Op de plaats De Kievelden te Grote-Brogel (Peer) werd tijdens de winter van 1959–1960 een urnenveld ontdekt bij het diepploegen van een gerooid dennenbos. Naar aanleiding van de vondst van aardewerk en crematieresten voerde de Dienst voor Opgravingen van 19 september tot 2 december 1960 een noodopgraving uit.
Het onderzoek bracht een omvangrijk urnenveld aan het licht, bestaande uit dicht gegroepeerde grafheuvels met kringgreppels. De heuvellichamen waren grotendeels geëffend en slechts één grafheuvel was nog als een lage welving zichtbaar. De kringgreppels hadden diameters tussen circa 4 en 13 m en vertoonden veelal een onderbreking aan de oostelijke of zuidoostelijke zijde. Verschillende kringgreppels oversneden elkaar, wat wijst op opeenvolgende begravingsfasen.
In totaal werden ongeveer 70 crematiebijzettingen vastgesteld, waarvan slechts een twintigtal nagenoeg intact bewaard was. De crematieresten waren doorgaans verzameld in aardewerken urnen, die in kleine kuilen door het oorspronkelijke bodemoppervlak waren ingegraven. Naast centrale en excentrische urnbijzettingen binnen kringgreppels werden ook bijzettingen zonder herkenbare omgevende grafstructuur aangetroffen. Bij enkele graven kwamen kleine bijpotjes voor.
Het aardewerk bestaat hoofdzakelijk uit handgevormde urnen van het Neerpelt-type en Harpstedt-urnen. Daarnaast werden slanke, gladwandige urnen met een eivormig profiel aangetroffen, die door de auteurs als een jongere ontwikkeling worden beschouwd. Enkele graven bevatten metalen voorwerpen of fragmenten, waaronder ijzer en door het vuur vervormd brons.
Fysisch-antropologisch onderzoek van de crematieresten wees op bijzettingen van zowel mannen als vrouwen en van verschillende leeftijdscategorieën, waaronder zuigelingen, kinderen en volwassenen. Bodemkundig en palynologisch onderzoek leverde aanvullende gegevens over de landschappelijke context en de vegetatiegeschiedenis van het terrein. De pollenanalyses wijzen op de aanwezigheid van heidevegetatie in de omgeving, naast verschillende boomsoorten, waaronder els, hazelaar, berk, linde en beuk.
Het urnenveld wordt op typologische gronden in de (vroege) ijzertijd gedateerd en vertoont belangrijke overeenkomsten met het urnenveld De Roosen te Neerpelt. De oversnijdingen tussen verschillende kringgreppels en de variatie in urntypen wijzen op meerdere gebruiksfasen. Een precieze chronologische afbakening blijft onzeker.
De vindplaats was ten tijde van het onderzoek sterk verstoord door diepploegen, oudere bodemingrepen en ongecontroleerde graafactiviteiten. Het grafveld strekt zich vermoedelijk verder uit op de aangrenzende percelen ten oosten en westen van de onderzochte zone.
Auteurs: Meylemans, Erwin
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
| Aantal | 78 st |
Beschrijving:
sterk verstoord urnenveld
ca. 78 urnbijzettingen omgeven door kringgreppels (4 à 13 m diam.), met meestal een opening in het O of ZO. De oorspronkelijke grafheuveltjes bleven niet bewaard.
De site werd geplunderd, slechts een 20-tal graven zijn intact gebleven.
70-tal heuvels werden onderzocht, 20-tal urnen werden gerecupereerd
bijzettingen daterend uit Ha C/D