Geografisch thema

Wortel

ID: 14409   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14409

Beschrijving

Gemeente in de Antwerpse Noorderkempen, ten oosten van Hoogstraten; grenst aan het Nederlandse Castelré (noord), Hoogstraten (west), Rijkevorsel (zuid) en Merksplas (oost). Sinds 1/1/1977 kleinste deelgemeente van Hoogstraten. Oppervlakte: 1351 hectare; inwoners: 1679 (31/12/1999).

Landelijk woondorp met een kenmerkend contrast tussen het organisch gegroeide Wortel-dorp (ten westen) met nog sterk agrarisch karakter en de aangelegde rechtlijnige structuur van Wortel-kolonie (ten oosten) met een sporadische afwisseling van bossen en open gras- en akkerland. De zuidgrens valt tussen de Papenvoortse Brug en de samenvloeiing met de Keirschotse Beek of Zuid-Mark samen met een 3 kilometer lange sectie van de Mark: waar elders in de Markvallei veel verdwenen of alleszins uitgedund is, dankt dit gebied zijn gave staat en rijkdom aan waardevolle natuur- en landschapselementen aan zijn geïsoleerde ligging en moeilijke toegankelijkheid; hier stroomt de nog steeds meanderende Mark in een typisch zacht glooiend Kempens beekdal met kleinschalige graslanden zodat hier terecht nog mag gesproken worden over een "schilderachtig" valleisegment; vanaf de confluentie met de Kleine Mark stroomt de Mark verder noordwaarts, richting voormalig kasteel van Hoogstraten.

Van zuidoost naar noordwest wordt de gemeente doorsneden door de hoofdas Langenberg-Worteldorp-Klinketstraat, in eerst genoemde richting loopt deze verder naar Turnhout, in laatst genoemde richting naar Hoogstraten.

"Wurtelam" is de oudst gekende schrijfwijze van de dorpsnaam (akte van 1155); naast "Wuerthele" in 1161 en "Wortela" in 1245 zijn het voornamelijk varianten op de benamingen "Wortele" of "Wortel" die voorkomen in de geschiedkundige geschriften. De naam, een samenstelling van "wort-", "wurt-" en "-le", "-lo", zou verwijzen naar een bos op een hogere plaats nabij een waterloop.

Wetenschappelijke tijdschriften uit eind 19de eeuw melden de ontdekking van een zeldzame "Scandinavische zwerfrots" uit het ijstijdperk, gevonden in de Wortelse heide, ten noorden van de kolonie. Na 1891 wordt er over dit rotsblok op terrein geen spoor meer gevonden, noch in de vakliteratuur een woord gerept. De dichte concentratie van archeologische sites uit de prehistorie op de rand en in de onmiddellijke omgeving van de voormalige Rijksweldadigheidskolonie doet veronderstellen dat ook binnen het domein van de kolonie archeologische zones aanwezig zijn, doch tot nog toe niet gelocaliseerd werden wegens gebrek aan veldprospecties. Op het driegemeentenpunt van Wortel, Merksplas en (een enclave van) Baarle-Hertog, in het gehucht Staakheuvel, bevindt zich de "witte kei", expliciet vermeld door Vander Maelen (circa 1854): een grenspaal nauwelijks 20 centimeter boven de grond uitstekend, die in verband gebracht wordt met de afbakening van de grenzen van het allodium Merksplas midden 13de eeuw door de schout van Antwerpen. Een gedenksteen (uit 1971) in de nabijheid van de woning Bosuil nummer 10, met de vermelding "Hier stond de ijskelder tot 1915" is de enige herinnering aan de aldaar gelegen ijskelder van het voormalige kasteel van Hoogstraten, eveneens aangeduid door Vander Maelen.

Wanneer aangenomen wordt dat Wortel én Hoogstraten oorspronkelijk deel uitmaakten van het oude (Rijke)Vorsel (Furgelarus, later Forsela, Vorsele), klimt de geschiedenis van Wortel op tot de 8ste eeuw: reeds vóór 726 zou Vorsel, een niet afgelijnd grondgebied, aan de Heilige Willibrordus geschonken zijn die het in 726 zou overgedragen hebben aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Antwerpen.

