Geografisch thema

Weelde

ID: 14607   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14607

Beschrijving

Grensgemeente in de Antwerpse Noorderkempen, ten noorden grenzend aan Poppel, ten oosten aan Lage Mierde (Nederland), ten zuiden aan Ravels, ten zuidwesten aan Turnhout en ten westen aan Baarle-Nassau (Nederland). Sedert 1 januari 1977 deelgemeente van Ravels. Oppervlakte: 3724 hectare. Inwoners: 4574 (31 december 2002).

De bodemverhevenheid van Weelde schommelt tussen de 26 en 36 meter. Het iets hoger gelegen centrum vormt de scheiding tussen Maas- en Scheldebekken; het oostelijke en noordwestelijke deel laten hun water via de Aa -die nabij de zuidgrens met Ravels ontspringt en deels de gemeentegrens met Ravels en Poppel vormt- en de Leiloop naar de Maas vloeien terwijl het zuidwestelijk deel zijn water via de Mark aan de Schelde afstaat. Aan de uitkanten van het dorp liggen verschillende vennen. De cultuurgronden bevinden zich in hoofdzaak rond de drie grote kernen terwijl de daar omheen liggende gebieden nog overwegend hun oorspronkelijk karakter van bossen, heide en moerassen behielden.

Aa en Leiloop zijn aan weerszijden met beemden omzoomd. De eertijds zo typische houtkanten zijn verdwenen. Het kleine, gemengde landbouwbedrijf werd geleidelijk ingeruild voor het eenzijdiger en groter bedrijf. De Schrieken, een prachtig bebost domein met talrijke vijvers, beslaat de noordwestelijke hoek van de gemeente en strekt zich verder voor het overgrote deel uit op grondgebied Poppel.

De naam "Welderen" (1260), vanaf 1307 "Weelde" of "Welde", houdt verband met het Middelnederlandse woord "welle" in de betekenis van put of bron, in casu de bron van de Aa die in Weelde ontspringt.

Opgravingen in 1902-1904, 1921 en voornamelijk vanaf de jaren circa 1950 bewijzen het bestaan van prehistorische nederzettingen onder meer tijdens het Mesolithicum, het Neolithicum en de bronstijd; naast silexresten en gepolijste stenen bijlen werden in het westelijk deel van de gemeente, ter hoogte van Langven, Hoogeindse Bergen, Vlasroot en Paardsdrank verschillende tumuli ontdekt. In 1993 werden mammoetkiezen gevonden in de Hegge.

In de middeleeuwen lag Weelde in het markgraafschap Antwerpen. Evenals Poppel behoorde het eind 13de eeuw tot het hertogelijk domein, dit wil zeggen dat de hertog zelf er de grondheer was. Onder Jan I (1268-1294) werd Weelde een vrijheid, aanvankelijk onder het kwartier Oisterwijk in het district 's Hertogenbosch en vanaf 1347 onder het kwartier Turnhout in het district Antwerpen. De schepenbank, voor het eerst vermeld in 1296, ging te hoofde in Antwerpen en had in het begin ook bevoegdheden in Ravels en Poppel. Respectievelijk in 1630 en 1655 werden zowel Ravels als Poppel definitief van de Weeldse schepenbank losgemaakt. Wat er met Weelde tijdens de 14de eeuw gebeurde is niet helemaal duidelijk. Mogelijk ging de vrijheid in 1357 samen met Antwerpen over naar het graafschap Vlaanderen, doch volgens een akte van 2 mei 1407 zou ze tegen (goederen in) Dendermonde geruild zijn waardoor ze terug bij Brabant kwam. Midden 14de eeuw werden Weelde en Poppel een onderleen van het "Land van Turnhout", een nieuw gevormde heerlijkheid binnen het hertogdom Brabant die achtereenvolgens toekwam aan Maria van Brabant (1356-1399), Maria van Hongarije (1546-1556), de graven van Boussu (1578), Filips Willem van Nassau, prins van Oranje (1612-1618), Amalia van Solms (1648-1675), Maria van Zimmeren en Willem III (1675-1702), de koningen van Pruisen (1711-1753), de hertog van Sylva Tarouca (1753-1768), en tenslotte de graven de Pestre (1768-1794). In de 14de, 15de en 16de eeuw werden de stadhouders van de gemeente, verdienstelijke krijgslieden die zich heer van Weelde noemden, gekozen uit de families de Bie, Back of Bax, Van den Nieuwenhuysen en Lemmens.

