Geografisch thema

Kolonie

ID: 9716   URI: https://id.erfgoed.net/themas/9716

Beschrijving

Omstreeks het einde van de eerste helft van de 19de eeuw kochten de directeur van de Dienst van Bruggen en Wegen in Limburg, ingenieur Ulrich Kümmer, en zijn conducteur Joseph Keelhoff (1818-91), landbouwingenieur uit Neerpelt, beiden belast met de ontginningswerken in de Kempen, namens de Belgische Staat te Lommel heidegrond op. De Staat verwierf zo ten noorden van het Kempisch kanaal 230 hectare Lommelse heide, om te vormen tot vloeiweiden of wateringen. Dit gebeurde op 4 juni 1847. In 1850 waren die bevloeiingswerken uitgevoerd.

Op 16 november 1849 bood de gemeente Lommel 112 hectare heidegrond aan de Belgische Staat te koop aan voor de aanleg van een landbouwkolonie. De grond was gesitueerd op ongeveer 1 kilometer van het Kempisch kanaal, ten westen van de Luikersteenweg. In 1850-51 werden er 20 boerderijen opgetrokken. Doordat de grond te arm was, kon er echter onvoldoende veevoeder worden gewonnen, nodig voor de veekweek. De hoeven waren ook te klein om hun bewoners te voeden.

De staat verkocht uiteindelijk zijn Kolonie in 1860 aan Joseph Keelhoff, die de Kolonie zelf had aangelegd. Een tweede nieuwe bezitter was David, die het grootste deel van de Gouvernementswatering kocht. Deze vloeiweiden kwamen later in handen van de Union Allumettière waardoor de naam "Stekskeswatering" ontstond. Door de vorige eigenaars waren immers, om de watering te valoriseren, de oevers van de sloten en de perceelranden aan het eind van de 19de eeuw met populieren beplant, hetgeen de Union Allumettière tot de aankoop van 1930 deed beslissen. Vervolgens werden zelfs de percelen beplant met populieren. Nog later werd overgegaan tot het beplanten met sparren van de smalle stroken, de zogenaamde wallen, tussen de percelen van blok IV en V van de watering. Sinds 1964 werden vele percelen aangevuld met elzen als onderbeplanting, voor de produktie van vezel- en spaanderplaten, alsook voor een gunstige humusvorming. In 1967 werden twaalf vijvers aangelegd, die aanvankelijk waterwild moesten lokken, maar door hun rijkdom aan hengelvis al vlug door de jagers als viswaters werden verhuurd. De vloeiweiden van de Union Allumettière gingen in 1976 uiteindelijk over naar de gemeente Lommel.

Het straatbeeld bestond aanvankelijk uit twintig genummerde, tegenover elkaar gelegen, analoge langgestrekte bakstenen hoeven van vijf traveeën en één tot anderhalve bouwlaag onder zadeldaken (nok parallel aan de straat), telkens op gelijke afstand (150 meter) van elkaar verwijderd. De ontginbare gronden, die bij de hoeven behoorden, waren doortrokken met irrigatiekanaaltjes, aan de noord- en zuidkant met een strook dennenbos afgezoomd en zo afgescheiden van de omringende heide. Deze aanplanting fungeerde als windscherm om de gronden te beschermen tegen winderosie. De ordonnantie van de hoge hoeven week af van de traditionele Kempische langgestrekte hoeve: de dwarsschuur lag tussen het woonhuis en de koeienstal. De plattegrond bestond uit een woongedeelte met één woonvertrek rechts met haard, een onderkelderde slaapkamer links, met daarachter een berghok en de trap naar een zolderkamertje; een schuur middenin en een koeienstal met latrine aan de voorzijde. Schuur en stal stonden met elkaar in verbinding via de voederbakken van de dieren. Tenslotte lag naast de stal nog een hok met de gierput of mestkuil. Bij elke woning, voorzien van een voortuin met een drietal jonge witte paardenkastanjes en een waterput, hoorden ook een bakhuis en circa 5 hectare grond, namelijk 1 hectare vloeiweide, 1 hectare bouwland en 3 hectares heidegrond. Daarbuiten had elkeen nog ongeveer 1 hectare bevloeibaar gemaakte grond in de Gouvernementswatering.

Bij de aanvang lag er een west-oostgeoriënteerde vaart tussen de huizenrijen voor de aanvoer van meststoffen, met aan weerszijden een karrenspoor en een voetpad. Ter hoogte van de Luikersteenweg liepen deze zandwegen uiteen en vormden er een kom waar de trekschuiten konden keren. Nabij de kruising met de Luikersteenweg werd de inplanting van kerk, pastorie en school annex onderwijzerswoning voorzien. De huidige straat ligt nu op het vroegere gedempte irrigatiekanaal.

