Geografisch thema

Westende-Bad

ID: 14535   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14535

Beschrijving

Westende-Bad ontwikkelde zich op het grondgebied van zowel Westende als Middelkerke (zogenaamd Middelkerke-Uitbreiding, grosso modo ten oosten van de Arend- en de Badenlaan), sinds de fusie van 1976 behorend tot dezelfde fusiegemeente. Gezien de badplaats historisch en stedenbouwkundig één geheel vormt wordt ze hier alsdusdanig behandeld.

In 1887 kocht de Brusselse senator en bankier Edouard Otlet van de "Société anonyme des bains et des dunes de Middelkerke et Westende" 64 ha duingrond. Aanvankelijk gebruikte hij dit gebied als jachtterrein. In 1894 koos hij echter voor de ontwikkeling van een nieuw en exclusief vakantieoord: in 1896 verschenen de eerste villa's "en pleine dune". Teneinde de badplaats volop te kunnen uitbouwen richtte Otlet in 1898 met zes familieleden de N.V. "La Westendaise" op. In 1906 vond met de oprichting van de N.V. "Westende plage" een verruiming van de aandeelhouders plaats, welke het kader van de familie Otlet overschreed. Uit de fusie in 1931 van de N.V. "Westende plage" met de N.V. "Foncière Industrielle Belge" (voorheen "Grand hôtel Belle Vue") ontstond de "Westende, S.A. Foncière et Industrielle" met hoofdzetel te Brussel. Tot aan de verkoop van de rechten aan Middelkerke en Westende in 1973 kon, mede door de territioriale opsplisting van de badstad, de N.V. vrij autonoom optreden met betrekking tot grondtransacties, verkaveling, wegenbeheer, nutsvoorzieningen en groenaanleg.

Nog in 1898 werd een eerste bakstenen zeedijk van 354 m aangelegd (in 1905 en 1911 verlengd met respectievelijk 832 m en 580 m), waarop onder meer enkele villa's, een Kursaal en het Westend-Hotel, naar ontwerp van de Franse architect Alban Chambon (Oostende), werden opgetrokken. Dezelfde architect was tevens verantwoordelijk voor het eerste aanlegplan (circa 1899) van de badplaats, gebaseerd op een vrij strak rasterpatroon met rechthoekige blokken en parallelle straten. Dit ontwerp werd slechts gedeeltelijk uitgevoerd omdat de relatie tussen de architect en opdrachtgever Otlet verslechterde. Om zijn badplaats te kunnen voltooien deed laatstgenoemde beroep op architect Octave Van Rysselberghe (Ninderhout), die het plan in 1903 voltooide.

Westende-Bad werd een combinatie van de Engelse tuinwijkgedachte en Chambons stedelijke aanleg: een centrum met een rechtlijnig stratenpatroon en een periferie met gebogen wegen en ruimte voor groenaanleg. Om dit landschappelijk karakter te verzekeren vaardigde de N.V. een zogenaamd "Cahier des charges général pour la vente des terrains et des villas" uit, welke via strenge bouwvoorschriften de badplaats een coherent en artistiek cachet diende te verlenen. Het weinig succesvolle Kursaal werd diverse malen herbouwd om uiteindelijk in 1938 tot hotel omgevormd te worden.

Mede door de verlenging van de elektrische tramverbinding Oostende-Middelkerke-Bad tot Westende-Bad in 1903 (zie Park- en Henri Jasparlaan) kende de badplaats een stijgend succes.

Aanvankelijk werd vooral gebouwd op het gedeelte van de badplaats dat op het grondgebied van Westende lag. Pas vanaf 1907 zal het oostelijke gedeelte van de badplaats zich volop ontwikkelen onder meer met de grondverkoop aan particulieren en de bouw van het "GRAND HÔTEL BELLE VUE", naar ontwerp van Octave Van Rysselberghe. Op de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was Westende een elitaire badplaats met circa 250 villa's, twee grote hotels, een tramhalte, een kapel voor de katholieke eredienst, diverse tennisvelden en een reddingsdienst.

De Eerste Wereldoorlog was bijzonder catastrofaal voor Westende-Bad: vrijwel het volledige woningenbestand werd vernield; slechts het "Belle Vue-hotel" bleef dankzij de betonconstructie deels gespaard.

De wederopbouw van de jaren 1920 baseerde zich veelal op het vooroorlogs ontwerp met cottage-inslag. Onder meer architecten F. Roussel (Westende), Tavernier (Middelkerke), B. Van Hecke (Middelkerke), C. Pil & H. Carbon (Oostende) waren hierbij betrokken.

