waarneming

Den Donderslag 1

archeologisch element
ID
50088
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/50088

Beschrijving

Algemeen

Op het goed Donderslag, in het gehucht Plokrooi werd een begraafplaats uit de overgang van de late ijzertijd naar de vroeg-Romeinse periode onderzocht. De vindplaats ligt op het noordelijke uiteinde van een lage, noord-zuidgerichte dekzandrug, omgeven door een drassige laagte die via de Donderslagbeek naar de Abeek afwatert.

De begraafplaats werd in 1986 gelokaliseerd naar aanleiding van oppervlaktevondsten van aardewerk en crematieresten. In april van dat jaar werd een gedeeltelijk verploegd crematiegraf onderzocht. Wegens geplande nivelleringswerken volgden twee opgravingscampagnes, van november 1990 tot maart 1991 en van november 1991 tot februari 1992. Hierbij werd met negen parallelle sleuven een oppervlakte van circa 6.620 m2 onderzocht. De archeologische sporen bevonden zich onmiddellijk onder de ploegvoor, op ongeveer 25 cm diepte.

Crematiegraven

In totaal werden vijftien crematiegraven vastgesteld, waaronder het in 1986 onderzochte graf. De meeste graven waren sterk verstoord door landbouwactiviteiten en bevatten slechts beperkte hoeveelheden crematieresten en grafgiften.

Het in 1986 onderzochte graf bestond uit een ongeveer 1 × 1,60 m grote grijze verkleuring met houtskool. Centraal bevond zich een donkerbruine concentratie van circa 20 × 25 cm met gecremeerde menselijke resten en twee ijzeren draadfibulae. Boven het crematiepakket lagen scherven van een handgevormde, komvormige pot met verticale bundels kamversiering. De kom had vermoedelijk omgekeerd over de crematieresten gestaan. Op de spiraal van een van de fibulae werden geoxideerde vezelresten vastgesteld, mogelijk afkomstig van een lijkkleed of een doek waarin de crematieresten waren verpakt.

De combinatie van de kom en de fibulae dateert dit graf vermoedelijk in de tweede helft van de 1ste eeuw v.Chr. of de eerste helft van de 1ste eeuw n.Chr.

Van de overige veertien crematiegraven bevatten slechts enkele herkenbare bijgaven. Eén graf leverde de bodem van een klein Romeins aardewerken potje op, een ander fragmenten van versmolten glas en nog een ander niet nader geïdentificeerde ijzerfragmenten. Minstens enkele van deze graven dateren uit de Romeinse periode.

Grote rechthoekige greppelstructuur

Het opvallendste monument op de begraafplaats is een grote, licht trapeziumvormige greppelstructuur met een breedte van circa 20 m en een lengte van 34 tot 36,5 m. De omheining omsloot een oppervlakte van ruim 600 m2 en was georiënteerd volgens een zuidzuidwest-noordnoordoostelijke lengteas.

De greppel had een gemiddelde breedte van ongeveer 80 cm en een maximaal bewaarde diepte van circa 50 cm onder de ploegzool. Er werden geen duidelijke onderbrekingen vastgesteld. De vulling wijst op een geleidelijke opvulling van een oorspronkelijk open greppel. Een interpretatie als standgreppel voor een palissade wordt uitgesloten.

Binnen de omheining bevonden zich twee crematiegraven. Eén graf lag ongeveer centraal en bevatte relatief veel crematieresten, maar geen bijgaven. Het tweede graf, circa 5 m verder naar het noordoosten, is het in 1986 onderzochte graf met de kom en twee ijzeren fibulae.

De stratigrafische relatie tussen de graven en de greppel kon niet worden vastgesteld. Op basis van handgevormd aardewerk in de greppelvulling en de beperkte aanwezigheid van Romeinse scherven in de bovenste vulling wordt de grote omheining tot de oudste elementen van de begraafplaats gerekend.

De auteurs stellen voor de grote rechthoekige greppelstructuur mogelijk als een cultusplaats te interpreteren, naar analogie met vergelijkbare monumenten op begraafplaatsen in Vlaanderen en Zuid-Nederland.

Kleinere vierhoekige grafmonumenten

Ten noordoosten en ten oosten van de grote rechthoekige greppelstructuur werden tien of mogelijk elf kleinere vierhoekige greppelstructuren aangetroffen. Hun oriëntatie sluit nauw aan bij die van het grote monument.

