Geografisch thema

Sociaal complex Vriesenhof

ID: 8181   URI: https://id.erfgoed.net/themas/8181

Beschrijving

Drie woonblokken in hoogbouw en middelhoogbouw, tussen 1954 en 1957 opgetrokken door architect Paul Stevens voor de Samenwerkende Maatschappij voor de Huisvesting Leuven. De wijk werd aangelegd in het kader van de stadssanering in de jaren 1950.

Bouwgeschiedenis en context

Het Vriesenhof, met de residenties De Albomen (Tessenstraat 13-15), De Terse (Vriesenhof 8-15) en De Dageraad (Vriesenhof 5-7), werd tussen 1955 en 1957 door de Samenwerkende Maatschappij voor de Huisvesting te Leuven gebouwd in het kader van de krotopruiming. Begin 1955 besliste het stadsbestuur, onder leiding van burgemeester Franz Tielemans die ook voorzitter was van de lokale huisvestingsmaatschappij, tot een grootschalige sanering van de binnenstad. Daarbij werd een van de oudste wijken van de stad, gelegen rond de Fonteinstraat, Tessenstraat, Ridderstraat en Brouwerstraat, grondig aangepakt. De voor die tijd vooruitstrevende en radicale bouwpolitiek bestond uit het vervangen van krotwoningen door gemengde complexen (middelhoogbouw en hoogbouw), waar naast "normale" gezinnen ook voormalige krottenbewoners werden gehuisvest. In dit kader bouwde de Samenwerkende Maatschappij voor de Huisvesting Leuven in de buurt rond de Fonteinstraat tussen 1954 en 1960 verschillende volledig uitgeruste sociale woonblokken met collectieve voorzieningen, zoals het Vriesenhof, het woonblok aan de Fonteinstraat (Fonteinstraat 97-101), de woonblokken aan het Balsembloemhof (Balsembloemhof 1-2, verbouwd) en een woonblok in de Donkerstraat (Donkerstraat 15, verbouwd). Deze woonblokken hadden allen een voor die periode typische moderne rationele inplanting, vormgeving en materiaalgebruik.

In het gebied tussen de Ridderstraat en de Fonteinstraat bouwde de Samenwerkende Maatschappij voor de huisvesting aan het nieuw aangelegde Vriesenhof 3 woonblokken: in het binnengebied de residenties De Dageraad (10 bouwlagen, 82 woningen, voltooid in 1957) en de Terse (vier bouwlagen, 24 woningen, voltooid in 1956), en aan de Tessenstraat de residentie De Albomen (zeven bouwlagen, 33 woningen, voltooid in 1956). Recht tegenover de Albomen, aan de Fonteinstraat, werd een vierde woonblok met kribbe ingeplant (acht bouwlagen, voltooid in 1960). De wijk Vriesenhof werd ontworpen door Paul Stevens, die als modernistisch architect al voor de oorlog zijn sporen had verdiend. Het Vriesenhof gold in die periode als modelvoorbeeld voor het vooruitstrevend stadssaneringsbeleid van de Stad Leuven. De residentie De Albomen werd op 6 oktober 1956 officieel ingehuldigd door Edmond Leburton, Minister van Volksgezondheid en van het gezin.

Typering en beschrijving

Stevens vatte de nieuwe wijk in de lijn van de CIAM-gedachte op als een wooneenheid met woonblokken in een groene omgeving. De Dageraad en de Terse zijn vrijstaand, het woonblok aan de Tessenstraat past zich met terugspringende rooilijn in de bestaande bebouwing in. Stevens besteedde in het ontwerp ook aandacht aan de collectieve voorzieningen: speelplein en zalen voor kinderen, vergaderzaal voor ouden van dagen, lokalen voor zuigelingenzorg, basisschool,…. Ook waren er collectieve voorzieningen in de woonblokken zelf. Kenmerkend voor de gemengde projecten van die periode is ook de combinatie van verschillende woningtypes en bouwhoogtes. In De Albomen bevonden zich zowel in de halfondergrondse verdieping als op de goed verlichte bovenverdieping collectieve voorzieningen (lokalen voor bricolage, was- en droogkamers, ruimte voor kinderwagens, enzovoort). De Terse (24 appartementen in L-vorm), bedoeld voor de herhuisvesting van krottenbewoners, was minder goed uitgerust. In overeenstemming met de toenmalige huisvestingspolitiek waren de huurwoningen verdeeld in categorieën van verschillende standing. De appartementen die voormalige krotbewoners moesten huisvesten waren voorzien van minder comfort dan de woningen die verhuurd werden aan personen die al “opgevoed” waren door enkele jaren verblijf in een sociaal appartement. Volgens dezelfde redenering mochten deze geëvolueerde bewoners nadien doorstromen naar een appartement met meer comfort.

De woonblokken van het Vriesenhof waren typische stadssaneringsblokken, gekenmerkt door standaardisering, rationalisatie en prefabricatie van bouwelementen, in dit geval gecombineerd met meer verfijnde architecturale details in expo 58 stijl, zoals vooruitspringende toegangsportalen met organisch vormgegeven luifels en uitkragende dakoverstekken. De blokken werden zorgvuldig ontworpen met terugspringende beglaasde gevelpartijen (bovenste verdiepingen), langgerekte balkons en over de volledige hoogte opengewerkte trappenpartijen. Erg typisch voor deze periode is het gebruik van prefab-gevelelementen (silex-panelen met witte cement) en prefab-betonnen claustra’s. Om de monotonie te doorbreken bracht de architect een gevelpolychromie aan: terugwijkende balkons en dakoverstekken waren oorspronkelijk herderblauw geschilderd. Deuren en schrijnwerk waren oorspronkelijk in hout.

  • TIELEMANS F. 1955: De saneringsactie te Leuven, Huisvesting 3-4, 348-352.
  • S.N. 1958: Tribunes: De strijd tegen de ongezonde woningen te Leuven, Wonen (Tijdschrift uitgegeven door het Nationaal Instituut voor de Huisvesting) 2.1, 237-242.
  • S.N. 1957: Complexe de 59 appartements, à Louvain, La Maison13.9, 275-277.

Bron     : -
Auteurs :  Van Herck, Karina
Datum  : 2016


Relaties

  • Omvat
    Residentie Albomen

  • Is gerelateerd aan
    Sociaal woonblok met kinderkribbe

  • Is deel van
    Leuven

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Sociaal complex Vriesenhof [online] https://id.erfgoed.net/themas/8181 (Geraadpleegd op 27-11-2020)