Inhoudelijk thema

Wellingtonbarrière (1815-1850)

ID: 17285   URI: https://id.erfgoed.net/themas/17285

Beschrijving

Grensverdediging tegen Frankrijk en zijn ontstaan (1815-1830)

De Wellingtonbarrière is een grensverdediging tegen Frankrijk, opgebouwd rond 21 vestingsteden, geconstrueerd tussen 1815-1830. De verdediging bestond uit één of meerdere linies van forten of versterkte steden. Een vestingstad versperde een toegangsweg en diende gelijk ook als plaats waar troepen zich veilig konden terugtrekken en materiaal opslaan.

In 1815 werd de kaart van Europa hertekend. De grote mogendheden wilden paal en perk stellen aan het Franse expansionisme van Napoleon, die in de voorgaande jaren een uitgestrekt Frans rijk tot stand had gebracht ten koste van het politiek-militaire evenwicht binnen Europa. Eerst kreeg Frankrijk zijn grenzen terug van voor de Napoleontische oorlogen. Daarrond kwamen verdedigingslinies om het land ook binnen die grenzen te houden. Wellington, bevelhebber aan het hoofd van de alliantie die Napoleon had verslagen, hield het toezicht over de bouw van deze grensverdediging. Daarom is die naar hem genoemd. Toch was het de Nederlandse genie onder leiding van luitenant-generaal en militair ingenieur Krayenhoff, die de versterkingen bouwde. Ironisch genoeg kwam de financiering hoofdzakelijk van Frankrijk, als compensatie voor de geleden oorlogsschade.

Versterkingen aan de grens en in het binnenland (1815)

De Wellingtonbarrière bouwde voort op de vestingen van een oudere verdedigingslinie uit 1715. Toch merken we ook wijzigingen. De bouwers van de Wellingtonbarrière planden nieuwe vestingen, omdat de aanleg van bijkomende toegangswegen tussen 1715 en 1815 de grens veel opener hadden gemaakt. Er was ook behoefte aan vestingen dieper in het binnenland. Want legers waren groter en beweeglijker geworden. Een eenheid kon een fort aanvallen, terwijl de rest van het leger dieper het grondgebied binnendrong. Daarom zouden forten in het binnenland ook de rol van toevluchtsoord krijgen, waar het veldleger zich kon reorganiseren en vervolgens nieuwe uitvallen wagen.

Eenentwintig vestingen zouden samen de Wellingtonbarrière vormen. Voor de eerste linie langs de Franse grens viel de keuze op Nieuwpoort, Ieper, Menen, Doornik, Ath, Mons, Philippeville, Mariembourg, Bouillon, Luxemburg. Loodrecht op de grens liep de tweede linie: op de Schelde lagen de vestingen Oudenaarde, Gent, Dendermonde; op de Samber en Maas lagen Charleroi, Dinant, Namen, Hoei, Luik en Maastricht. Langs deze rivieren bleef de verbinding met de Noordelijke Nederlanden en Pruisen open. De vestingen Oostende en Antwerpen dienden voor de ontscheping van en naar Groot-Brittannië. In 1818 spraken de geallieerden onder elkaar af wie bij een aanval welke vesting zou innemen. De verdediging tegen de Franse territoriumdrift zou vooral een internationale aangelegenheid worden.

Bouw (1816-1824)

Omdat de onteigeningen voor de bouw van de vestingen soms moeizaam verliepen, sleepte de bouwperiode lang aan. Nochtans waren onteigeningen niet altijd nodig, omdat voor sommige bestaande versterkingen herstellingen volstonden. Van de meeste vestingen werden de omwallingen hersteld (zoals in Oostende), aangevuld met nieuw buitenwerk of opnieuw opgetrokken op het oude tracé. In Nieuwpoort verving bijvoorbeeld een nieuwe omwalling de oude stadsmuur. Sommige constructies waren wel echt nieuw, zoals de citadel van Gent. De werken werden door privé aannemers uitgevoerd onder controle van de Nederlandse Dienst der Fortificatiewerken. Door gesjoemel liep het metselwerk in enkele versterkingen mis.

Einde (jaren 1850)

Met de onafhankelijkheid erfde België in 1830 negentien vestingen. Die hield het voorlopig in stand. Pas in de jaren 1850 toen met het concentrationisme nieuwe ideeën over de landsverdediging de overhand haalden, koos men resoluut voor de uitbouw van één grote vesting, in casu de vesting Antwerpen. Het betekende het einde voor de Wellingtonbarrière. Eerst slechtte men de vestingen van Ieper, Menen, Ath, Philippeville en Mariembourg. In een tweede reeks kwam ook aan de vestingen van Oostende, Nieuwpoort, Oudenaarde, Mons, Charleroi, Dinant en Hoei een einde.

  • GILS R. 2005: De versterkingen van de Wellingtonbarrière in Oost-Vlaanderen. De vesting Dendermonde, de Gentse citadel en de vesting Oudenaarde, Gent.
  • GILS R. 2010: De Wellingtonbarriere en de vesting Menen, Archeologische en Historische Monografieën van Zuid-West-Vlaanderen 74, Kortrijk.
  • STROOBANTS A. 2015: Stadsversterkingen rond de Brusselse poort (van Dendermonde), Gedenkschriften van de Oudheidkundige kring van het Land van Dendermonde 4.33, 165-300.

Auteurs :  Verboven, Hilde
Datum  : 2020


Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten

Zuidlaan 36-38 (Dendermonde)
Bomvrij arsenaal van de vesting Dendermonde in de Wellingtonbarrière. Het bomvrij arsenaal op de huidige Zuidlaan, aan de vestingkant beschermd door de bastions VI en VII, werd gebouwd circa 1828 en is dwars ingeplant op een ommuurd terrein.


Leopoldlaan zonder nummer (Dendermonde)
Tijdens de Hollandse periode maakte de nieuwe vesting Dendermonde deel uit van de Wellingtonbarrière, gerealiseerd onder leiding van Engelse en vooral Hollandse ingenieurs tussen 1816 en 1830 als grensverdediging van de geallieerden tegen Frankrijk.


Sas 32, 36-38, 39, zonder nummer (Dendermonde)
Bastion IX werd in de Hollandse periode aangelegd als onderdeel van de verdedigingsgordel rond Dendermonde en de Wellingtonbarrière, in de Belgische periode, volgens cartografisch materiaal tussen 1857 en 1879, uitgebreid met een kazemat, een patronenfabriek en een drietal hangars. Van deze uitbreidingscampagne bleven de kazemat en de patronenfabriek behouden.

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Wellingtonbarrière (1815-1850) [online] https://id.erfgoed.net/themas/17285 (Geraadpleegd op 20-01-2021)