Inhoudelijk thema

Eerste Wereldoorlog

ID: 149   URI: https://id.erfgoed.net/themas/149

Beschrijving

De Eerste Wereldoorlog hield Vlaanderen in de jaren 1914-1918 volledig in zijn greep. De oorlog had een immense impact op het dagelijkse leven van de bevolking. Het familiale leven geraakte totaal ontwricht: velen werden op de vlucht gedreven en zouden jarenlang ontheemd zijn. Vaders en zonen vochten mee aan het front en zouden niet meer of zwaar getekend door verwondingen en oorlogservaringen naar huis terugkeren. Nagenoeg iedereen leed onder de zware oorlogsomstandigheden, de honger, de koude,… Ziekte en dood waren nooit ver weg, angst en verdriet waren alom tegenwoordig.

West-Vlaanderen werd volledig opgeslorpt door een jarenlange stellingenoorlog waarin Belgische en internationale troepen betrokken waren. Steden en dorpen werden er volledig van de kaart geveegd, het landschap van de Westhoek veranderde in een oorlogslandschap. Talrijke militaire verdedigingswerken en andere infrastructuur werden er aan en achter het front opgetrokken in functie van de oorlogsvoering. De ‘Groote Oorlog’ heeft de aard en het uitzicht van de Westhoek sindsdien bepaald.

Maar ook de rest van Vlaanderen leed onder de Duitse bezetting, de inkwartieringen van troepen, de opeisingen, de verplichte tewerkstelling, de beperkte mobiliteit, de schrijnende leefomstandigheden enzovoort.  Grote delen van Vlaanderen werden tijdens de eerste en laatste oorlogsmaanden, de periode van de zogenaamde 'Bewegingsoorlog' en het geallieerde 'Bevrijdingsoffensief' rechtstreeks geconfronteerd met het oorlogsgeweld.

De oorlog bracht in Vlaanderen een brede waaier aan materiële sporen met zich mee, zowel in de frontzone als ver van het front verwijderd, zowel bouwkundig als landschappelijk als archeologisch van aard, zowel bedoeld voor militairen als voor burgers. Ook de moeizame wederopbouw en de herinneringscultus leidde tot heel specifiek erfgoed.

Begraving

In de eerste plaats werden de doden, althans degene die teruggevonden zijn, begraven. Als de gevonden militaire doden niet naar hun woonplaats in België of naar hun thuisland (bijvoorbeeld Frankrijk) gerepatrieerd werden, zijn ze al dan niet anoniem begraven op een militaire begraafplaats. In Vlaanderen zijn er Belgische, Franse, Duitse, Britse en Amerikaanse begraafplaatsen terug te vinden, met hoofdzakelijk doden uit de Eerste Wereldoorlog. Elke ‘nationaliteit’ heeft bij de aanleg van de begraafplaatsen een eigen stijl gehanteerd. Het aantal en de grootte van deze begraafplaatsen hangt af van het aantal gerepatrieerde doden en van de concentratie van militaire begraafplaatsen na de oorlog. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zijn vaak nieuwe oorlogsdoden toegevoegd aan deze begraafplaatsen.

Op gemeentelijke kerkhoven en begraafplaatsen zijn vaak nog militaire graven terug te vinden, vaak afkomstig van gerepatrieerde doden, al dan niet gegroepeerd op een militair ereperk. Ook oud-strijders en burgerlijke oorlogsslachtoffers liggen op burgerlijke begraafplaatsen vaak onder uniforme grafstenen op een apart ereperk begraven.

Herinnering

De verwerking van de Eerste Wereldoorlog leverde een uitgebreid gamma aan oorlogsgedenktekens op. Ze kunnen onderscheiden worden naar grootte, vorm, figuratieve voorstellingen, architecturale kenmerken, ontwerper, oprichter, onderwerp,… Enkele gedenktekens werden nog tijdens de oorlog opgericht. Een groot deel van de gedenktekens werd vrij snel na de oorlog opgericht, vanuit een maatschappelijke behoefte om die surreële oorlog te verwerken. Vanuit een poging om zin te geven aan dat grote aantal dode mannen, zonen, kameraden en dorpsbewoners, die meestal vrijwillig hadden deelgenomen aan de oorlog. Of ter herinnering aan burgers die omgekomen waren door de erbarmelijke oorlogsomstandigheden, terechtstellingen of beschietingen. Een gedenkteken kon fungeren als 'substituut-graf' indien het graf van de omgekomen geliefde te ver verwijderd was of niet meer teruggevonden kon worden. Lokale verenigingen, heel vaak oud-strijders, plaatselijke politici of priesters, namen het voortouw om min of meer permanente oorlogsgedenktekens op te richten, ter herinnering aan de omgekomen militairen en burgers. Een specifieke soort oorlogsgedenktekens zijn herdenkingsbomen – vaak vrijheidsbomen of vredesbomen – aangeplant ter herinnering aan de Eerste Wereldoorlog.

