Geografisch thema

Baarle-Hertog

ID: 14404   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14404

Beschrijving

Belgisch deel van het Belgisch-Nederlands tweelingdorp Baarle-Hertog-Nassau. Plattelandsgemeente met sterk agrarisch karakter, grote handels- en dienstensector en toenemend toeristisch belang. Oppervlakte: 748 hectare. Inwoners: 2.112 (1/1/1998).

Midden in de Nederlandse gemeente Baarle-Nassau, waarvan het centrum op 5 kilometer van de officiële rijksgrens ligt, bevinden zich her en der verspreid eenentwintig grotere en kleinere stukken Belgisch grondgebied, de zogenaamde enclaves. Samen met het aan de Belgische kant van de grens gelegen kerkdorp Zondereigen, bestaande uit vier los van elkaar staande gebiedsdelen, vormen zij de Belgische gemeente Baarle-Hertog. Baarle-Nassau omvat negen gebiedsdelen, met name één groot gebied, waarin de eenentwintig voornoemde percelen liggen ingesloten, zeven "subenclaves" binnen de Belgische enclaves en één enclave in een van de vier op Belgisch grondgebied gelegen percelen van Baarle-Hertog. Het enclavegebied behoort zowel tot de Belgische provincie Antwerpen, met name de Belgische gebiedsdelen, als tot de provincie Noord-Brabant, met name de Nederlandse gebiedsdelen. In de verschillende gemeenschappelijke straten, die alle dezelfde naam dragen, zijn de Belgische en de Nederlandse kriskras door elkaar liggende huizen slechts van elkaar te onderscheiden door de onregelmatige volgorde der huisnummers, waarvan de schildjes bovendien de eigen nationale driekleur dragen. Het recht van doorgang berust enkel op gewoonte, een formeel akkoord tussen België en Nederland werd nooit gesloten.

De naam Baarle is afgeleid van "Baar" in de betekenis van naakt of kaal en "lo" wat in de Kempen eerder heide dan bos betekent.

Over de oorsprong van het dorp Baarle is weinig gekend. Vondsten van Keltische, Romeinse, Frankische en Germaanse oorsprong wijzen op een vroege bewoning. Reeds in de 8ste eeuw zou er een houten kapel hebben bestaan, in de 10de eeuw verbouwd tot kerk en in in de 11de eeuw vergroot. Het heiligdom was vanaf het begin toegewijd aan de Heilige Remigius. Ook de Sint-Salvatorkapel op het gehucht Nijhoven gaat terug tot de eerste kerstening.

De naam Baarle wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde van 1 juni 992. Krachtens dit document werden door Hilsondis, echtgenote van Ansfried gronden afgestaan aan de abdij van Thorn (Limburg). Een van die gronden was de "villa Baerle cum altari in honore S. Confessoris Remigii".

Onverminderd de rechten die reeds op het einde van X aan de abdij van Thorn waren afgestaan, maakte Baarle deel uit van het markgraafschap Antwerpen, dat in 1010 bij de dood van Ansfried, inmiddels bisschop van Utrecht, overging op het huis van Godfried van Verdun, hertog van Neder-Lotharingen. In 1106 verleende de Duitse keizer Hendrik V aan Godfried I, graaf van Leuven, de titel van hertog van Neder-Lotharingen; tezelfdertijd werd deze ook hertog van Brabant. Op die manier kwam het uitgestrekte markgraafschap Antwerpen onder het gezag van de Brabantse hertogen. Eind 12de eeuw behoorde het land van Baarle hun volledig toe, hetzij in volle eigendom, hetzij voor rekening van de abdij van Thorn waarover zij voogd waren.

