Het onderzoek omvatte een opgravingszone van circa 6.300 m2. De vondsten bestonden voornamelijk uit enkele kuilen met handgevormd aardewerk en een beperkt aantal paalsporen. Het aardewerk uit een van de kuilen kon op typologische gronden in de midden-ijzertijd (500–250 v.Chr.) worden gedateerd.
Hoewel aanvankelijk de aanwezigheid van een nederzetting werd vermoed, leverde de opgraving geen overtuigende huisplattegronden op. Enkele paalsporen kunnen mogelijk worden geïnterpreteerd als restanten van kleine opslaggebouwen of spiekers. De onderzoekers suggereren daarom dat het terrein tijdens de middenijzertijd eerder als landbouwgrond werd gebruikt, met mogelijk enkele spiekers aan de rand van of binnen het akkerareaal.
Auteurs: Jansen, Isabelle
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beschrijving:
Afvalfkuil
De enige materiële resten zijn de fragmenten van een schaal uit de midden ijzertijd (ca. 400 BC). De schaal lag bijna op de bodem van een kuil. Verder uitzeven van de kuilinhoud heeft trouwens niets opgeleverd. Deze geïsoleerde vondst maakt het moeilijk de aanwezigheid van een ijzertijdsite verder te omschrijven. Een aantal kuilen, onregelmatig van vorm en vermoedelijk ook enkele paalsporen zouden eveneens uit deze periode kunnen dateren. Maar verder dan vergelijking op basis van de vulling van de sporen kan geen verband tussen de sporen onderling gelegd worden, laat staan structuren van gebouwtjes.
Op aangeven van wetenschappelijk begeleider dhr. Luc Van Impe - moeten we concluderen dat er een deel van de toplaag weg is (weggeploegd, geërodeerd
, of helemaal uitgeloogd). Het gebeurt wel vaker dat zich door inspoeling een gehomogeniseerde laag vormt waarin niets meer te zien is: de sporen zijn er wel nog maar volledig opgelost in de omgeving. In sommige landschappen komt dit voor als zogenaamde moderpodzol; de verklaring voor het ontbreken van ondiepere sporen, zoals paalsporen, wandgreppels.
ca. 400 v.Chr.
Beschrijving:
Verspreid over het terrein werden heel wat sporen aangetroffen van 19de- en 20ste-eeuwse greppels die waarschijnlijk dienst deden als perceelscheidingen.
Beschrijving:
een 2de afvalkuil werd aangetroffen bij de opgraving die volgde op het vooronderzoek.
De afvalkuil bevatte slechts weinig materiaal.
Ook nog een paalkuil met iets meer aardewerk, en een aantal paalkuilen die mogelijk samen horen (spieker?)
ca. 400 v.Chr.