Geografisch thema

Vlezenbeek

ID: 14305   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14305

Beschrijving

Sinds 1 januari 1977 deelgemeente van Sint-Pieters-Leeuw en gelegen ten noord-noordwesten ervan. Landelijke woongemeente, algemeen beschouwd als de toegang tot het Pajottenland tussen Zenne en Dender, met een oppervlakte van 1 003 ha en een golvend landschap tussen 30 en 80 m.

De Vleze, een beekje, dat ontspringt ter hoogte van het Hof te Nederloo, Postweg nummer 265, en na samenvloeiing met de Zobbroekbeek in de Zuun uitmondt, ligt aan de basis van de plaatsnaam Vlezenbeek. De oudste vermelding als "Flesenbeca" klimt op tot 1211, in 1250 is er sprake van "Flesenbeke" en in 1281 van "in parrochia de Lewis, ad locum dictum Vlesenbeke". Het gebied maakte trouwens deel uit van het domein Lewe dat door de Brabantse edelvrouw Angela in de periode 785-819 geschonken werd aan het Sint-Pieterskapittel van Deutz bij Keulen, zie gemeente-inleiding Sint-Pieters-Leeuw. In de twaalfde eeuw was de rol van Keulen echter uitgeteld en werd de hertog van Brabant hier heer en meester: Vlezenbeek werd een deel van het in 1236 opgerichte Land van Gaasbeek. Juridisch ressorteerde Vlezenbeek onder de schepenbank van Leeuw. Pas in 1687 werd binnen de heerlijkheid en parochie van Vlezenbeek een eigen schepenbank opgericht waardoor het gescheiden werd van de schepenbank van Sint-Pieters-Leeuw en enige juridische zelfstandigheid verwierf. Na de versnippering van het Land van Gaasbeek werd Vlezenbeek in 1689 eigendom van Jean Paul L' Escornet; in 1695 kocht Lodewijk-Alexander Sc(h)ockaert, graaf van Tirimont en raadsheer van de toenmalige Koning van Spanje een deel van het oude Land van Gaasbeek bestaande uit Gaasbeek, Vlezenbeek, Sint-Laureins-Berchem, Oudenaken en Elingen; tijdens de achttiende eeuw bleven de graven van Tirimont heren van Vlezenbeek; na de Franse Revolutie evolueerde Vlezenbeek naar een zelfstandige gemeente tot de fusie van 1977. In de loop van de negentiende eeuw speelde de adellijke familie Robyns de Schneidauer hier een belangrijke rol: zij bezaten niet alleen talrijke gronden in Vlezenbeek maar droegen ook bij tot de algemene ontwikkeling van de gemeente. Zo realiseerde François Joseph Robyns de Schneidauer in zijn hoedanigheid van provinciaal raadslid en vervolgens als schepen van Vlezenbeek diverse verbindingen met de hoofdstad; wanneer de zusters annonciaden in 1855 een nieuwe meisjesschool lieten optrekken, schonk hij het nodige schoolmeubilair.

Op kerkelijk gebied bleef Vlezenbeek tot 1305, volgens sommige bronnen tot 1350, afhankelijk van de moederparochie Sint-Pieters-Leeuw; nadien werd het een zelfstandige parochie binnen het bisdom Kamerijk. Aansluitend moet vermoedelijk de oorspronkelijke bouw van de huidige kerk gesitueerd worden. Vanaf 1559 kwam Vlezenbeek onder het aartsbisdom Mechelen.

Net zoals andere gemeenten had Vlezenbeek doorheen de geschiedenis regelmatig te lijden onder oorlogsgeweld. In 1488-1489 werd het dorp grotendeels platgebrand; wanneer Brabant een eeuw later, in de periode 1592-1600, doorkruist werd door muitende Spaanse troepen en plunderaars werd de kerk in brand gestoken. Het Hollandse leger plunderde meerdere pachthoven en de kerk in 1672-1678 en in 1683-1684 werden 18 woningen in brand gestoken door de Franse troepen. Volgens A. Wauters bestond de bebouwing in 1686 uit 50 lemen woningen, diverse pachthoven, vijf brouwerijen en kabaretten, vijf herbergen, drie bakkerijen en vijf landhuizen, waarvan in het midden van de negentiende eeuw enkel Inkendaal overbleef, Inkendaalstraat nummer 1.