Van de aanvankelijk twintig boerderijen hebben enkele de tand des tijds getrotseerd. Meestal werden ze bij- en heropgebouwd na branden en na oorlogsschade opgelopen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze zijn tussen de later bijgebouwde woningen onder andere te herkennen aan hun verdere ligging ten opzichte van de straat. Bleven grotendeels bewaard de nummers 77 en 108, alsook zonder nummer (achter het huidige nummer 30). De nummers 78-80, 147 en 150 met telkens twee typische paardenkanstanjes aan straatzijde, tweemaal zonder nummer, alsook mogelijk nummer 44, bleven slechts ten dele behouden en vertonen gewijzigde ordonnanties en/of aangepaste muuropeningen. Latere aanvullingen zijn de nummers 50 en 143.

De huizen van Lommel-Kolonie die later werden gebouwd, stonden voornamelijk langs de Luikersteenweg en vertoonden daarentegen geen vast patroon. De evolutie van de Kolonie werd sterk beïnvloed door de oprichting van de zinkfabriek van Overpelt in 1888.

De stekskenswatering van de gemeente Lommel is heden uitgegroeid tot een enig natuurgebied, onder invloed van het kanaalwater, afkomstig uit de Maas, dat veel opgeloste mineralen bevat en dat dankzij herhaaldelijke bevloeiingen de vroegere heidegrond kon verrijken.

  • CAMPUS R., art. Keelhoff (Joseph), in Biographie nationale 32, Brussel, 1964, kol. 321-323.
  • GEERTS F. e.a., Door het zand getekend. Bijdragen over landschap en verleden van de Kempsense grensgemeente Lommel, Uitgegeven n.a.v. de milleniumviering in 1990, Lommel, 1990, p. 447-450.
  • HAGEN J., MAES M. & INDEKEU B., Lommel-Barrier en -Kolonie in de vorige eeuw. Twee door de overheid gestimuleerde landbouwontginningen, Publicaties van de v.z.w. Museum Kempenland te Lommel 17, Lommel, 1997, p. 85-130, 131-145, illustraties.
  • INDEKEU B., Een halve eeuw ten dienste van de Belgische waterwegen en dijken: Ulrich Kümmer (1792-1862), ingenieur van bruggen en wegen, in Monumenten en Landschappen 23, 3, 2004, p. 13-19, 24-26, illustraties.
  • KNAEPEN R. & SMEULDERS F.V. (red.), Zo was... Lommel, Antwerpen, 1973, prentkaarten op 58-61.
  • LEYSEN V. & INDEKEU B., Van teutendorp tot bruisende stad. Lommel in de voorbije twee eeuwen (1800-2000), Publicaties van de V.Z.W. Museum Kempenland te Lommel 18, Lommel, 2001, p. 69-71, 103, 159-160, illustraties.
  • MENNEN V., Van Vriesput tot Klein Duitsland. Acht eeuwen Lommelse plaatsnamen, Publicaties van de v.z.w. Museum Kempenland te Lommel 10, Lommel, 1992, p. 114, illustraties.
  • MERTENS A. & SIMONS L., De vloeiweiden te Lommel-Kolonie, in Limburg Natuurlijk 3, Hoeselt, 1982.
  • MERTENS F.P.J., Ontstaan en ontwikkeling van Lommel-Kolonie tot 1930, Lommel, 1967.
  • S.N., Te Lomelle op die Campine 4, 1978, p. 53-65.
  • S.N., Te Lomelle op die Campine 14, 1988, p. 47-59.
  • THIJS C.& VAN STEEN C., Lommel, Proeve van een geschiedenis onzer gemeente, Lommel, 1941, p. 42.
  • VANDUFFEL F., Industrialisatie en verandering: Lommel tussen 1890 en 1914, in Maaslandse mongrafiën, 37, Assen, 1983, p. 7, 67, illustratie 2 op p. 9, illustratie 17 op p. 81.

Bron     : Pauwels D. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kanton Neerpelt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N2, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Pauwels, Dirk
Datum  : 2005


Relaties

  • Is deel van
    Lommel

  • Is deel van
    Watering van Lommel-Kolonie

  • Omvat
    Hoeve Corens

  • Omvat
    Langgestrekte hoeve

  • Omvat
    Langgestrekte hoeve

  • Omvat
    Langgestrekte hoeve

  • Omvat
    Lindenhakhoutstoof

  • Omvat
    Paardenkastanjes in de voortuinen van Lommel-Kolonie

  • Omvat
    Villa Godelieve

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Kolonie [online] https://id.erfgoed.net/themas/9716 (Geraadpleegd op 19-01-2021)