Geografisch thema

Jesseren

ID: 14027   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14027

Beschrijving

Oudste vermelding als Jesseram (1079). Gelegen in de schiervlakte tussen het massief van Borgloon ten westen en het massief van Overrepen ten oosten. Het gebied is minder hoog, doch vertoont een sterk golvend reliëf (60-110 meter). Hoewel behorend tot Droog-Haspengouw wijkt het landschapstype ten gevolge van dit uitgesproken reliëf en de fruitaanplantingen af van het typische open field-landschap. De Marmel- of Motbeek vormt de oost- en zuidgrens van de gemeente, de Sint-Annabeek de westgrens. De oudste bewoning klimt op tot de prehistorie.

Van de Romeinse bewoning getuigen tegulae, bakstenen en een stuk hardsteen met inscriptie "DEST", gevonden in een circa 1887 genivelleerde tumulus nabij de kerk. De antieke wegen van Tongeren naar Taxandria en Jesseren-Rutten doorkruisten het grondgebied van de gemeente. In 1853 vond men nabij de kerk enkele Karolingische munten, die mogelijk op een begraafplaats kunnen wijzen.

Jesseren was een leen van de graven van Loon. De helft van de heerlijkheid was in handen van de graaf van Heers en de familie van den Rivieren of de Rivière, heren van Heers. Het andere gedeelte was het bezit van de familie van Jescheren; laatstgenoemd gedeelte is achtereenvolgens in handen van de families Cannarts (1428), de Cancro (1475), van den Creeft (1506) en wordt in 1547 verkocht aan de heer van Heers, de Rivière, die op die manier de heerlijkheid weer verenigt. In 1685 verwerft de Sint-Laurentabdij van Luik alle bezittingen van de graven van Heers, dus ook de heerlijke rechten over Jesseren. In 1757 komt het graafschap Heers in handen van baron Nicolas Erasme de Stockem; de familie de Stockem blijft in het bezit van Jesseren tot de Franse periode. Achter de kerk is nog de burchtheuvel te zien waarop de burcht van de heren van Jesseren stond; van burcht of kasteel bleven geen resten bewaard.

Op juridisch gebied ressorteerde de schepenbank van Jesseren onder het beroepshof van Vliermaal.

Op het grondgebied bevonden zich het Loonse laathof Berg, een Luiks laathof, en een groot Loons leen, genaamd Hofrys. Jesseren had één jaarlijks verkozen burgemeester.

De kerk van de Heilige-Kruisverheffing was een quarta-capella van de kerk van Borgloon. Zij bezat het dooprecht. Het patronaatsrecht van de kerk was in handen van de graven van Loon. Zij gaven dit in leen aan hun vazallen. Zo werd in 1218 een gedeelte van het patronaatsrecht en de tienden gehouden door Willem, ridder van Leeuw, en zijn broers Godfried en Giselbert. Zij verkopen dit deel aan de abdij van Herkenrode. Gauthier, ridder van Ridderherk, een Luikse heerlijkheid onder Overrepen (Tongeren), schenkt het overige deel van de tienden in hetzelfde jaar aan dezelfde abdij. In 1258 wordt de parochie geïncorporeerd bij de abdij. Vanaf dan bezitten de abdissen ook het patronaatsrecht.

Jesseren is steeds een landbouwdorp geweest; nu ligt het accent op de fruit- en bietenteelt. Het gebrek aan plaatselijke tewerkstelling had tot gevolg dat de helft van de actieve bevolking forens is.

De spoorlijn Sint-Truiden-Tongeren, aangelegd in 1878-1879, doorkruiste de gemeente; begin 20ste eeuw kreeg Jesseren een station. De aanwezigheid van de spoorlijn gaf aanleiding tot de oprichting van een vrij belangrijke stroopfabriek (zie Jesserenplein). De uitbating van de lijn stopte in 1957; in 1970-71 werden de sporen opgebroken over heel de lijn. Het tracé is nog steeds in het landschap te onderscheiden.

Het nederzettingspatroon is typisch voor dit schiervlaktegebied, dat eerder bij Vochtig- dan bij Droog-Haspengouw aansluit: zonder een echt straatdorp te zijn is de bebouwing van de dorpskern toch uitgesproken lineair (Jesserenstraat), met gelijkaardige lineaire bebouwing in het gehucht Broek (Broekstraat). Enkele grote vierkantshoeven domineren het dorpsbeeld.

Oppervlakte: 384 hectaren. Aantal inwoners: 694.

  • BAUWENS-LESENNE M., Bibliografisch repertorium van de oudheidkundige vondsten in Limburg behoudens Tongeren-Koninksem (vanaf de vroegste tijden tot de Noormannen) , Oudheidkundige repertoria, Reeks A: Bibliografische repertoria; 8, Brussel, 1968, pagina's 134-136.
  • DARIS J., Notices sur les églises du diocèse de Liège, Volume I, Liège, 1867, pagina's 477-495.
  • DOORSLAER B. VAN, (editor), Spoorwegen in Limburg. Provincie Limburg, Dienst voor Industrieel Erfgoed, Hasselt, 1991, pagina's 64-65.
  • LUX G.V., De Romeinse overblijfselen in de streek rondom Gors-Opleeuw , Het Oude Land van Loon, 25, 1970, pagina 48.
  • NUYENS E.M., Inventaris der archieven van het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht , Rijksarchief in Limburg, 31, Maastricht, 1984.
  • PAQUAY J., Les paroisses de l'ancien concile de Tongres y compris les conciles de Hasselt et Villers-L'Evêque démembrés du même concile , Bulletin de la Société d'Art et d'Histoire du Diocèse de Liège, pagina's 250-252.

Bron     : Pauwels D., Schlusmans F. met medewerking van Muyldermans E. & Rombouts J. 1999: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Tongeren, Kanton Borgloon, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 14N4, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Pauwels, Dirk, Schlusmans, Frieda
Datum  : 1999


Relaties

  • Is deel van
    Borgloon
    Borgloon (Limburg)

  • Omvat
    Broekstraat
    Broekstraat (Borgloon)

  • Omvat
    Hoeve
    Kreelovenstraat 6, 8, Pastoorstraat 1 (Borgloon)

  • Omvat
    Jesserenplein
    Jesserenplein (Borgloon)

  • Omvat
    Jesserenstraat
    Jesserenstraat (Borgloon)

  • Omvat
    Notelaarboomgaard van de hoeve Martin
    Jesserenstraat 83 (Borgloon)