Inhoudelijk thema

De vrouw in standbeelden en gedenktekens

ID
17351
URI
https://id.erfgoed.net/themas/17351

Beschrijving

Standbeelden in de publieke ruimte vertellen een versnipperd en selectief verhaal. Ze tonen meestal verhalen en figuren die door de dominante maatschappelijke groepen op een sokkel werden geplaatst. Dat vrouwen in standbeelden sterk ondervertegenwoordigd zijn, zowel als voorgestelde figuur, maar ook als ontwerper of uitvoerder, vertelt een groter verhaal dan enkel dat van genderongelijkheid. Het wijst op bredere historische, politieke en sociale systemen waarbij de bijdrage van vrouwen gemarginaliseerd werd. Mannelijke figuren werden beschouwd als de belichaming van het collectieve geheugen. Dit zien we niet enkel in de publieke ruimte in Vlaanderen, maar komt wereldwijd voor. Gedenktekens, voornamelijk de oorlogsgedenktekens die in de 20ste eeuw massaal werden opgericht, hadden meer aandacht voor vrouwen, weliswaar niet voor individuele, bestaande vrouwen, maar wel voor vrouwen als symbool of allegorie. De weergave van gender in standbeelden en gedenktekens is een onderwerp geworden van internationaal academisch onderzoek. Er wordt steeds vaker ingezien dat de ongelijkheid in de publieke ruimte een impact heeft op de huidige perceptie van de maatschappij en de stem van minderheden daarin. Deze thematekst verzamelt een aantal van de recente inzichten over de voorstelling van vrouwen in publieke beelden en koppelt deze aan de voorbeelden van gedenktekens en standbeelden in Vlaanderen. Het verhaal over de vrouwelijke ontwerpers en uitvoerders zal in een andere thematekst behandeld worden.

Een wereldwijd verhaal

De vaststelling dat vrouwen in Vlaanderen ondervertegenwoordigd zijn in de publieke standbeelden en gedenktekens is geen uniek verhaal. Ruimer in West-Europa, maar zelfs wereldwijd valt dit gebrek aan eerbetoon voor invloedrijke vrouwen op. Exacte cijfers zijn moeilijk omdat gebiedsdekkende inventarissen van dit klein erfgoed vaak ontbreken. Van de ongeveer 1800 standbeelden en gedenktekens in Vlaanderen, die opgenomen zijn in objectfiches in de Inventaris van het Onroerend Erfgoed, eren er slechts een handvol een echt bestaande, historische vrouw. Enkele tientallen beelden bevatten een uitbeelding van vrouwen als symbool, allegorie of decoratief onderdeel van een compositie. Voor Europa en de Verenigde Staten wordt verondersteld dat het aantal publieke, figuratieve standbeelden slecht in een minderheid vrouwen voorstelt, gaande van enkele procenten tot ongeveer 20%. Ook andere gedenktekens eren vooral mannen. Vrouwen worden zo uitgesloten uit het officiële historische verhaal.

Enkele studies gaan dieper in op bepaalde steden en op de cijfers. Lucia De Vries stelt dat er in Nederland tussen 1815 en 2020 686 ‘personenmonumenten’ werden onthuld, waarvan 109 ofwel 16 procent voor vrouwen. Van de beelden opgericht vóór 1940, herdenken er slecht zes burgervrouwen. Pas na de Tweede Wereldoorlog krijgen vrouwen steeds vaker een standbeeld, zoals Anne Frank, verzetsvrouwen en feministes. Opvallend is wel dat het procentuele aandeel van ‘vrouwelijke’ beelden nauwelijks wijzigde sinds de 19de eeuw. Ook heeft de verbeterde maatschappelijke positie van de vrouw in de 20ste eeuw geen duidelijke weerslag op de publieke standbeelden. Net als in Vlaanderen zijn de afgebeelde vrouwen bovendien eenzijdig: één derde betreft koninklijke vrouwen, gevolgd door geestelijken, weldoeners en dorpsfiguren, maar er zitten amper vrouwen uit wetenschap of industrie bij. Ook eren ze quasi alleen maar witte vrouwen. De Vries merkt daarnaast een hiërarchisch verschil op, waarbij vrouwen vaker een borstbeeld krijgen in plaats van een standbeeld, of er is gekozen voor een allegorie. Doorgaans worden de vrouwen ook passiever uitgebeeld in hun houding dan mannen.

