Geografisch thema

Dentergem

ID
14701
URI
https://id.erfgoed.net/themas/14701

Beschrijving

ALGEMENE SITUERING

Dentergem is de hoofdgemeente van de fusiegemeente en beslaat er het noordelijk deel van. De gemeente wordt ontsloten door de N305 (Meulebeke-Dentergem) en de N459 (Aarsele-Olsene) die aansluiting geeft op de E17 (Gent-Kortrijk) en de N43 (Gent-Kortrijk).
Totaal aantal inwoners: 2.625 (15/01/2006), totale oppervlakte: circa 1.176 (2006).
Het gebied wordt doorsneden en gedeeltelijk begrensd door enkele beken. De Oude Mandel vormt in het zuiden de grens met Markegem en Gottem. De Krommendijkbeek en de Poelbergbeek vormen de westelijke grens resp. met Oostrozebeke en Tielt, de Waterratbeek in het noorden met Aarsele. De gedeeltelijk overwelfde Speibeek ontspringt in Aarsele, doorkruist de gemeente en loopt achter de kerk ten oosten van het dorpsplein om uit te monden in de Oude Mandel.

Landelijke gemeente met in de zuidoosthoek de dorpskern van waaruit de hoofdstraten vertrekken naar de aangrenzende gemeenten. In noordelijke richting naar Aarsele via de Statiestraat, in westelijke richting naar Wontergem (Wontergemstraat), in zuidelijke richting naar Gottem (Gottemstraat) en westelijke richting naar Meulebeke (Meulebekesteenweg).
Administratief centrum georiënteerd op de deelgemeenten met onder meer openbare diensten, openbare bibliotheek, cultureel centrum, enkele basisscholen, een rust- en verzorgingstehuis, enkele winkels en horeca en dominerende aanwezigheid van een brouwerij.
Industriële activiteit is te verwaarlozen, enkele bedrijven zoals een weverij, leerlooierij, schrijnwerkerij, vlasvezelbedrijf verdwijnen in de tweede helft van de 20ste eeuw.

Dentergem is gelegen in het overgangsgebied van het zandlemige plateau van Tielt naar het valleigebied van de Leie met dalslierten van de Mandel - Oude Mandel (fossiele rivierlopen van de Leie).
Door het landelijke gebied lopen de straten meestal haaks op elkaar met er langs verspreid gelegen, nog actieve landbouwbedrijven. Oude toponiemen verwijzend naar geografische of historische bijzonderheden. In het oosten ligt de Oosthoek tussen de Speibeek en de grens met Oost-Vlaanderen. Ten zuiden van de Meulebekesteenweg strekt zich een koutergebied uit. Ten noorden van de Meulebekesteenweg liggen de buurtschappen de Drie Koningen en Katteknok. De Goedlevenstraat, Katteknok en Veldstraat maken deel uit van een eeuwenoude weg leidend naar het Hoenderveld. In het uiterste noordwesten ligt de Kapelhoek aansluitend met de Poelberg op grondgebied Tielt.

Fysisch-geografische gegevens

Dentergem behoort fysisch-geografisch tot het zandlemige Plateau van Tielt. Het dorp ligt op de rand van de dalsliert van de Oude Mandel die zich als fossiele rivierloop van de Leie uitstrekt van Wakken, over Markegem en Dentergem naar Gottem. Zwak golvend reliëf: van circa 12 meter tot circa 28 meter boven de zeespiegel. Topzone nabij Veld ten westen van de dorpskom. Afnemend reliëf ten noordoosten van het grondgebied, naar het gebied van de Gavermeersen toe. De beekstelsels met kleine, smalle valleien, wateren in essentie zuidoostwaarts af naar de Mandel - Oude Mandel en de Leie (via Krommendijkbeek en Speibeek).

