Geografisch thema

Beigem

ID
14597
URI
https://id.erfgoed.net/themas/14597

Beschrijving

Landelijke woondorp in het noordwestelijke deel van de provincie Vlaams-Brabant, circa 13 km ten noorden van Brussel. In het noorden begrensd door Humbeek, in het oosten en zuiden door Grimbergen en in het westen door Wolvertem, een deelgemeente van Meise. De gemeente heeft een oppervlakte van 388 ha en 1820 inwoners (website gemeente 2004) en is sinds 1977 deelgemeente van Grimbergen.

Het grondgebied ligt in een boomloos, lichtglooiend landschap (20-45 m) deels in de zandleemstreek (noordelijke helft) en deels in de leemstreek (zuidelijke helft). De enige waterloop, met name de Gillebeek, ontspringt aan de grens met Wolvertem en doorsnijdt de gemeente van west naar oost, richting Willebroekse Vaart. Vóór het graven van het kanaal in 1551-1560 mondde ze uit in de Zenne op de grens Zemst-Humbeek.

De gemeente wordt van zuid naar noord doorsneden door een dubbele as, de Beigemsesteenweg en de Meerstraat, die elkaar vervoegen in het noorden van de gemeente. De twee belangrijkste oost-west wegen geven verbinding met de buurtdorpen Wolvertem; Humbeek en Grimbergen: in het noorden de Evergemsesteenweg - Kruisstraat en in het zuiden de Limbosbaan - Daalstraat.

Beigem wordt voor de eerste maal vermeld in 1162 (Beingem). De naam vindt mogelijk haar oorsprong in het Frankische patroniem “Bajing” en het suffix “haim” wat “het huis van de Frank Baj” betekend.

Ten tijde van de Frankische landinname op het einde van de 4de eeuw was het noordelijke gedeelte van de streek tussen Schelde en Zenne nog volledig bebost. Aan de zuidelijke rand van dit bos was een gedeelte van de bodem, die later tot de gemeente Beigem zou uitgroeien, reeds ontgonnen (Beigemkouter - Obberghekouter). Een Frankische gemeenschap zorgde voor een verdere ontginning van de gronden in het noorden (Hulteveld) en in het oosten (Beekveld). Volgens Verbesselt was de bewoning geconcentreerd rond drie driesen: dries ten Doorne in het zuiden, de Coppendries in het noorden en tussen beiden dries ten Berg. In hoeverre de twee laatst vermelde driesen inderdaad Frankische van oorsprong zijn, is niet helemaal duidelijk. Het Frankische hof bevond zich op dries ten Doorne waardoor het zich tot dorpscentrum heeft ontwikkeld.

Het hof werd vervolgens tot de 13de eeuw betrokken door een plaatselijk herengeslacht met cognomen "Van Beigem". Al vroeg droegen zij een deel van hun bezittingen op aan de machtige heren van Grimbergen, de Berthouts, om het dan terug van hen in leen te nemen. Het het hoofdleen bestond uit het oude Frankische hof "Hof ten Doorne", met inbegrip van het "Hof Corsele" (het latere "Hof ten Dale" dat reeds verdween in de 15de eeuw). De drie belangrijkste achterlenen waren "Hof ten Berge", "Hof van Bentinck" en "Hof van Obberghe". Door verkoop van een deel van hun persoonlijk erfgoed hebben de heren van Beigem de abdij van Grimbergen in staat gesteld het "Hof te Paddegat" (2de kwart van de 12de eeuw), het latere "Hof van Eversem", en het "Hof van Poddegem" (1245) uit te bouwen. Beigem bleef in bezit van de heren van Grimbergen tot het einde van het Ancien Régime; het bestuur werd waargenomen door een meier. De schepenbank had het wapen van de Berthouts in haar zegel overgenomen.

Het ontstaan van de parochie Beigem valt te situeren na de eerste grote ontginningsperiode in de 9de eeuw. De bezitters van het primitief hof zijn toen overgegaan tot de stichting van een villakerkje onder het personaat van de bisschop van Kamerijk. Het kerkje, gelegen op dries ten Doorne, kreeg de titel van Onze-Lieve-Vrouw naar het kapittel van de bisschopskerk van Kamerijk die in de 14de eeuw het personaat overneemt. Bij de oprichting van de nieuwe bisdommen in de tweede helft van de 16de eeuw werd het personaat overgedragen aan de bisschop van Mechelen die het op zijn beurt aan het Sint-Romboutskapittel schonk. Bijgevolg heeft de parochie Beigem nooit tot het Land van Grimbergen of aan de abdij toebehoord.