Ook andere Westerse landen vertonen parallellen met Vlaanderen. Bijvoorbeeld in Italië zijn standbeelden voor vrouwen eveneens zeldzaam en als ze voorkomen, dan worden vrouwen stereotiep benaderd of zijn het religieuze of allegorische voorstellingen. Slechts 34 van de 203 permanente beelden voor vrouwen in de Italiaanse publieke ruimte stellen bestaande, seculiere vrouwen voor. De meerderheid hiervan had slechts lokale bekendheid, wat zich doorvertaalt in de plaats van oprichting. Deze vrouwen zijn bovendien zelden op een sokkel geplaatst. In Parijs zien we iets gelijkaardigs. Ook daar zijn er vooral beelden van vrouwen in mythologisch en allegorisch beeldhouwwerk, als geïdealiseerde, vaak halfnaakte vrouwen, die symbool staan voor abstracte begrippen. Simone de Beauvoir wees er in 1949 op dat amper tien op duizend standbeelden in Parijs gewijd waren aan vrouwen. Christel Sniter stelde in 2004 dat er sinds 1870 een veertigtal beelden voor bekende vrouwen zijn opgericht in Parijs. In Madrid zijn er van de 1077 publieke standbeelden en gedenktekens 156 die vrouwen voorstellen ten opzichte van 451 beelden met een mannelijke voorstelling. In Stockholm zouden de vrouwen beter vertegenwoordigd zijn met een aandeel van één derde in de publieke kunst. Studies in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten tonen aan dat slechts 3 tot 10% van de publieke standbeelden gekende, historische vrouwen uitbeelden, in tegenstelling tot historische mannen. Zeker historische, niet-koninklijke vrouwen zijn sterk ondervertegenwoordigd. In Montreal in Canada stellen 13% van de publieke standbeelden vrouwen voor, voornamelijk in de vorm van traditionele bronzen beelden.

Ook in andere landen gebeurde onderzoek naar vrouwen in de publieke sculptuur. Een voorbeeld is een onderzoek in Ibarra in Ecuador, waar op 124 standbeelden en gedenktekens twaalf beelden voor vrouwen voorkomen. Er is nagegaan in welke mate burgers vandaag de afgebeelde historische figuren herkennen en of ze iets weten over haar verhaal. Dat blijkt amper het geval. De onderzoekers stellen dat: “The limited presence of female monuments contributes to the erasure of women’s legacy from collective memory and perpetuates the perception of public space as historically male-dominated.” De ondervertegenwoordiging van vrouwen in publieke beeldhouwkunst getuigt in Latijns-Amerika van de structurele en culturele genderongelijkheid. Dit wordt ook bevestigd door ander onderzoek, bijvoorbeeld in Chili (12,9% van de publieke gedenktekens eren vrouwen), Peru, Brazilië, Argentinië en Buenos Aires (10,59% van de publieke gedenktekens eren vrouwen).

Vrouwen in én uit de schaduw van mannen

Hoewel historische bronnen aantonen dat vrouwen vaak ook een hoofdrol hadden in maatschappelijke veranderingen en belangrijke historische gebeurtenissen, krijgen ze in de geschiedschrijving en in de beeldvorming vaak maar een secundaire rol. Simone de Beauvoir stelde in 1949 dat vrouwen worden gezien als “Other”, vanuit historisch oogpunt uitgesloten van erkenning en gezag, en slechts betekenisvol vanuit de relatie tot mannen. De publieke ruimte werd doorheen de geschiedenis ook vaak beschouwd als een mannelijke en politieke ruimte. In recenter onderzoek gaan echter stemmen op om het publieke domein neutraler te gaan benaderen, zonder referenties naar politiek of cultuur, en zonder een scheiding van sferen waarin mannen ofwel vrouwen actief waren. De perceptie dat vrouwen geen deel uitmaakten van de publieke ruimte en het maatschappelijke leven, klopt niet. Het beeld van de thuisblijvende echtgenote en de mannelijke kostwinner gaat vaak niet op, omdat arbeid door vrouwen van arbeidersklassen tot eind 19de eeuw een noodzaak bleef. Recente literatuur en genderonderzoek over de publieke ruimte verwijst naar een zogenaamde “invisible flâneuse” als het onbestaande equivalent van de flaneur. Het concept impliceert de effectieve aanwezigheid en deelname van burgervrouwen in het publieke leven. Zeker in de 19de eeuw lag de rol van vrouwen echter vaak buiten het politieke of financiële domein.