De belangrijkste centrale wegen naar Tielt-Meulebeke, Aarsele en Olsene (Meulebekesteenweg, Statiestraat en Gottemstraat), vormen vrij recente, rechte wegen. Op de valleiflanken van de Oude Mandel en verderop ook Vondelbeek en Zeverenbeek liggen oude handelswegverbindingen respectievelijk richting Markegem en Wontergem-Zeveren. De brede valleien met vochtige beekdalgraslanden en gesloten karakter wisselen af met licht geprononceerde kouterruggen met vruchtbaar open akkerland. Nabij de topzones komen voormalige veldgebieden met bosrestanten voor. Ten noorden en ten noordoosten komen kleinschalige akker- en weilandgebieden voor (gedeeltelijk onderworpen aan ruilverkaveling).

HISTORISCHE INLEIDING

Oudste geschiedenis en bewoning

Een ontdekking tussen 1899 en 1902 van twee paaldorpen in de buurt van de Peperlaarbeek of Krommendijkbeek (cf. Markegemsteenweg nr. 151) wijst voor het eerst op het bestaan van bewoning tijdens de prehistorie. Het oudste dorp gaat terug tot het neolithicum en blijft bewoond tot de late bronstijd. Het teruggevonden neolithisch materiaal bestaat o.m. uit ingeheide eiken palen, schrapers, allerlei bijlen, pijlpunten, vaatwerk. De voorwerpen uit de bronstijd zijn vooral juwelen: spelden, een hangertje, een armband. Het tweede dorp wordt bewoond vanaf de ijzertijd tot in de middeleeuwen. Uit de ijzertijd zijn vooral de vondsten van lemen gietvormen, stukken ijzererts en een urne van belang. Uit de Gallo-Romeinse periode zijn belangrijke vondsten vooral enkele fragmenten aardewerk waaronder een terra-sigillatapot met stempel "CORNATIUS", een lamp in witte aarde, een bronzen fibula, een restant van een blauwglazen fles, een grootbrons van Trajanus en een fragment van een Romeinse dakpan.

Middeleeuwen – feodale structuur en dorpsheren

Het tweede dorp aan de Peperlaarbeek of Krommendijkbeek wordt wellicht tijdens de vroege middeleeuwen de woonplaats van een groep Frankische inwijkelingen. Uit die periode zijn enkele fragmenten vaatwerk opgegraven. De naam Dentergem is afkomstig uit die periode en gaat terug tot het Germaanse Dandiharinga (lieden van Dandihari) en haim (woning).
Mogelijk vestigt een lokale heer zich omstreeks de 10de eeuw op de plaats of in de omgeving van een centrale dorpshoeve, eventueel gelegen ten zuidoosten van het dorp, op de flanken van de vallei van de Oude Mandel, bij het mondingsgebied van de Speibeek. Het is niet onwaarschijnlijk dat het goed "Oude Walle" vanwege de ligging vlakbij de dorpskern aan de basis ligt van het latere Dentergem.
Landbouwontginningen van de eerste bewoners zijn wellicht te identificeren met kouterarealen. Op de hoge en droge plateaugronden ontwikkelen zich tussen de 7de en de 12de eeuw de kouters als eerste grote, permanent bewerkte stukken grond. Door gemeenschappelijk gebruik heeft dit landschap reeds vroeg een open karakter verkregen. Deze kouters hoorden bij het dorp (dorpskouters) of bij een grote hoeve of landbouwuitbating (hofkouters). Hun bestaan wordt bevestigd door tal van aangetroffen koutertoponiemen: de "Kerkemeerskouter", de "Noord- en Zuidmolenkouter", de "Noord- en Zuidgalgenkouter", de "Lindekouter", de "Peperlaarkouter", ...

De eerste geschreven vermelding dateert van 1035 en wordt genoteerd als Dentergem. Daarnaast komt ook nog Dentlengem (1150-1154) en Dentrenchem (1164) voor.
Dentergem maakt tijdens het ancien régime deel uit van de Kasselrij van Kortrijk. Deze is opgesplitst in vijf roedes. Samen met 18 andere parochies valt Dentergem onder de Roede van Tielt.
Op het grondgebied liggen een 15 à 20-tal heerlijkheden verspreid, sommige slechts enkele ha groot. De belangrijkste drie zijn de heerlijkheid Dentergem, het Kapittel van Doornik en Oude Walle.

