Geografisch thema

Sint-Stevens-Woluwe

ID
14319
URI
https://id.erfgoed.net/themas/14319

Beschrijving

Situering

Sint-Stevens-Woluwe, gelegen op een helling van het Woluwedal, is een deelgemeente van Zaventem met een oppervlakte van 546 ha en ligt ten zuidwesten ervan, volledig geïsoleerd van de spilgemeente door de Ring rond Brussel; sedert 1971 doorsnijdt de E40 het grondgebied in het zuiden en vormt daar voor een deel de grens met Kraainem. Parallel aan de E40 loopt trouwens de Leuvensesteenweg die de gemeente volledig doorkruist van west naar oost. De gemeente wordt in het oosten begrensd door Zaventem, Sterrebeek en Kraainem, ten zuiden door Sint-Lambrechts-Woluwe, ten westen door Evere en Haren (Brussel) en ten noorden tenslotte door Diegem en Zaventem. Het dorpscentrum is bovendien omgeven door een krans van KMO-zones: Zaventem-West in het noordwesten, bedrijfspark Keiberg in het noorden, bedrijfspark Lozenberg in het oosten en een kleinere zone langs de Leuvensesteenweg in het zuidwesten. De gemeentenaam verwijst naar de ligging aan de Woluwe, een bijrivier van de Zenne, die de gemeente van zuid naar noord/noordoost doorkruist, in combinatie met de patroonheilige van de gemeente. Sedert 1932 werd de oude Woluwebedding gedeeltelijk gedempt voor de aanleg van de Woluwelaan, vandaag Woluwedal.

Historiek

Tot vandaag werden er in Sint-Stevens-Woluwe geen prehistorische vondsten geregistreerd; voor de Romeinse periode zijn er wel enkele sporen die verwijzen naar toenmalige bewoning; Hoflack die zich baseert op Mariën vermeldt woonsporen aan de Leuvensesteenweg. Bovendien ziet J. Verbesselt in de percelering elementen die verwijzen naar de Romeinse veldindeling (quadrangulatie).

De ligging van Sint-Stevens-Woluwe nabij een voorde (overgang) van de Woluwe heeft ongetwijfeld bijgedragen tot het ontstaan en de verdere ontwikkeling van de gemeente; meerdere belangrijke wegen kwamen hier samen om tegelijk de Woluwe over te steken; dit wegenknooppunt gaf bovendien aanleiding tot het ontstaan van de 'borcht' van Sint-Stevens-Woluwe met bijhorende kerk; strategisch was deze plaats immers van groot belang voor de omgeving; op die plaats ligt vandaag de grote verkeerswisselaar van de E40 en de Brusselse Ring.

De eerste geschreven getuigenis betreffende Sint-Stevens-Woluwe dateert uit de 11de eeuw, maar verwijst wel naar de 10de-eeuwse toestand: het betreft de vermelding dat Fulbertus, afkomstig uit Woluwe, in 934 bisschop van Kamerijk werd. Bij testament schonk hij naderhand gronden gelegen in de villa Wiluwa aan de bisschopszetel van Kamerijk, die op die manier in het bezit kwam van gronden in Woluwe; dit bezit wordt bevestigd door twee oorkonden, respectievelijk van 1046 en 1051. De schenking en het feit dat Fulbertus tot bisschop benoemd werd wijzen er trouwens ook op dat hij afkomstig was uit een familie die hier in de 9de en 10de eeuw belangrijke bezittingen had en dat het geslacht vermoedelijk meer was dan de eenvoudige heren van Sint-Stevens-Woluwe.

Pas vanaf de 14de eeuw zijn de heren van Sint-Stevens-Woluwe bij naam gekend: als eerste was er Jan ’t Serclaes, aartspriester van Henegouwen en later bisschop van Kamerijk; bij zijn dood in 1389 kwam de heerlijkheid Sint-Stevens-Woluwe in handen van zijn neef en naamgenoot. Naderhand kwam de heerlijkheid door huwelijk in handen van het geslacht van van Schoonhoven en nog enkele andere families (van der Noot, van der Ee, van den Kerckhove en Wagemans) tot Ferdinand de Boisschot in 1644 de heerlijkheid aankocht en de nieuwe dorpsheer werd; tot het einde van het ancien régime bleef de heerlijkheid in handen van deze familie.

De oudste vermelding van een schepenbank in Sint-Stevens-Woluwe dateert van 1369; de schepenbank was alleen bevoegd voor burgerlijke zaken; voor de hogere rechtspraak en criminele zaken was men afhankelijk van de schepenbank van Erps.

Wat betreft het ontstaan van de parochie ziet J. Verbesselt de oprichting van een villakerk door de voorouders van Fulbertus als oorsprong; Fulbertus zelf zou de kerk naderhand geschonken hebben aan het bisdom Kamerijk, waardoor het patronaatsrecht in handen kwam van de bisschop van Kamerijk. Pas in 1242 wordt er voor het eerst melding gemaakt van de patroonheilige Sint-Stefaan, wat niet weerhoudt dat de kerk reeds van in het begin was toegewijd aan de Heilige Stefanus.