Vrouwen als ideaalbeeld versus individu

Beelden van vrouwen in het straatbeeld verwijzen vaak naar religie, denk bijvoorbeeld aan de talrijke Mariabeelden die religieuze gebouwen sieren, maar ook tegen gewone huizen werden aangebracht. Ook in publieke kunstwerken of beelden die deel uitmaken van architectuur worden vrouwen uitgebeeld, bijvoorbeeld als moeder of als verleidster. De focus van deze thematekst ligt echter op de weergave van vrouwen in standbeelden en gedenktekens. Ook daar zien we de klassieke interpretatie, idealisering en objectivering van vrouwen. Dhondt omschrijft het in haar artikel uit 2025 treffend als “They are a blank canvas, leaving the creation of their identity to the viewer”. Vaak zijn ze slechts een decoratief element binnen een geheel en hebben ze eerder een ondersteunende rol. Soms wordt een vrouw bijvoorbeeld uitgebeeld als een personage dat hulde brengt aan het (borst)beeld van een man. Dit is bijvoorbeeld te zien in het gedenkteken voor Louis De Naeyer in Willebroek en in het standbeeld van Peter Benoit in Harelbeke.

Vrouwen worden in publieke beeldhouwkunst ingezet als symbool voor abstracte idealen zoals schoonheid, vrede, liefde of moederschap. Ook een uitbeelding van vrouwen als muze of godin is geliefd in de 19de en vroege 20ste eeuw. Het Lambermontstandbeeld in Antwerpen verbeeldt meerdere vrouwen met specifieke symbolen als uitbeelding van vooruitgang, industrie en natuur. De schoonheidsidealen en symboolwaarde die op vrouwen werden geprojecteerd, leiden vaak tot een geïdealiseerde weergave. Ook de traditie van het vrouwelijk naakt blijft doorleven in openbare kunst. Specifieke symbolen en allegorieën hebben soms een expliciet politieke of ideologische connotatie. Bijvoorbeeld het opvallende Groeningemonument in Kortrijk verbeeldt expliciet het Vlaamse verhaal, door een jonge vrouw af te beelden als allegorie voor de Maagd van Vlaanderen.

Door de ‘mannelijke blik’ waarmee vrouwen in publieke beelden worden benaderd, is hun maatschappelijke of historische betekenis en hun eigen verhaal en individu meestal genegeerd. Zelden verwijst hun weergave naar een concrete historische persoon. De 19de-eeuwse statuomanie in het kader van de identiteitszoektocht van de jonge natie illustreert dit. Er werden toen hoofdzakelijk mannen op een sokkel geplaatst. Een uitzonderlijk voorbeeld is het standbeeld van Margareta van Oostenrijk in Mechelen, feestelijk ingehuldigd op 2 juli 1849 en van de hand van de Mechelse beeldhouwer Jozef Tuerlinckx. Het is één van de weinige voorbeelden waarbij een historische vrouw op eenzelfde manier werd behandeld als de mannelijke protagonisten in het nationale verhaal. Margareta kreeg een traditioneel standbeeld als een krachtige, geklede, historische figuur ten voeten uit op een monumentale sokkel. Op de sokkel wordt haar verhaal en betekenis benadrukt.

Ook later zien we dat de weinige standbeelden voor historische vrouwen vooral een staatshoofd of koningin uitbeelden. Voorbeelden hiervan zijn de beelden van koningin Astrid in het Astridrozenhof in Kortrijk en in het Stadspark in Antwerpen: deze werden eerder opgericht naar aanleiding van haar plotse overlijden, dan om haar betekenis als vorstin te eren. Sommige standbeelden herinneren aan een vrouwelijk personage uit literatuur, zoals Nele uit het verhaal van Tijl Uilenspiegel in Knokke. Vrouwen worden ook regelmatig afgebeeld als een personificatie van een bevolkings- of beroepsgroep. In Meise verbeeldt Rik Poot de vruchtbaarheid en het boerenleven in het beeld van een zittende boerin. In Klerken wordt een kantwerkster uitgebeeld.

