Geografisch thema

Sint-Martens-Bodegem

ID: 14252   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14252

Beschrijving

Sint-Martens-Bodegem is sinds 1977 de noordoostelijk gelegen fusiegemeente van Dilbeek, ze telt 2700 inwoners (2009) en heeft een oppervlakte van 561 ha. Bodegem ligt in het noorden van het Pajottenland op het Brabants plateau. De gemeente kent verschillende natuurlijke grenzen. Dit bevestigt de veronderstelling dat de grenzen van de gemeente doorheen de eeuwen heen zo goed als niet gewijzigd werden. Ten noorden vormt de Molenbeek de grens met Sint-Ulriks-Kapelle en met Groot-Bijgaarden; ten oosten vormt het (voorheen ondoordringbare) Rondenbos de grens met Dilbeek; de westelijke grens met Ternat wordt gevormd door een rechtlijnige en oude domaniale veldafbakening; ten zuiden vormen beekjes zoals de Zierbeek, de Plankenbeek en de Beverstraatbeek (of Zibbeek) de grens met Schepdaal en Itterbeek. Ten noorden tegen de grens met Sint-Ulriks-Kapelle wordt het dorp van oost naar west doorsneden door de spoorlijn Brussel-Aalst-Gent. De gemeente heeft een glooiend landschap met zandhoudende klei- en leemgronden, die uiterst geschikt zijn voor landbouw.

Deze landbouw- en woongemeente heeft ondanks de nabijheid van Brussel haar landelijk karakter behouden en wordt gekenmerkt door een verspreide bebouwing die zich voornamelijk concentreert in het dorpscentrum en rond het station. Door zijn landelijke ligging dicht bij een grootstad kreeg de gemeente ook een residentieel karakter met een bevolking die grotendeels werkzaam is in Brussel. De dorpskern, centraal in de gemeente, is sinds 1981 beschermd als dorpsgezicht (datum besluit 23-10-1981) en omvat onder meer de kerk met het omliggende kerkhof en het park van het Hof te Bodegem of Kasteel van Malier ten zuiden van de dorpskern.

In de gemeente zijn nog veel resten van voornamelijk 19de-eeuwse gesloten hoeves terug te vinden. Deze hoeves, verwijzend naar het rijke landbouwverleden, hebben meestal hun oorspronkelijke functie verloren. Voorbeelden hiervan zijn de Wolsemhoeve, de Honsemhoeve, de Walravershoeve en het Hof te Voorde. Een groot aantal van deze indrukwekkende hoeves zijn overblijfselen van oude pachthoven, bijvoorbeeld het Personaatshof. Buiten deze grootschalige landbouwbedrijven zijn in het dorp ook nog resten aanwezig van kleinere hoeves (bijvoorbeeld: in de Lange Veldstraat en in de Sint-Martinusstraat). Tot voor kort waren er in de gemeente nog vele resten van leembouw aanwezig, deze zijn vandaag nagenoeg allemaal verdwenen, met uitzondering van het beschermde, heden heropgebouwde huisje Mostinckx. Voorbeelden van eenvoudige dorpswoningen uit begin 20ste eeuw zijn Kerselareveldstraat nummers 3-9. Het dorp kende één vooraanstaande brouwerij, namelijk de hoeve-brouwerij Appelmans in het centrum van het dorp die lambiek en geuze produceerde.

Historische inleiding

Over de oudste geschiedenis van Bodegem zijn we zo goed als niet ingelicht. Er werden tot nu toe geen noemenswaardige archeologische opgravingen of toevalsvondsten gedaan die uitsluitsel geven over de oorsprong van de gemeente. Bodegem is ontstaan uit drie nederzettingen: Bodegem centraal in de gemeente, Honsem ten zuidwesten van het centrum en Wolsem ten noordoosten van het centrum. Het toponiem Bodegem heeft een Frankische oorsprong en zou verwijzen naar een woonplaats uit de 4de-5de eeuw. Volgens Verbesselt zou Bodegem zelfs teruggaan tot een Gallo-Romeinse nederzetting. Wolsem en Honsem zijn ook vestigingstoponiemen, maar deze gaan waarschijnlijk maar terug tot de 8ste-9de eeuw. De eerste keer dat de plaatsnaam Bodegem opduikt, is in de 11de eeuw. Het is niet duidelijk van welk groter domein Bodegem oorspronkelijk deel uitmaakte.

