Tijdens een veldkartering langs een beekinsnijding tussen de Kerkstraat en de Molenstraat in Tielrode werd een omvangrijke concentratie van archeologisch materiaal vastgesteld. De beek doorsnijdt hier een pakket met grote hoeveelheden Gallo-Romeins bouwmateriaal, voornamelijk dakpannen (tegulae en imbrices). Het materiaal is zichtbaar in de beekwanden en in de beekbedding en komt door erosie voortdurend vrij. Volgens de waarnemers strekt de concentratie zich uit over een zone langs de beek waar het vondstmateriaal vanaf ongeveer 50 cm diepte aanwezig is.
Naast het bouwmateriaal werden talrijke aardewerkfragmenten verzameld. Het vondstensemble omvat onder meer terra sigillata, waaronder een randscherf van een kom type Dragendorff 29B, gedateerd tussen circa 80 en 120 n.Chr. Verder werden een tweede terra-sigillatascherf, een terra-nigra bodemscherf, verschillende mortariumscherven, lokaal grijs aardewerk en meerdere fragmenten van Eifelwaar geregistreerd. De mortaria zijn zowel afkomstig van importaardewerk als van lokale productie. De Eifelwaar omvat onder meer fragmenten van grote kruiken en voorraadvaten en wijst op activiteiten tijdens de 3de eeuw en mogelijk later. Ook een aantal scherven in lokale laat-IJzertijdtraditie werd aangetroffen.
Het aardewerkbestand wordt gedomineerd door fragmenten van mortaria, grote kruiken en voorraadvaten. Volgens de auteurs betreft het vooral importaardewerk uit de 2de en 3de eeuw n.Chr. Daarnaast werden enkele scherven uit een latere periode aangetroffen, waaronder geglazuurd aardewerk en postmiddeleeuws materiaal. Hierdoor blijft onduidelijk of het afvalpakket volledig in de Romeinse periode werd gevormd of op een later moment werd verstoord of herwerkt.
Op basis van de aangetroffen grote hoeveelheden pannenafval, gecombineerd met het aardewerkensemble, interpreteren de onderzoekers de locatie als een Gallo-Romeinse pannen- en mogelijk ook steenbakkerij. De aanwezigheid van productieafval suggereert dat in de onmiddellijke omgeving klei werd verwerkt voor de vervaardiging van bouwmaterialen. De site wordt bovendien bedreigd door voortdurende erosie en ruimingswerken in de beek, waardoor archeologisch materiaal verloren gaat.
In de omgeving van de pannenconcentratie werden daarnaast enkele sterk versierde terra-sigillatascherven en kraaltjes aangetroffen. Deze vondsten worden door de auteurs geïnterpreteerd als mogelijke aanwijzingen voor een nabijgelegen Gallo-Romeins grafveld uit de 2de-3de eeuw n.Chr., gesitueerd op de top van de cuestahelling.
Auteurs: De Bock, Hubert; De Meireleir, Marc
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)