De site is de locatie van de vroegere kerk van Donk die voor het eerst vermeld werd in 741/2 als ‘Dungo’. De site werd in 1977 en 1986 archeologisch onderzocht. Sporen/ vondsten vanaf het mesolithicum tot de 17de eeuw komen voor. De vroegmiddeleeuwse vondsten hebben betrekking tot de vroegere kerk en het omliggend kerkhof.
Bron: VYNCKIER, G. en K. MAES 1991: Enkele mesolithische sites tussen Gete en Herk (gem. Herk-de-Stad), Archeologie in Vlaanderen, I-1991, 19-30. Literatuur ()
Bron: VAN IMPE, L., MAES, K. en G. VYNCKIER 1987: Archeologie tussen Gete en Herk (gem. Herk-de -Stad). Interimverslag 1986, Archaeologia Belgica III-1987, 117-126. Literatuur ()
Beschrijving: DOK1. De spreiding van de silex bleef beperkt tot een ovale, bleekgrijze, uitgeloogde vlek (ca. 5 x 10 m; noordoost-zuidwest oriëntatie). Er werden 679 artefacten ingezameld. Binnen deze vlek kon men 3 kleinere concentraties afbakenen. De concentratie lag onder het kerkhof van de oude parochiekerk van Donk. Het grootste deel van de artefacten bleef echter van verstoringen gespaard. DOK2: veronderstelde concentratie in een bleek, uitgeloogd spoor. Er werden 19 artefacten in silex en 3 uit Wommersomkwartsiet ingezameld. Deze veronderstelde concentratie werd volledig verwoest door de aanleg van de beschoeide Karolingische gracht of rivier. 9500 BP-9000 BP
Bron: VYNCKIER, G. en K. MAES 1991: Enkele mesolithische sites tussen Gete en Herk (gem. Herk-de-Stad), Archeologie in Vlaanderen, I-1991, 19-30. Literatuur ()
Bron: VAN IMPE, L., MAES, K. en G. VYNCKIER 1987: Archeologie tussen Gete en Herk (gem. Herk-de -Stad). Interimverslag 1986, Archaeologia Belgica III-1987, 117-126. Literatuur ()
Bron: VYNCKIER, G. en K. MAES 1991: Enkele mesolithische sites tussen Gete en Herk (gem. Herk-de-Stad), Archeologie in Vlaanderen, I-1991, 19-30. Literatuur ()
Bron: VAN IMPE, L., MAES, K. en G. VYNCKIER 1987: Archeologie tussen Gete en Herk (gem. Herk-de -Stad). Interimverslag 1986, Archaeologia Belgica III-1987, 117-126. Literatuur ()
C.K.:Vanimpe:1987b
Beschrijving: Inhumatiegraven, aan weerszijden van de puinkoepel. De kist werd meestal in een naar verhouding veel te grote grafkuil neergezet. Er waren geen bijgaven. Toch vond men 1 kommetje in de vulling van een grafkuil (datering: Merovingisch tot 7de eeuw). Vermits er geen bouwmateriaal in de grafkuilen gevonden werd, kan men aannemen dat het kerkhof aangelegd werd voor de vernieling (brand) van de eerste stenen kerk in 1199.
Bron: VYNCKIER, G. en K. MAES 1991: Enkele mesolithische sites tussen Gete en Herk (gem. Herk-de-Stad), Archeologie in Vlaanderen, I-1991, 19-30. Literatuur ()
Bron: VAN IMPE, L., MAES, K. en G. VYNCKIER 1987: Archeologie tussen Gete en Herk (gem. Herk-de -Stad). Interimverslag 1986, Archaeologia Belgica III-1987, 117-126. Literatuur ()
C.K.:Vanimpe:1987b
Bron: VAN IMPE L., MAES K. en G. VYNCKIER 1987: Van Karolingisch Donk naar 16e eeuws Herk (Limb.). Archaeologia Medievalis 10, 43-44. Literatuur ()
Bron: TIMMERMANS J. 1956: Problemen in verband met de oude kerk van Donk (vervolg en slot), in: Limburg 35, 129-134. Literatuur ()
C.K.:Timmermans:1956b
Beschrijving: Groot puinpakket afkomstig van de afbraak van de oude kerk. Onder dit pakket tekenden zich grote, brede uitbraaksporen, grachten en kuilen af. De funderingen werden met het oog op herbruik van het bouwmateriaal grondig uitgebroken. Op het DHM zijn duidelijk twee aan een sluitende grachten zichtbaar zijn (motte?+kerk) Een schenkingsakte van 741/2 vermeldt de schenking van de kerk, gewijd aan de H. Maria en Petrus, Johannes, Servatius en Lambertus, door Rotbertus aan de abdij van St-Truiden. In de 12de eeuw lieten dezen de kerk herbouwen en werden er verschillende bijgebouwen (een klein klooster, een residentieel gebouw en een schuur) aan toegevoegd. Later verhuisde het hof (zie CAI 50101). De kerk werd door het vochtiger worden van de vallei bouwvallig. In 1750 besloot men de kerk af te breken en een nieuwe kerk te bouwen.