Tijdens de Middeleeuwen (9de tot 12de eeuw) zou Wortel zich -evenals Hoogstraten- uit het moederdorp Vorsel afgesplitst en een zeker zelfstandig statuut verworven hebben. In 1295 en 1301 traden respectievelijk Willem van Kuik en Sofia van Gemmenich op als "Heer en Vrouw van Hoogstraten en Wortel". Daarna speelt de geschiedenis van Wortel zich af binnen het Land van Hoogstraten. Naar aanleiding van een geschil onder de zonen van Jan I van Kuik (Sofia's opvolger) in 1358 aangaande de verdeling van de erfgoederen werd de grens tussen Hoogstraten-Wortel en Vorsel getrokken zoals die thans nog bestaat: hierbij werd Wortel gesplitst namelijk de vijf zuidelijke gehuchten Bolk, Keirschot, Leemputten, Houtel en Achtel werden als compensatie in grond op wereldlijk vlak overgedragen aan de heerlijkheid Vorsel; Wortel werd aldus tot zijn noordelijke helft herleid. Bepaalde periodes met name onder Jan IV van Kuik (1382-1425) en onder Frank van Borselen (1444- circa 1480) kwamen de heerlijkheden Hoogstraten en Vorsel met de twee helften van Wortel opnieuw in één hand. Wortel en Rijkevorsel werden door Elisabeth van Culemborg en Antoon de Lalaing als leen binnen het Land van Hoogstraten verenigd; sinds de verheffing van de heerlijkheid Hoogstraten tot graafschap in 1518 bestond het zogenaamde "eerste leen" uit de Vrijheid Hoogstraten met de dorpen Meer, Meerle en Wortel. Vanaf 1740 tot op het einde van de 18de eeuw waren de hertogen heren van Wortel. Nadat het Frans bewind komaf had gemaakt met de structuren en instellingen van het ancien régime (1794) bestond Wortel als autonome gemeente binnen het departement van de twee Neten, voorloper van de provincie Antwerpen.

Ook op kerkelijk vlak is Wortel meermaals van grenzen en oppervlakte veranderd. Mogelijk ontstonden de parochies Wortel, Hoogstraten en Vlimmeren uit het oude Vorsel; oorspronkelijk zou de pastoor van Wortel het noordelijke gedeelte van dit Vorsel tot zijn gebied gerekend hebben. In het leenroerig tijdvak hadden machtige leken het grondgebied Vorsel dat de Heilige Willibrordus in 726 aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Antwerpen had geschonken, in handen gekregen als leengoed (heerlijkheid). Later schonken zij aan het bisdom Kamerijk een deel van de rechten terug; de bisschop droeg reeds in 1155 het patronaats- en tienderecht te Wortel opnieuw over aan de oorspronkelijke eigenaar, het Onze-Lieve-Vrouwekapittel; Vorsel volgde slechts veertig jaar later (1195); dit wijst er op dat beide toen reeds als zelfstandige parochies bestonden. Ook de Sint-Michielsabdij van Antwerpen bezat goederen en tienden te Wortel. Zelfs na het ontstaan van de parochie Hoogstraten -wellicht later dan die van Wortel- en de wereldlijke afsplitsing van de vijf zuidelijke gehuchten bleef Wortel-parochie omvangrijk: kerkelijk bleven de vijf gehuchten tot de parochie Wortel behoren en dit tot in 1818 (ingevolge het concordaat van 1802 tussen paus Pius VII en keizer Napoleon); sedert 1874 behoren Keirschot en Bolk opnieuw tot de Wortelse parochie. Tot 1559 ressorteerde Wortel onder het bisdom Kamerijk, vanaf 1559 onder het bisdom Antwerpen, sedert 1802 onder Mechelen en vanaf 1962 terug onder Antwerpen.