De heerlijkheid Dentergem beslaat ongeveer de helft van de oppervlakte en kent een vroeg ontstaan. Over de status van de heerlijkheid bestaan twee visies. Enerzijds (volgens L. Dhondt) zou de heerlijkheid op het einde van de 12de eeuw in handen zijn van de Gentse Sint-Pietersabdij. Tussen 1170 en 1190 schenkt de Gentse abt Gerardus het dominium en cijnsrechten aan de schout van Afsnee maar het goed valt later weer onder het beheer van de abdij. De oudst gekende heren zijn allen monniken van de abdij die de naam van de heerlijkheid aannemen. Pas in 1322 wordt het bestaan van een kerk bekrachtigd, van de parochie is eerst in 1353 een schriftelijke vermelding terug te vinden. Met de kerk op het grondgebied vormt Dentergem tevens een dorpsheerlijkheid.
Vanaf het einde van de 14de eeuw zijn niet langer broeders maar leken heren van Dentergem. Na Diederik van Dentergem (vermeld in 1387) heerst het geslacht Van de Zype meer dan een eeuw over de dorpsheerlijkheid.

F. Hollevoet beschouwt de dorpsheerlijkheid tot 1399 als een vrij erfgoed. Enkele heren van Dentergem zijn Librecht I (1035-1067) en Librecht II (1234-1248). Circa 1380 wordt Heinric van der Hoyen eigenaar van de heerlijkheid die ze verkoopt aan de abdij van Baudelo. Tussen 1391-1399 is ridder Pieter Van de Zype, tevens gouverneur van Rijsel en in 1383 kapitein van Ieper, heer van Dentergem. In 1399 vraagt Pieter Van de Zype aan de graaf van Kortrijk hem als leenman te aanvaarden. De heerlijkheid bezit rentegronden in Dentergem, Tielt, Ruiselede, Gottem, Nevele, Bachte-Maria-Leerne, Oeselgem, Zulte, Aarsele en Markegem.

De heer stelt een schepenbank samen onder de leiding van een baljuw, de schepenen zijn meestal herenboeren of vooraanstaande ambachtslieden. De oudste vermelding van een dorpsschepenbank gaat terug tot de eerste helft van de 14de eeuw. Zij zijn ook als vierschaar gemachtigd tot het spreken van recht. Dentergem beschikt over twee vierscharen, één in Dentergem en één in Ruiselede. Ze staan in voor het uitspreken van vonnissen waaronder de doodstraf, Dentergem beschikt dan ook over een galg en een schandpaal. Het voormalige galgenveld is te situeren op de hoek van de Meulebeke- en Oostrozebekestraat en leeft verder in de toponiemen Noord- en Zuidgalgenkouter.
Ook het innen van belastingen behoort tot hun bevoegdheid. Deze worden voor tal van doelen aangewend gaande van herstellingen aan de kerk, het onderhoud van de wegen tot het organiseren van dorpsfeesten. Het bestuur zetelt door de eeuwen heen op verschillende locaties, vaak herbergen en steeds in de omgeving van de kerk.
De schepenbank van het Kapittel van Doornik is verbonden met die van Dentergem, de schepenen worden uit beide gebieden gerekruteerd.
Ook de heerlijkheid Oude Walle heeft een schepenbank dit samen met andere, kleinere heerlijkheden Groot- en Cleenhuyse, Proost en Hecke.

