Geografisch thema

Nossegem

ID: 14317   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14317

Beschrijving

Nossegem is sedert 1 januari een deelgemeente van Zaventem en ligt ten oosten ervan. Lange tijd bleef het relatief kleine Nossegem een landelijk woondorp met agrarische dominantie, vandaag is dit dorp uitgegroeid tot een deels verstedelijkt gebied door de aanwezigheid van industrie en de tertiaire sector, ingebed ten zuidwesten van de oorspronkelijke woonkern, meer bepaald langsheen en ten zuiden van de Leuvensesteenweg die Nossegem volledig doorsnijdt van west naar oost. Parallel met de Leuvensesteenweg doch verder naar het noorden ligt de spoorlijn Brussel-Leuven. Een tweede belangrijke verkeersader is de Mechelsesteenweg die de gemeente doorkruist van zuid naar noord. De oppervlakte van Nossegem bedraagt 389 hectare.

Historiek

In Nossegem zelf werden tot op vandaag blijkbaar geen prehistorische vondsten gedaan, maar ten tijde van de Romeinen zou Nossegem een zekere rol hebben gespeeld door de aanwezigheid van drie heirbanen: de Oude Waalse weg die Namen via Elewijt verbond met Mechelen (Mechelsesteenweg, Namenstraat), de Oude Baan die Leuven met Brussel verbond (Oude Baan, Dewandelaerstraat) en de weg Zaventem-Erps (Erpsestraat, Bosstraat). Volgens J. Verbesselt zijn er te Nossegem bovendien duidelijke sporen van het Romeinse quadrangulatiesysteem of de Romeinse veldindeling. Tot op vandaag zijn er echter onvoldoende bewijzen die de aanwezigheid van een Romeinse nederzetting in Nossegem bevestigen. Volgens literatuurgegevens werden er op de Tichelenberg in het noorden van de gemeente, ter plaatse van het huidige voetbalterrein, wel een aantal scherven en dakpannen uit de Romeinse periode gevonden.

Het dorpje Nossegem ontstond volgens J. Verbesselt vermoedelijk uit een Frankisch hofcomplex uit de 4de-5de eeuw nabij de bronnen van de Kleinebeek, de enige beek op grondgebied Nossegem; sporen van deze nederzetting zijn tot vandaag onbekend. Door de aanleg van de spoorweg is de beek trouwens ook zo goed als verdwenen. Andere literatuurbronnen spreken van een ontstaan in de Karolingische tijd (tweede helft 8ste tot ver in de 10de eeuw).

In het huidige onderzoek klimt de oudste vermelding van Nossegem als 'Nothengem' op tot 1110, toponymisch vermoedelijk van Germaanse oorsprong in de betekenis van 'woning van de lieden van Nantho of Notger'; in 1156 is er sprake van Nothengim en in 1415 van Nosseghem.

De Sint-Lambertuskerk werd vermoedelijk in de 9de eeuw gesticht als hof- of borchtkerk door de toenmalige heren van Nossegem. In de 12de eeuw behoorde de parochie tot het bisdom Kamerijk en in 1110 schonk bisschop Odo van Kamerijk het personaat van de kerk aan de benedictinessenabdij van Kortenberg, die twee derde van de tienden van Nossegem in handen had. Dit wijst er in ieder geval op dat er te Nossegem op dat ogenblik een parochie met een kerkje aanwezig was. Naast de abdij van Kortenberg hadden ook andere abdijen en geestelijke instellingen bezittingen in Kortenberg waaronder de abdij van Park en de abdij van Nijvel. Vanaf 1559 kwam Nossegem onder het aartsbisdom Mechelen.

Juridisch viel Nossegem in 1286 onder de schepenbank van Erps, naderhand en dit tot de Franse Revolutie ressorteerde Nossegem onder de meierij Vilvoorde.

