Geografisch thema

Wezel (Mol)

ID
14500
URI
https://id.erfgoed.net/themas/14500

Beschrijving

Ten opzichte van Mol-centrum vrij geïsoleerd gehucht in het oosten van de gemeente en ten zuiden van het gehucht Rauw. Oorspronkelijk maakte een groot deel van Wezel deel uit van dit gehucht, zie inleiding Rauw. Een gedeelte van de huidige parochie ligt op grondgebied Balen; om redenen van samenhang en praktische aard zal het ontstaan en de algemene ontwikkeling van Wezel echter onder Mol-Wezel behandeld worden; de items op het grondgebied Balen worden aldaar besproken onder Balen-Wezel.

Historische achtergrond: oppervlaktevonsten uit het mesolithicum, overwegend vuurstenen artefacten onder meer op de sites Mol-Wezel Kerkhof en Balen-Fabrieken, laten reeds menselijke aanwezigheid in deze tijd vermoeden. Wezel, eertijds een geïsoleerd en desolaat gebied met uitgestrekte duinen en heide tussen en langs de Molse en de Scheppelijke Nete, omvatte in de vroege Middeleeuwen een aanzienlijk allodiaal goed, de zogenaamd "Wezelse Hoeve", gewonnen op de heide en sedert de 13de eeuw bezit van de abdij van Postel; de kloosterlingen verpachtten de hoeve en konden beschikken over de opbrengsten. Wezel bezat toen zijn eigen, meestal stenen grenspalen, kleiner dan die van de Voogdij, en ressorteerde onder geen enkel dorp. Vanaf 1579 werden de voorheen belastingvrije geestelijke goederen echter getaxeerd; daardoor werd de Wezelse afhankelijkheid van Mol een feit; een vonnis van de Brusselse rechtbank, uitgesproken in 1707 in het nadeel van Postel, betekende het definitieve einde van het vrijgoed Wezel. Bij het kadastraal vastleggen van de definitieve gemeentegrenzen door de Fransen in 1804-1811 werd het oude Wezel volledig opgeslorpt door Mol.

Uit de welvarende (Grote) Wezelse Hoeve ontstonden naderhand onder meer de in 1961 gesloopte "Kleine Wezelse Hoeve", de "Nieuwe Wezelse Hoeve", zie Wezelhoevenweg nummer 46, en de "Boerenbril", zie St.-Jozefslaan nummer 1. Na de nationalisering tijdens de Franse Revolutie raakte de Grote Wezelse Hoeve in verval; ze werd openbaar verkocht als schuur in 1797.

Tot midden 19de eeuw bleef het uitgestrekte heidegebied hier en daar onderbroken door drassige wateroppervlakten en stuifzandheuvels, de voornaamste karaktertrek van Wezel, hoewel de verspreide aanplant van nieuwe dennenbossen en de inplanting van enkele hoeven het uitzicht van Mol-Wezel reeds ten dele hadden gewijzigd; Balen-Wezel daarentegen bleef voorlopig nagenoeg onaangeroerd. De ontginning van de heide ging immers zeer langzaam.

Ontstaan en ontwikkeling: de meest ingrijpende uitzichtwijziging van Wezel gebeurde in de loop van de tweede helft van de 19de eeuw en hing samen met het gedeeltelijk afgraven van de oorspronkelijke duinformaties voor de aanleg van het Kanaal van Beverlo (1854-1857) en de voltooiing van de spoorweg van Antwerpen naar München-Gladbach in 1878. Het aldus tot stand gekomen kruispunt van een water- en spoorweg -de gedroomde infrastructuur voor industriële bedrijvigheid- in combinatie met de beschikbare, uitgestrekte open ruimte, gaf aanleiding tot het ontstaan van een industriële vestiging: in 1881 vestigde zich hier (grondgebied Balen) de springstoffenfabriek "Cie de la Forcite" (later Poudreries Réunies de Belgique of P.R.B.), thans voor het grootste gedeelte gelegen op grondgebied Lommel, en in 1889 (grond aangekocht in 1888) werd de lood- en zinkfabriek "Vieille Montagne" (V.M.), later "Union Minière Zinc", ingeplant in de onmiddellijke omgeving op de grens met Balen. Ten gevolge hiervan ontstond een ware bevolkingsexplosie en werd Wezel op 17 april 1898 erkend als zelfstandige parochie, gevolgd door de bouw van een kerk in 1905. Een deel van de nieuwe parochie strekte zich uit op grondgebied Balen. Na de oprichting van de fabriek werden de oorspronkelijke duinen verder afgegraven voor de bouw van woningen voor de arbeiders evenals voor het kaderpersoneel op Mol-Wezel, terwijl in Balen-Wezel hoofdzakelijk arbeiderswoningen werden opgetrokken. Zo ontstond geleidelijk een typische fabriekswijk met de nodige nutsvoorzieningen, een kwadratisch stratenpatroon en planmatige aanleg; circa 1900 waren er reeds 91 woningen, dit aantal nam toe tot 403 in 1930; ook andere voorzieningen als onder meer bakkerij, winkel, gasthuis met klooster, casino met bijhorend hotel, school,... danken hun ontstaan aan V.M. en bevonden zich voornamelijk rondom het huidige Kloosterplein vóór de fabriek (grondgebied Balen). Dit plein fungeerde eertijds min of meer als centrale ontmoetingsplaats, doch de meeste van de aangehaalde gebouwen zijn thans gesloopt: onder meer het klooster met bijhorend gasthuis, opgetrokken in 1902, werd gesloopt in 1978; de gemeentelijke jongensschool van 1903 werd afgebroken in 1987. Het volume van de voormalige meisjesschool van 1902 bleef ten dele bewaard in de Stevensvennenstraat nummer 1 te Balen. De fabrieksgebouwen zelf ondergingen in de loop der jaren regelmatig vergrotingen en vernieuwingen; de productiecapaciteit werd regelmatig aangepast en geleidelijk werden diverse nevenproducten aangemaakt; P.R.B. werd tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels vernield door een ontploffing en na de oorlog heropgebouwd en gemoderniseerd.