De doden moesten niet alleen herdacht worden, de daden van de doden en overlevenden moesten eveneens herdacht, zelfs verheerlijkt worden. Vooral militaire eenheden lieten de oorlog herinneren in termen van overwinning, veldslagen en militaire retoriek. Zij richtten op betekenisvolle plaatsen aan het front gedenktekens op, waarop heel vaak de namen werden vermeld van de veldslagen waaraan ze hadden deelgenomen. In een zeldzaam geval werd een dergelijk militair gedenkteken nog tijdens de oorlog opgericht.

Tot op de dag van vandaag worden in Vlaanderen trouwens gedenktekens opgericht, gewijd aan de Eerste Wereldoorlog.

Verdedigingswerken

Veel bestaande permanente verdedigingswerken, zoals forten en schansen, dragen sporen van de Eerste Wereldoorlog: er werden bijkomende versterkingen aangebracht of bestaande versterkingen werden aangepast. Vooral tijdens de eerste oorlogsmaanden liepen heel wat forten en schansen grote schade op.

Zowel in de frontlijn als verder van het front verwijderd werden bestaande gebouwen versterkt en werden nieuwe verdedigingswerken opgericht, al dan niet als onderdeel van heuse linies. Qua bewaard bouwkundig erfgoed gaat het meestal om bakstenen of betonnen militaire constructies, die vaak waren ingeplant in een loopgravensysteem, in samenhang met draadversperringen of andere veldversterkingen. Vandaag worden ze doorgaans aangeduid met de term 'bunker'.

Hoe dichter bij het front, hoe groter de kans dat er van een linieverband geen sprake (meer) is. Dit heeft te maken met het feit dat het dichtbij het front logistiek gezien niet evident was om stevige betonnen constructies op te trekken als onderdeel van een uitgebreid liniesysteem. De alziende vijand en beschietingen verhinderden grote bouwwerkzaamheden. Ten gevolge van de oorlogsgebeurtenissen werden veel constructies in de frontzone bovendien kapotgeschoten. Maar ook het Belgisch leger, dat na de oorlog bunkerlinies naar hun toekomstige militaire waarde trachtte in te schatten, speelde hierin een rol. Dit leger eiste namelijk het behoud van de bunkers uit de stellingen langs de kust, langs de Belgisch-Nederlandse grens en rond Antwerpen. Langs de kust zijn de bunkers uit de Eerste Wereldoorlog ondertussen bijna allen verdwenen. Volgende bunkerlinies zijn wel in belangrijke mate in linieverband behouden: de bunkers van de 'Hollandstellung', 'Turnhoutkanalstellung' en 'Stellung Antwerpen', bestaande uit de 'Westabschnitt', 'Südabschnitt' en 'Nordabschnitt'. Andere bunkers zonder strategische waarde mochten wel verwijderd worden: dit gebeurde zelfs in opruimcampagnes, die door de overheid werden georganiseerd.

De overgebleven sporen van deze verdedigingswerken zijn niet enkel van bouwkundige aard. Vooral onder bos kunnen er nog loopgraven in het landschap afgelezen worden. Andere landschappelijke sporen van de Eerste Wereldoorlog zijn slagvelden met granaattrechters of mijnkraters die getuigen van de verwoestende kracht van de oorlogsvoering.

In de ondergrond is de kans nog steeds heel groot om munitie, oorlogsmaterieel en zelfs menselijke resten aan te treffen. Ondanks naoorlogse opruimacties blijken er in de ondergrond nog talrijke sporen van loopgraven met verdedigingswerken terug te vinden, evenals ondergronds aangelegde munitiedepots of heuse ondergrondse tunnels, galerijen voor mijnladingen en schuilplaatsen, die ook wel gekend zijn als 'deep dugouts'.

