waarneming

Zuidstraat I

archeologisch element
ID
159843
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/159843

Beschrijving

Algemeen

Naar aanleiding van de uitbreiding van het bedrijventerrein Wevelgem-Zuid werd aan de Moraviëstraat, op de noordelijke valleirand van de Leie, tussen 18 juli en 5 september 2013 een vlakdekkende archeologische opgraving uitgevoerd door BAAC Vlaanderen. Van het projectgebied van 4,6 ha werd 3,1 ha onderzocht, verdeeld over 30 werkputten. De vindplaats bevindt zich op een lichtzandlemige rug, plaatselijk aangeduid als Helle of Hoge Kouter, tussen de Hellebeek in het noorden en de Leievallei in het zuiden.

Het onderzoek leverde archeologische resten op uit verschillende perioden, met het zwaartepunt in de midden-ijzertijd tot de midden-Romeinse periode.

Steentijd

Verspreid over het terrein werden vuurstenen artefacten aangetroffen, waarvan het merendeel uit secundaire contexten afkomstig is. Het lithische materiaal wordt voorzichtig aan het finaalpaleolithicum toegeschreven. Vijf artefacten werden in situ aangetroffen. Er konden geen duidelijke steentijdstructuren of afgebakende lithische concentraties worden herkend.

Late bronstijd – vroege ijzertijd

Uit deze periode werd één bijzondere kuil aangetroffen, vermoedelijk een voorraadkuil, met op de bodem twee vrijwel complete aardewerken potten. Archeobotanisch onderzoek leverde resten van onder meer emmertarwe en haver/oot op. De onderzoekers interpreteren de context als een mogelijke opslagplaats voor zaaigoed. Andere gelijktijdige nederzettingssporen werden niet vastgesteld. Een bijbehorend woonerf wordt daarom buiten het onderzochte gebied vermoed, mogelijk hoger in het landschap.

Midden-ijzertijd – Romeinse periode

Het grootste deel van de archeologische sporen behoort tot een uitgestrekt nederzettingslandschap dat vanaf de midden-ijzertijd werd ingericht en gedurende de late ijzertijd en Romeinse periode verder evolueerde.

De oudste bewoningsactiviteit wordt vermoedelijk in het zuidelijke gedeelte van het terrein gesitueerd, waar enkele kuilen uit de midden-ijzertijd werden vastgesteld. Door erosie bleven hier vooral dieper ingegraven structuren bewaard.

Vanaf de late ijzertijd ontwikkelde zich een uitgebreider systeem van greppels en erfafbakeningen. Deze hadden overwegend een noordnoordoost-zuidzuidwestelijke oriëntatie, die aansloot bij het reliëf en de loop van de Leie. De greppels werden in verschillende fasen aangelegd, aangepast en hergebruikt. Sommige bleven tot in de midden-Romeinse periode functioneren.

Verspreid over het terrein werden 24 gebouwstructuren herkend, waaronder mogelijke hoofdgebouwen, bijgebouwen en opslagstructuren. De kleinere structuren bestaan veelal uit vierpostenconstructies, vermoedelijk spiekers. Bij de grotere gebouwen werden zowel plattegronden van het type Alphen-Ekeren als gebouwen met kenmerken van portiekhuizen herkend. De combinatie van deze bouwtradities wijst op invloeden uit zowel de noordelijke zandstreken als de Noord-Franse leemgebieden.

De bewoning intensiveerde tijdens de 1ste eeuw n.Chr. Het nederzettingscomplex wordt door de onderzoekers vergeleken met de zogenaamde fermes indigènes, gekenmerkt door opeenvolgende bewoningsfasen binnen een systeem van erfafbakeningen.

Tot de nederzettingssporen behoren verder talrijke kuilen, greppels, een waterput, een poel en één brandrestengraf. De precieze afbakening en onderlinge fasering van de afzonderlijke erven konden niet worden vastgesteld.