Van 1630 tot 1636 werd Weelde beleend aan Margareta de Renesse; in 1637 werd de vrijheid verpand en in 1649 als onderleen verkocht aan ridder Jan de Knuyt, heer van Oud en Nieuw Vossemeer; latere heren van Weelde waren Laurent Huyssen van Kattedijke (1661-1667), Margareta Huyssen van Kattedijke (1667-1683), Henry Cornewall (1683-1725) en Bartholomeus Lemmens van Tulder (1725-circa 1750).

Tot en met de 19de eeuw was landbouw vrijwel de enige bron van inkomsten. Naast rogge, gerst, haver en boekweit werden vanaf de Nieuwe Tijd ook veevoeders en aardappelen geteeld. De voornaamste teelten in de 19de eeuw waren wintertarwe, rogge en winterkoolzaad. Ook de vlasnijverheid en schapenteelt waren tot circa 1900 erg belangrijk. Vanaf de 20ste eeuw komt er een aanzienlijke verschuiving naar de veeteelt. Boter, kaas, wol, linnen waren handelsproducten die vanouds op onder meer de twee jaarmarkten en de vrijdagse weekmarkt werden verhandeld.

Evenals in de meeste Kempische dorpen ging ook aan Weelde de industriële revolutie voorbij.

In 1846 gingen vele Weeldenaars aan de vaart in Ravels werken. De stoommelkerij "De Verbroedering" werd in 1900 gebouwd en brouwerij "De Zwaan" in 1908.

In 1526 telde Weelde bij benadering een duizendtal inwoners. Door oorlogsomstandigheden in 1695 tot 497 gedaald, groeide het aantal inwoners in 1754 aan tot 1008; in 1822 was het met 1080 personen nauwelijks gestegen. In 1920 telde Weelde 1.514 inwoners, in 1960: 2.745 en in 1970: 3.174.

In de Middeleeuwen ressorteerde Weelde onder het prinsbisdom Luik, het aartsdiaconaat Kempenland en het dekenaat Hilvarenbeek. Vanaf 1559 behoorde het tot het bisdom Antwerpen, aanvankelijk onder de dekenij Breda en daarna onder die van Hoogstraten. In 1801 werd de parochie ingedeeld bij het aartsbisdom Mechelen en in 1837 onder het dekenaat Turnhout gebracht. Toen in 1961 het bisdom Antwerpen werd heropgericht behoorde Weelde opnieuw tot dit bisdom; sedert 1978 ressorteren de drie parochies onder het dekenaat Arendonk.

De kerk van Weelde, vermoedelijk in de Karolingische tijd (8ste tot 10de eeuw) door een of andere feodale heer gesticht, werd toegewijd aan Sint-Michiel. In 1260 stond Hendrik van Weelde, bijgenaamd Steencop, het patronaatsrecht af aan de abdij van Averbode en in 1296 werd ze definitief in de abdij van Averbode geïncorporeerd. Later zijn de tienden geheel of gedeeltelijk op de abdij van Tongerlo overgegaan. De huidige kerk opklimmend tot circa 1525-1529, werd na de brand van 1841 heropgebouwd. De kapelanij van Sint-Jan, in 1347 door de abdij van Averbode in Weelde-Straat opgericht, werd in 1927 van Sint-Michiel afgescheiden en als zelfstandige parochie erkend. De kapel werd onmiddellijk vergroot en op 4 september 1928 heringewijd (zie Weeldestraat). De parochie van Weelde-Statie, canoniek afhankelijk van Turnhout, beschikte reeds in 1912 over een kerkje dat in 1932 vervangen werd door de huidige kerk (Bredaseweg); in 1977 werd Weelde-Statie als zelfstandige parochie erkend.

