Bij archeologisch onderzoek in 1998 werd op de Capelakker te Brecht-Overbroek ca. 9000 m2 van een woonerf uit de midden-ijzertijd onderzocht. De nederzetting lag op een dekzandrug tussen het Schaapsdijkbeekje en de Kleine Weerrijsbeek.
Er werden 45 gebouwplattegronden herkend, waaronder één zeker en mogelijk een tweede tweeschepig hoofdgebouw en 43 vier-, zes- en achtpostige bijgebouwen of spijkers. Daarnaast kwamen 17 grote kuilen, drie haardkuilen en drie greppels aan het licht. Het belangrijkste hoofdgebouw mat ca. 13 × 7,55 m en sluit typologisch aan bij het Hapstype. De talrijke spijkers worden hoofdzakelijk geïnterpreteerd als bovengrondse opslagplaatsen voor landbouwproducten. Het vondstenmateriaal bestaat vooral uit lokaal vervaardigd handgevormd gebruiksaardewerk; daarnaast werden zogenaamd kustaardewerk, een driehoekig weefgewicht, maalsteenfragmenten in tefriet en andere natuursteen aangetroffen. Op basis van het aardewerk wordt het erf in het midden van de midden-ijzertijd geplaatst, rond de overgang van vroeg naar midden-La Tène. De nederzetting wordt geïnterpreteerd als een grotendeels zelfvoorzienend agrarisch woonerf, met landbouw en veeteelt en nevenactiviteiten zoals textiel- en aardewerkproductie. Archeobotanische en archeozoölogische gegevens ontbreken door de slechte bewaring van organisch materiaal.
Auteurs: Meylemans, Erwin
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)