Een eerste generatie appartementsgebouwen tot vier bouwlagen werd gebouwd vanaf de jaren 1930, bewaarde voorbeelden hiervan onder meer aan de Oorlogsinvaliden-/ Portiekenlaan. Vanaf de jaren 1940-1950 trad samen met het herstel van oorlogsschade zowel qua perceelsbreedte als bouwhoogte een schaalvergroting op met appartementen tot vijf à zes bouwlagen onder meer naar ontwerp van architecten L. Dochy (Westende) en L. Lecomte (Middelkerke). Aan de Zeedijk en Koning Ridderdijk werden vanaf de jaren 1960 hogere blokken tot tien bouwlagen gebouwd.

Stedenbouwkundige structuur van Westende-Bad

Het westelijk gedeelte van de badplaats (op het eigenlijke grondgebied Westende) wordt ten noorden van de Henri Jasparlaan gekenmerkt door een dambordpatroon met een aanééngesloten bebouwing van burgerhuizen uit de jaren 1920-1930 en lage appartementsbouw voornamelijk vanaf de jaren 1950, aan de Koning Ridderdijk vanaf de jaren 1960 echter tot tien bouwlagen. In dit gedeelte, tussen de Henri Jasparlaan en de Duinenlaan, circulair stratenpatroon met losse bebouwing onder meer heropgebouwde Sint-Theresiakapel en cottages uit de jaren 1920 (beschermd als dorpsgezicht Westende-Bad bij M.B. van 17.04.1996).

Het oostelijk gedeelte van de badplaats, zogenaamd Middelkerke-Uitbreiding, wordt gestructureerd door de Zonnelaan met ten noorden daarvan naar de Zeedijk schuin oplopende straten met aaneengesloten bebouwing nog deels uit de jaren 1920. Ten zuiden van de Zonnelaan, nog relatief open gebied met onder meer golfterrein. Het Rauschenbergplein (een voormalige tenniscourt) ter hoogte van de Priorijlaan vormt de scheidingslijn tussen het eigenlijke Westende en Middelkerke-Uitbreiding en tussen beide stedelijke aanleggen.

Te Westende-Bad en Lombardsijde is het Sint-Laureinsstrand beschermd als landschap (B.V.E. van 1.07.1982). De natuurwetenschappelijke waarde van dit landschap wordt bepaald door de goed bewaarde geologische en geomorfologische kenmerken van de duinen, en de zeldzame duinvegetaties. Bij deze nog vrij recente duinen treden nog actieve verstuivingsprocessen op. Meer landinwaarts daarentegen is het duinreliëf al redelijk stabiel. De duinvegetatie varieert van helmgras (op locaties met verstuiving) naar duingraslanden (mosduinen en kopjesduinen) en verspreide struwelen meer landinwaarts.

  • Gemeentearchief Middelkerke, SO2, Archivalia voor 1914.
  • CONSTANDT M., Westende, een geslaagd Brussels toeristisch initiatief (1896-1914), in Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis, jg. 118, 1981, nr. 1/2, p. 63-79.
  • CONSTANDT M., De toeristische uitbouw aan de Belgische kust. Het voorbeeld van de badplaats Westende, in BAETENS R. (red.), Industriële archeologie in Vlaanderen. Theorie en praktijk, Antwerpen, 1988, p. 257-265.
  • CONSTANDT M., De rol van het gemeentebestuur van Middelkerke in de vroege ontwikkeling van Westende-Bad, in Graningate, jg. 13, 1993, nr. 50, p. 57-61.
  • CONSTANDT M., Het aandeel van het gemeentebestuur van Westende in de vroege ontwikkeling van Westende-Bad, 1896-1914, in Graningate, jg. 14, 1994, nr. 56, p. 157-162.
  • CONSTANDT M., De verdwenen badplaats. De geschiedenis van Westende-Bad van 1896 tot 1918, Westende, 1996.
  • CONSTANDT M., Het toeristisch verhaal van Westende en Lombardsijde, Middelkerke, 1988.
  • DEVENT G., Zee en Duinen. Kusttoerisme in de 19de eeuw, Brugge, 1991, p. 52-62.
  • GOBYN R. (red.), Te Kust en te Kuur. Badplaatsen en kuuroorden in België 16de-20ste eeuw, Brussel, 1987.
  • VAN TROOSTENBERGHE R., Wachtend op de tram of de evolutie van de wachthuisjes te Westende, in Graningate, jg. 6, 1986, nr. 21, p. 43-51.

Bron     : Huys M., Kerrinckx H. & Vanneste P. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Middelkerke, Deelgemeenten Leffinge, Lombardsijde, Mannekesvere, Schore, Sint-Pieterskapelle, Slijpe, Westende en Wilskerke, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL10, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Huys, Martine, Kerrinckx, Hans, Vanneste, Pol
Datum  : 2005


Relaties