Reeds in 1295 had Wortel schepenen. Tot welke schepenbank deze dan behoorden blijft een vraag met sterk uiteenlopende antwoorden: beschikte Wortel over een eigen schepenbank? behoorde Wortel tot de schepenbank van Merksplas? Ook met betrekking tot de buitenbank van Hoogstraten, opgericht begin 14de eeuw, is de plaats van Wortel, toch behorend tot het land van Hoogstraten, onduidelijk bijvoorbeeld in bepaalde opsommingen van de daarin zetelende schepenen komt Wortel niet ter sprake. In 1546 ressorteerde Wortel zeker onder de buitenbank van Hoogstraten die vonniste volgens de "costuymen" van de hoofdbank van Zandhoven.

Gedurende de Middeleeuwen en het ancien régime was Wortel een typisch Kempens landbouwdorp met een relatief lage bevolkingsdichtheid. Tot aan de herbebossingsdecreten van het Oostenrijks bewind op het einde van de 18de eeuw, domineerde de heide het landschap. Economische activiteiten beperkten zich in die tijd tot het steken van veen en turf in de Markvallei en de ontginning van klei ten behoeve van de baksteennijverheid.

De Ferrariskaart (circa 1775) geeft reeds duidelijk de configuratie weer van het huidige dorp en zijn stratentracé. De geconcentreerde bebouwing bevond zich in de nabijheid van de kerk, tevens langs de Sint-Janstraat en vooral in de omgeving van de Grote Plaats; de omwalde site van de pastorij in het centrum wordt op de kaart beeldbepalend weergegeven. Kleinere woonkernen waren de gehuchten "Poeleynt", "Langenbergh", "Neerven" en "Stackhoevel"; rondom deze kernen en langs de wegen lagen omhaagde akkers en cultuurland. Het verloop van de rivier De Mark is goed te volgen op de kaart wegens de aan weerszijden gelegen -groen ingekleurde- beemden en hooilanden, zie het bochtig traject van De Mark ten zuiden; op grondgebied Wortel telt Vander Maelen vijf bruggen over de Mark met name de "Paepenvoortsche", de "Bolksche", de "Guytelsche", de "Versterkte" en de "Klinketsche" brug. Het gebied tussen het dorp en het uiterst oost gelegen gehucht "Stackhoevel" is ten tijde van Ferraris nog uitgestrekt onontgonnen heidegebied met sporadisch een moer of ven. De Vander Maelenkaart geeft de toestand van dit gebied weer na de eerste ontginningsperiode van Wortel-kolonie (1822-1846): het voormalige woeste landschap is inmiddels getransformeerd tot een landbouwkolonie met een planmatige opzet die het gebied in grote rechthoekige percelen opdeelt, ontsloten door wegen. Volgens voormelde kaart was de van het zuidoosten naar het noordwesten lopende hoofdas Langenberg-Worteldorp-Klinketstraat tegen midden 19de eeuw voltooid. De buurtspoorweg op het baanvak Hoogstraten-Merksplas (lijn 120), geopend op 1/10/1901, deed te Wortel zowel het dorpscentrum als -via een afbuiging- de kolonie aan.

Op de huidige topografische kaarten wordt de ruimtelijk-structurele inrichting van het kleine Wortel nog steeds duidelijk gekenmerkt door het contrast tussen het organisch gegroeide Worteldorp (ten westen) en het rechtlijnig drevenpatroon van Wortel-kolonie (ten oosten). Buiten het eigenlijke dorpscentrum bevat Wortel verschillende oude gehuchten onder meer Poeleinde, Neerven, Langenberg, Krabbershoek en het geïsoleerde, oostwaarts gelegen Staakheuvel.

