Op de site De Holsteen te Zonhoven bevindt zich een complex van grote zandsteenblokken, waarvan één exemplaar sinds de jaren 1920 als een mogelijke prehistorische polijststeen wordt geïnterpreteerd. De site ligt op een kleine verhevenheid aan de oostelijke rand van de alluviale vlakte van de Slangbeek en Roosterbeek, op de overgang naar het Kempens Plateau. De zichtbare zandsteenblokken concentreren zich op het hoogste, noordelijke gedeelte van het terrein.
De zandsteenblokken werden in oudere literatuur aanvankelijk onder meer als resten van een prehistorisch megalithisch monument geïnterpreteerd. Geologisch en petrografisch onderzoek toont echter aan dat het om een natuurlijk fenomeen gaat. De zandsteen vormde zich ter plaatse door verkitting van lokale kwartshoudende zanden, waarschijnlijk ongeveer 15 miljoen jaar geleden, tijdens het Mioceen. Door latere erosie en reliëfinversie kwamen de zandsteenformaties aan of nabij het huidige oppervlak te liggen. Ook de talrijke natuurlijke holten en perforaties in de stenen zijn volgens het onderzoek geen antropogene fenomenen, maar hoofdzakelijk fossiele dier- en wortelgangen die naderhand door erosie werden uitgehold.
Eén zandsteenblok werd in 1926 door J. Hamal-Nandrin en J. Servais geïnterpreteerd als een neolithische 'polissoir'. Op het bovenvlak werden toen 32 gleuven beschreven, 9–29 cm lang, 0,5–3 cm breed en 0,5–2,5 cm diep, die als sporen van het slijpen of polijsten van stenen werktuigen werden beschouwd. Reeds in de 19de eeuw was echter vastgesteld dat lokale landbouwers de zandstenen gebruikten voor het aanscherpen van metalen gereedschap, waardoor de prehistorische ouderdom van minstens een deel van de slijpsporen niet zonder meer vaststaat.
Naar aanleiding van ongeoorloofde graafwerken in 1986 werd van 2 oktober tot 6 november 1987 door het Laboratorium voor Prehistorie van de KU Leuven een nieuw archeologisch onderzoek uitgevoerd. Rond de zogenaamde polijststeen werden vier sleuven en acht proefkwadraten aangelegd. Een belangrijk gedeelte van het terrein bleek sterk verstoord door oudere en recente vergravingen, plaatselijk tot meer dan 1 m diep en rondom de polijststeen zelfs tot het grondwaterniveau. In enkele zones waren nog intacte bodemprofielen met een goed ontwikkelde podzol aanwezig.
Alle uitgegraven grond werd gezeefd. Archeologische vondsten in situ werden niet aangetroffen: het vondstmateriaal was uitsluitend afkomstig uit de bouwvoor en uit verstoorde of vergraven sedimenten. Niettemin werden 108 prehistorische vuurstenen artefacten verzameld, naast een beperkt aantal middeleeuwse en postmiddeleeuwse vondsten. De hoogste concentraties lithisch materiaal bevonden zich in de sleuven onmiddellijk rondom de polijststeen, maar ook vrijwel alle verder gelegen proefkwadraten leverden artefacten op. Dit wijst erop dat prehistorisch lithisch materiaal over een ruimere zone van het Holsteenterrein verspreid voorkomt.
Het lithische ensemble bestaat hoofdzakelijk uit afslagen, afslagfragmenten en schilfers. De inventaris omvat 2 kernverversingsproducten, 27 afslagen, 36 afslagfragmenten, 12 schilfers, 6 klingen/microklingen, 17 klingfragmenten, 7 werktuigen en één afslag van een gepolijst voorwerp. De gebruikte vuursteen is heterogeen en vermoedelijk deels afkomstig van kleine, sterk gerolde vuursteenkeien uit de nabije Maasterrasafzettingen van het Kempens Plateau.
Het werktuigenbestand omvat onder andere een fragmentaire eindschrabber, een gekerfde kling, een geretoucheerde en een gekerfde afslag, een transversale steker/dwarssteker, een microkling met afgestompte boord en een spits met afgestompte boord. Verder werd een mogelijk fragment van een tweevlakkig bewerkte voorgekapte bijl of beitel gevonden. Van bijzonder belang is een kleine afslag/schilfer van een gepolijst vuurstenen voorwerp, waarop nog duidelijke polijststriaties aanwezig zijn.
Bij het fijnzeven van circa 20 kg sediment uit een sleuf onmiddellijk ten noorden van de polijststeen werden bovendien ongeveer dertig zeer kleine vuursteenschilfers gerecupereerd. Hun verse toestand wijst volgens de auteur op lokale productie en niet op een natuurlijke eolische of fluviatiele aanvoer. Zij vormen daarmee een aanwijzing voor relatief intensieve vuursteenbewerking/debitage in de onmiddellijke omgeving van de polijststeen.
Het lithische ensemble is chronologisch niet homogeen. De aanwezigheid van microlieten en de overeenkomsten van een aantal artefacten met materiaal van de nabijgelegen site Zonhoven-Kapelberg wijzen op een mesolithische component. De afslag van een gepolijst voorwerp en mogelijk het tweevlakkig bewerkte fragment wijzen daarnaast op neolithische activiteit. Door de sterke verstoring van het terrein kunnen deze vondsten echter niet meer aan afzonderlijke stratigrafische fasen of structuren worden gekoppeld.
De zandsteen zelf vertoont verschillende groepen langwerpige slijp- of polijstsporen. In combinatie met de aanwezigheid van prehistorische lithica, waaronder een afslag van een gepolijst stenen voorwerp, blijft een prehistorisch gebruik van de steen als polijststeen aannemelijk, maar de publicatie benadrukt dat niet alle zichtbare slijpsporen noodzakelijk prehistorisch zijn. Historisch gebruik van de steen voor het slijpen van metalen landbouwgereedschap moet eveneens in rekening worden gebracht.
Auteurs: Meylemans, Erwin
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beschrijving:
Enkele middeleeuwse scherven steengoed.
Beschrijving:
De Holsteen, een geheel van 10-tal grote zandsteenblokken waaronder 1 polijststeen (10 x 13 x 2,5 m) met ca. 50 polijstgroeven veroorzaakt door het polijsten van stenen werktuigen.
Vondsten niet meer in situ, polijststeen
Beschrijving:
Archeologisch onderzoek op deze locatie leverde ruim honderd lithische artefacten op