Karakteristiek voor Wezel was en is nog steeds het structureel en ruimtelijk onderscheid tussen de fraaie villa's van het kaderpersoneel aan de St.-Jozefslaan, de uniforme bediendewoningen aan de Kerkstraat en Boslaan en de zogenaamde "cité", die op grondgebied Mol verspreid ligt over het oostelijk deel van het gehucht en verder doorloopt op grondgebied Balen. Voornamelijk op grondgebied Mol bestond de cité uit een open bebouwing van eenvoudige, soms per twee gekoppelde arbeiderswoningen; een groot aantal van deze woningen werd opgetrokken in de jaren 1920, zie kadasterschetsen van 1921, 1925 en 1928; op grondgebied Balen in de wijk Rusven, werden ten dele vrijstaande woningen opgetrokken, waar telkens een 1/3 hectare grond bij hoorde, zodat ze geschikt waren voor kleine boerderijen; de cité had hier bijgevolg een meer landelijk karakter. De arbeiderswoningen bestonden uit een twaalftal, soms slechts licht verschillende types, van één bouwlaag; de eerste vijf types trof men aan op de Geitenberg en komen elders niet voor; de overige types stonden niet altijd gegroepeerd, omdat een straat zelden ineens werd volgebouwd; het zou evenwel de bedoeling van de architect geweest zijn om de reminiscenties aan "het Kempisch boerderijtje" in alle types te handhaven.

Huidig uitzicht: Wezel biedt een uitstekende illustratie van de evolutie van een abdijgebied met monumentale 18de-eeuwse hoeven naar een adellijk domein, in casu van de familie Van der Gracht de Rommerswael, met enkele 19de-eeuwse landhuizen. Wanneer circa 1880 een aantal gronden verkocht werd voor de inplanting van V.M., werd het startsein gegeven voor de ontwikkeling van een karakteristieke industriële site. Het grotendeels eind 19de- begin 20ste-eeuwse stratenpatroon bleef tot op heden bewaard, met name de relatief breed uitgebouwde cité met planmatige aanleg, op grondgebied Mol ten noorden begrensd door de St.-Jozefslaan, de hoofdas van het gehucht, met de aanpalende directeurswoningen en villa's voor het kaderpersoneel; ook het godsdienstige centrum met kerk en pastorie kreeg hier een plaats toegewezen; de uniforme, per twee gekoppelde bediendewoningen werden ingeplant aan de Kerkstraat en de Boslaan; in het verlengde van de St.-Jozefslaan ligt het Kloosterplein (Balen) dat de overgang vormt naar de imposante fabrieksgebouwen, die zich bevinden op grondgebied Balen ten noordoosten van de cité. Terwijl de rijkere villa's hun oorspronkelijk voorkomen, soms op het schrijnwerk na, behielden, ondergingen de meeste, eertijds bescheiden en vrij uniforme arbeiderswoningen in de cité grondige aanpassings- en/of renovatiewerken, voornamelijk nadat ze vanaf de jaren 1970 werden verkocht aan particulieren.

Rondom de cité is het wegenpatroon minder dicht en liggen nog beperkte landbouwzones en enkele kleinere woonkernen met overwegend vrijstaande bebouwing, waaronder de omgeving van de Bankei en Berkenbos, beide op Balen, en de omgeving van de Wezelhoeve op Mol; aan de Albertlaan nummer 48 bleef een gerenoveerde hoeve, uit eind 19de- begin 20ste eeuw bewaard met karakteristieke verwerking van gesinterde baksteen. De meest recente woonuitbreiding op Mol-Wezel bestaat uit een zone met residentiële villa's in de beboste duinen van de Leeuwerikheide in het noordwesten; in het zuidoosten is er een verkavelingszone met onder meer sociale woningbouw. De oorspronkelijke heidevegetatie is thans totaal verdwenen. In de Brouwerijdreef nummer 45 werd in een hedendaagse eengezinswoning een oude gevelsteen ingemetst, afkomstig van het pand "de Valck" op de Markt in Mol-centrum.

  • Kadaster Antwerpen, Mutatieregisters Mol, schetsen 1921/32, 1925/148, 1928/129.
  • DIRIKEN P., Geogids Oosterkempen: Balen, Dessel, Mol, Retie, sine loco, 1992.
  • MICHIELS J. en VERMEULEN R., Van Baenle tot Balen, Balen, 1987, p. 445-483.
  • Profiel van Mol, Mol, 1971, p. 324.
  • Van Weselo tot Wezel. Wezel en zijn geschiedenis, Mol, 1998.

Bron     : Kennes H. & Steyaert R. 2002: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Mol, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N5, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Kennes, Hilde
Datum  : 2002


Relaties

  • Omvat
    Arbeidershuis

  • Omvat
    Arbeiderswoning

  • Omvat
    Directeurswoning

  • Omvat
    Kasteel van der Gracht of Kasteel van Wezel

  • Omvat
    Langgestrekte hoeve

  • Omvat
    Lostraat

  • Omvat
    Nieuwe Wezelse Hoeve

  • Omvat
    Personeelswoningen de Blokken

  • Omvat
    St.-Jozefslaan

  • Omvat
    Villa Dennenhof

  • Omvat
    Villa Spanoghe

  • Is deel van
    Mol

  • Is gerelateerd aan
    Wezel (Balen)


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Wezel (Mol) [online] https://id.erfgoed.net/themas/14500 (Geraadpleegd op 14-04-2021)