Dentergem is van oudsher een landbouwgemeente. Wellicht zullen in de middeleeuwen eerst de hoger gelegen koutergebieden zijn ontgonnen. Deze situeren zich in het zuiden in de buurt van het galgenveld waar de toponiemen Lindenkouter en Vier Netenkouter naast Hoge voorkomen en ter hoogte van de nu verdwenen Stoopmolen (tegenover nummer 149) langs de Markegemsesteenweg de Noordmolenkouter. Ander koutergebied strekt zich uit in het noordnoordwesten tegenaan de grens met Tielt en ten noorden tegenaan de grens met Aarsele.
Naast de landbouwactiviteit is er in de 14de eeuw al sprake van een sterke verspreiding van de huisnijverheid zoals de linnenweverij.

16de-17de eeuw

In 1535 komt door het huwelijk van Margartea van der Zype met Josse Dolhein een einde aan het bewind van de familie van der Zype in de heerlijkheid van Dentergem. De geslachten van Lichtervelde en van Gruutere heersen achtereenvolgens over het gebied tot de verkoop in 1578 aan Pieter Lanchals, heer van Olsene, Gottem en Straeten. Na vijf generaties wordt in 1698 via een huwelijk Jan-Frans de Kerckhove de nieuwe eigenaar. Zijn zoon is de stichter van de tak de Kerckhove de Denterghem.

Ondertussen woedt de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) tussen Spanje en de Noordelijke Nederlanden. Dit heeft een grote ontvolking van het platteland tot gevolg. Van de 1176 hectare landerijen worden er in 1586 slechts 12,5 in cultuur gebracht. Heel Vlaanderen lijdt onder de gevechten en de rondtrekkende troepen. In 1581 zijn Franse troepen gelegerd in de omgeving van Dentergem. De start van het driejarige beleg van Oostende in 1601 brengt in Dentergem een grote stationering van troepen met zich mee. Daarbij barst tot overmaat van ramp in 1603 de pest uit. Nadat in 1589 de kerk is ingestort start men in 1612-1613 met de bouw van een nieuwe kerk in gotische stijl, dit naar de plannen van de Kortrijkse meester-metselaar Robrecht Persijn. Wellicht betreft het een driebeukige kerk met ingebouwde westtoren.
Even daarvoor, in 1603-1605, was reeds een nieuwe pastorie ten noorden van de kerk opgericht.

Tijdens de Negenjarige Oorlog (1689-1697) tussen Frankrijk en de Augsbursge Liga verblijft op grondgebied Dentergem en Gottem een indrukwekkende troepenmacht van 25.000 geallieerde soldaten. De oorlog dompelt vooral de Mandelstreek en de streek rond Deinze in een diepe ellende. Huizen en landerijen worden geplunderd, bruggen en molens vernietigd, goederen aangeslagen. Ca. 1694-1695 is een groot deel van de bevolking verpauperd of gevlucht.

18de eeuw

De 18de eeuw brengt relatieve rust in het gebied waarbij de oude landbouwactiviteiten terug kunnen worden heropgenomen. Het renteboek van de heerlijkheid Dentergem geeft door middel van een kaart van 1725 een duidelijk beeld van de dorpskern en omgeving. Afgebeeld staat er de kerk met het Kerkstraatje uitgevend op het westportaal. Ten oosten van het kerkplein loopt de dan nog niet overwelfde Speibeek met de watermolen (deze wordt in 1726 afgebroken) en een brug over de Wontergemstraat. Voorts staan langs de Wontergemstraat en de Dreve enkele huizen, meer naar het westen bevindt zich tot het begin van de 18de eeuw de galg.