Tijdens de feodale periode maakte Sint-Martens-Bodegem deel uit van het hertogdom Brabant. Het leen van Bodegem hing af van twee heerlijkheden. Het grootste deel van het dorp was in het bezit van de heerlijkheid Dongelberg. In de 13de eeuw werden er ook rechten toegewezen aan de heer van Gaasbeek. Bodegem werd door de heren van Dongelberg in leen gegeven aan plaatselijke leenmannen die de dorpsnaam als familienaam gebruikte. Deze familie van Bodegem zal een rol blijven spelen tot in de 13de eeuw. De laatste heer van deze familie was Wouter van Bodegem. Hij liet ook de dorpskeure opstellen die in 1279 werd uitgevaardigd. Na de familie van Bodegem kwamen andere families in bezit van de heerlijkheid: onder andere van Liedekerke, van Gavere, T’Serclaese, van Schoonhoven en van der Straeten. Het Castelhof, ten noordwesten van het dorpscentrum, fungeerde als feodale zetel van de dorpsheren tot circa 1700. De oude motte en de zetel van de heerlijkheid van Sint-Martens-Bodegem werd door Verbesselt verkeerdelijk gesitueerd op het domein van het kasteel Malier of het Hof te Bodegem.

In 1749 verkocht de toenmalige heer te Bodegem, Guillielmus Marcel de Fierlant, zijn Dongelbergs achterleen aan Charles Thomas Scockaert, graaf van Tirimont, heer van Gaasbeek. Op deze wijze komt een einde aan het tweeledige karakter van Bodegem. Het zal voortaan in zijn geheel deel uitmaken van Gaasbeek tot aan het einde van het ancien regime.

Tijdens de Franse Revolutie werd Bodegem ingelijfd bij het departement van de Dijle en maakte het deel uit van het kanton Anderlecht. De plaatselijke schepenbank werd opgeheven en de rechtspraak werd overgedragen aan het vredegerecht van Sint-Martens-Lennik. Bij de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden ging men het dorp in 1815 onderbrengen bij de provincie Zuid-Brabant die bij de oprichting van België werd omgedoopt tot de provincie Brabant.

Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog bleef Bodegem vrij goed gespaard van zware vernielingen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er een doortocht van Duitse troepen en hebben er veel Duitsers gelogeerd. Zij werden onder meer gestationeerd in het Castelhof en in hoeves in de buurt van de spoorweg. Dit was door het belang van de spoorweg voor vervoer van troepen en materieel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleven ook vele gemobiliseerde soldaten in Bodegem, maar grote schade werd er niet aangericht.

De parochiegrenzen van Sint-Martens-Bodegem vallen samen met de dorpsgrenzen. Tot zover gekend is Sint-Martinus altijd de patroonheilige geweest. Sint-Niklaas en Sint-Elooi worden algemeen aanvaard als tweede en derde beschermheilige. Verbesselt situeert het ontstaan van de parochie in de 9de eeuw. Bodegem zal tot 1559, bij de oprichting van het bisdom Mechelen, afhangen van het bisdom Kamerijk. Kerkelijk valt de Sint-Martinusparochie heden onder het dekenij van Dilbeek (sinds 1963). Bodegem kende twee kapelanijen. Een eerste was deze van Onze-Lieve-Vrouw die in de 13de eeuw werd opgericht in de kapel van het kasteel. De Sint-Niklaaskapelanij werd waarschijnlijk in de 15de eeuw opgericht in de kerk. De parochie kende ook verschillende broederschappen, waaronder het broederschap van Sint-Elooi (gesticht in 1768).