In het dorp heeft de bebouwing zich voornamelijk ontwikkeld langs de hoofdas -met een intense concentratie ter hoogte van Worteldorp- en het stratennet ten noordoosten hiervan; de overige, meer verspreide bebouwing waarborgt het landelijk karakter van de gemeente. De nog typische bescheiden dorpskern valt visueel op door de verheven ligging van de kerk. De kerk, voornamelijk opklimmend tot het tweede kwart van de 15de eeuw en het vierde kwart van de 15de eeuw - eerste kwart van de 16de eeuw, vormt samen met de voormalige kapelanie en de vroegere pastorie, beide uit de 18de eeuw, de oudste architecturale getuigen. De oude dorpsbebouwing bestaat uit veelal goed bewaarde sobere burgerhuizen, dorpswoningen en aangepaste hoeves uit het vierde kwart van de 19de eeuw - eerste kwart van de 20ste eeuw alternerend met een overwegend banale bebouwing uit de 20ste eeuw. Enkel het woonwinkelhuis in nieuwe zakelijkheid van E. Van Steenbergen (1935) vormt een verrassend accent tussen de omringende dorpswoningen. Het gemeentehuis was oorspronkelijk gelegen op de Grote Plaats en werd in 1940 overgeheveld naar de vroegere onderwijzerswoning op Worteldorp nummer 15. De bebouwde dorpskom breidde zich vanaf de jaren 1975 ten noorden uit door nieuw aangelegde sociale woonwijken met name "Kerkveld" (35 woningen) en "Kerkblok" (25 woningen), samen ingewijd op 29/11/1980 door de Nationale Landmaatschappij. Ondanks het belangrijk aandeel van de landbouwactiviteit is van de oorspronkelijke hoevebouw weinig bewaard gebleven: naast -veelal aangepaste- hoeven uit het vierde kwart van de 19de eeuw tot het eerste kwart van de 20ste eeuw (bijvoorbeeld langs Langenberg) vormt de mooi ingeplante hoeve op Poeleinde nummer 2 nog een typisch voorbeeld. De Wortelse boerenbevolking beschikte tevens over een melkerij: eerst bevond deze zich op de Grote Plaats, in het tweede kwart van de 20ste eeuw werd het huidig gebouw op Zandstraat nummer 2 opgetrokken. Ondanks een aantal betreurenswaardige slopingen en aanpassingen blijft het bouwkundig patrimonium van Wortel-kolonie een uniek homogeen geheel: de gebouwen, opgetrokken in een een sobere eclectische baksteenarchitectuur, dateren van 1880-1898.

  • DIRIKEN P., Toeristisch-recreatieve atlas van Antwerpen, De Kempen, Geogids Noorderkempen-West, sine loco, 1996, p. 46-50.
  • LAUWERYS J., Wortel. Bouwstoffen voor een geschiedenis, in Jaarboek van Koninklijk Hoogstraatse Oudheidkundige Kring, L, 1982.
  • Monumentocht. Zondag 20 augustus. Wortel/Hoogstraten en Merksplas, brochure onder leiding van de Koning Boudewijnstichting, sine loco, 1989.
  • MUËSEN G., Meerle en het land van Hoogstraten in de Middeleeuwen, in Jaarboek van Koninklijk Hoogstraatse Oudheidkundige kring, LI, 1996.
  • RUTS S., Wortel-Kolonie: maatschappelijke en ruimtelijke aspecten. Van historische schets naar toekomstmogelijkheden, in Jaarboek van Koninklijk Hoogstraatse Oudheidkundige Kring, LII, 1997.
  • Wortel, weet je nog..., Wortel, 1982.

Bron     : De Sadeleer S. & Plomteux G. 2002: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Hoogstraten,  Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N4, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  De Sadeleer, Sibylle
Datum  : 2002


Relaties

  • Omvat
    Grote Plaats

  • Omvat
    Klinketstraat

  • Omvat
    Kolonie Wortel

  • Omvat
    Langenberg

  • Omvat
    Melkfabriek

  • Omvat
    Oude Weg

  • Omvat
    Pastorie met omwalde tuin

  • Omvat
    Poeleinde

  • Omvat
    Rijksweldadigheidskolonie Wortel

  • Omvat
    Rooimans

  • Omvat
    Sint-Janstraat

  • Omvat
    Vallei van de Mark en kasteel van Hoogstraten

  • Omvat
    Woonstalhuis

  • Omvat
    Worteldorp

  • Is deel van
    Hoogstraten

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Wortel [online] https://id.erfgoed.net/themas/14409 (Geraadpleegd op 20-10-2020)