De meeste omheiningen zijn vierkant, met zijden tussen circa 4 en 8 m. Twee exemplaren hebben een rechthoekige plattegrond van ongeveer 3,20 × 5 m en 5 × 7 m.

De greppels hadden een breedte van circa 25–50 cm en een bewaarde diepte van 10–30 cm onder de ploegzool. Bij verschillende exemplaren werden onderbrekingen vastgesteld, mogelijk toegangen.

Sommige omheiningen omsloten één of twee crematiegraven. De graven lagen doorgaans excentrisch binnen de omheinde ruimte. In ongeveer de helft van de gevallen werd een vierpostenstructuur vastgesteld, bestaande uit vier paalkuilen met onderlinge afstanden van 2,5 tot 4 m. Deze worden geïnterpreteerd als mogelijke dodenhuisjes of grafmonumenten waaronder de resten van de overledene tijdelijk of permanent werden opgesteld.

Bij enkele omheiningen werden geen graven aangetroffen. Het blijft onzeker of deze structuren oorspronkelijk geen begraving bevatten, bijvoorbeeld als cenotaaf, dan wel of eventuele graven door latere landbouwactiviteiten verdwenen zijn.

Op basis van Romeins aardewerk uit de greppelvullingen dateren de meeste kleinere vierhoekige grafmonumenten vermoedelijk vanaf het tweede kwart of het midden van de 1ste eeuw n.Chr.

Kleine kringgreppel

Ongeveer 4 m ten zuiden van de zuidoostelijke hoek van de grote rechthoekige omheining werd een kleine kringgreppel vastgesteld, met een binnendiameter van circa 3,50 m en een mogelijke opening naar het zuidoosten.

Er werd geen begraving aangetroffen die met de aanleg van de kringgreppel in verband kon worden gebracht. Wel werd een klein crematiegraf vastgesteld dat de greppel oversneed.

De kringgreppel leverde geen dateerbaar vondstmateriaal op. Een oudere datering, mogelijk in de late bronstijd of vroege ijzertijd, werd overwogen, maar kon niet worden aangetoond.

Overige sporen en vondsten

Verspreid over het terrein werden enkele jongere Romeinse vondsten verzameld, waaronder aardewerk uit de 2de eeuw n.Chr. en twee sestertii van Trajanus en Antoninus Pius.

Deze vondsten worden vermoedelijk in verband gebracht met een nederzetting op circa 200–300 m ten noorden en noordoosten van de begraafplaats. Bij een beperkt proefonderzoek in februari 1992 werden daar paalkuilen, waaronder nokstaanders, kuilen en aardewerk uit de 2de eeuw n.Chr. aangetroffen. Een rechtstreeks verband met de oudere begraafplaats wordt door de auteurs uitgesloten.

Op de begraafplaats werden daarnaast verschillende ondiepe, ronde houtskoolrijke kuilen en grotere greppels vastgesteld. Hun functie en datering blijven onzeker. Mogelijk houden sommige verband met de middeleeuwse exploitatie van het goed Donderslag of met recentere ontginningsactiviteiten.

Chronologie en interpretatie

De begraafplaats werd vermoedelijk aangelegd tijdens de overgang van de late ijzertijd naar de Romeinse periode. De grote rechthoekige greppelstructuur en minstens één van de crematiegraven behoren tot de oudste elementen van de vindplaats, mogelijk uit de tweede helft van de 1ste eeuw v.Chr. of het begin van de 1ste eeuw n.Chr.

De meeste kleinere vierhoekige grafmonumenten werden vermoedelijk vanaf het tweede kwart of het midden van de 1ste eeuw n.Chr. opgericht.

De grote rechthoekige omheining kan een centrale rol hebben gespeeld in de ruimtelijke en rituele organisatie van het grafveld. De mogelijke interpretatie als cultusplaats blijft evenwel hypothetisch.