Wat betreft het onderwijs werd er in 1880 aan het gemeentehuis een nieuwe gemeentelijke school gebouwd (voor jongens en meisjes). In 1897 verlaten vele kinderen de school omwille van het schrappen van godsdienst als verplicht vak in het gemeentelijk lager onderwijs. De jongens gaan daarna voornamelijk naar school in Groot-Bijgaarden en de meisjes naar Sint-Ulriks-Kapelle. In 1910 werd er een klooster met meisjesschool van de zusters annonciaden van Huldenberg opgericht (Sint-Martinusstraat nummer 10), die startte in 1911. In 1924 werd er een nieuwe gemeentelijke jongensschool gebouwd in (Solleveld). Deze werd snel ook voor andere doeleinden gebruikt en sinds de jaren 1970 werd het gebouw gebruikt door de Vrije Basisschool.

Op het vlak van landbouw werd sinds eind 19de, begin 20ste eeuw meer en meer overgeschakeld op tuinbouw die een afzetmarkt in Brussel kende. De gemeente kende net als andere gemeenten in West-Brabant een bloeiende hopteelt tot begin 20ste eeuw. Op veel hoeves in het dorp werd in het verleden hop gekweekt voor eigen gebruik en als bijverdienste. Deze hoeves hadden vaak een eigen hopast. In 2011 telt de gemeente nog één actieve hopboer. Deze heeft nog twee hopvelden in Sint-Martens-Bodegem in de Ternatstraat. Verder zijn er nog sporen zichtbaar van hopasten. In de Sint-Elooistraat is nog een ast uit vakwerk bewaard en in de Honsemhoeve werd in 1998 een ast gerestaureerd en gered van het verval. In de gemeente leeft al lang het idee om de traditie van de hopteelt te bewaren door onder meer een afgebroken hopast uit de Provenstraat terug op te bouwen bij het huisje Mostinckx.

Ruimtelijke structuur

Over de oudere bebouwing van de gemeente zijn we ingelicht door een aantal kaarten uit de eerste helft van de 18de eeuw. Op een kaart uit het landmeetboek van het Sint-Janshospitaal van 1708 (landmeter Joos De Deken) is de centrale woonkern zichtbaar alsook de verspreide historische bebouwing. Verder zijn er nog twee figuratieve kaarten bewaard: een kaart uit de atlas van het Sint-Janshospitaal van 1712 en een kaart uit de "Tenier van Bodegem" van 1713. Op al deze kaarten is duidelijk het oude wegennet zichtbaar (zie verder) alsook het dorpscentrum met centraal de kerk en ten zuiden hiervan het domein Malier. Ten noorden van het centrum is ook een tweede kern zichtbaar rond het Castelhof met de nabijgelegen molen en het hof te Voorde. Verder is er een verspreide bebouwing zichtbaar met een aantal grote pachthoeves (bijvoorbeeld het Personaatshof ten oosten van het centrum). De gemeente kende toen ook nog een aantal open niet-bebouwde velden, zoals het Solleveld ten noorden van de kerk.

Tot de 19de eeuw bevond zich de belangrijkste woonkern nabij de parochiekerk, waarschijnlijk ontstaan uit een pleindorp rond een gemeenschappelijke dries, te situeren nabij het huidige Dorpsplein. De dries viel niet samen met het huidige Dorpsplein, maar lag aan de binnenzijde van de bocht die de Molenbeek maakt, terwijl het Dorpsplein aan de buitenzijde van de bocht ligt. Dit in tegenstelling tot de veronderstelling van Verbesselt die beweerde dat de nederzetting in oorsprong een ronddorp rond de kerk was. Pas in de 16de eeuw zou er zich een nieuwe dorpskern met cirkelvormig wegennet rondom de kerk ontplooien. Midden 18de eeuw was de dries reeds in gebruik genomen door de landbouw en niet meer voor gemeenschapsnut. Buiten het centrum lagen de landbouwgronden en een meer verspreide bebouwing. In de twee belangrijkste gehuchten Wolsem (noordoosten) en Honsem (zuidwesten) zouden zich bovendien belangrijke pachthoven ontwikkelen (de Honsemhoeve en de Wolsemhoeve), waaraan een leenhof verbonden was. Samen met de dorpskern vormden deze twee gehuchten de belangrijkste bewoningsconcentraties. Pas eind 19de eeuw zou er zich een nieuwe bewoningskern in de Molenstraat ontwikkelen ten gevolge van de aanleg van het station.