In 1752 is er sprake van de bouw van de Koortskapel, waarschijnlijk stond hier in 1739 al een pijlerkapel. Nog langs de Tieltseweg staat op de hoek met de Meulebekestraat vermoedelijk sedert 1769 het houten wegkruis van Sint-Gillis Van den Heede.
Vernoemde Gillis Van den Heede maakt deel uit van een familie van herenboeren die in de 18de eeuw verschillende burgemeesters levert voor Dentergem. Zij zijn de bewoners van " 't Casteelgoed" langs de Dreve.
De Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, opgesteld door graaf de Ferraris tussen 1770 en 1778, toont een duidelijk te onderscheiden dorpskern met geconcentreerde bebouwing langs de grote uitvalswegen. Net ten zuiden ervan loopt de Mandel in een groene beekvallei via Wakken naar Dentergem. Buiten de dorpskern wijst verspreide hoevebouw op het landelijke karakter van het dorp. Vele van de landerijen zijn tot op heden bewaard, sommige nog met een 18de-eeuwse kern zoals " 't Casteelgoed"  en " 't Brouwerijgoed" . In de noordelijke uithoek ligt een bebost gebied. De Veldstraat leidt naar het Hoenderveld, een toen nog onontgonnen stuk heide en woestenij, en het "Hoenderveldt Bosch", de Marialoopstraat naar het "Brom Bosch". Een figuratief plan van 1773 schept een gelijkaardig beeld van de dorpskern en omgeving met gedetailleerde aanduiding van de belangrijkste landerijen. In 1780 krijgt de heerlijkheid Oude Walle een nieuwe schandpaal.
In 1784-1785 volgt de bouw van een nieuwe pastorie, ontworpen door de architecten Dutre (Gent) en Cazart (Kortrijk). De oude bouwvallige pastorie wordt hergebruikt als bijgebouw.

Tijdens de Franse Revolutie wordt de kerk beschadigd en huizen geplunderd. Vanaf 1 oktober 1795 lijft Frankrijk Vlaanderen in bij het departement van de Leie. Dentergem vormt samen met Aarsele, Kanegem, Markegem, Oeselgem, Oostrozebeke, Sint-Baafs-Vijve, Wakken en Wielsbeke één kanton met Markegem als hoofdplaats.

19de eeuw

Eerst worden in 1801 de bisdommen Gent en Brugge tot het bisdom Gent samengevoegd en vervolgens in 1834 gesplitst volgens de provinciegrenzen. Dentergem valt onder het decanaat Tielt van het bisdom Brugge.

Tijdens de 19de eeuw blijft Dentergem het landelijke karakter behouden. Naast de bestaande landerijen, sommige nog met bewaarde omwallingen, komen er vooral in de tweede helft van de eeuw enkele nieuwe hoeves bij, onder meer langs de Marialoopstraat en de Goedlevenstraat.
Op de Atlas der Buurtwegen (1843) is dichte bebouwing gesitueerd langsheen de Markegemsesteenweg, Wontergemstraat, Gottemstraat, Dreve en Pontbrouckstraat. Langs de Wontergemstraat op de hoek met de Groenstraat staat de "Molen Van Gaver", langs de Markegemsesteenweg op de hoek met de Tieltsteweg de "Stoopmolen".

In de noordhoek verdwijnt het grootste deel van het heide- en bosgebied. Heden blijft nog een relictzone bewaard als Vijverbos.

In 1829 richt de gemeente een gemeenteschool op langs de Dreve. Maar al in 1789 verschaffen de zusters van Onze-Lieve-Vrouw van de 7 weeën uit Ruiselede onderwijs in een huis langs de Markegemsesteenweg. Vanaf 1861 stichten de zusters een klooster langs de Statiestraat en geven daar verder onderwijs aan de meisjes van de parochie. Vanaf 1877 nemen ze ook de verzorging van wezen en bejaarden op zich.

In de loop van de 19de eeuw blijkt de kerk niet toereikend voor de groeiende bevolking. Na de vruchteloze vraag van zijn voorganger, pastoor Ignace Vercruysse, kan Norbert Scherpereel in 1853 de kerkfabriek overtuigen tot het bouwen van een nieuwe kerk. De plannen worden opgemaakt door architect Pierre Nicolas Croquison uit Kortrijk. Van de vorige kerk uit 1612-1613 blijft enkel de westtoren bewaard, deze wordt geïntegreerd in een volledig nieuw neogotisch gebouw. De werken zijn al in 1854 voltooid. In de tweede helft van de eeuw wordt het interieur afgewerkt.