Al van in de middeleeuwen werd Vlezenbeek agrarisch uitgebaat; de voornaamste bewoners waren dus (heren)boeren en landarbeiders, hier ook "cossaten" genoemd. Tot op heden blijven boomgaarden en grote hoeven een belangrijk bestanddeel van het dorpsbeeld. De huidige hoofdassen worden gevormd door de Postweg, een transitbaan vanuit Brussel over Halle naar Bergen, die de gemeente doorsnijdt van noordoost naar zuidwest enerzijds en de Pedestraat-Vlezenbeeklaan van noord naar zuid anderzijds. Beide assen kruisen elkaar in het centrum, dat door de bevolkingstoename na de Tweede Wereldoorlog een min of meer verstedelijkt karakter kreeg. Nagenoeg parallel met de Postweg loopt de Vlezenbeek die de gemeente aldus in twee helften snijdt; de bewoning is geconcentreerd op de noordelijke valleihelling van de beek waar zich rond de parochiekerk een belangrijke woonkern ontwikkelde die vooral de laatste jaren aanzienlijke uitbreidde; het gedeelte ten zuiden behield zijn landelijk karakter met boomgaarden, weiland en akkers op het hoger gelegen gehucht Groenenberg ten zuidwesten van het centrum en tuinbouw op het lager gelegen gehucht Zobbroek ten oosten van het centrum. Als getuigen van de vroegere agrarische activiteiten bleven nog enkele monumentale hoevecomplexen bewaard zoals de Baljuwhoeve, Nederstraat nummer 55, het Hof te Sobroek, Postweg nummer 43 en het Hof te Rome, Romestraat nummer 1. Het uiterste noorden wordt doorsneden door de drukke N282 of Lenniksebaan die zorgt voor een directe aansluiting op de autosnelweg E19. Waar tot voor enkele decennia het landelijke karakter primeerde, heeft nu de woonfunctie het overwicht, mede door de nabijheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de inplanting van het Erasmusziekenhuis in het aangrenzende Anderlecht. Als getuige hiervan de sterk toegenomen lintbebouwing en de aanleg van het Kapelleveld, een rustige woonwijk van eengezinswoningen gebouwd in de jaren 1970 in opdracht van de intercommunale Haviland. Parallel hiermee verloopt de demografische ontwikkeling: waar de laatste drie eeuwen een gestage groei te merken viel is de toename het meest uitgesproken in de tweede helft van de twintigste eeuw.

De Laarbeekvallei, gelegen in het westen van de gemeente op de grens met Lennik vormt een waardevol valleigebied stroomafwaarts het uitgestrekte kasteeldomein Groenenberg-Gaasbeek; het gaat om een smalle vallei met zeer natte bodems en kalkrijke bronnen.

  • HASQUIN H., Gemeenten van België. Geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek II. Vlaanderen-Brussel, Brussel, 1980, p. 1148-1149.
  • QUINART J., O.L.V.-kerk Vlezenbeek, Themanummer, in Lewe, jaargang 13, nummers 3 en 4, 1994.
  • VAN MIEGHEM A., Ontstaan van Sint-Pieters-Leeuw, in Hallensia, jaargang 15, nummer 4, 1993, p. 3-15.
  • VELDEKENS F. en POULLET J., Het kasteel Inkendaal, Themanummer, in Lewe, jaargang 14, nummers 3 en 4, 1995.

Bron     : Kennes H. met medewerking van Van Damme M. 2008: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Gemeente Sint-Pieters-Leeuw, Deelgemeenten Sint-Pieters-Leeuw, Oudenaken, Ruisbroek, Sint-Laureins-Berchem en Vlezenbeek, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB8, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Kennes, Hilde
Datum  : 2008


Relaties

  • Omvat
    Appelboomstraat

  • Omvat
    Baljuwhoeve

  • Omvat
    Boerenhuis

  • Omvat
    Boerenhuis

  • Omvat
    Boerenhuisje

  • Omvat
    Burgerhuis, gedateerd 1868

  • Omvat
    Burgerhuizen in spiegelbeeld

  • Omvat
    Domstraat

  • Omvat
    Dorp

  • Omvat
    Gaasbeek, Sint-Laureins-Berchem, Oudenaken en Elingen

  • Omvat
    Gemeenteplein

  • Omvat
    Gesloten hoeve Hof te Kempen

  • Omvat
    Gesloten hoeve Hof te Rome

  • Omvat
    Grot Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes

  • Omvat
    Hemelrijkstraat

  • Omvat
    Hoeve

  • Omvat
    Hoeve in L-vorm

  • Omvat
    Hoevecomplex met boomgaard

  • Omvat
    Inkendaalstraat

  • Omvat
    Kapel Onze-Lieve-Vrouw van Vlezenbeek

  • Omvat
    Kleine hoeve

  • Omvat
    Langgestrekt hoevetje

  • Omvat
    Langgestrekte hoeve

  • Omvat
    Lenniksebaan

  • Omvat
    Lourdesgrot

  • Omvat
    Obbeekhof

  • Omvat
    Ongelukskruis

  • Omvat
    Park van het Kasteel Groenenberg

  • Omvat
    Pijlerkapel

  • Omvat
    Postweg (Vlezenbeek)

  • Omvat
    Rest houtbouw

  • Omvat
    Semigesloten hoeve Leeghof

  • Omvat
    Veldkapel Heilige Barbara

  • Omvat
    Vlezenbeeklaan

  • Omvat
    Wegkapel Onze-Lieve-Vrouw van Halle

  • Omvat
    Zomerlinde als hoekboom

  • Is deel van
    Sint-Pieters-Leeuw