in de bouw van verschillende herenhuizen met rococo en classicistische inslag.

Met de Franse Revolutie: afschaffing van Sint-Niklaasabdij, Sint-Walburgakapittel en kloosters.

19de eeuw: eerder geringe bouwactiviteit. Eerste stad op Belgisch grondgebied waar koning Leopold I ontvangen wordt (1831).

Verwoesting van verschillende panden tijdens de eerste wereldoorlog, voornamelijk te situeren in Zuid-, Oost-, Noordstraat en op Grote Markt, onder meer noordelijke marktzijde met architecturaal interessant eenheidsproject met trapgevels uit het eerste kwart van de 17de eeuw.

Wederopbouw (1920-1925) gekenmerkt door een traditionele aanpak: behoud van kleinschalig karakter en aansluiting bij specifieke stijlkarakteristieken van de streek, of reconstructie van het oorspronkelijk uitzicht.

Meestal te herstellen schade na tweede wereldoorlog.

Nauwelijks aangetast middeleeuws stratenpatroon. Stadsgezicht bepaald door de onregelmatige zeshoek van de voormalige middeleeuwse stadsversterkingen, de nog grosso modo bewaarde bastions van de Vaubanvestingen tussen kanalen Veurne-Nieuwpoort en Veurne-Duinkerke, de spoorweg ten noordoosten, de stervormige structuur van de uitvalswegen Noord-, Oost-, Zuid- en Pannestraat. Voorts, vage perceelvorming rondom de onregelmatige zeshoek van de voormalige middeleeuwse stadsversterkingen verwijst nog naar het tracé van de Vaubanvestingen. Ten noorden van Ooststraat, verdicht en kleinschalig gebied enigszins afwijkend van het stedelijk patroon; twee overbouwde doorgangen van Paviljoen- en Oratoriestraat verbinden de Ooststraat met deze buurt gekenmerkt door verkrotting en afbraak van typische bebouwing uit de 18de en 19de eeuw.

Stadskern opgebouwd uit Grote Markt met onmiddellijke omgeving en het belangrijke Sint-Walburgapark. Onmiddellijke begrenzing van prestedelijke kern gekenmerkt door bochtig karakter. Ten zuidoosten van Grote Markt, plein gevormd door Appel- en Houtmarkt; gedomineerd door Sint-Niklaaskerk ten noorden uitvalswegen met recht tracé.

Relatief gaaf bewaarde gevelwanden met historisch en architecturaal belangrijke accenten; bebouwing gekenmerkt door het traditioneel gebruik van baksteen.

Romaanse architectuur beperkt tot twee bewaarde onderkelderingen uit de 13de eeuw (Noordstraat nummer 11; Appelmarkt nummer 2). Vroeg-gotiek vertegenwoordigd door koorpartij van Sint-Walburgakerk en westtoren van Sint-Niklaaskerk (13de eeuw-begin 14de eeuw). Voormalig stadhuis zogenaamd "Spaans Paviljoen" in gotische stijl van 1448-1452 en circa 1530 (Ooststraat nummer 2). Zeldzaam voorbeeld van laat-gotische burgerlijke bouwtrant: trapgevel met verankerd skelet van zogenaamde Brugse traveeën (Grote Markt nummer 26). Bebouwing uit het vierde kwart van de 16de eeuw-17de eeuw in regionale Vlaamse-renaissancestijl met oudst gedateerde gevel van 1570 (Vleeshouwersstraat nummer 23); voornamelijk gekenmerkt door verdiepte korf- en tudorboogomlijstingen van rechthoekige muuropeningen met houten kruiskozijn, dakvensters en -kapellen met inzwenkende belijning, top- en schouderstukken, geprofileerde schoorstenen met pilastertjes. Beide laatst genoemden worden traditioneel doorgebruikt in de lokale 18de-eeuwse architectuur. Voorts, trapgevels uit het vierde kwart van de 16de eeuw – eerste kwart van de 17de eeuw met voor de Westhoek typisch aediculavenster in de geveltop (Grote Markt nummer 1, nummer 27; Noordstraat nummer 11). Uitzondering: voormalig Landhuis van 1613-1621, enig voorbeeld van een zuiverder toepassing van de renaissancevormgeving, zie materiaalgebruik, Arquennesteen in plaats van traditionele baksteen, en evenwichtige gevelcompositie met superpositie van Dorische- en Composiet pilasters (Grote Markt nummer 29).