De voorde, die aan de basis lag van het ontstaan van Sint-Stevens-Woluwe, moest sterk aan belang inboeten door de aanleg van de Leuvensesteenweg in 1706-1709, waarbij het zwaartepunt verschoof naar de nieuwe steenweg, gevolgd door een periode van economische welstand en de oprichting van talrijke nieuwe afspanningen. De voorde was enkel nog belangrijk als verbinding met Kraainem. Sint-Stevens-Woluwe lag nu aan één van de belangrijkste verkeerswegen uit die periode.

Naast de uitbating van de plaatselijke steengroeves, de zogenaamde 'scheysputten' was op economisch vlak landbouw tot ver in de 20ste eeuw de voornaamste bedrijvigheid. De landbouw was vooral gericht op de teelt van gewassen als tarwe, haver en koolzaad. Heel specifiek voor deze omgeving was de opkomst van de witloofteelt voor de Eerste Wereldoorlog; deze teelt bereikte zijn hoogtepunt tijdens het interbellum. Pas na de Tweede Wereldoorlog liepen de agrarische activiteiten drastisch terug ten voordele van de woonfunctie. Vooral vanaf de jaren 1970 kende de gemeente ook een merkbare uitbreiding van semi-industriële bedrijven, aanvankelijk vooral langs de Leuvensesteenweg, naderhand geconcentreerd in meerdere bedrijvenparken.

Op het grondgebied van de gemeente op de Woluwe lagen eertijds ook enkele watermolens: vooreerst was er de banmolen van Rijmelgem; deze graanmolen, eigendom van de abdij van Kortenberg, werd de ’s Hertogenmolen genoemd, later ook Mandemolen of Snuifmolen. Als tweede was er de molen nabij de borcht. Vanaf de 15de eeuw is er sprake van de molen van Erps, eveneens op Rijmelgem; het was een banmolen voor de inwoners van de parochies Erps en Quarebbe; hij was op het einde van de 15de eeuw eigendom van Gielis de Prince en werd daardoor eeuwenlang ‘s Princen molen genoemd. In de 19de eeuw wordt ook nog melding gemaakt van de watermolen van de Kroon, volgens Popp (circa 1860) een pelmolen. Al deze molens verdwenen bij de sanering van de Woluwe vanaf 1932.

De Ferrariskaart (1771-1777) toont Sint-Stevens-Woluwe als een kleine woonkern ten noorden van de rechte Leuvensesteenweg, die aan weerszijden is afgezet met een bomenrij, hoewel die voor een groot deel onderbroken is ter hoogte van de woonkern van Sint-Stevens-Woluwe. De woonkern zelf vertoont nabij de Leuvensesteenweg de omgrachte borcht met iets meer naar het noorden de parochiekerk; de bebouwde kom is volledig omgeven door akkers en wordt ten oosten begrensd door het groene Woluwedal. De Poppkaart van omstreeks 1860 toont nog steeds ongeveer dezelfde situatie. Het is pas in de 20ste eeuw dat hierin verandering zal komen.

Wat betreft de bevolkingscijfers kunnen we stellen dat Sint-Stevens-Woluwe in de 15de en 16de eeuw vermoedelijk 150 à 200 inwoners telde. In de loop van de 18de eeuw groeide dit aantal geleidelijk aan tot 658 inwoners, zoals blijkt uit de volkstelling van 1786, een tendens die in de loop van de 19de en 20ste eeuw wordt voortgezet; in 1900 waren er 1576 inwoners en in 1976, net voor de fusie 5345. Vooral na de Tweede Wereldoorlog was er een sterke toename, te verklaren door werkgelegenheid in de nabijgelegen hoofdstad. Ten gevolge hiervan werden verscheidene nieuwe woonwijken aangelegd: de Acaciawijk en de Hortensiawijk vanaf 1950, de tuinwijk aan de Kleine Bosstraat werd opgericht door de Maatschappij van de Kleine Landeigendom omstreeks 1960, de Hockeywijk ontstond door een privé-initiatief, terwijl op Rijmelgem op initiatief van de gemeente een sociale woonwijk werd gebouwd; ook de Harenheideverkaveling rond de Europalaan werd gerealiseerd door de gemeente. Sint-Stevens-Woluwe evolueerde van een agrarische, landelijke gemeente naar een verstedelijkte woongemeente voor pendelaars naar de hoofdstad.

Bodemgesteldheid

Sint-Stevens-Woluwe ligt op een helling van het Woluwedal in de leemstreek. Het reliëf is golvend met als laagste punt Rijmelgem (31 meter) en als hoogste punt de top van het Berreveld (76 meter).