Het wegennet van Bodegem vormt een concentrisch patroon gericht op het dorpscentrum en bleef van lokaal belang tot in de 19de eeuw, regionale hoofdwegen waren afwezig. De drie oudste wegen komen samen in het dorp ter hoogte van de oorspronkelijke dries en volgen alle drie een loop van een beek: de Langebroekstraat, de Polderstraat en de Poverstraat. De straten vormden verbindingen tussen de verspreide boerderijen en de dorpsvelden. Het tracé van de kleine veldwegen toont nog steeds de indeling van de middeleeuwse veldafbakening. Het stratenplan is voornamelijk gericht op de dorpskern met oude wegen die eveneens een verbinding vormen met de omliggende gemeenten. In het "dossier d’Expertise" opgemaakt in 1832 werd geconstateerd dat er in die tijd geen grote weg door de gemeente liep. Er was slechts één buurtweg die onderhouden werd.

De spoorlijn die van oost naar west door Bodegem loopt, werd in 1856 ingehuldigd. De halte van Bodegem werd in de jaren 1860 midden in de velden ingepland langsheen een voetweg naar de watermolen, zonder verbindingswegen. Door de aanleg van de toenmalige Stationsstraat, nu de Molenstraat, moest het stratenpatroon hertekend worden. De wijk rond het station werd het tweede centrum van de gemeente en won aan belang. Eerst wou men het station oprichten in de omgeving van het Hof te Voorde, meer naar het oosten, maar er werd toch beslist het station in te planten in de omgeving van het Castelhof (waarschijnlijk om politieke redenen: het Castelhof werd toen bewoond door de toenmalige burgemeester Bilaut).

De aanleg van de Stationsstraat, heden de Molenstraat, werd pas in 1886 goedgekeurd en het werd een belangrijke verbindingsbaan met het centrum en met Sint-Ulriks-Kapelle. Hiervoor was de molen met het dorpscentrum verbonden via een voetweg die de beek volgde (de huidige Lange Broekstraat). Vanaf 1890 neemt de lintbebouwing langs de Stationsstraat een aanvang. Begin 20ste eeuw kwamen er ook bruggen boven en onder het spoor om een betere verbinding met Sint-Ulriks-Kapelle te realiseren (Tenbroekstraat en Vaartstraat).

Door de aanleg van de spoorlijn en bijhorende halte zal ook de bevolking toenemen. Ten opzichte van Groot-Bijgaarden en Dilbeek kende Sint-Martens-Bodegem slechts een gestage toename van het bevolkingsaantal in de 19de eeuw. Toch kende de gemeente een grotere bevolkingstoename dan bijvoorbeeld Sint-Ulriks-Kapelle waar geen station werd aangelegd. In de buurt van het station kwamen arbeiders- en bediendenwoningen, herbergen, handelshuizen en ambachts- en werkhuizen. Sint-Martens-Bodegem zal eind 19de, begin 20ste eeuw van een praktisch uitsluitend landbouwersdorp evolueren naar een relatief arm arbeidersdorp. De welgestelde middenstand zal zich voornamelijk concentreren rond het station.

Samen met de komst van de spoorweg en het station werden tussen 1862 en 1880 ook verschillende wegen verhard. Tot 1860 waren de Sint-Martinusstraat en de Bodegemstraat de enige verharde wegen, samen vormden ze de voormalige "Brusselbaen". Deze weg liep van Itterbeek naar Ternat. Pas in de jaren 1950 werd de Ternatstraat aangelegd als verbinding tussen Ternat en Bodegem. Ook het dorpsplein werd toen aangelegd en de Molenstraat werd rechtgetrokken.