Door aankoop van de hoge, middele en lage jurisdictie van Nossegem werd Philippe van der Meeren in 1505, heer van Nossegem; op dat ogenblik was hij ook heer van Zaventem. Willem De Keyzer, achterkleinzoon van Agnes van der Meeren werd heer van Nossegem in 1564. In 1614 werd de heerlijkheid Nossegem aangekocht door Ferdinand de Boisschot; deze familie bleef tot aan het einde van het ancien régime verbonden met Nossegem; in 1624 voegde hij de heerlijkheid Nossegem bij de baronie van Zaventem.

Gedurende vele eeuwen bleef Nossegem een kleine agrarische gemeenschap: zo werden in 1437 23 woningen geteld, tegenover 36 in 1480; in 1606 werden opnieuw slechts 26 woningen geteld waaronder 3 brouwerijen, 4 herbergen en een winkel. Van groot belang voor de ontwikkeling van Nossegem was de aanleg van de Leuvensesteenweg in de periode 1706-1709; hierdoor breidde de bebouwing zich immers uit langsheen deze steenweg met enkele nieuwe afspanningen.

Op de Ferrariskaart opgemaakt in 1771-1777 is 'Nosseghem' aangeduid als een kleine woonkern, grosso modo gevat tussen de Sint-Lambertuskerk, de Mechelsesteenweg en de Leuvensesteenweg die op dat ogenblik nagenoeg volledig is afgezet met een bomenrij. Met uitzondering van het 'Bois de Bruyère', een bosgebied in het noorden en enkele kleinere bos- en beemdenzones rond de Kleinebeek bestond het grootste deel van de gemeente uit akkerland. Enkele grote pachthoven, springen duidelijk in het oog. Deze toestand bleef lange tijd ongewijzigd (zie Poppkaart); met uitzondering van Afspanning De Leeuw is er van de grote hoeven vandaag geen spoor meer. Twee kleinere woonkernen 'Hameau du Vieux Chemin' en 'Hameau Vos Capel' lagen ten zuiden van de Leuvensesteenweg, beide op de grens met Sterrebeek; ze ontstonden langs de Oude Baan, een van oudsher belangrijke handelsweg; de eerste ter hoogte van het huidige kruispunt Mechelsesteenweg, Weiveldlaan en Van Ingelgomstraat, de tweede rondom de driehoek gevormd door de Dewandelaerstraat, Vossestraat en Voskapelstraat. De Oude Baan moest trouwens sterk aan belang inboeten door de aanleg van de (nieuwe) Leuvensesteenweg in het begin van de 18de eeuw (1706-1709), waarbij er een verschuiving plaats vond naar de nieuwe steenweg. Een groot deel van de nog bewaarde oude bebouwing van het eerste gehucht, op oude kaarten ook wel 'caude taverne' genoemd, verdween in 1969 bij de aanleg van de E40.

De verdere ontwikkeling van Nossegem werd vooral bepaald door de uitbouw van het wegennet; zo werd in 1846 de eerste steen gelegd van de steenweg van Mechelen naar Tervuren, de huidige Mechelsesteenweg, in 1866 gevolgd door de belangrijke spoorwegverbinding Brussel-Leuven. In de loop van de 19de eeuw krijgen we dan ook een geleidelijke toename van de bevolking. De nieuwe inwoners vestigden zich vooral in de stationsomgeving en aan de Mechelsesteenweg. Het dorpje behield voorlopig haar agrarisch karakter; van de 99 personen die in 1847 een beroep uitoefenden waren er 75 landbouwer; ze hielden zich vooral bezig met graanteelt; vanaf het laatste kwart van de 19de eeuw ondervond de graanteelt echter sterke concurrentie vanuit de Verenigde Staten en werd er gezocht naar nieuwe activiteiten: er was een toename van de veeteelt en de teelt van voedergewassen; daarnaast waren er enkele bedrijven ontstaan zoals de jeneverstokerij Van Espen in de 'Vernagelde Poort' en de houtzagerij van Jean-Baptist Goffeau, burgemeester van 1886 tot 1891, vandaag Houthandel Moens, Leuvensesteenweg 658; verder was er ook nog de brouwerij van de familie Goossens nabij de kerk. Kort voor de Eerste Wereldoorlog telde Nossegem drie melkerijen (waarvan één in het pachthof 'De Leeuw') en werd er gestart met witloof- en druiventeelt die vooral tijdens het interbellum tot grote bloei kwamen; op de mutatieschetsen van het kadaster worden in de jaren 1920 dan ook talrijke 'broeikassen' ingetekend; zo is er op een oude luchtfoto in de hal van het oude gemeentehuis achter de woning aan de Van Espenstraat 45 een groot perceel zichtbaar met talrijke serres. De witloofteelt kende een hoogtepunt in de jaren 1950 maar is vandaag nagenoeg verdwenen. Ook van de broeikassen zijn, op enkele uitzonderingen na, nagenoeg geen sporen meer.