In de tweede helft van de eeuw worden enkele nieuwe straten aangelegd. De belangrijkste ingreep is de ontsluiting van Dentergem via de Statiestraat die moet leiden naar het station in Aarsele. De weg neemt een deel van de oude Pontbrouckstraat op en maakt heden deel uit van de N459. In 1863 beslist het gemeentebestuur om de Kerkstraat, uitgevend op de westgevel van de kerk, in zuidelijke richting te verbinden met de Wontergemstraat. In 1888-1889 zorgt de aanleg van de Meulebekesteenweg voor een nieuwe verbinding tussen Dentergem en Meulebeke, deze maakt nu deel uit van de N305.

Om de plaatselijke bevolking in de veraf gelegen noordwesthoek van Dentergem te bedienen wordt gedacht aan het stichten van een nieuwe parochie. De adellijke familie Mulle de Terschueren laat in 1864 op het Hoenderveld de Nieuwe Sint-Annakapel (zie Tieltstraat) bouwen. Maar het bisdom weigert de stichting van de nieuwe parochie. De kapel wordt niet ingewijd en zal dus nooit als gebedshuis in gebruik worden genomen. Een nieuwe parochie komt er wel in het zuidelijk deel van de stad Tielt met de bouw in 1937 van de Onze-Lieve-Vrouwkerk.

De Mariadevotie leidt vanaf de tweede helft van de eeuw tot het ontstaan van talrijke kapelletjes. Langs de Markegemsesteenweg (1864), de Ankelaarstraat (1883) en de Groeneweg (1886) staan kapelletjes met gelijkaardige witbeschilderde neoclassicistische gevels getypeerd door een driehoekig fronton en geflankeerd door pilasters. De kapelletjes langs de Statiestraat (1876), horend bij nummer 16, en de Wontergemstraat (1893) zijn opgetrokken in een neogotische stijl. Veldkapelletjes staan verspreid in het landelijk gebied (Kapittelstraat, Meulebekestraat).

Langs de nieuw aangelegde Statiestraat worden enkele landhuizen of herenhuizen gebouwd. Nummer 43 (circa 1841) is nog opgetrokken langs het oude wegdeel van de Pontbrouckstraat, vóór de aanleg in 1858. Nummer 16 (circa 1860) is de statige herenwoning van de toenmalige burgemeester en notaris Joseph Opsomer. Hij laat in zijn tuin de kapel bouwen, uitgevend op de Boulevard, en circa 1899 het imposante koetshuis en stallingen, later omgebouwd tot woonhuis. Ook het huis nummer 4 dateert van circa 1899. In de Wontergemstraat dateert het herenhuis nummer 9 van circa 1864.

Dentergem kent weinig of geen industriële activiteit. Enkele handwerklieden groeien uit tot lokale bedrijfjes. In 1892 vestigt zich de weverij Abbeloos in de Gottemstraat.
Vanaf 1896 heeft de vestiging van een brouwerij een grote impact op de dorpskern van Dentergem. Aan de zuidkant van de Wontergemstraat beslaan de gebouwen met stoombrouwerij, directeurswoning, feestzaal en café een volledig bouwblok.