Een twintigtal kilometer verder noorwestwaarts lag de omstreden heerlijkheid Breda, eigendom van Godfried II van Schoten, heer van Breda, maar belaagd door de graaf van Holland. Ingevolge een in 1198 verleden akte droeg Godfried van Schoten-Breda zijn kasteel en gronden over aan Hendrik I, hertog van Brabant. Krachtens een andere gelijktijdig opgemaakte akte gaf Hendrik I van Brabant hem alles als erfelijk leen terug en schonk hij hem nog andere leengronden bovenop, onder meer te Baarle. De hertog behield echter uitdrukkelijk de reeds aan zijn trouwe dienaren toevertrouwde cijnsgoederen en alle bewoonde of belastbare percelen, dus ook het dorp Baarle. De heidegronden rond het dorp en de reeds bebouwde gronden werden gaandeweg ontgonnen en bewoond. Zo ontstond het onderscheid tussen Baarle-onder-de-hertog (dat rechtstreeks afhing van de hertog van Brabant) en Baarle-onder-Breda (dat toebehoorde aan de heer van Breda, vazal van de hertog). Minstens vanaf 1363 was Baarle-Hertog administratief bij het Land van Turnhout gevoegd en dit tot aan het einde van het ancien regime; de oprichting van een eigen schepenbank dateert vermoedelijk van circa 1444, het jaar van haar eerste vermelding. In 1404 verwierf Engelbert I van Nassau-Dillenburg de heerlijkheid Breda; Baarle-onder-Breda zou vanaf nu Baarle-(onder)-Nassau heten. Het feit dat Baarle-Hertog sterk verweven was met het Land van Turnhout en Baarle-Nassau later tot het persoonlijk domein van de stichter van de Nederlandse staat ging behoren, verklaart het verdere verloop der gebeurtenissen. De akten van 1198 waarbij Baarle verdeeld werd tussen suzerein en vazal hadden niets buitengewoons; uniek is wel dat deze "feodale" toestand tot op heden behouden bleef. Bij de scheiding der Nederlanden, in 1648, werd de grens getrokken tussen de heerlijkheden Turnhout en Breda, waarbij de eerste integraal in het bezit bleef van de koning van Spanje, de tweede bij de generaliteitslanden werd gevoegd. In 1647 echter was de heerlijkheid Turnhout in leen gegeven aan Frederik Hendrik, prins van Oranje en stadhouder maar tevens heer van Breda; op 27/12 van hetzelfde jaar kreeg zijn weduwe Amalia van Solms de heerlijkheid toegewezen, waarbij zij alle verplichtingen opgelegd door het hertogdom Brabant diende na te leven. Als belangrijke voorwaarde gold de handhaving van het katholicisme. Het behoud van de dorpskerk, gelegen op hertogelijk grondgebied, verijdelde elke poging tot opname van Baarle-Hertog in het calvinistische Land van Breda. Een poging tot ruil in 1789 mislukte. Na de aanhechting van de vroegere Oostenrijkse Nederlanden bij Frankrijk kwam Baarle-Hertog terecht in het departement der Twee Neten, de latere provincie Antwerpen. Baarle-Nassau bleef bij de in 1795 opgerichte Bataafse Republiek. Bij de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden lag Baarle-Nassau, net als heel het arrondissement Breda, in de provincie Noord-Brabant. Baarle-Hertog bleef in het arrondissement Antwerpen en bijgevolg in de provincie Antwerpen. Alle pogingen tot grenscorrecties ten spijt, was de territoriale toestand in 1830 nog steeds niet veranderd. Twintig jaar onder hetzelfde staatsgezag (van 1810 tot 1815 onder het Franse keizerrijk en van 1815 tot 1830 onder het Koninkrijk der Nederlanden) hadden de scheiding alleen maar verscherpt. Het vredesakkoord van 1839 tussen België en Nederland, noopte tot nauwkeurige vastlegging der staatsgrenzen. Op 5/11/1842 werd in den Haag beslist het status-quo ten opzichte van Baarle-Hertog en Baarle-Nassau en de wegen die er doorheen liepen te behouden en op 8/8/1843 werd in Maastricht de onmogelijkheid bevestigd, om tussen grenspalen 214 en 215 -over een afstand van 36 kilometer- de grens zonder onderbreking vast te stellen. In de praktijk betekende dit dat voor elk van de 5.732 kadastrale percelen, dit is het grondgebied van beide gemeenten, de nationaliteit werd bepaald. Herhaalde pogingen om het probleem van de enclaves op te lossen bleven zonder resultaat. Hoewel een territoriale regeling niet werd uitgesloten, werd de scheiding tussen de twee Baarles in de praktijk steeds explicieter: in 1857 kwam er een aparte school voor Baarle-Hertog en in 1860 een afzonderlijke parochie voor Baarle-Nassau. Nieuwe ruilontwepen of onderhandelingen brachten geen enkele uitkomst. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontsnapten de Belgische enclaves van Baarle-Hertog aan de bezetting. Markant feit is de oprichting in 1915, zonder medeweten van Duitsers of Nederlanders, van een post voor draadloze telegrafie en goniometrie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden beide Baarles door de Duitsers bezet; bij de bevrijding op 3/10/1944 werden in de dorpskom aanzienlijke verwoestingen aangericht. Verdere pogingen om over een op gebiedsruil gebaseerde oplossing te onderhandelen bleven achterwege. Op 26/4/1974 werd de grens tussen Baarle-Nassau en het "eigenlijke" Belgische grondgebied definitief vastgelegd en voor het eerst officieel als internationale grens erkend.