Afwezigheid van barokarchitectuur (crisisperiode tweede helft van de 17de eeuw – eerste helft van de 18de eeuw); doch, geleidelijk verlaten van de regionale traditioneel geïnspireerde architectuur voor de nieuwe Franse stijlrichtingen in het vierde kwart van de 17de eeuw – eerste helft van de 18de eeuw. Enerzijds, vlakke lijstgevels met rechthoekige muuropeningen voorzien van kozijnconstructie onder strekse latei (Vleeshouwersstraat nummer 35), of met kozijnen verdiept in getoogde- of korfboogomlijsting. Anderzijds, invloed van de Lodewijk XIV-stijl met als vroeg voorbeeld het poortgebouwtje uit het vierde kwart van de 17de eeuw van de voormalige Sint-Niklaasabdij (Klaverstraat nummer 8); deuromlijsting van 1739 als variante van baksteen op natuurstenen voorbeelden (Noordstraat nummer 21); enkele sporadische pilastergevels (oorspronkelijk van 1714: Grote Markt nummer 22; 1749: Noordstraat nummer 51) waarvan vermoedelijk voornamelijk het mengtype met vlakke pilasters op de bovenverdieping, smalle puilijst, geprofileerde en meestal gekorniste kroonlijst typerend is voor de eerste helft van de 18de eeuw (Zuidstraat nummer 43) en rond de eeuwhelft (tweede-derde kwart van de 18de eeuw) (Zuidstraat nummers 9,13).

Tweede helft van de 18de eeuw, hoogtepunt van de burgerlijke bouwkunst tengevolge de economische voorspoed van het platteland, gekenmerkt door Franse invloeden.

Grosso modo twee types. Enerzijds, heren- en burgerhuizen met vage rococo) inslag, zie lijstgevels met geprofileerde bakstenen kroonlijst en getoogde muuropeningen in vlakke omlijsting met oren; volgens bewaarde geveldateringen voornamelijk te situeren in het derde kwart van de 18de eeuw (Pannestraat nummer 5).

Anderzijds, classicistische pilastergevels vaak met paneelwerk op borstwering (Noordstraat nummers 9, 53; Vleeshouwersstraat nummer 16; Grote Markt nummers 10, 21).

Uitzonderlijk voorkomen van travee-nissen met geblokte penanten (Grote Markt nummer 25) en van geblokte pilasters (Zuidstraat nummer 32); laatst genoemden accentueren eerder uitzonderlijk een risaliet (Zwarte Nonnenstraat nummer 20). Echter, sporadisch gebruik van geblokte hoekbanden voor gevel of risaliet in combinatie met vermelde vensteromlijstingen (derde kwart van de 18de eeuw) (Pannestraat nummer 5; Noordstraat nummers 34-36).

Bewaard 18de-eeuws houtwerk vertoont twee tendenzen. Sluit enerzijds nog aan bij de traditionele kozijnconstructies (vierde kwart van de 16de eeuw – 17de eeuw) van houten kruiskozijnen met kleine roedeverdeling en van kozijndeuren; vensters zonder stijlinvloeden, echter wel nog zeldzaam bewaarde rococo kozijndeur met accoladeboogvormige tussendorpel met schelpmotief, en waaier (Zwarte Nonnenstraat nummer 7).

Anderzijds, kozijnen met specifiek constructief karakter vervangen door zogenaamde "Franse ramen" of in de muuropening verdiepte langere ramen met meestal behouden kruis- en roedeverdeling (Houtmarkt nummer 15); ook verdiept deurhoutwerk ter vervanging van de kozijndeur; hierbij verdwijnen zijstijlen, hoven- en onderdorpel in de muuropening. Daarnaast ook overgangstype: in de muuropening verdiepte lange kozijnen echter met nog deels zichtbare zijstijlen, boven- en onderdorpels (Zwarte Nonnenstraat nummer 20).

19de-eeuwse bebouwing. voornamelijk sobere lijstgevels van baksteen met rechthoekige muuropeningen onder strekse lateien. Voorts enkele neoclassicistische herenhuizen met bepleisterde of gecementeerde lijstgevels (Zuidstraat nummer 21; Noordstraat nummer 32) en een zeldzaam voorbeeld van de second-empirestijl (Duinkerkestraat nummer 18). Enkele bewaarde houten winkelpuien onder meer naar ontwerp van stadsarchitect J. Vinck (Veurne) uit het vierde kwart van de 19de eeuw, met neoclassicistische en neorenaissance elementen (Zuidstraat nummer 1, Grote Markt, nummer 2). Voornamelijk neogotische Iaat-19de-eeuwse architectuur met als meest markante vertegenwoordiger het stationsgebouw (statieplaats nummer 22).