20ste eeuw

Ook de 20ste eeuw brengt voor Dentergem geen spectaculaire veranderingen. Langs de Statiestraat bouwt de familie De Visscher circa 1913 het riante landhuis nummer 12 "Villa Floralies" waardoor het uitzicht van dit deel van de Statiestraat nu hoofdzakelijk wordt bepaald door de dominerende aanwezigheid van de woningen van de families Opsomer-De Visscher. Even buiten de dorpskern ligt de villa nummer 50 daterend van circa 1915.
De Eerste Wereldoorlog laat geen noemenswaardige sporen na. Een oorlogsmonument, oorspronkelijk geplaatst vóór de pastorie, wordt in 1927 ingewijd.
Tijdens het interbellum is er weinig bouwactiviteit. De firma Abbeloos laat tussen 1922 en 1929 langs de Kapittelstraat een rij arbeiderswoningen  optrekken, opvallend geplaatst op de kouterrand, uitkijkend op de meersen van de Oude Mandelvallei.
Enkele te vermelden burgerhuizen uit die periode zijn Wontergemstraat nummer 21, met een gevel uit 1921 maar wellicht met een oudere kern. De villa nummer 34 langs de Statiestraat dateert van circa 1924.
Langs de Herpelplas staat bij de oudere boerderijgebouwen het opvallende woonhuis uit de jaren 1930. De stoombrouwerij langs de Wontergemstraat wordt vervangen door een nieuwe brouwerijzaal.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Dentergem op 26 mei 1940 door de Duitse troepen ingenomen en begin september 1944 door de Polen bevrijd.
In de loop van de eeuw worden her en der nog enkele kapellen gebouwd (Pontbrouckstraat) of oudere vervangen door nieuwe (Meulebekestraat). De familie De Visscher richt in 1948 op hun domein aan de Statiestraat een bedankingskapel op.
De oude schoolgebouwen, gesloopt in 1939, aan de Dreve (nummer 50), worden in 1951 vervangen. De school en het verzorgingstehuis aan de Statiestraat krijgt een nieuwe straatvleugel in 1963. Uitbreidingen achteraan volgen in 1975, 1987 en 2001.
Het kerkhof van Dentergem verhuist in 1951 naar de Wontergemstraat.
Het oorlogsmonument wordt in 1954 overgebracht naar de huidige plaats op de hoek met de Meulebekesteenweg. De voormalige pastorie uit 1605, tot dan in gebruik als bergruimte, verdwijnt in 1960. De oude pastorie van 1784-1785 wordt verbouwd en uitgebreid en krijgt een nieuwe functie als gemeentehuis.
In het begin van de jaren 1960 bouwt de brouwerij aan de overkant van de Wontergemstraat administratieve gebouwen en een bottelarij. De brouwerij zelf kent nog een uitbreiding in 1965 en 1994.

In 1977 fuseert Dentergem met de gemeenten Wakken, Markegem en Oeselgem. Wakken werpt zich op als hoofdplaats van de fusiegemeente maar moet uiteindelijk het onderspit delven voor Dentergem.
In 1993-1994 wordt het gemeentehuis uitgebreid met een nieuwe vleugel ontworpen door architect Michel Verschuere.
Tussen de Dreve en de Statiestraat ontstaat vanaf de jaren 1970 een verkaveling ten behoeve van een nieuwe woonwijk. Deze omvat het Nellekenshof (1973), de Bunderswijk (1978), de aanleg van de Burgemeester Opsomerstraat en Nieuwenwalle dateert van 1997.
In de dorpskern wordt in 2001 langs de Wontergemstraat een bibliotheek, cultureel centrum en jeugdhuis gebouwd. De omgeving van het kerkplein wordt in 2005-2006 volledig heraangelegd. Beide pleinen ten noorden en ten zuiden van de kerk krijgen een kasseibestrating.

RUIMTELIJKE STRUCTUUR EN BOUWKUNDIG ERFGOED

De historische kern situeert zich rond de Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Stephanuskerk, beschermd bij Ministerieel Besluit van 27/01/2000. Het kerndorp wordt gevormd door de Statiestraat, Wontergemstraat, Gottemstraat en Markegemsteenweg. Het huidig stratenpatroon staat reeds weergegeven op een kaart getekend in een renteboek van 1725.
De bebouwing is geconcentreerd rondom de belangrijkste in- en uitvalswegen. Opvallend, gelegen aan het kerkplein, is de neogotische kerk. In de dorpskern voornamelijk aaneengesloten bebouwing bestaande uit burger- en arbeiderswoningen waarvan de oudste kern kan opklimmen tot de 18de eeuw. Overwegend bakstenen breedhuizen met al dan niet bepleisterde lijstgevels.