Auteurs: de Jager, Manon
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)

Late middeleeuwen

Datering: late middeleeuwen
Typologie: afwateringsgreppels, greppels, perceelsgreppels
Context: agrarische complexen, agrarische landschappen
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Greppels van landgoed de Donderslag (late middeleeuwen)
- Drainerings- of omheiningsgreppels van het landgoed van de Donderslag
- Het landgoed van de Donderslag was vanaf 1209 in bezit van de abdij van Herckenrode

Romeinse tijd

Datering: Midden-Romeinse tijd, Vroeg-Romeinse tijd
Typologie: crematiegraven, graven, greppels, losse vondsten, munten, vaatwerk, vlakgraven
Context: funeraire gebouwen en structuren
Materiaal: aardewerk, glas, ijzer, messing
Gebeurtenis:
  • Archeologische opgravingen Oudsbergen
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1992: De inheems-Romeinse begraafplaats van Wijshagen-Plokrooi (gem. Meeuwen-Gruitrode, prov. Limburg), Archeologie in Vlaanderen II, 41-53.
      Literatuur ()
    • C.K.:Creemers:1992a
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1991: Wijshagen (Gemeente Meeuwen-Gruitrode): Romeinse begraafplaats, in: Drie jaar monumentenbeleid, Brussel, 63-65.
      Literatuur ()
    • C.K.:Creemers:1991ad
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1992: Het grafveld te Wijshagen (Meeuwen-Gruitrode): de campagne 1991-1992, Museumfax 1.
      Literatuur ()
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1991: Een inheems-Romeinse begraafplaats te Wijshagen-Plokrooi (Meeuwen-Gruitrode): de campagne 1990-1991, Museumfax 2.
      Literatuur ()
    • Bron: Creemers G. & Van Impe L. 1993: Wijshagen (Limb.): begraafplaats uit de overgang van de ijzertijd tot de Romeinse tijd, Lunula. Archaeologia protohistorica, p .25-26.
      Literatuur ()
    • C.K.:Creemers:1993aa
  • Materiaalstudie Oudsbergen
    • Bron: RADEMAKERS E., 2023: De evolutie van het bewoningspatroon rond de gemeente Oudsbergen gedurende de ijzertijd en de Romeinse tijd [Masterscriptie]. KULeuven.
      Literatuur ()

Beschrijving:
Romeinse munten (1ste helft 2de eeuw)
- 2 sestertii, 1 van Trajanus (98-117 n.C.) en 1 van Antoninus Pius (138-161 n.C.)
- Waarschijnlijk zijn deze vondsten afkomstig van een nederzetting die zich 200 tot 300 meter meer naar het N en NO ligt.

Greppelstructuren, brandgraf (2de helft 1ste eeuw)
- Vijf greppelstructuren omsloten een eenvoudig brandgraf.
- Waarschijnlijk werden mogelijke graven binnen de meeste greppelstructuren weggeploegd.
- Vanaf tweede kwart of midden 1ste eeuw

Greppelstructuren (2de helft 1ste eeuw)
- 11 vierhoekige greppelstructuren: 9 vierkante (4 à 8 m zijde) en 2 rechthoekige (3,20 x 5 m en 5 x 7 m), alle met ZZW-NNO- oriëntatie. Bij sommige greppels kon men een opening vaststellen. Binnen 5 van deze greppelstructuren werden brandgraven aangetroffen, in 1 daarvan zelfs 2 graven.
- In de helft van de gevallen binnen de omheinde ruimte een vierpostenstructuur (zgn. dodenhuisje).
- Slechts 2 graven hadden bijgaven: een graf met enkele ijzerfragmenten - en een graf met de bodem van een Romeins potje en stukjes versmolten glas.
- De graven waren slecht bewaard. Ze bevonden zich dicht onder de ploegzool en waren meestal half weggeploegd.
- Vanaf tweede kwart of midden 1ste eeuw

Aardewerk (1ste helft 2de eeuw):
- Waarschijnlijk zijn deze vondsten afkomstig van een nederzetting die zich 200 tot 300 m meer naar het N en NO ligt.