Bebouwing uit het eerste kwart van de 20ste eeuw onder meer: wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog: imitatieve begeleidingsarchitectuur voornamelijk geïnspireerd op de regionale renaissance-architectuur ujt het vierde kwart van de 16de eeuw – eerste kwart van de 17de eeuw waaraan vermelde kenmerken ontleend; zelfs variante op de lokale renaissance-architectuur van het Stadhuis (Noordstraat nummers 16-18). Enkele grosso modo naar oorspronkelijk renaissancepatroon gereconstrueerde gevels (Grote Markt nummers 30-34). Ook wederopbouw naar oorspronkelijk patroon uit de eerste helft van de 18de eeuw met inslag van de Lodewijk XIV-stijl (Grote Markt nummer 22) naast imitaties ervan. Doorgaans functioneler geïnterpreteerde begane gronden: afzonderlijk behandelde registers overeenkomstig winkelfunctie.

Recentere bebouwing sluit nog aan bij dergelijke "kopiërende" mentaliteit (Grote Markt nummer 3) of getuigt van de zogenaamd, "gabaritinfill" (Ooststraat, nummer 3).

Zeshoekvormige ring van de voormalige middeleeuwse stadsversterkingen bewaart aan binnenzijde nog enkele tuinmuren; buitenzijde bepaald door architectuur uit de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw met analoge kenmerken als gelijktijdige bebouwing binnen de oude stadskern, uitgezonderd enkele zeldzame uitingen van modernistische baksteenarchitectuur voornamelijk te situeren in Astridlaan. Groot rijksadministratief centrum in opbouw op hoek van Zuidstraat met Peter Benoitlaan. Niet in de omgeving geïntegreerde sociale verkaveling van de Spreeuwenbergstraat gelegen op zuidwestelijk vestingsbastion van Vaubanversterkingen. Recente, sterke uitbreiding van de bebouwing buiten laatst genoemde versterkingen.

Goed perspectief op stadskern vanaf kanaal Veurne-Sint-Winoksbergen verstoord door nieuwe westelijke expresweg (Europalaan); verbreekt enigszins de band tussen stad en platteland.

Voornamelijk, oorspronkelijk omwalde hoeven met losse, witgekalkte bestanddelen van baksteen, in kern opklimmend tot de 18de eeuw. Wederopgebouwde hoeven sluiten bij vermelde traditionele regionale hoevebouw aan, zie grosso modo bewaard algemeen volume, losse opstelling, en bouwtrant.

  • Stadsarchief Veurne, oud archief, ongebundelde bouwaanvragen (1775, 1780).
  • DEVLIEGHER L., GOOSSENS M., Vensters in West. Vlaanderen (Oudheden in West- en Frans-Vlaanderen, 1), Tielt-Bussum, 1980.
  • VROMMAN F., Oude monumenten en gevels, te Veurne in West-Vlaanderen, 11, 5, 1953, p. 194-199.
  • AMEEUW J., Veurne van vroeger tot nu, Koksijde, 1969.
  • BÉTHUNE J., Les monuments de la ville de Furnes in Bulletin de la Gilde de St. Thomas et de St. Luc<:em>, VII, 1871, p. 101-144.
  • DALLE D., Gids voor de Westkust, Veurne en het achterland, [De Panne], 1976.
  • DALLE D., Veurne op het einde van de zestiende eeuw (De gidsenkring, XI, 2, 1973, p. 2-8; De gidsenkring, XII, 3, [974, p. 3-4).
  • DAWYNDT A., Veurne rond "La Belle Epoque" in Heembibliotheek "Bachten de Kupe", nummer 14, 1978.
  • DELESTREZ W., Veurne in oude prentkaarten, Zaltbommel (Nederland), 1972.
  • Facetten van het bouwkundig erfgoed 1. Stadsgezichten Diest-Halle-Kortrijk- Veurne, in opdracht van het Ministerie van Nederlandse Cultuur, Gent, 1978.
  • DE MEULEMEESTER J., De circulaire versterking en de Warandemote te Veurne in Conspectus, MCMLXXVIII, Archaeologia Belgica, 213, Brussel, 1979, p. 152-156.
  • DE MEULEMEESTER J., De circulaire versterking te Veurne in Conspectus, MCMLXXIX, Archaeologia Belgica, 223, Brussel, 1980, p. 109-113.
  • DE POTTER F., RONSE E., BORRE P., Geschiedenis der stad en kastelnij van Veurne, 2 dln, Gent, 1873-1875.
  • HINDRYCKX J., Stad Veurne. Geschiedkundige nota's. Monumenten, Charleroi, s.a.
  • PLETTINCK L., Furnes illustré, Veurne, (1898).
  • VAN DE PUTTE F., CARTON C., Chronicon et cartularium abbatiae Sancti Nicolai Furnensis, Ordinis Premonstratensis, et Chronicon Bethaniae seu Domus S. Joseph Furnensis (Recueil de Chroniques, Chartres et autres Documents concernants I'Histoire et les Antiquités de la Flandre-Occidentale, publié par la Société d'Emulation de Bruges I, Chroniques des monastères de Flandres), Brugge, 1849.
  • VANDEVELDE H., Geschiedenis der Veurnsche processie. Van deszelfs oorsprong tot heden, Veurne, 1855.
  • VANNESTE O., THEYS J., Veurne. Een economische studie in Westvlaams Economisch Studiebureau, X, Brugge, 1964.