De grenzen met de naburige gemeenten zijn vrij laat ontstaan, eveneens pas in de 9de eeuw. Enerzijds worden ze gevormd door oude verkeerswegen, met name de oude heirbaan Asse-Elewijt-Mechelen op de grens met Grimbergen ten zuiden; de Hoge weg (of Machel- of Boschweg) op de grens met Meise ten noordwesten en de Groenen Weg in het oosten. Anderzijds lopen de grenzen dwars door de akkers ten gevolge van de afbakening van het Tiendegebied, de perceelindeling is dus ouder. Dit geldt voor een deel van de grens met Meise ten westen en de grens met Humbeek ten noorden. Hierdoor werd onder andere de Coppendries in twee gesneden en verdeeld over Beigem en Humbeek.

De belangrijkste weg doorheen het dorp was de verbindingsweg Brussel - Ruisbroek die het grondgebied van zuid naar noord doorsneed. De ontdubbeling van deze weg in Meerstraat en Bergstraat (heden Beigemsesteenweg) ter hoogte van dries ten Doorne heeft ontegensprekelijk de plaats van het hof en de kerk bepaald en daarmee samenhangend de verdere ontwikkeling tot dorpscentrum.

De kaart van J. Van Acoleÿen (kaartboek van de abdij 1699) geeft een duidelijk beeld van Beigem op het einde van de 17de eeuw. De bebouwing concentreerde zich rond de kerk en de meer ten noorden gelegen Coppendries, alsook langs de huidige Gustaaf De Donderstraat en Beigemsesteenweg die via dries ten Berg een verbinding tussen beiden kernen vormden. Naast deze bewoningskernen waren er ook verspreide kleine hoeven van het langgestrekte type en een aantal grotere hoeven op kwadraatplan met losse bestanddelen. Geen enkel hof was van een omwalling voorzien. De oorspronkelijk noord-zuid georiënteerde dorpsdries was geëvolueerd naar een "ronddorp" bestaande uit een kerk met kerkhof, een pastorij, enkele huizen of hoevetjes en een kasteel. Het hoofdleen "ten Doorne" was al haar belangrijkheid verloren ten voordele van het "Hof van Bentinck" dat als kasteeltje was heropgebouwd. Tijdens godsdiensttroebelen omstreeks 1585 waren immers de kerk en de meeste hofsteden platgebrand. Ook het "Hof ten Berge"; het "Hof van Eversem" ter vervanging van het "Hof te Paddegat" en de "Poddegemhoeve" werden heropgericht. Laatst vermelde werd circa 1650 verplaatst naar de hoek van de Daalstraat en de Bunderstraat maar verdween in het begin 19de eeuw.

Vanaf het laatste kwart van de 18de eeuw tot en met het begin van de 20ste eeuw zal familie Domis de Semerpont en later familie Cornet d'Elzius de Peissant een belangrijke rol in Beigem spelen. Tot 1936 hebben zij steeds het burgemeesterschap waargenomen. In 1775 werd de familie eigenaar van onder meer het "Hof van Bentinck", het "Hof Leonard", het "Domishof" en het "Hof ten Berge". Tevens waren zij ook opdrachtgever voor de bouw van "kasteel ten Berg" circa 1800, een meisjesschool in 1879 (Molenstraat nr. 14, gesloopt) en het neotraditioneel "kasteel ten Doorn" in 1895. Laatstgenoemd kasteel met park was gesitueerd in het begin van de Beigemsesteenweg, brandde in 1914 af en werd circa 1930 afgebroken.

In 1889 werd de tramlijn Laken-Humbeek over Beigem aangelegd, met een tramhalte aan de Meerstraat. In 1961 werd de lijn echter afgeschaft.

Beigem werd tijdens de Eerste Wereldoorlog bijzonder zwaar getroffen. De kerk, "kasteel ten Doorn", de windmolen alsook verscheidene huizen werden vernield. Het gehucht Coppendries werd bij een Duitse vergeldingsactie totaal met de grond gelijk gemaakt.

Tot ver in de eerste helft van de 20ste eeuw bleef de configuratie en het stratenpatroon van Beigem quasi intact; met uitzondering van een lichte toename van bebouwing langs de belangrijkste invalsstraten.

Tot op heden zeer landelijke gemeente waarbij de woonfunctie de landbouw heeft verdrongen. Het dorpscentrum bevindt zich in het zuiden en is door middel van de Beigemesesteenweg en de Meerstraat, die gekenmerkt worden door onderbroken lintbebouwing en vrijstaande eengezinswoningen, verbonden met de twee enige gehuchten, ten Berg en Coppendries. Enkel deze laatste heeft zijn driehoekige structuur in het stratenpatroon behouden. De eerste verkaveling, "Ten Doorn", dateert uit het begin van de jaren 1960 en werd ingeplant op het voormalig kasteeldomein "Ten Doorn", ten zuidenoosten van de kerk. De verkaveling werd recent uitgebreid naar het oosten. In het derde kwart van de 20ste eeuw werd het gebied tussen het dorp en het gehucht Coppendries systematisch bebouwd waardoor het gehucht zijn geïsoleerde karakter verloor. De overige meer verspreide bebouwing waarborgt het landelijke karakter van de gemeente.

