Er werden in totaal vier waterputten onderzocht in 1986 en 1987, in de groeve van steenbakkerij Danckaert:
Waterput A (2de eeuw): oorspronkelijk 13 à 14m diep geweest, nog 2m bewaard; vierkante put opgebouwd uit houten planken. Er werden slechts twee beenderresten gerecupereerd.
- Waterput B (2de helft 2de eeuw): oorspronkelijk 13à 14m diep, nog 8m bewaard, opgebouwd uit houten planken. In de constructiekuil werd gevonden: terra sigillate, geglazuurd aardewerk, terra nigra, gewoon aardewerk.
In de put zelf werd gevonden: terra sigillata, zeepwaar, pompejaans rood, gewoon aardewerk, ijzeren voorwerpen, organisch materiaal
- Waterput C (2de helft 1ste eeuw): opgebouwd uit houten planken.
-Waterput D (2de eeuw): ca. 14m diep, waarvan 3m bewaard; vierkante houtconstructie met zware hoekpalen. Vondstenmateriaal in de put beperkt: terra nigra, stenen kubus en organische resten (veel insectenresten)
2de helft 1ste eeuw-2de helft 2de eeuw
De vier waterputten worden geïnterpreteerd als onderdeel van een Romeinse landelijke nederzetting, waarvan de economie hoofdzakelijk op landbouw en veeteelt was gebaseerd. De waterputten lagen buiten het eigenlijke woonareaal. Eerder aangetoonde ambachtelijke activiteiten zijn aanwezig, maar volgens de auteur onvoldoende dominant om de nederzetting als een ambachtelijke of industriële site te interpreteren.
Paleo-ecologische en archeozoölogische gegevens leveren een vrij gedetailleerd beeld van het landschap en de agrarische economie. In de omgeving lagen droge akkers waarop onder meer zomertarwe en selderij werden verbouwd. De aanwezigheid van mestkevers, waaronder soorten met een voorkeur voor verse koeienmest, wijst op veeteelt. Botmateriaal attesteert rund, paard, varken en schaap/geit. De keverresten uit de onderste vulling van waterput D wijzen bovendien op grasland, mogelijk weiland voor het vee.
Daarnaast zijn vos, edelhert en torenvalk vertegenwoordigd. Pieters leidt hieruit af dat de ruimere omgeving nog vrij bosrijk moet zijn geweest. Uit dit landschap werden ook wilde of mogelijk lokaal aangeplante voedselplanten benut, waaronder zoete kers, vlier, framboos en hazelnoot. De gecombineerde gegevens schetsen daarmee het beeld van een landelijke Romeinse nederzetting in een gemengd landschap van akkers, grasland en bos.
Auteurs: Meylemans, Erwin
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)