Tot 1860 behoorden Baarle-Hertog en Baarle-Nassau tot één en dezelfde parochie, aanvankelijk ressorterend onder het bisdom Luik en sedert 1559 onder Antwerpen. Tijdens het ancien regime behoorden patronaatsrecht en tienden aan de abdij van Thorn. Later werd de dienstdoende priester beurtelings aangesteld door het bisdom Mechelen (waarvan Baarle-Hertog sedert 1802 deel uitmaakte) en het bisdom Breda (bevoegd voor Baarle-Nassau). Op 8/9/1860 werd beslist de parochie te splitsen als gevolg van een conflict tussen beide landen omtrent hun aandeel in de bezoldiging van de pastoor. In 1867 verwierf Baarle-Hertog het exclusieve eigendomsrecht op de Sint-Remigiuskerk. Zondereigen werd in 1842 een zelfstandige parochie. Na de splitsing van de parochie volgde in 1869 de scheiding van de liefdadigheidsinstellingen. De culturele instellingen bleven gemeenschappelijk. Sedert 1962 behoort Baarle-Hertog terug bij het bisdom Antwerpen.

De demografische evolutie verliep als volgt: in 1693 telde Baarle-Hertog 458 inwoners, in 1784: 698, in 1846: 1007, in 1910: 1221, in 1961: 2025.

In kern is de bebouwing van Baarle-Hertog ouder dan die van Baarle-Nassau, aangezien de hertog de bewoonde percelen voor zich hield. Het markantste en oudste gebouw is de kerk. De meeste huizen, zowel in het centrum als in Zondereigen, zijn eenvoudige 19de-eeuwse dorpswoningen waarvan sommige met oudere kern. Opvallend zijn de monumentale langsschuren met gecombineerde dek- en ankerbalkgebinten onder afgewolfd mank zadeldak en de talrijke wederopbouwhoeven uit de jaren 1945-1950, op Zondereigen veelal naar ontwerp van R. Van Steenbergen sr. De Turnhoutse Maatschappij voor Huisvesting bouwde in 1963 (fase I) 25 woningen aan Pastoor Van Herdegomstraat en Hertog Hendrik I plein, in 1972 (fase II) 24 woningen aan Amalia Van Solms-, Gravin Hilsondis-, Lode Peeters- en Molenstraat, in 1972 (fase III) 26 en in 1989 (fase IV) 16 woningen aan Dr. Govaertsplantsoen; fasen I, II en IV werden gerealiseerd naar ontwerp van C. Vanhout, fase III naar ontwerp van L. Jansen.

  • BREKEMMANS F.A., De Belgische enclaves in Nederland. Bijdragen tot de rechtsgeschiedenis van Baarle-Hertog en Baarle-Nassau, Tilburg, 1965.
  • DE KOK H., Gids voor het oude Turnhout en omgeving. Deel 2. De omliggende gemeenten, Antwerpen-Amsterdam, 1980, p. 165-181.
  • MALVOZ L., Baarle-Hertog en Baarle-Nassau. Vierendertig gebiedsdelen voor twee gemeenten, (Driemaandelijks tijdschrift van het Gemeentekrediet van België, januari 1986, p.3-60).
  • REHM G.J., Baarle in oude ansichten, Zaltbommel, 1971.


Bron     : De Sadeleer S. & Plomteux G. 2002: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Hoogstraten,  Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N4, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Plomteux, Greet
Datum  : 2002


Relaties