De vormgeving van deze vrouwen volgt de algemene stilistische ontwikkelingen doorheen de 19de en 20ste eeuw, van realisme tot meer expressiviteit en abstrahering. Toch wordt ook later in de 20ste eeuw soms nog voor geïdealiseerde vrouwenbeelden gekozen, zoals te zien is in Tielt in de symbolische voorstelling van Tanneken Sconincx als een naakte, gevleugelde vrouw.

De plaats van vrouwen in oorlogsgedenktekens

Door het grote aantal oorlogsgedenktekens in Vlaanderen zijn er tijdens de 20ste eeuw veel vrouwenbeelden in het straatbeeld geïntroduceerd. In deze gedenktekens wordt meestal de traditionele kijk op vrouwen doorgetrokken. Vrouwen worden vooral als allegorieën afgebeeld in een klassieke vormentaal. Een veel voorkomend motief is dat van de Griekse overwinningsgodin Nikè, verbeeld als een gevleugelde vrouw. Dit motief zien we bijvoorbeeld in oorlogsgedenktekens in Antwerpen, Berchem, Bever, Bree, Hamme, Hoeselt, Ledeberg, Lier, Lommel, Neeroeteren, Ninove, Overijse, Overpelt en Tienen. Ook godin Athena stond symbool voor overwinning en vrede, bijvoorbeeld in Beersel. Daarnaast werden religieuze vrouwen als symbool voor vrede in gedenktekens verwerkt, bijvoorbeeld in Ertvelde, of men greep terug naar varianten van gekende motieven zoals de piëta in Oostduinkerke of Assebroek.

Soms zijn de overwinnings- of vredessymbolen subtieler. In Diest verbeeldt een zittende vrouw allegorisch de zegevierende stad Diest. Ook in Geraardsbergen verbeeldt een vrouw de vrede in een grotere compositie. In Gent draagt een serene vrouw een soldatenhelm met lauwerkrans. In De Panne houdt een vrouw ook zo’n helm vast en in de andere hand een dolk. In Schellebelle schrijft een klassiek vrouwenbeeld met laurierkrans in de hand een tekst op een obelisk. Soms wordt ook de oorlog zelf door een vrouw gesymboliseerd, bijvoorbeeld in Melle in de vorm van een vrouw met schild en opgeheven zwaard en in Aalst als allegorie voor België die de jonge Belgen te wapen roept.

Beeldhouwer Pieter Braecke beeldde ook meermaals een vrouw af in zijn oorlogsgedenktekens, namelijk het gedenkteken voor de oorlogsslachtoffers van Nieuwpoort, het IJzergedenkteken en het oorlogsgedenkteken in Nossegem. Er gaat emotie, verstilling en innerlijke kracht uit van deze vrouwenbeelden. Ook het emotionele beeld van Eugeen Canneel in Ichtegem draagt een krachtige boodschap uit. De symbolen aan de voet van de sokkel worden zo in feite overbodig. In deze voorbeelden versterkt de stilering van de vrouwen, gekleed in gewaden, de zeggingskracht van de gedenktekens. Het maakt de beelden ook universeel. In Nossegem beeldt Braecke de vrouw bijvoorbeeld af met klompen aan haar voeten, verwijzend naar de werkende klasse, wat het beeld voor veel toeschouwers herkenbaar maakt. De moederfiguur van het Treurend Ouderpaar op de begraafplaats van Vladslo sluit hierbij aan. Dit gedenkteken werd een internationaal symbool van droefheid en een verstilde aanklacht tegen het geweld van de oorlog.

In Mechelen plaatste beeldhouwer Theo Blickx een realistische vrouw op een sokkel, vluchtend met haar twee kinderen voor het oorlogsgeweld. Hier ook geen idealisering, maar realisme en rauwe emotie. Het huldemonument op de begraafplaats in Mechelen verzamelde drie vrouwen van verschillende leeftijd rond het doodsbed van een soldaat en speelde zo in op herkenbaarheid: het verdriet en leed trof alle generaties. Ook in de gedenktekens in Mortsel en Deurne wordt de impact van de oorlog op de nabestaanden getoond, verbeeld als een moeder en kind.