Ook de aanleg van de autosnelweg Brussel-Luik in 1971 had een grote impact op de ontwikkeling van Nossegem: vanaf het begin van de jaren 1970 werd het hele zuidwestelijke deel geleidelijk omgevormd tot één grote bedrijvenzone die na de fusie van gemeenten (1 januari 1977) uitgroeide tot 'Bedrijfspark Zaventem Zuid'; door de vlotte bereikbaarheid van de gemeente ontstonden nu ook nieuwe woonwijken. Vandaag vindt een groot deel van de actieve bevolking werk in de nabijgelegen bedrijven, een ander deel pendelt voor zijn tewerkstelling naar Brussel.

In 2005 werd de zogenaamde bocht van Nossegem in gebruik genomen; het is de rechtstreekse verbinding van spoorlijn 36 (Brussel-Luik) met de luchthaven Brussel Nationaal, waardoor de luchthaven vlotter te bereiken is; voorheen was de nationale luchthaven per spoor enkel te bereiken via Brussel-Noord. Vandaag wordt de verdere uitbouw van de gemeente in het noorden beperkt door de aanwezigheid van de luchthaven.

Bodemgesteldheid

Nossegem vertoont een licht golvend landschap, voortgaande op H. Vannoppen van 50 tot 72 meter, en is gelegen aan de noordelijke rand van het Brabants plateau. De bodem bestaat hoofdzakelijk uit goed gedraineerde leemgrond.

Huidig uitzicht

Het noordelijke deel van Nossegem ligt gevat tussen het luchthavengebied van 'Brussels Airport' ten noorden en de spoorlijn Brussel-Luik ten zuiden. Deze zone is schaars bebouwd en bewaarde haar landelijk karakter met groenaccenten en vormt daardoor een bufferzone voor de luchthaven. Een holle weg bleef bewaard in het noordelijke deel van de Namenstraat. In het bos ten westen hiervan bleven de resten van een bunker bewaard die verwijzen naar het Duitse afweergeschut tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aan de Namenstraat is ook de begraafplaats ingeplant.

