Geografisch thema

Ligywijk

ID: 3939   URI: https://id.erfgoed.net/themas/3939

Beschrijving

Ten oosten van de stad, met toegang aan de zuidzijde van de Zonnebeekseweg. Tuinwijk met 139 arbeiderswoningen, opgericht tussen 21 juli en eind november 1921 door de Dienst der Verwoeste Gewesten, en doorgaand als een van haar meest geslaagde en succesrijke realisaties omwille van de planmatige opbouw, de gestandaardiseerde woningen echter met de schilderachtigheid van landelijke vakwerkbouw, de verzorgde groenaanleg en de perceptie van het stratentracé ontleend aan het Engels tuinwijkvocabularium. Tevens een uiting van de meer sociaal-functionele wederopbouwaanpak van de modernisten.

Aanlegplan naar ontwerp van ingenieur R. Verwilghen en H. Debruyne, geïnspireerd op het typische tuinwijkconcept naar Engels model. Gesloten aanleg met omlopende hoofdstraat aansluitend bij een groot rechthoekig en kleinere graspleinen; twee doorsteken met centraal pleintje. Losse blokken van twee à drie lage woningen met uitgespaarde voortuintjes ten voordele van veel grotere achtertuinen, aan de zijde van de vrijstaande zijgevels doorgetrokken tot aan de straat; ook twee alleenstaande woningen (onder meer nummer 139). Behalve enkele waterpompen - sindsdien verdwenen - geen gemeenschapsvoorzieningen. Oorspronkelijk verzorgde groenaanleg, naar verluidt onder meer met afzomende linden en omhaagde voortuintjes, thans nagenoeg verdwenen. Ook nieuwe inplanting van garages ter hoogte van de vroegere zijtuinen; recente bakstenen Mariakapel voor nummer 26, 28.

Woningen, onder meer naar ontwerp van architect R. Acke (Kortrijk), oorspronkelijk behorend tot een verbeterd type van de semi-permanente woning: houten skelet met bakstenen vullingen en gepikte plint, met mogelijkheid tot aaneenschakeling, met een spouwmuur en een bewoonbare dakverdieping. Resulterende spiegelbeeldschema's met breedhuizen van vier traveeën onder geknikt zadeldak met klimmende dakkapellen, of onder zadeldak doorbroken door de puntgevel van dakvensters of -kapellen.

Sindsdien echter belangrijke beeldtransformatie, onder meer leidend tot verrassende, nieuwe "pittoreske" effecten ten gevolge de individualistische, uiteenlopende behandelingen van oorspronkelijk identiek geconcipieerde woningen. Aanpassingen en/of verbouwingen voornamelijk met betrekking tot oorspronkelijk vakwerk en gestandaardiseerde houten kozijnconstructies voor ramen - met beluikte benedenvlakken - en deuren, zie nieuwe bakstenen gevelparementen - onder meer halfsteens muurtje - al of niet met "andere" muuropeningen. Ook sporadische nieuwe bouw doorgaans getypeerd door de opname van de zolderverdieping in de gevel (zien onder meer nummer 45).

Nog illustratie voor de oorspronkelijke toestand zijn in meer of mindere mate: nummer 9-11, 14, 41-43, 51, 52-54, 76, 95-97, 135, en het alleenstaande nummer 139 met groenbeschilderd stijl- en regelwerk.

Samengaan van initieel tuinwijkconcept met respect voor individueel eigendomsrecht, resulteert in: geen leegstand. Aantrekkingskracht door vernieuwings- en aanpassingsmogelijkheden binnen het totaalbeeld. Sympathiek door het enthousiaste "verbouwingscomplex". Gewaardeerde buurt.

  • Algemeen Rijksarchief, Dienst voor Verwoeste Gebouwen, 876, 14644.
  • CATRY Y., De wederopbouw van Ieper na de eerste wereldoorlog, onuitgegeven eindverhandeling, Sint-Lucas Gent, 1981, p. 69-72.
  • SMETS M., Resurgam. De Belgische wederopbouw na 1914, (Brussel), 1985, p. 209-210.
  • STYNEN H., Architect Richard Acke (1873-1934) en de woningbouw in de frontstreek, in M & L, II, 5, 1983, p. 49.

Bron     : Delepiere A.-M., Huys M. & Lion M. 1987: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kanton Ieper, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N1, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Delepiere, Anne Marie, Huys, Martine, Lion, Mimi
Datum  : 1987


Relaties