Vrouwen in de koloniale beeldvorming

Als de afbeelding van vrouwen in bepaalde types van publieke sculptuur gevoelig ligt, dan is het zeker in gedenktekens en standbeelden opgericht vanaf eind 19de eeuw die verband houden met het koloniale verleden. Ook in deze gedenktekens zijn vrouwen ondervertegenwoordigd of zelfs helemaal vergeten, zowel als deel van de gekoloniseerde bevolking maar zeker ook als mogelijke kolonisator. Quasi alle koloniale gedenktekens in België zijn opgericht ter ere van mannen. Als vrouwen worden afgebeeld, hervalt men vaak in stereotypen, die kenmerkend zijn voor een patriarchale maatschappij. Vrouwen worden uitgebeeld in een dienende, zorgende of ondergeschikte rol en worden gereduceerd in hun betekenis, bijvoorbeeld door ze enkel te waarderen als symbool van schoonheid, seksualiteit of moederschap of door ze in te zetten als allegorie. Wanneer ze afgebeeld worden in een context gelinkt aan het kolonialisme, wordt discriminatie en uitsluiting bijkomend versterkt. Ze tonen aan dat de ongelijkheid in de toenmalige context en praktijken veel verder ging dan enkel gender. Ze dragen ook spanningen in zich rond representatie, macht en maatschappelijke ongelijkheid. De compositie van een naakte Afrikaanse vrouw met kind, die zich vastklampt aan de Belgische vlag aan de voeten van sergeant Henri De Bruyne en zijn overste luitenant Jozef Lippens in Blankenberge (1900) of de compositie van het gedenkteken voor Camille Coquilhat in het Antwerpse stadspark (1895) roepen vandaag terecht vragen op. Ze tonen de radicale scheiding tussen de Europese, mannelijke soldaten en de oorspronkelijke bevolking van de kolonies, gesymboliseerd als een naakte vrouw. Dit roept niet alleen vragen op over de manier waarop het vrouwelijk lichaam wordt getoond en hoe door de toenmalige maatschappij naar vrouwen werd gekeken, hoe ze werden behandeld en uitgesloten, maar ook hoe dit voor andere minderheden opgaat. Onderzoek heeft aangetoond dat de veelvuldige voorstelling van naakte of geïdealiseerde vrouwenlichamen kan bijdragen tot stereotypering, objectivering en tot subtiele vormen van sociaal geweld tegen vrouwen.

Conclusie: de meerstemmigheid van ons collectief geheugen

Deze thematekst toont aan hoe vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in publieke standbeelden en gedenktekens, bijvoorbeeld in 19de-eeuwse zoektocht naar identiteit, en hoe hun traditionele representatie vaak genderstereotypen reproduceert. Gelukkig zijn er hierop ook enkele uitzonderingen. Standbeelden en gedenktekens zetten vandaag aan tot reflectie, zeker omdat ze historische ongelijkheden heel zichtbaar maken. We lezen in koloniale gedenktekens vandaag verhalen en wanpraktijken die men op het moment van oprichting niet met deze beelden wilde eren. Ze sporen ons aan tot nadenken hoe we vandaag met de donkere periodes uit het verleden kunnen omgaan en ook de vergeten verhalen en de stem van de onderdrukten en minderheden kunnen laten voortleven. Ook oorlogsgedenktekens houden ons in tijden van mondiale onrust een spiegel voor.

