Geografisch thema

Molenblook

ID: 17266   URI: https://id.erfgoed.net/themas/17266

Beschrijving

Villawijk ten zuidoosten van het centrum van Genk, gelegen binnen de driehoek Molenstraat – Armand Maclotlaan – Hoogstraat – Paardskuil, ten zuiden van de Molenvijver. Het Molenvijverpark vormt de overgang tussen het stadscentrum van Genk enerzijds en de vallei van de Dorpsbeek en het landelijke gebied ten oosten van Genk anderzijds. De Dorpsbeek doorkruist dit park van 1 km lengte en 150 – 200 m breedte van oost naar west en mondt dan in de westelijk gelegen langwerpige Molenvijver.

De eerste villa’s ontstonden aan de zuidelijke oever van de Molenvijver in het begin van de 20ste eeuw, het overige gebied werd pas in de tweede helft van de 20ste eeuw, vooral in de jaren 1960/1970, verkaveld en bebouwd.

Op het einde van de 18de eeuw geeft de Ferrariskaart (1771 – 1778) het gebied ten zuiden van de door de Dorpsbeek gevoede Molenvijver als geheel onbebouwd weer. Palend aan de dorpskern bevonden zich velden, verder ten oosten en ten zuiden heidelandschap. Aan het westelijke uiteinde van de Molenvijver bevond zich de dorpsmolen, een graanmolen. De toen opgetekende hoofdwegen zijn tot heden bewaard in de Molenstraat, de Schabartstraat, de Armand Maclotlaan en de Hoogstraat.

Dezelfde wegen zijn ook op het primitief kadasterplan (rond 1840) zichtbaar; de Paardskuil, de Schabartstraat en de Armand Maclotlaan waren naar verluidt holle wegen. Het grote niveauverschil en de hoge bermen zijn nog steeds bewaard in de Paardskuil, die door de bewoners van de zuidelijke gelegen gehuchten Sledderlo, Camerlo en Langerlo gebruikt werd om de dorpsmolen te bereiken. Deze bevond zich ook in de eerste helft van de 19de eeuw nog tussen de Molenvijver en het dorpscentrum. Dichtbij, op de hoek van Paardskuil en Molenstraat, stond het molenaarshuis. Beide gebouwen waren in de eerste helft van de 19de eeuw eigendom van de Gemeente Genk.

Met uitzondering van de molen en het molenaarshuis is het gebied ook op het primitief kadasterplan nog onbebouwd. De percelen werden op dat moment doorgaans als "bouwland" geregistreerd, een klein aantal als "struwelen", "heide" of "bosch", aan de oevers van de Molenvijver ook "moeras". Eigenaars waren vooral lokale landbouwersfamilies, er duiken ook beroepsbenamingen als "smit", "brouwer", "vischer" en "herbergier" op. De percelen rond de molen en de vijvers waren grotendeels eigendom van de gemeente Genk.

In de tweede helft van de 19de eeuw werd Genk omwille van zijn ligging populair bij landschapsschilders en in hun kielzog toeristen, die hier de rust en de landelijke sfeer opzochten. In deze context verschenen in het begin van de jaren 1910 de eerste villa’s rond de Molenvijver. Deze werden in cottagestijl gebouwd, centraal ingeplant op ruime percelen. Zij dienden vooral als vakantiehuizen maar ook als permanente woningen. Bouwheren waren kunstenaars zoals Armand Maclot (Maison Blanche), Ernest Deprez (Villa Les Sapins) en Emile Van Doren (Villa Le Coin Perdu) maar ook rijke burgers (Villa Les Chênes). Ook in het interbellum ontstonden een aantal villa’s, bijvoorbeeld Molenblookstraat 1 en 3 en Paardskuil 3.

Het overige gebied werd vooral na de Tweede Wereldoorlog bebouwd. Hierbij koos men voor kleinere maar nog steeds ruime percelen en een inplanting dichter bij de straat. Bij de opmeting door het kadaster op het einde van de jaren 1970 was enkel nog de driehoek tussen Houtblookstraat, Sleeuwstraat en Eerdlaan onbebouwd. Het rustige karakter van de villawijk wordt ondersteund door een aantal doodlopende straten, tussen de percelen door verlopen voetpaden die de straten onderling verbinden.

De bebouwing uit de naoorlogse periode bestaat grotendeels uit eerder banale woningen met neotraditionele stijlkenmerken. In de jaren 1960 en 1970 ontstonden er echter ook verschillende villa’s in modernistische en brutalistische stijl in de Armand Maclotlaan, Eerdlaan, Gaarveld, Hameistraat, Houtblookstraat, Langehaag, Middelgracht, Molenblookstraat, Nieuwland, Schabartstraat, Sleeuwstraat en Weiblook. Ontwerpers waren lokale architecten als R. Tachelet, die er in 1971 een modernistische woning ontwierp en later ook zijn eigen woning bouwde, J. Olaerts, J. Van de Kerkhof, die er zijn eigen woning bouwde en P. Claesen, die er 11 villa’s ontwierp, waarvan 6 tussen 1967 en 1970. Ondanks de zeer verschillende ontwerpen worden deze villa’s allen getypeerd door een spel van blokvormige volumes onder platte daken, een combinatie van egale muurvlakken met grote vensterpartijen en een sober materiaalgebruik met zichtbaar betonskelet en gevels in baksteen of beton, al dan niet wit geschilderd. De grondplannen worden gekenmerkt door de organisatie van rechthoekige ruimtes rond een centraal circulatiepunt, waarbij de zones voor wonen, werken en slapen functioneel gescheiden zijn. Typerende elementen zijn split levels, schuifdeuren en de verbinding van binnen- en buitenruimte door grote glaspartijen ter hoogte van de woonzone. Op de ruime percelen zijn vaak nog imposante bomen (eiken, beuken, coniferen) bewaard.

  • Kadasterarchief Limburg, Primitief kadaster Genk, afdeling I (Genk), sectie I.
  • Kadasterarchief Limburg, Primitief kadaster, oorspronkelijke aanwijzende tabel, afdeling I (Genk), sectie I.
  • MARUT A. 2001: Merkwaardige huizen (deel 2). De villa’s van de families Van Berwaer en Préat, Heidebloemke 60.3, 113 – 117.
  • MARUT A. 2015: Lessen in geschiedenis, Genk anno 1889, Heidebloemke 74.4, 4 – 19.
  • MEUWISSEN M. 2003: Holle wegen in Genk, Heidebloemke 62.3, 100 – 104.
  • REMANS A. 1962: Genk, van agrarisch dorp tot industriegemeente, Tijdspiegel 1962.11, 62-77.
  • REULENS K., HABEX J. 2007: Genk – gisteren en vandaag. Geschiedenis in een notendop.
  • REULENS K., GERAERTS J., SCIOT E. 2010: Genk door schildersogen, Landschapsschilders in de Limburgse Kempen, 1850-1950, Leuven.

Bron     : -
Auteurs :  Fexer, Charlotte
Datum  : 2018


Relaties

  • Omvat
    Architectenwoning Jan van de Kerkhof

  • Omvat
    Maison Blanche

  • Omvat
    Villa Les Chênes

  • Omvat
    Villa Les Sapins

  • Omvat
    Watermolen

  • Omvat
    Woning Lismont-Baeyens

  • Is deel van
    Genk