Geografisch thema

Groot Park

ID: 16556   URI: https://id.erfgoed.net/themas/16556

Beschrijving

Het Groot Park, gelegen ten westen van het centrum van Lovenjoel, werd zo genoemd in tegenstelling tot het Klein Park dat ten oosten ligt. Het is het voormalige kasteeldomein van de heren van Lovenjoel, het geslacht de Spoelberch. Het domein werd samen met de Heystmolen, de omgevende beemden, de dorpskern van Lovenjoel beschermd als dorpsgezicht bij Ministerieel Besluit van 17/2/1994.

De familie de Spoelberch kreeg Lovenjoel in pand in 1630 en na de verkoop in 1649 definitief in haar bezit. Het domein van de familie strekte zich uit over twee parken het zogenaamde Groot Park en het Klein Park; de hoofdas van beide wordt gevormd door de Molenbeek; de valleibodem bestaat uit natte, lemige gronden en een aantal venige, beboste bronzones, gekenmerkt door een soortenrijke vegetatie. Het Groot Park met het kasteel van de familie kwam in 1915 samen met het Klein Park, in het bezit van de Leuvense Universiteit. In de jaren 1920 richtte de K.U. Leuven samen met de zusters van Liefde in het Groot Park de neuro-psychiatrische kliniek Salve Mater op. De kadastrale registratie van de nieuwe gebouwen gebeurde in 1926. In het Klein Park werd net voor de Tweede Wereldoorlog gestart met de bouw van een medisch-pedagogisch instituut (MPI).

Het huidige Groot Park is eigenlijk ontstaan rond een omstreeks 1750 gebouwd huis van plaisantie, op de Ferrariskaart van 1771-1778 aangeduid als 'Château de Spelberg', en een molenvijver, reservoir van de nabijgelegen Heystmolen. De hoofdlijnen van het domein werden gevormd door deze grote min of meer rechthoekige molenvijver ten noorden van het kasteel, het grachtenpatroon bij het kasteel en de in 1766 aangelegde dreef tussen de kerk en het kasteel. De parkomgeving werd circa 1835 (zie mutatieschets 1836-1837) door Maximiliaan de Spoelberch heraangelegd in een vroeg-landschappelijke stijl met als belangrijkste zichtas de oost-west gerichte Molenbeek. De (molen)vijver kreeg golvende oevers en de twee parallelle grachten ten noorden en ten zuiden van het kasteel verdwenen. Na het definitieve stilleggen van de watermolen in 1896 en de dood van de laatste telg de Spoelberch (1907) zal ook de vijver gedempt worden. Met de 19de-eeuwse aanleg van het park werd het oorspronkelijke beemdenlandschap van de Molenbeekvallei eigenlijk 'ge-landscaped'. Het oude bodemgebruik met hooi- en grasweiden bleef nagenoeg ongewijzigd waardoor de parkaanleg nauwelijks afbreuk deed aan het ecosysteem van het beekdal.

Maximiliaan de Spoelberch (1802-1873) had evenals zijn voorganger Jan de Spoelberch (1766-1838) een ruime belangstelling voor dendrologie en liet diverse zeldzame, ook uitheemse boomsoorten aanplanten in het park. Een inventaris van 1990 vermeldde ongeveer 120 verschillende variëteiten. Het park kan tot vandaag als één van de belangrijkste dendrologische collecties in België aangehaald worden. Maximiliaan de Spoelberch wist trouwens het park sterk uit te breiden door perceel per perceel op te kopen. Het deel waar halverwege de jaren 1920 de paviljoenen van Salve Mater werden opgetrokken werd circa 1851 verworven; dit bouwland, 6 ha groot, werd aangewend voor de aanleg van een bosplantsoen ('bosquet') met een rechtlijnig door bruine beuken gevormd drevenpatroon. Bovendien liet Maximiliaan de eeuwenoude Heerbaan, een belangrijke verbindingsweg met Gallo-Romeinse oorsprong die door het domein liep, afsluiten en vervangen door een nieuwe weg aan de zuidelijke rand van zijn domein naast de spoorlijn Leuven-Tienen; deze nieuwe weg kreeg wel dezelfde naam. Al omstreeks 1860 had het park een omvang van circa 25 ha; het hele domein werd omgeven door een haag. Na het overlijden van Maximiliaan kwam het goed in handen van zijn jongste zoon Karel (1836-1907); deze bezat vele onroerende eigendommen in het Leuvense, in Lovenjoel was ongeveer een derde van de totale oppervlakte in zijn bezit. Toen hij in 1907 kinderloos overleed legateerde hij het omvangrijke familiedomein met diverse boerderijen en bijhorende landerijen aan een verre nicht, mevrouw Gilbert-Ernst, die vanaf 1910 begon met het massaal verkopen van gronden en huizen, vermoedelijk in het kader van de enorme successierechten die moesten betaald worden. De eigendomsstructuur in Lovenjoel en omgeving onderging toen fundamentele veranderingen. Het Groot Park werd in 1915 geschonken aan de Leuvense universiteit die het in erfpacht gaf aan de zusters van Liefde om er een instelling voor geesteszieke vrouwen op de richten.

Toen de instelling eind jaren 1990 werd opgeheven kwamen de meeste gebouwen geleidelijk leeg te staan. Een deel van de gebouwen werd verhuurd, onder meer als kinderdagverblijf (paviljoen Sint-Lucas nummer 17). Overeenkomstig een masterplan opgemaakt door de vastgoedontwikkelaar NV ViRiX en de K.U.Leuven zal het domein Salve Mater in de toekomst worden ingedeeld in een woonzone met 110 wooneenheden, een dienstenzone en een kantoorzone. Het oorspronkelijke karakter van de gebouwen zal bij de herbestemming zoveel mogelijk gerespecteerd worden. Het grootste deel van het valleipark waar ook het kasteel gelegen is zal toegankelijk worden gemaakt. De Chinese brug en de ijskelder met kiosk zullen gerestaureerd worden.

  • DENEEF R. (red.) 2004: Historische tuinen en parken van Vlaanderen, Bierbeek, Boutersem, Glabbeek, Oud-Heverlee, M&L Cahier 9, Brussel, 67-75.
  • DEWINTER J. 1992: Het park van Salve Mater of het groot Park van Lovenjoel, Oost-Brabant, Heemkundig Tijdschrift voor het Hageland en Omgeving, 29.4, 190-204.
  • DEWINTER J. 2007: Leven en werken van Burggraaf Karel de Spoelberch de Lovenjoul, Oost-Brabant, Heemkundig Tijdschrift voor het Hageland en Omgeving, 44.4, 194-198.

Bron     : -
Auteurs :  Dewinter, Jos, Kennes, Hilde
Datum  : 2013


Relaties

  • Omvat
    Burgerhuis
    Groot Park 4 (Bierbeek)

  • Omvat
    Het Groot Park
    Groot Park 1-9, 13-19 (Bierbeek)

  • Omvat
    Kasteel de Spoelberch
    Groot Park 2, 10 (Bierbeek)

  • Is deel van
    Lovenjoel
    Lovenjoel (Bierbeek)