Andere militaire infrastructuur

De militairen namen tijdens de oorlog in de eerste plaats bestaande gebouwen zoals kerken, scholen, burgerhuizen en boerderijen in gebruik als verblijfplaats, commandopost, medische post, enzovoort. Soms getuigen inscripties, opschriften of tekeningen van dit (militaire) gebruik van deze gebouwen. 

Daar waar er onvoldoende geschikte bouwwerken voorhanden waren, werden nieuwe constructies opgericht. Zeker in de nabijheid van het front, maar ook dieper in het hinterland kan er nog een uitgebreide waaier aan infrastructuur teruggevonden worden, die tijdens de oorlog werd opgericht en rechtstreeks verband houdt met de oorlogsvoering, de troepenmachten of de Duitse bezetting. Denk maar aan militaire keukens, een officiersmess, weg- en spoorweginfrastructuur, watertorens en elektriciteitsposten, barakken, elektrische grensversperring enzovoort. Zeker als deze infrastructuur in duurzame materialen is opgetrokken, zoals baksteen of beton, en ook na de oorlog nog gebruikt kon worden, is de kans groot dat dit erfgoed tot op de dag van vandaag is bewaard.

Infrastructuur ten behoeve van de burgerbevolking

In het onbezette België, waar de bevolking ondanks alle oorlogsgeweld zolang mogelijk probeerde te blijven, is infrastructuur terug te vinden die verwijst naar de moeilijke leefomstandigheden, zoals schoolinfrastructuur voor de achtergebleven kinderen. Tijdens en kort na de oorlog opgetrokken medische infrastructuur verwijst dan weer naar de moeilijke jaren tijdens en na de oorlog, toen er voor de burgerbevolking geen reguliere medische dienstverlening meer voorhanden was, dit terwijl de bevolking geconfronteerd werd met gevaarlijke gevolgen van de oorlog en besmettelijke ziektes.

De teruggekeerde burgers in de voormalige frontzone woonden aanvankelijk in bunkers of schuilplaatsen. Of ze zetten een voorlopige woonst ineen met allerhande oorlogsmaterialen. Of ze plaatsten een geprefabriceerde noodwoning, zoals een noodwoning van het 'Koning Albert Fonds'. Ook op andere plaatsen in Vlaanderen, waar de oorlog lelijk huis gehouden had en heel veel huizen vernield waren, dienden noodwoningen opgetrokken te worden. Deze materiële getuigen van de wederopbouw, vaak in hout opgetrokken, zijn bijzonder zeldzaam geworden.

Ten slotte dient in dit rijtje ook de wederopbouwarchitectuur vermeld te worden, zoals terug te vinden in de frontzone, maar ook in gemeentes elders in Vlaanderen, die aan het begin of op het einde van de Eerste Wereldoorlog werden geconfronteerd met grootschalige vernielingen. 


Auteurs :  Decoodt, Hannelore
Datum  : 05-2019


Relaties


Bekijk gerelateerde aanduidingsobjecten

Markt zonder nummer (Beringen)
Het oorlogsgedenkteken van Beringen werd beschermd als monument bij ministerieel besluit van 22 januari 2014. Deze bescherming werd voorlopig gewijzigd bij ministerieel besluit van 22 mei 2019, teneinde een verplaatsing van het monument te bewerkstelligen.


Lombardsijdestraat zonder nummer (Nieuwpoort)
Demarcatiepaal nummer 9 te Nieuwpoort, is beschermd als monument.


Brugsevaart zonder nummer (Nieuwpoort)
Het monument voor de Franse 81e Division d'Infanterie Territoriale (DIT) te Nieuwpoort, is beschermd als monument.

Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten

Martenslindestraat zonder nummer (Bilzen)
Op het kruispunt van de Martenslindestraat en de Buitenbankstraat, monument voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog, omgeven door een hekje en drie lindenbomen.

Dorpsstraat zonder nummer (Hoeselt)
Het hardstenen monument voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog werd in het voorjaar van 1921 opgericht naar een ontwerp van Stes Ulrix, bouwkundige uit Nederheim.

Sint Pieter zonder nummer (Lanaken)
Monument voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog. Bronzen beeld op een hardstenen sokkel, door Frans Huygelen, gegoten door de Fonderie Verbeyst van Brussel.