De veldkarteringen op Tielrode Hoge Heerweg brachten een omvangrijke midden-mesolithische component aan het licht. Het debitagemateriaal bestaat uit afslagen, klingfragmenten, kernen en kernfragmenten, vervaardigd uit lokale silex van eerder matige kwaliteit afkomstig van rolkeien uit de omgeving.
Het werktuigbestand omvat talrijke typische midden-mesolithische artefacten zoals afslagschrabbers, klingschrabbers, marebladspitsen, ongelijkbenige driehoeken, spitsen met schuine of steilschuine afknotting en spitsen met rechte afknotting. Ook spitsfragmenten in Wommersomkwartsiet werden aangetroffen. Daarnaast werden verschillende aangepunte afslagen en klingen, geretoucheerde werktuigen en gebruiksvoorwerpen geregistreerd.
De aanwezigheid van zowel productieafval als afgewerkte werktuigen wijst op herhaalde activiteiten van jagers-verzamelaars op de zandrug langs de Jachtbeek. De locatie, op de overgang tussen droge zandgronden en nattere beekvalleigronden, vormde vermoedelijk een aantrekkelijke verblijf- en exploitatiezone.
De meest opvallende resultaten van de veldkarteringen behoren tot het laat-neolithicum. De auteurs stellen expliciet dat zij nergens anders in het Waasland een site aantroffen waar het laat-neolithische materiaal zo prominent aanwezig is als op Tielrode Hoge Heerweg.
Het laat-neolithische debitage omvat kwalitatief hoogwaardige silex, herkenbaar aan een witte krijtcortex en een karakteristieke witte overgangslaag onder de cortex. Daarnaast werden artefacten vervaardigd uit Wommersomkwartsiet, kwartsiet van Tienen en mijnsilex afkomstig uit de vuursteenmijnen van Spiennes aangetroffen.
Het werktuigbestand is zeer divers en omvat onder meer hoefijzer-, kielvormige, ronde, ogief- en boordschrabbers, verschillende soorten bladspitsen, gevleugelde pijlpunten met schacht, boorwerktuigen, geretoucheerde klingen en werktuigen met glanssporen. De glanssporen wijzen op activiteiten zoals het oogsten of verwerken van planten.
Bijzonder belangrijk is de grote hoeveelheid fragmenten van gepolijste vuurstenen bijlen uit Spiennes. Op sommige fragmenten zijn slijpsporen zichtbaar. Daarnaast werden ook een dolkfragment, afslagen van bijlherstellingen en hergebruikte bijlfragmenten aangetroffen. Dit wijst erop dat versleten bijlen lokaal werden onderhouden, herscherpt en uiteindelijk herwerkt tot kleinere werktuigen.
Voor een beperkt aantal artefacten wordt een midden-neolithische datering niet uitgesloten. Op de historische vindplaats VR108 vermelden de auteurs een mogelijke midden-neolithische bladspits, hoewel de interpretatie onzeker blijft. De meeste andere spitsen van deze verzameling worden eerder als laat-neolithisch beschouwd.
Auteurs: De Bock, Hubert; De Meireleir, Marc
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
| Aantal | 386 st |
Beschrijving:
386 lithische artefacten: bij de werktuigen o.a. schuin afgeknotte spitsen, driehoekige spits, microkling met recht afgeknotte boord, schrabbers,..
neolithisch: bladspits, gevleugelde pijlpunt,..
ook laat-neolithische component