De waterput (S16.049) had een houten beschoeiing waarvan het constructiehout dendrochronologisch in de late 1ste eeuw n.Chr. werd gedateerd. De beschoeiing bestond uit een houten constructie waarbij planken met nagels waren bevestigd. De waterput was uitzonderlijk diep: de bodem werd bij de opgraving niet bereikt, hoewel tot circa 8 m onder het archeologische vlak werd gegraven. De diepste resten bleven in situ bewaard.

Het archeobotanische en palynologische onderzoek van de waterput leverde belangrijke informatie op over de agrarische economie en de vegetatie in de omgeving. Naast verschillende graangewassen, waaronder spelt, werden onder meer komkommer en koriander vastgesteld. Deze laatste gewassen worden door de onderzoekers beschouwd als aanwijzingen voor een sterke opname van Romeinse voedingsgewoonten. Ook de constructiewijze van de waterput wijst op contacten en technische uitwisseling binnen het Leiegebied.

Het vondstmateriaal omvat onder meer handgevormd en gedraaid aardewerk, natuursteen, metaal, glas, dierlijk bot, bouwkeramiek en Doornikse kalksteen. De aanwezigheid van bouwkeramiek en natuursteen kan wijzen op een zekere mate van verstening binnen de nederzetting, maar concrete stenen gebouwen uit de Romeinse bewoningsfase werden niet met zekerheid geïdentificeerd.

Tijdens de 2de eeuw n.Chr. lijkt de bewoning zich geleidelijk uit het onderzochte gebied te hebben teruggetrokken. Enkele greppels en een poel bleven nog in gebruik. In de loop van de 3de eeuw werd de nederzetting verlaten.

Bij het voorafgaande proefsleuvenonderzoek was een mogelijk Romeins wegtracé vermoed. De vlakdekkende opgraving toonde echter aan dat de betrokken parallelle greppels niet tot een weg behoorden.

Middeleeuwen en nieuwe tijd

Uit de middeleeuwen werd voornamelijk een brede greppel in het zuidelijke gedeelte van het terrein vastgesteld. Deze vertoonde in het westen een opvallende knik, waarvan de oorzaak niet kon worden verklaard. De greppel houdt vermoedelijk verband met een oudere perceelsindeling.

Uit de 19de en/of vroege 20ste eeuw werden funderingsresten van stenen gebouwen vastgesteld.

Eerste en Tweede Wereldoorlog

In het onderzoeksgebied werden twee mitrailleurplatformen aangetroffen, die in verband worden gebracht met de verdediging van het nabijgelegen vliegveld tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Daarnaast werden verschillende schuttersputten, bomkraters, granaatinslagen en rijen houten staakjes vastgesteld. Deze laatste kunnen verband houden met prikkeldraadversperringen. Een deel van deze sporen wordt aan de Tweede Wereldoorlog toegeschreven.

Auteurs: Meylemans, Erwin
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)

Artefacten (steentijd)

Datering: steentijd
Typologie: archeologische objecten, indicaties voor vuursteenbewerking, losse vondsten, werktuigen
Materiaal: lithisch materiaal
Gebeurtenis:

Beschrijving:
enkele lithische artefacten: kernfragment, afslagen, klingen, chips, schrabber

Greppel (late ME)

Datering: late middeleeuwen
Typologie: greppels
Gebeurtenis:

Beschrijving:
brede greppel.

Kuil (late bronstijd)

Datering: late bronstijd
Typologie: kuilen
Materiaal: aardewerk
Gebeurtenis:

Beschrijving:
kuil met twee intacte potten.

Kuilen

Typologie: kuilen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
kuil
wellicht niet recent te dateren.

Nederzetting (ijzertijd)

Datering: ijzertijd
Typologie: gebouwen en structuren, grachten (infrastructuur), greppels, kuilen, nederzettingen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
greppels en grachten, enkele gebouwen en kuilen.