Huidig uitzicht.

De kern van het dorp ligt in de oksel van de Leuvensesteenweg en Woluwedal en vertoont door de aanwezigheid van deze drukke verkeersaders een sterk verstedelijkt uitzicht langsheen deze banen hoewel het dorp zelf door zijn geïsoleerde ligging een vrij rustig karakter behield. Het centrum wordt gedomineerd door de parochiekerk Sint-Stefaan met ten zuiden ervan het ‘domein Liekendael’, voorheen het Borchtdomein. In 1974 werd het domein verkocht en het meest zuidelijke deel werd op privé-initiatief verkaveld voor de oprichting van de woningen aan de Kasteelgaarde. Het overblijvende deel van 60 are werd ingericht als openbaar park, officieel ingehuldigd in 1988.

Ten noordoosten van het centrum, doch erbij aansluitend (Veste, Weidestraat, Broekstraat) situeert zich een sociale woonwijk van 1963, zie gevelsteen Veste nummer 21, nog verder noordoostwaarts liggen woonuitbreidingszones met onder meer bel-etagewoningen uit het derde kwart van de 20ste eeuw, zoals rondom het Rijmelgemplein, ter plaatse van de historisch belangrijke wijk Rijmelgem, die volgens sommigen in oorsprong opklimt tot een Frankische nederzetting. De zone ten westen en ten noordwesten van het centrum behield voor een deel haar landelijk karakter.

Andere woonuitbreidingsgebieden situeren zich ten zuidwesten en ten zuiden van het centrum: het gebied ten zuiden van de E40 bleef vrij landelijk met op de Waaienberg de inplanting van een sociale woonwijk 'De Acacias' van 1952, zie gevelplaat Kleinenbergstraat nummer 84; de verkaveling van de Harenheidewijk rond de Europalaan in het zuidwesten werd aangevat na de Tweede Wereldoorlog op de plaats waar de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog een luchthaven hadden aangelegd; deze wijk kende diverse uitbreidingen tot op vandaag; de bebouwing heeft een doorsnee-karakter en bestaat zowel uit bel-etagewoningen als vrijstaande of per twee gekoppelde eengezinswoningen. Ook de verkaveling rond de Hockeylaan, een privé-initiatief ten zuiden van de Leuvensesteenweg, dateert van na de Tweede Wereldoorlog, meer bepaald uit de jaren 1950 en vertoont vooral vrijstaande eengezinswoningen uit het derde kwart van de 20ste eeuw.

In het meest westelijke punt van de gemeente ligt een deel van de begraafplaats van Schaarbeek.

Een drietal grote bedrijvenzones vervolledigen het geheel: Zaventem-West in het noordwesten, bedrijfspark Keiberg in het noorden, bedrijfspark Lozenberg in het oosten; daarnaast is er een kleinere zone langs de Leuvensesteenweg in het zuidwesten.

Verspreid over de gemeente bleven ook een aantal wegkapelletjes bewaard waarvan de meeste werden opgericht in het Mariajaar 1954: voorbeelden zijn onder meer te vinden in de Eversestraat (een witgeschilderde pijlerkapel, gelegen nabij de Leuvensesteenweg), de Elie Aubinaustraat (rechts naast nummer 13), in de J. Trekkersstraat, op de Veste (een zandstenen pijlerkapel met spitsboognis) en op het Burg. W. Servranckxplein.

  • HOFLACK D. 1987: Sint-Stevens-Woluwe. Aspecten uit verleden en heden, Zaventem.
  • MAES F. en LAUWERS J. 1973: 1000 jaar geschiedenis van Sint-Stevens-Woluwe, Sint-Stevens-Woluwe.
  • VERBESSELT J. 1972: Het parochiewezen in Brabant, deel 12, Pittem, 359-405.
  • WAUTERS A. 1973: Histoire des environs de Bruxelles. Deel 8, Brussel.

Bron     : -
Auteurs :  Kennes, Hilde
Datum  :


Relaties

  • Omvat
    Bevrijdingslaan

  • Omvat
    Burg. W. Servranckxplein

  • Omvat
    Burgerhuis

  • Omvat
    Enenboom als hoeklinde

  • Omvat
    Gebouw

  • Omvat
    Hendrik Thumasplein

  • Omvat
    Kleinenbergstraat

  • Omvat
    Klooster van de Visitatie

  • Omvat
    Leuvensesteenweg (Sint-Stevens-Woluwe)

  • Omvat
    Modernistische bungalow

  • Omvat
    Pastorie van de Sint-Stephanusparochie

  • Omvat
    Sint-Elooiskapel

  • Omvat
    Sint-Stefaansstraat

  • Omvat
    Wegkapel ter ere van Onze-Lieve-Vrouw

  • Is deel van
    Zaventem


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Sint-Stevens-Woluwe [online] https://id.erfgoed.net/themas/14319 (Geraadpleegd op )