Bron     : Delepiere A.-M. & Lion M. met medewerking van Huys M. 1982: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Veurne, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 8N, Brussel - Gent.
Auteurs :  Delepiere, Anne Marie, Lion, Mimi
Datum  : 1982


Relaties

  • Omvat
    's Heerwillems

  • Omvat
    Appelmarkt

  • Omvat
    Astridlaan

  • Omvat
    Bejaardenwoningen van 1951

  • Omvat
    Belgische bunker

  • Omvat
    Bewesterpoort

  • Omvat
    Boterweegschaalstraat

  • Omvat
    Brouwerij met brouwerswoning en mouterij

  • Omvat
    Bunker

  • Omvat
    Calonnegracht

  • Omvat
    Classicistisch hoekhuis met winkelpui

  • Omvat
    Dan. De Haenelaan

  • Omvat
    Duin-polderovergang Ten Bogaerde

  • Omvat
    Duinkerkestraat (Veurne)

  • Omvat
    Gedenkplaten militaire en burgerlijke doden

  • Omvat
    Handboogstraat

  • Omvat
    Historische stadskern van Veurne

  • Omvat
    Hoeve

  • Omvat
    Hoeve

  • Omvat
    Hoeve 't Duvekot

  • Omvat
    Hoeve Klokhof

  • Omvat
    Hoeve met losse bestanddelen

  • Omvat
    Hoeve met losse bestanddelen

  • Omvat
    Hoeve Verbrande hofstede

  • Omvat
    Kapel Onze-Lieve-Vrouw-Onbevlekt-Ontvangenis

  • Omvat
    Karel Coggelaan

  • Omvat
    Klaverstraat

  • Omvat
    Langgestrekte hoeve

  • Omvat
    Lindendreef

  • Omvat
    Mitrailleurspost

  • Omvat
    Modernistische woning

  • Omvat
    Molenstraat (Veurne)

  • Omvat
    Nieuwpoortstraat

  • Omvat
    Nieuwstraat

  • Omvat
    Noordstraat

  • Omvat
    Ollevierslaan

  • Omvat
    Ooststraat

  • Omvat
    Oude Beestenmarkt

  • Omvat
    Oude Vestingstraat

  • Omvat
    Pannestraat

  • Omvat
    Peter Benoitlaan

  • Omvat
    Rechtbank van Koophandel

  • Omvat
    Sint-Denisplaats

  • Omvat
    Sociale woonwijk Zannekinlaan

  • Omvat
    Sporkijnstraat

  • Omvat
    Statieplaats

  • Omvat
    Statiestraat

  • Omvat
    Tuinwijk Nieuwstad

  • Omvat
    Veldkapel Maria, Troost ter nood

  • Omvat
    Villa Belle View

  • Omvat
    Villa in eclectische stijl

  • Omvat
    Vleeshouwersstraat

  • Omvat
    Wegkapel

  • Omvat
    Wegkapel

  • Omvat
    Wegkapel Zoete's Kapelleke

  • Omvat
    Westhoekduinen, duinen van Cabour, De Moeren en plateau van Izenberge

  • Omvat
    Zuidgasthuishoeve

  • Omvat
    Zuidkapel ter ere van Onze-Lieve-Vrouw

  • Omvat
    Zuidstraat

  • Is deel van
    Veurne