Vandaag is er wereldwijd een hernieuwde aandacht voor de weergave en erkenning van vrouwen in het publieke domein. Dit kan gaan van straatnaamgeving, Wikipediapagina’s en muurschilderingen tot materiële gedenktekens. Met hedendaagse ‘lieux de mémoire’ wil men zichtbaarheid geven aan de betekenis en rol van vrouwen in de geschiedenis. Hoewel de aanwezigheid van meer vrouwen in publieke gedenktekens niet garant staat voor meer gelijkheid, draagt het toch een grote waarde in zich: “it does contribute symbolically to broadening collective imaginaries, paving the way for more inclusive social and political practices by diversifying the references that shape public memory and representation” (citaat uit Female Public Sculptures: Visibly Invisible). Als we vrouwen deel laten uitmaken van onze publieke ruimte en herinneringscultuur, dan vergroten we de zichtbaarheid van hun historische bijdragen. Dit draagt ook een pedagogische meerwaarde en culturele basis voor sociale (h)erkenning en inclusiviteit in zich. Toekomstige generaties kunnen hierdoor het erfgoed van vrouwen waarderen, zich eigen maken en verder uitdragen. Zo maken we meer ruimte voor de diversiteit, representativiteit en meerstemmigheid van ons collectief geheugen.

  • BALDDUCCI T. & BELNAP JENSEN H. 2017: Women, femininity and public space in European visual culture, 1789-1914, Abingdon/New York.
  • DE MULDER B. 2016: Stoere mannen, zachte vrouwen: beeldvorming in de socialistische iconografie, Brood & Rozen. Tijdschrift voor de Geschiedenis van Sociale Bewegingen 1.3, 51-57.
  • DE VRIES L. 2023: Een vrouw op een sokkel is zelden een individu [online], https://luciadevries.nl/2023/07/28/een-vrouw-op-een-sokkel-is-zelden-een-individu/ (geraadpleegd op 28 juli 2026).
  • DHONDT E. 2025: Putting Women on a Pedestal: Rethinking Female Inclusion in Colonial Monuments, Journal Of Modern European History 23.3, 378 – 389 [online], https://doi.org/10.1177/16118944251348776 (geraadpleegd op 14 augustus 2026).
  • ECHAVARRIA C., HUERTAS P. en ALZATE N. 2024: Maltrato social de la mujer a través de las esculturas femeninas (The Social Abuse of Women as Depicted through Female Sculptures), enunciación 29.1, 138-154 [online], https://doi.org/10.14483/22486798.21359 (geraadpleegd op 14 augustus 2026).
  • FORGET B. 2020: Opinion: What the Wollstonecraft furor says about statues of women, The Montreal Gazette 7 december.
  • GARRIDO E. 2023: Kunst, kjønn og makt: en representasjonsanalyse av kvinnelige statuer, onuitgegeven masterproef, Universiteit Bergen (Noorwegen).
  • MILES M. 1997: Art, Space and the City, public art and urban futures, Londen.
  • PERUZZI G., BERNARDINI V. en RIYAHI Y. 2024: Women’s statues in Italian cities. A study of public art and cultural policies, International journal of cultural policy 30.1, 49-66 [online], https://doi.org/10.1080/10286632.2022.2157824 (geraadpleegd op 14 augustus 2026).
  • POSSO-YEPEZ M.A., GODOY-GUEVARA G.L. POSSO-ASTUDILLO A.M. & ALMEIDA-VARGAS C.I. 2025: Female Public Sculptures: Visibly Invisible, Social sciences 14.9, 516.
  • RIVIERE A. (ed.) 2011: Sculpture’elles: les sculpteurs femmes du XVIIIe siècle à nos jours, Parijs.
  • SAVAGE K. 2017: Standing Soldiers, Kneeling Slaves: Race, War, and Monument in Nineteenth-Century America, Princeton.
  • SNITER C. 2004: Les statues de femmes célèbres érigées à Paris de 1870 à nos jours. Entre lieux de mémoire et espace d’investissement in: DENEFLE S. (ed.), Femmes et villes, Monts, 529-539 [online], https://doi.org/10.4000/books.pufr.333 (geraadpleegd op 28 juli 2026).
  • STERCKX M. 2008: Agorafobie of ‘agorafilie’? Publiek beeldhouwwerk van vrouwelijke makelij in Parijs, Londen en Brussel, 1750-1950, Stadsgeschiedenis 3.1, 1-22.

Auteurs: Verhelst, Julie
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties

Bekijk gerelateerde erfgoedobjecten


Je kan deze pagina citeren als: INVENTARIS ONROEREND ERFGOED 2026: De vrouw in standbeelden en gedenktekens [online], https://id.erfgoed.net/themas/17351 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.