Nieuwe woonkernen uit de 20ste eeuw

Door de toenemende bevolking zullen in de loop van de 20ste eeuw nieuwe woonwijken ontstaan. Ten noorden tegen de grens met Sint-Ulriks-Kapelle werd de sociale woonwijk, "Wijk Molenveld", opgericht door de Nationale Maatschappij voor de Kleine Landeigendom begin jaren 1960 (zie gevelsteen bij Brusselstraat nummer 9: "Nationale Maatschappij voor de/ Kleine Landeigendom/ Eerste steen gelegd door de Heer/ L. Cantillon/ Voorzitter/ van de Brabantse Maatschappij/ voor de Kleine Landeigendom/ 6 oktober 1962"). De wijk omvatte de Molenstraat (deels), de Driehofveldenlaan en de woningen aansluitend op de Brusselstraat. De witgeschilderde woningen zijn per twee gekoppeld en hebben twee bouwlagen onder doorlopende pannen zadeldaken.

In het laatste kwart van de 20ste eeuw zal de wijk zich uitbreiden naar het zuiden (Molenvijver, Heide, Zoetebeemd en Voordeveld). De woningen in de Molenvijver zijn losstaande woningen van één bouwlaag, opgebouwd uit cementplaten. In de Heidestraat hebben de woningen eveneens één bouwlaag, maar ze werden opgetrokken in fermettestijl met dakkapellen. In de Molenvijverstraat staan zowel gekoppelde woningen van twee bouwlagen met betonplaten tegen de gevel, als fermettewoningen en recentere piramidale woningen die ook in de Zoetebeemd en Voordeveld gebouwd werden.

De gemeente kent weinig recente verkavelingen, de recente bebouwing is voornamelijk gelegen aan de bestaande wegen. Ten oosten van het dorpscentrum is er een kleine nieuwe verkaveling met voornamelijk woningen uit het laatste kwart van de 20ste eeuw (Nieuwe Wolsemstraat, Smidselaan, Hertbemptlaan). Een tweede verkaveling uit het laatste kwart van de 20ste eeuw is gelegen zuidoosten van de gemeente op de grens met Dilbeek ten westen van de Bodegemstraat. Deze omvat de Tarweveldlaan, Personaathoflaan en de Korenveldlaan. Aan de oostzijde van de Bodegemstraat sluiten de straten aan bij de Rondeboswijk in Dilbeek met eveneens bebouwing uit eind 20ste eeuw.