Langs de spoorlijn liggen enkele woonconcentraties zoals de Bremberg, gekarakteriseerd door villa's, voornamelijk uit het derde kwart van de 20ste eeuw en de Erpsestraat met deels vrijstaande, deels per twee gekoppelde eengezinswoningen uit de 20ste eeuw. Het centrale deel gevat tussen de hoger vermelde spoorlijn ten noorden en de Leuvensesteenweg ten zuiden omvat de dorpskern met aan de noordelijke rand de Sint-Lambertuskerk. Rondom de kerk zijn er diverse straten (Pachthofstraat, Stokerijstraat, Kersenbergstraat en Leon Boereboomlaan) met een homogene, karakteristieke lintbebouwing van beletagewoningen uit het derde kwart van de 20ste eeuw, meteen refererend aan de belangrijke woonuitbreiding van Nossegem in die periode, die gepaard ging met de aanleg van nieuwe straten en verkavelingen. De nummers 3 tot en met 11 in de Kersenbergstraat zijn het werk van architect Maesschalck, zie vermeldingen in de onderbouw. Meerdere oude hoeves verdwenen trouwens in deze periode zoals Hoeve Keyaerts in de Pachthofstraat en Pachthof van Espen op de Leuvensesteenweg. De zone ten oosten van de Mechelsesteenweg wordt op enkele straten na, waar de basisbebouwing dateert uit de eerste helft van de 20ste eeuw (Guldendelle en Van Espenlaan) voornamelijk gekarakteriseerd door bebouwing uit de tweede helft van de 20ste eeuw; zo werd het binnengebied tussen de Van Espenlaan en Guldendelle verkaveld in het begin van de jaren 1970 en aansluitend bebouwd; de wijk vertoont dan ook typische, vrijstaande eengezinswoningen uit de jaren 1970 en 1980.

Het gebied ten zuiden van de Leuvensesteenweg vertoont een sterke contradictie; de zone ten westen van de Mechelsesteenweg wordt getypeerd door het Bedrijvenpark Zaventem Zuid, terwijl het gebied ten oosten van de Mechelsesteenweg nagenoeg volledig wordt ingenomen door akkers; de laatst genoemde zone wordt van noord naar zuid gehalveerd door de Voskapellelaan met schaarse, enigszins verspreide bebouwing uit de 20ste eeuw, vooral bij het begin en het einde van de straat. In de uiterste zuidoosthoek is er een woningconcentratie die teruggaat op het oude gehucht Voskapel.

Op het einde van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw verschijnt in de regio het type van dorpswoning dat voorzien is van een met schijnvoegen gecementeerde voorgevel waarbij de muuropeningen, al dan niet gevat zijn in een rijkelijk uitgewerkte, hetzij een neoclassicistische, hetzij een geprofileerde omlijsting met versierde sluitsteen; vaak vermeldt een cartouche of plaatje de naam van de uitvoerder. Voorbeelden hiervan vinden we nog op de Mechelsesteenweg 473 en Van Opstalstraat 1 waar verwezen wordt naar 'G. Vanderplas/ Cimenteur/ Saventhem'. Het nummer 555 op de Mechelsesteenweg is vandaag nog een van de weinige, nagenoeg intacte gevels met een rijkere cementbepleistering.

Door de plaatselijke zandsteenontginning zowel in Zaventem zelf als in de buurgemeente Steenokkerzeel werd zandsteen vaak aangewend als bouwmateriaal en dit tot in de twintigste eeuw; een mooi voorbeeld is de 17de-eeuwse pastorie; ook hoeven en andere woningen werden geheel of grotendeels uit zandsteen opgetrokken; sporen van zandsteengebruik vinden we nog op de Leuvensesteenweg nummer 662 en 678. Karakteristiek in het straatbeeld waren ook de zijgevels die tot in de 20ste eeuw opgetrokken werden uit zandsteen met bakstenen wiggen op de hoeken, ter versterking ervan. Vele van deze gevels zijn vandaag verdwenen, maar sporadisch rest nog een voorbeeld zoals in de Namenstraat 23.

  • VANNOPPEN H. 1979: De geschiedenis van Nossegem, het Fanfaredorp, Tielt.
  • VANNOPPEN H. 1987: De gemeente Zaventem. Kuierend door Midden-Brabant, de witloof- en druivenstreek, Winksele, 105-120.
  • VERBESSELT J. 1972: Het parochiewezen in Brabant, deel 10, Pittem, 137-168.
  • WAUTERS A. 1973: Histoire des environs de Bruxelles, 8B, Brussel, 326-352,

Bron     : -
Auteurs :  Kennes, Hilde
Datum  : 2014


Relaties