Het grondgebied van Weelde bevat drie duidelijk onderscheiden gebiedsdelen, met name het Kerkeinde, de Straat en de Statie, corresponderend met voornoemde parochies; in tegenstelling tot de Straat en de Statie, ligt het Kerkeinde niet aan een grote verkeersader. Daarnaast telt Weelde verschillende kleinere gehuchten: Hegge, Schoot, Overheide, Moleneinde, Zuid-Heikant, Noord-Heikant, Leemputten, Singeltje, Geeneinde, Dijk, Hummelshoek, Meir, Prinsenlaan, Laar, Dreef, Eelsestraat, Molenheike, Brusselsestraat, Gemeentelaan, Rot en Bakstraat, waarvan Schoot, Geeneinde, Laar en Meir reeds in de 18de eeuw (zie de Ferrariskaart) een zekere omvang vertoonden. De belangrijkste wegen die Weelde doorkruisen zijn de parallel lopende banen Turnhout-'s Hertogenbosch en Turnhout-Breda, verbonden door Koning Albertstraat-Geeneinde-Merksplasseweg. Via Ravels-Eel is er een verbinding met Arendonk en zo verder door naar Eindhoven. Het lokale wegennet is goed uitgebouwd, zie Hegge en Schootseweg die respectievelijk naar Poppel en Mierde (Nederland) voeren.

Tot eind 18de eeuw (zie de Ferrariskaart) was slechts 32 procent van de totale oppervlakte in cultuur gebracht met enkele blokken zaai- en weilanden rond het Kerkeinde en een vijftal gehuchten en beemden langsheen de Aa; het belangrijkste landbouwgehucht was Hegge. De ontginning van woeste gronden werd slechts laattijdig ter hand genomen. De gemeentegronden, tot 1822 gemeenschappelijk bezit van Weelde en Poppel, werden vanaf het tweede kwart van de 19de eeuw verkocht.

De burcht van de heren van Weelde, het "Hof ten Berge" aan de Dreef werd in 1487 door de troepen van keizer Maximiliaan verwoest. Door de aanhoudende internationale oorlogen en epidemieën waren de levensomstandigheden in de 16de en de 17de eeuw rampzalig. In 1573 werden in Weelde 15 mensen dood gemarteld om hun geloof en eveneens tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in 1590, werd de helft van de huizen door soldaten van Bergen-op-Zoom verwoest. Op 11 juli 1703 kreeg Weelde een ontzettende plundering te verduren vanwege de Hollanders.

Weelde-Straat, minstens opklimmend tot de 14de eeuw, vertoonde in 1775 een lintbebouwing zoals die er vandaag nog uitziet en bleek toen de bijzonderste woonkern te zijn. Weelde-Statie ontwikkelde zich pas na de aanleg van de spoorwegverbinding Turnhout-Tilburg (1867), waar een ganse stationsinfrastructuur ontstond voor internationaal goederen- en reizigersverkeer (1904-1906). Het reizigersvervoer werd in 1934 stopgezet, het goederenvervoer in 1974. Op het tracé van het zogenaamde "Bels Lijntje" werd in 1990 een toeristisch fietspad geopend. Aanpalend kwamen enkele fabrieken annex industriezone tot stand. Voor de rest bleef de gemeente uitsluitend aangewezen op de landbouw met een toenemende pendel vanaf de jaren 1960-1970 naar Turnhout en Nederland (Tilburg, Breda); de aanleg van de wijk Deenakkers in 1967-1972 door de Kleine Landeigendom, met verschillende eengezinswoningen naar ontwerp van R. Van Steenbergen senior, is hiervan onder meer het gevolg. In de Algemene Inleiding wordt de invloed van het spoor op de ontsluiting en evolutie van het gebied uitvoerig toegelicht.

In 1952-1953 werd op het grondgebied van de gemeente een reservevliegveld van de Nato aangelegd.

  • Architectuurarchief Vlaanderen, Fonds R. Van Steenbergen, nummer 507.
  • DE KOK H., Gids voor het oude Turnhout en omgeving. Deel 2. De omliggende gemeenten, Antwerpen-Amsterdam, 1980, 201-218.
  • DIRIKEN P., Toeristisch-recreatieve atlas van Antwerpen. De Kempen. Geogids Noorderkempen-Oost, Kortessem, 1997, 81-88.
  • SLEGERS J., Het Bels lijntje, de geschiedenis van de spoorlijn Turnhout-Tilburg (1867-1992), Baarle-Nassau, 1992.
  • S.N., Weelde toen en nu, Uitgave van de Heemkundekring Nicolaus Poppelius vzw, Ravels, 1982.
  • S.N., Zoals ze waren… Oude Prentkaarten over Ravels, Weelde en Poppel, [Ravels], 1979.

Bron     : De Sadeleer S. & Plomteux G. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Arendonk, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N6, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Plomteux, Greet
Datum  : 2001


Relaties