  • Kadaster Vlaams-Brabant, mutatieschetsen Dilbeek, afdeling VII (Sint-Martens-Bodegem), 1900/10, 1901/24 en 1937/17 (Kerselareveldstraat nummer 3-9).
  • DE SEYN E. 1950: Bodegem-Saint-Martin – Sint-Martens-Bodegem, Dictionnaire historique et géographique des communes belges, 1, Turnhout, 144.
  • DEVREESE R. (red.) 2002: Leembouw in Dilbeek, Brochure naar aanleiding van de tentoonstelling "Sint-Ulriks-Kapelle, zoals het vroeger was", 6 tot 20 december 2002, Westrand – Dilbeek.
  • HASQUIN H. 1980: Sint-Martens-Bodegem, Gemeenten van België, geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek, deel 2, Brussel, 1018-1019.
  • JOURDAIN A. & VAN STALLE L. 1895-1896: Bodegem-Saint-Martin, Dictionnaire Encyclopédique de Géographie Historique du Royaume de Belgique. Description de ses neuf provinces et de ses 2607 communes, deel 1, Brussel, s.p.
  • ROMEYNS G. 1975: St.-Martens-Bodegem en zijn rijk verleden, Bijdragen tot de geschiedenis van Sint-Martens-Bodegem, Sint-Martens-Bodegem.
  • ROMEYNS G. 1996: Eigendommen van de abdij van Afligem in Sint-Martens-Bodegem, Eigen Schoon en De Brabander, 74, 7-8-9, 354-355.
  • S.N. 1991: Geschiedenis van het lager onderwijs in Bodegem, uitgegeven naar aanleiding van de tentoonstelling "Een bank vooruit … - Geschiedenis van het lager onderwijs in Bodegem", georganiseerd van 27 tot 29 december 1991 in het trefcentrum Solleveld in Sint-Martens-Bodegem.
  • S.N. 1994: De spoorweg in Bodegem, uitgegeven door Heemkring Bodeghave naar aanleiding van de tentoonstelling "In een klein stationneke" op 22 en 23 oktober 1994 in trefcentrum Solleveld te Sint-Martens-Bodegem.
  • STRUBBE I. EG. 1962: De dorpskeure van Sint-Martens-Bodegem van 1279, Eigen Schoon en de Brabander, 45, 11-12, 434-441.
  • VERLIE R. 2000: Bodegem, een klein dorp in de Grooten Oorlog, uitgegeven door Heemkring Bodeghave vzw naar aanleiding van de tentoonstelling "Bodegem, een klein dorp in de Grooten Oorlog" op 24, 25 en 26 november 2000 in het Trefcentrum Solleveld te Sint-Martens-Bodegem.
  • VANNOPEN H. 1990: Bronnen voor de geschiedenis van een hofstede en een landelijke gemeenschap bijzonder toegepast op St.-Martens-Bodegem, Eigen Schoon en De Brabander, 73, 4-5-6, 157-168.
  • VAN DROOGENBROECK F.J. & VAN ROSSEM P. 1997: Sint-Martens-Bodegem van Franken tot Bourgondiërs (5e-15e eeuw), Sint-Martens-Bodegem.
  • VAN ROSSEM P. 2006: Vijfduizend Bodegemnaren. Sociaal-demografische geschiedenis van Sint-Martens-Bodegem (1665-1880), uitgave van de Bodegemse Kulturele Werkgemeenschap, Sint-Martens-Bodegem.
  • VERBESSELT J. 1967: St.-Martens-Bodegem, Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw, deel VI, Tussen Zenne en Dender V, Geschied- en Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant, Pittem, 124-166.
  • WAUTERS A. 1971 (heruitgave van 1855): Histoire des environs de Bruxelles, Description historique des localités qui formaient autrefois l'Ammanie de cette ville, deel 2, Brussel.
  • VANDEN DRIESSCHE L. 2003: Jean De Waele met vakantie op hoppeveld. Monumentenprijs voor hoppeteler uit Sint-Martens-Bodegem, Het Nieuwsblad, 02-09-2003.
  • VANDEN DRIESSCHE L. 2003: De laatste van Bodegem. Fototentoonstelling over hoppeboer Jean De Wael, Het Nieuwsblad, 20-09-2003.

Bron     : -
Auteurs :  Verwinnen, Katrien
Datum  : 2012


Relaties

  • Omvat
    Biesemanskapel

  • Omvat
    Bodegemstraat

  • Omvat
    Boerenhuis

  • Omvat
    Boerenhuis

  • Omvat
    Bruine-Lieveheerstraat

  • Omvat
    Dorpswoning van 1893

  • Omvat
    Gemeentehuis en school Sint-Martens-Bodegem

  • Omvat
    Gemeenteschool Solleveld

  • Omvat
    Hoeve De Greef

  • Omvat
    Hoeve met ast

  • Omvat
    Hoeve met losse bestanddelen

  • Omvat
    Hoeve met losse bestanddelen in leembouw

  • Omvat
    Hoeve Mostinckx

  • Omvat
    Hoeve Vekens

  • Omvat
    Hof te Voorde

  • Omvat
    Hof ten Broek

  • Omvat
    Honsemhoeve

  • Omvat
    Landhuis Storms met tuin

  • Omvat
    Langgestrekte hoeve

  • Omvat
    Lemen boerenhuisje

  • Omvat
    Maalderij

  • Omvat
    Moderne villa

  • Omvat
    Molenstraat

  • Omvat
    Neerstraat

  • Omvat
    Neogotische kapel

  • Omvat
    Opperste hoeve

  • Omvat
    Pastorie Sint-Martinusparochie

  • Omvat
    Poverstraat (Sint-Martens-Bodegem)

  • Omvat
    Sint-Martens-Bodegem

  • Omvat
    Sint-Martinusstraat

  • Omvat
    Station Sint-Martens-Bodegem

  • Omvat
    Walravenshoeve

  • Omvat
    Wolsemstraat

  • Is deel van
    Dilbeek