Het dorpscentrum heeft zijn configuratie van 17de-eeuws "ronddorp" bewaard en wordt gedomineerd door het iets hoger gelegen kerkje, met jaartal 1653 op de imposten. Van de historische bebouwing resten nog een stal uit het derde kwart van de 19de eeuw met een oudere, mogelijk 17de-eeuwse, kern op de site van "Ten Doorn" (Beigemsesteenweg nr. 297); het "Hof van Bentinck" van 1638, in neotraditionele stijl heropgebouwd met behoud van oudere kern (Beigemsesteenweg 284); alsook nog twee dorpswoningen: het sterk aangepaste "Domishof" van "1699" (Beigemsesteenweg nr. 284) en het nog gaaf bewaarde "Hof Leonard" van "1716" (Beigemsesteenweg nr. 284). Uit de 19de eeuw en in eclectische stijl zijn de pastorie (Zevensterre nr. 9) en het iets verder weg gelegen gemeentehuis met woning voor de hoofdonderwijzer en schooltje (Beigemsesteenweg nr. 373) te vermelden. Voor het overige wordt het beeld van de dorpsstraten bepaald door onbeduidende 20ste-eeuwse architectuur.

Het merendeel van de historisch hoeven op kwadraatplan zijn verdwenen of werden sterk aangepast, zie "Hof van Eversem" (Eversemsesteenweg nr. 49). Het "Hof ten Berge" bleef gedeeltelijk bewaard maar verkeert in vervallen toestand (Molenstraat nr. 5-7). Eveneens gedeeltelijk bewaard is het "Maijlaerhof" met gevelsteen "1803", het enige vierkantshof opgetrokken na het Ancien Regime (Gillebeekweg nr. 1). Van het langgeveltype zijn er wel enkele gaaf bewaarde voorbeelden uit de eerste helft van de 20ste eeuw: in eenvoudige baksteenarchitectuur met getoogde vensteropeningen (Meerstraat nr. 177); in neo-traditionele stijl (Meerstraat nr. 181) en met decoratief uitgewerkte gevel (Eversemsesteenweg nr. 56 en Molenstraat nr. 18). De enige wegkapel op een historisch site werd in de 20ste eeuw herbouwd (Molenstraat). In 1914 werd de enige windmolen van Beigem vernield en niet meer hersteld (Neerkenweg).

  • MEYSMAN, J., Caertboeck Der Parochie ende Heerlycheyt van Beygem, [circa 1690].
  • HEUSCHLING, H., Atlas des Communications vicinales de la Commune de Beyghem (Atlas der Buurtwegen), 1845.
  • VAN ACOLEYEN, J., Den Generaelen Caertboeck, ofte Register der Goederen des Godtshuÿse van Grimbergen, Grimbergen, 1699, facsimile-uitgave, Caertboeck Abdij van Grimbergen, dl. I tekstboek en dl. II kaartenmap, z.p., 1999.

  • Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur, dl. 2n, Vlaams Brabant. Halle-Vilvoorde, Gent, 1977.
  • FAUCONNIER A. en P. ROOSE, Het historisch orgel in Vlaanderen, dl. 2a, Brussel, 1975.
  • JANSEN, J. en B. GEUKENS, Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Brabant. Kanton Wolvertem, Brussel, 1980.
  • LINDEMANS, J., Brabantse plaatsnamen VII. Beigem, Brussel-Leuven, 1937.
  • SLACHMUYLDERS, T.H.A., Fragmenten uit het verleden van Beigem, Grimbergen, 1990.
  • VERBESSELT, J., Het Parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw , dl. III, Tussen Zenne en Dender, dl. II, Pittem, 1964.
  • VERBOUWE, A., Iconographie van Vlaamsch-Brabant. IV. Kanton Wolvertem. Gezichten, plannen en kaarten uit vorige eeuwen., 1942.
  • WAUTERS, A., Histoire des environs de Bruxelles, Brussel, 1855, heruitgave o.l.v. F. MARIEN, dl. 5, Brussel, 1972.

Bron     : Van Damme M. met medewerking van Debacker I. & Boekstal P. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Gemeente Grimbergen, Deelgemeenten Grimbergen, Beigem, Humbeek en Strombeek-Bever, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB4, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Van Damme, Marjolijn


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Beigem [online] https://id.erfgoed.net/themas/14597 (Geraadpleegd op )