In Dentergem heeft nooit een kasteel of vooraanstaande woning van de heer gestaan. Rijkere woningen beperken zich tot een aantal heren- en landhuizen, allen gebouwd in de tweede helft van de 19de en eerste helft van de 20ste eeuw en hoofdzakelijk terug te vinden in de Statiestraat.

Buiten de dorpskern verspreide hoevebouw. De hoeves bestaan meestal uit losse, verankerde bakstenen bestanddelen, de oudste kunnen opklimmen tot de 17de eeuw maar weinig gebouwen hebben hun authenticiteit bewaard.
Landbouw blijft van oudsher de belangrijkste activiteit van de bevolking. Akkers en weilanden liggen in het licht golvende gebied gevormd door een afwisseling van kouters en beek- en riviervalleien. Daarnaast een beperkte industriële activiteit vooral ingevuld door de prominente aanwezigheid van een brouwerij.

  • BEKAERT E., De kerk van Sint-Stefanus en Onze-Lieve-Vrouw te Dentergem, in BEKAERT E., HOLLEVOET F., De parochiekerken van Dentergem en Markegem, (Brochure Open Monumentendag 1992), Lichtervelde, 1992.
  • BEKAERT E., Het Dentergemse gemeentehuis 1784-1994. Verleden en heden van een gebouw en zijn bewoners, in Het tijdschrift van het Gemeentekrediet, jg. 48, nr. 188, 1994/2, p. 5-49.
  • BEKAERT E., De familie Minne: ruim drie eeuwen kosterschap in Dentergem, in De Roede van Tielt, jg. 25, nr. 2, 1994, p. 42-91.
  • BEKAERT E., De roede van Tielt. Als straten gaan...praten, Tielt, 2005.
  • CLAERHOUT J., Dentergem, in Philologische bijdragen. Bijblad bij 'tBelfort, vol. 5, nr. 3, 1896, p. 25-29.
  • CLAERHOUT J., Les Francs à Denterghem, s.l., s.d.
  • CLAERHOUT J., Mémoire sur la palafitte de Dentergehem, in Annales de la Fédération Archéologique et Historique de Belgique, 1902, p. 194-199.
  • CORNILLY J., Monumentaal West-Vlaanderen, Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel 1. Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt, Brugge, 2001, p. 43.
  • Kerken in West-Vlaanderen, deel 1, parochiekerken decanaten Izegem, Lichtervelde, Roeselare, Staden, Tielt, Torhout, Roeselare, 1991.
  • DEGRANDE V., Inventaris van de kapellen in West-Vlaanderen, Gemeente Dentergem, s.l., s.d.
  • S.N. Een inventaris van de cirkelvormige structuren in de provincies Oost- en West-Vlaanderen, deel 2, in Archeologische inventaris Vlaanderen, Buitengewone reeks nr. 5, Regionale inventarissen van het archeologisch patrimonium in Vlaanderen, 1998.
  • DELMOTTE M., De kasselrij Kortrijk en de Gaverstreek, de grote verliezers van de Negenjarige oorlog, in Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige kring De Gaverstreke, jb. 4, 1976, p. 91-214.
  • DESEYN E., Geschied- en aardrijkskundig woordenboek der Belgische gemeenten, dl. 2, Turnhout, s.d., p. 286-287.
  • HOLLEVOET F., Beroerde tijden in de Roede van Tielt 1577-1609, in De Roede van Tielt, jg. 29, nr. 3 en nr. 4, 1998, p. 174-220.
  • IMPE A., De koortskapel en Sint-Annakapel te Dentergem, in Handelingen Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, deel XXIV, 1950-1951, p. 174-192.
  • JACOBS M., Zij die vielen als helden...Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2, Brugge 1996, p. 86.

Bron     : Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Dentergem, Deelgemeenten Markegem, Oeselgem en Wakken, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL32, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Van Vlaenderen, Patricia, Vranckx, Martien
Datum  : 2007


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Dentergem [online] https://id.erfgoed.net/themas/14701 (Geraadpleegd op 19-06-2021)