late ijzertijd- vroeg-Romeins

Datering: late ijzertijd (oosten), Vroeg-Romeinse tijd
Typologie: cultusplaatsen, funerair gerelateerde constructies, grafheuvels, greppels, kleding en -accessoires, kringgreppels, sieraden, vaatwerk, vlakgraven
Stijl: La Tène
Materiaal: bot, metaal, textiel
Gebeurtenis:
  • Archeologische opgravingen Oudsbergen
    • Bron: Creemers, G., Knevels, N., en Van Impe, L. 1986: Krematiegraf uit de Late Ijzertijd te Plokrooi-Donderslagbeek (Meeuwen-Gruitrode, Limb.), in: Archeologie, 1986-2, p. 128-129.
      Literatuur ()
    • C.K.:Creemers:1986b
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1992: De inheems-Romeinse begraafplaats van Wijshagen-Plokrooi (gem. Meeuwen-Gruitrode, prov. Limburg), Archeologie in Vlaanderen II, 41-53.
      Literatuur ()
    • C.K.:Creemers:1992a
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1991: Wijshagen (Gemeente Meeuwen-Gruitrode): Romeinse begraafplaats, in: Drie jaar monumentenbeleid, Brussel, 63-65.
      Literatuur ()
    • C.K.:Creemers:1991ad
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1992: Het grafveld te Wijshagen (Meeuwen-Gruitrode): de campagne 1991-1992, Museumfax 1.
      Literatuur ()
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1991: Een inheems-Romeinse begraafplaats te Wijshagen-Plokrooi (Meeuwen-Gruitrode): de campagne 1990-1991, Museumfax 2.
      Literatuur ()
  • Archeologische veldkartering
    • Bron: Creemers, G., Knevels, N., en Van Impe, L. 1986: Krematiegraf uit de Late Ijzertijd te Plokrooi-Donderslagbeek (Meeuwen-Gruitrode, Limb.), in: Archeologie, 1986-2, p. 128-129.
      Literatuur ()
    • C.K.:Creemers:1986b
    • Bron: Archief PGRM en IAPT: rapport BTK project nr. 25134 door Archeologische Vereniging Midden-Limburg (AVML)
      Archief ()
    • C.K.:Creemers:1985ac
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1992: De inheems-Romeinse begraafplaats van Wijshagen-Plokrooi (gem. Meeuwen-Gruitrode, prov. Limburg), Archeologie in Vlaanderen II, 41-53.
      Literatuur ()
    • C.K.:Creemers:1992a
  • Archeologische opgravingen Oudsbergen
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1992: De inheems-Romeinse begraafplaats van Wijshagen-Plokrooi (gem. Meeuwen-Gruitrode, prov. Limburg), Archeologie in Vlaanderen II, 41-53.
      Literatuur ()
    • C.K.:Creemers:1992a
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1991: Wijshagen (Gemeente Meeuwen-Gruitrode): Romeinse begraafplaats, in: Drie jaar monumentenbeleid, Brussel, 63-65.
      Literatuur ()
    • C.K.:Creemers:1991ad
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1992: Het grafveld te Wijshagen (Meeuwen-Gruitrode): de campagne 1991-1992, Museumfax 1.
      Literatuur ()
    • Bron: CREEMERS, G. en L. VAN IMPE 1991: Een inheems-Romeinse begraafplaats te Wijshagen-Plokrooi (Meeuwen-Gruitrode): de campagne 1990-1991, Museumfax 2.
      Literatuur ()
    • Bron: Creemers G. & Van Impe L. 1993: Wijshagen (Limb.): begraafplaats uit de overgang van de ijzertijd tot de Romeinse tijd, Lunula. Archaeologia protohistorica, p .25-26.
      Literatuur ()
    • C.K.:Creemers:1993aa
  • Materiaalstudie Oudsbergen
    • Bron: RADEMAKERS E., 2023: De evolutie van het bewoningspatroon rond de gemeente Oudsbergen gedurende de ijzertijd en de Romeinse tijd [Masterscriptie]. KULeuven.
      Literatuur ()

Beschrijving:
Brandgraven (La Tène)
- Grote, licht trapeziumvormige greppelstructuur (ca. 20 m br. en 34 à 36,5 m l.; ZZW-NNO oriëntatie). Het gaat om een vierhoekig grafmonument. De greppel was ca. 80 cm br. En 50 cm diep onder de ploegzool.
- Binnen deze structuur bevonden zich 2 brandgraven. 1 graf bestond uit een kamversierde pot, een beendernest en 2 fibulae. Van 1 der fibulae werden nog geoxideerde textielrestjes gerecupereerd.
- Het is niet zeker of de graven intentioneel binnen de greppelstructuur zijn aangelegd.
- De greppelstructuur kan ook als cultusplaats gediend hebben.
- De grootste greppelstructuur lijkt ouder dan de andere greppelstructuren, maar hij kan nog gedeeltelijk zichtbaar geweest zijn of open gelegen hebben op het ogenblik dat de andere grafmonumenten ingericht werden.

Grafheuvel
- 1 kringgreppel (ca. 3,5 m diam.) met opening in het ZO.


Je kan deze pagina citeren als: INVENTARIS ONROEREND ERFGOED 2026: Den Donderslag 1 [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/50088 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.