Romeins brandrestengraf

Datering: Romeinse tijd
Typologie: brandrestengraven, funeraire gebouwen en structuren
Gebeurtenis:
Afmetingenset: ⌄
Aantal 1 st

Beschrijving:
brandrestengraf

Romeinse erven

Datering: late ijzertijd (westen), Romeinse tijd
Typologie: erven, gebouwen en structuren, gebouwplattegronden, grachten (infrastructuur), greppels, kuilen, nederzettingen, paalsporen, sites met walgracht, spijkers (opslagplaatsen), waterputten
Materiaal: aardewerk
Thema: Romeinse wegen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Zuidelijke concentratie: nabij de weg werden enkele greppels aangetroffen die kunnen beschouwd worden als erfomgrachting. Misschien moet voor sommige greppels gedacht worden in de richting van gebouwen op liggers. Verder werden ook verschillende paalsporen, een mogelijke kuil en een waterput gevonden. Enkele paalsporen vormen waarschijnlijk de aanzet van een aantal gebouwtjes.

Noordelijke concentratie: meerdere grachtfragmenten wijzen op het bestaan van meerdere enclos of erfafbakeningen. Daarnaast werden ook paalsporen en kuilen aangesneden. Vier paalsporen vormen een plattegrond, mogelijk van een spieker of als deel van een groter gebouw.

Bij opgraven van de verschillende sporen werd een hoog aandeel handgevormd aardewerk aangetroffen.
overgangsperiode late ijzertijd - Romeinse tijd en geheel in Romeinse tijd te dateren

Romeinse nederzetting

Datering: Vroeg-Romeinse tijd
Typologie: bouwmaterialen, gebouwplattegronden, indicaties voor steenbouw, nederzettingen, perceelsgreppels, waterputten
Materiaal: aardewerk, Doornikse kalksteen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
perceelsgreppels, waterput, en verschillende plattegronden, o.a. huisplattegrond Alphen-Ekeren type, maar ook plattegrond van het portiekhuis type. Verder is er ook een grote hoeveelheid Doornikse kalksteen en fragmenten van dakpannen, die mogelijk wijzen op een steenbouw.

Romeinse weg

Datering: late ijzertijd (westen), Romeinse tijd
Typologie: bouwmaterialen, grachten (infrastructuur), wegen
Materiaal: aardewerk, natuursteen
Thema: Romeinse wegen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Zuidelijke concentratie: aantal grachtfragmenten waarin Romeins bouwmateriaal werd aangetroffen; het gaat mogelijk om de restanten van een weg waarbij het bouwpuin mogelijk werd gebruikt als fundering. Naast bouwpuin werd geassocieerd met deze weg ook aardewerk en natuursteen gevonden
overgangsperiode late ijzertijd - Romeinse tijd en geheel in Romeinse tijd te dateren

Vroegmiddeleeuwse greppel

Datering: vroege middeleeuwen
Typologie: greppels
Gebeurtenis:

Beschrijving:
greppel. De datering is gebaseerd op een 14C datering.

WO II structuren

Datering: WO II
Typologie: verdedigingswerken, vliegvelden
Thema: Erfgoed Tweede Wereldoorlog
Gebeurtenis:

Beschrijving:
twee mitrailleurplatformen die werden ingegraven ter bescherming van het vliegveld. Daarnaast ook enkele WO II schuttersputjes.

Werktuigen (finaal-paleolithicum)

Datering: finaalpaleolithicum
Typologie: archeologische objecten, indicaties voor vuursteenbewerking, losse vondsten, werktuigen
Materiaal: lithisch materiaal, vuursteen
Gebeurtenis:
Afmetingenset: ⌄
Aantal 77 st

Beschrijving:
Enkele werktuigen, waaronder schrabbers (4), boren (2), kernen (4), klingen (2), geretoucheerde klingen, afslagen. Datering op basis van de aard van de vuursteen en debitagekenmerken.


Je kan deze pagina citeren als: INVENTARIS ONROEREND ERFGOED 2026: Zuidstraat I [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/159843 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.